Ole Dammegård: gebrek aan bewijs bewijst complot (2)

Op zondag 8 april 2018 vond de lezing van Ole Dammegård over “The latest False Flags in the world” plaats in de Sacramentskerk van Breda. Dit is het tweede deel van het verslag.

* * *

Crisisacteurs

Eindeloos wansmakelijker dan gesmak en gebabbel van het al te rumoerige complotpubliek is de reactie uit de zaal bij foto’s van de slachtoffers. Zo zelfvoldaan is de gemiddelde complotdenker dat hij of zij er niet aan twijfelt: foto’s van slachtoffers zijn fake. En dus mag, moet er gespot worden met de slachtoffers op die foto’s, een hoorbaar teken dat men de botte overtuigingen van de stam deelt.

Het iconische beeld van de twee vrouwen net na de aanslag op Zaventem, de stewardess onder het stof, met verscheurd geel jasje, blik op een oneindig zwart gat, de andere aan de telefoon, is voor de wreedaardige bende het sein om deze slachtoffers smalend uit te lachen: de kans dat deze foto echt is, dat deze twee vrouwen net een dramatische aanslag hebben overleefd, is in het hoofd van een complotdenker nihil.

Crisis actors is het oordeel. Acteurs. Nep, fake, vals. Geen bloed, enkel ketchup en theatermake-up. Geen doden of gewonden, afgerukte ledematen of geplette lichaamsdelen. Niets wat de makers van een onnozel reclamespotje niet kunnen simuleren. En die acteurs, volgens de Deens-Zweedse complotkok, moeten enkel maar dood of doods kunnen kijken. En zelfs dat kunnen ze niet, verzekert hij ons. De vrouw op de foto van Zaventem kan haar lach niet inhouden, sneert Dammegård. Zo reageert men niet na een aanslag, weet hij.

De twee vrouwen zijn in de eerste plaats het bewijs van de zoveelste fake aanslag, dat “inzien” is dan weer het bewijs is van de eigen schranderheid. Nee, niemand moet de complotdenker nog iets wijsmaken. Er is geen geweten, geen erbarmen en zeker geen bescheidenheid of zelfreflectie, enkel maar het blinde, grote gelijk van deze wreedaardige bende complotverslaafden.

Crisisacteurs zijn slechte acteurs, tweederangs, derderangs, vervolgt hij. Échte acteurs hebben allemaal de rol in een film, een serie of zelfs maar een reclamespot. Het is de overschot die mag opdraven bij een aanslag, zij mogen slachtoffer spelen in het macabere spel van de elite. Trouwens, verschillende van die crisisacteurs worden net gekozen omdat ze al een arm of been missen!

Hij toont ondertussen klassiek geworden reeksen van foto’s die voor complotdenkers het bewijs vormen dat bepaalde acteurs drie, vier keer sterven. Bij één zo’n foto, van iemand met de naam Alex Israel, komt ook heel even een andere aap uit de mouw: “they hide it in plain sight”. Normaal gezien is een goede complotchef in staat om elke mogelijke code in elke stukje informatie dat hijzelf aandraagt, te “ontcijferen”, te decoderen. Maar hier moet men zelfs geen moeite doen: af en toe toont de steeds arroganter wordende elite, de zionisten van Israël dus (wat had u gedacht?) openlijk een stuk duidelijke informatie.

Mijn indruk is dat de personen op deze foto van Zaventem, een captatie van een honderdste of wat van een seconde, niet lijken te voldoen aan het clichébeeld van getraumatiseerde slachtoffers na een ramp. Zelf hebben weinigen onder ons zo’n ramp meegemaakt, kunnen weinigen onder ons inschatten in hoever de gefotografeerde realiteit verschilt van de gespeelde “realiteit” geportretteerd in een doorsnee Hollywoodfilm en hoe dat beide verschilt van de rauwe realiteit na een bomontploffing en een schietpartij tout court. Anderzijds, wanneer Dammegård foto’s toont van slachtoffers die duidelijk in paniek of shock lijken te zijn, of erger, zegt hij laconiek dat ze overdrijven en slecht acteren.

Als er dan al sprake is van medelijden met de mensen op de foto’s, dan gaat het over de dodelijke contracten die deze niet al te intelligente crisisacteurs hebben ondertekend. Ze willen enerzijds wel beroemd worden, maar het ontbreekt hen aan talent. Vandaar dat ze zich laten verleiden om in dit soort evenementen op te draven. Een beetje eigen schuld, dikke bult dus. Anderzijds worden ze bedreigd en gedwongen hun verschrikkelijk geheim te bewaren, aldus Dammegård.

Reclame

Alles wordt in scene gezet, gaat hij verder, alles is fake. De locaties van de aanslagen, die in realiteit niet zo groots en spectaculair lijken als op het scherm, worden zorgvuldig gekozen. Veelal maken de regisseurs vooraf al foto’s en bewegende beelden, weet Dammegård. Trouwens, de hoofdkwartieren van de hoofdverantwoordelijken van zulke false flag operations zijn op de meeste foto’s verborgen, althans voor de leek. Een echte complotdenker draait er zijn hand niet voor om een openbare bibliotheek of een theater te bestempelen als zo’n coördinatiecentrum.

De mallemolen draait verder: een van de terror templates is de pose met het geweer. Deze cliché, de zogenaamde terrorist met een wapen, gaat volgens hem terug op een beroemde foto van Lee Harvey Oswald, die geheel terzijde, gepoogd heeft om tegen beter weten in de aanslag op John F. Kennedy te verhinderen. “I salute him”, roept de malle Scandinaaf vooraan in de zaal. Ondertussen komt in mij een complotindigestie op. Het lukt mij steeds minder goed om tijdens dit soort bijeenkomsten rustig te blijven en mij gedeisd te houden. Ik moet dringend op zoek naar een andere hobby.

Ole verliest steeds meer de pedalen, een zoveelste dieptepunt nadert: een foto van een Londense bus met reclame voor Coca Cola, van een Stockholmse truck van de brouwerij die Kall Öl produceert? Een smartphone die een kogel zou hebben tegengehouden, een bijna doorzeefde laptop, de Toyota’s van ISIS? Niet meer of niet minder dan bewijzen van product placement. Platte reclame van grote bedrijven die bij een grote aanslag de mogelijkheid krijgen om hun product in de kijker te zetten. De man wordt niet met zachte dwang van het podium gehaald, mensen rondom mij knikken. In de wereld van complotdenkers kan deze man niet anders dan gelijk hebben, wat hij ook zegt.

Codes, overal codes

Zoals eerder vermeld, behoort Ole Dammegård tot het soort complotdenkers dat overal codes meent te moeten ontwaren. Het decoderen is andermaal een bewijs van zowel het complot als van de eigen bovengemiddelde schranderheid. Veelal steken de echte regisseurs deze codes heel bewust in hun activiteiten. Doorwinterde complotdenkers menen dat de hoogst intelligente daders van false flag operations enkel met de allerslimsten, enkel met allerontwaaksten communiceren. Met hen dus. “If they show us clues and we don’t see them, then they think we deserve it [the attatck] for not seeing the clues.”

Aanslagen worden dikwijls op de 22ste van de maand uitgevoerd, dat is een code, dat is een deel van de operatie. Een foto na de aanslag in de Parijse concertzaal Bataclan zou alle slachtoffers tonen in een cirkel, een macabere verwijzing naar het logo van Brussels Airport. Charlie Hebdo, want “Je suis Charlie” betekent eigenlijk “ik ben een idioot”. Ik heb eerlijk gezegd geen idee waarover hij het heeft. Charlie Hebdo, dat bevat het woordje Charlie, wat kennen we van Checkpoint Charlie, probeert hij nog. Deze poging tot zingeving is volgens mij ook geen blijvertje in de complotlore.

Slachtoffers en daders

De slachtoffers van de aanslagen komen steeds uit zeer vele landen, en ook dat is ten zeerste verdacht. Ik heb me al vragen gesteld van Dammegårds perceptie van het moderne leven grootsteden, met zijn alomtegenwoordige autobussen, suspecte witte vans en schijnheilige hulpdiensten. Opnieuw stel ik me vragen bij de luiheid van zijn denken. Men kan niet aanvoeren dat de aanslagen plaatsvinden bij belangrijke monumenten in ’s werelds belangrijkste steden, die veelal ook toeristische trekpleisters zijn én in internationale luchthavens, om zich vervolgens een uur later naïef af te vragen of de diversiteit van de nationaliteiten van de slachtoffers geen indicatie is van een false flag operation. Volgens Dammegård is dit een middel om de emotionele respons zo internationaal, zo wereldwijd mogelijk te maken.

Over de echte daders, of beter, de uiteindelijke opdrachtgevers blijft hij vaag. In het begin van de lezing vermeldt hij 1000 personen die tot de heersende elite zouden behoren, die deze aardkloot zouden bestieren. Het topje van de machtspiramide. Elders liet hij vallen dat de Zionisten deel zouden uitmaken van die elite. Een samenzwering zonder joden concipiëren is schier onmogelijk, zo blijkt nog maar eens. Tegen het einde van de lezing laat hij nog een hint vallen: de ooggetuigen (de boodschappers) en de al dan niet echte slachtoffers komen overwegend uit een van de NAVO-landen, volgens Dammegård. Mij lijkt dat een heel eigenaardige vaststelling voor een zelfverklaarde expert in aanslagen, maar dat terzijde. De NAVO is een instrument gericht tegen Poetins Rusland. Ergo? Ook op deze vraag is er maar één juist antwoord: “Mmmh, juist ja”.

De opdrachtgevers compartimentaliseren de aanslagen, aldus Dammegård. De verschillende groepjes betrokkenen kennen elkaar niet, hebben vaak geen weet van elkaars bestaan. Maar dat belet de eerste de best complotzot met een internetverbinding niet om deze verbanden, waarvan het bestaan niet in twijfel wordt getrokken, te zien. Het kluwen van het internationale terrorisme wordt door iemand van het niveau zatte nonkel feilloos ontrafelt. Nu, echt hoeft het ons niet te verbazen: uiteindelijk zijn het toch gewoon maar de joden.

Het flinterdunne verhaaltje van Ole Dammegård, de indomme uitleg van iemand die overal schijnbare anomalieën blootlegt, of beter, alles gemakshalve beschouwt als een anomalie, is ronduit stuitend. Hoewel de competitie zeer sterk is, lijkt Ole Dammegård van alle complotdenkers die ik de laatste jaren heb bezig gehoord, mij degene met de meest banale en doorzichtige uitleg. En toch weet ook deze kwiet zijn verhaal te verkopen. Anderzijds, welk verhaal zou men een stelletje complotverslaafden niet kunnen wijsmaken, zolang het maar niet strookt met de officiële versie?

Zelden heb ik een luiere denker gehoord, iemand die in de verste verte niet gehinderd wordt door zelfreflectie of reflectie op het eigen denken. Deze man zit onwrikbaar vast in zijn geloof, in het eigen grote gelijk en hij geniet daar zichtbaar van. Twee, drie uur lang raffelt deze man zijn complottheorietjes af. En dat tot groot jolijt van zo’n 200 gelijkgestemden die naar het reeds lang gekende verhaal kwamen luisteren.

Uiteindelijk werden hier slechts twee boodschappen verkondigd of versterkt: elke aanslag is een false flag operation en wij weten dat want wij zijn ontwaakt. Want wij weten beter, wij zijn beter. Vooral dat laatste. Amen.

Ole Dammegård: gebrek aan bewijs bewijst complot (1)

Het eerste dat me opvalt is de knoert van een zendmast op de Sacramentskerk, eerder nog dan het kruis. Onder dit dak vinden op zondag 8 april 2018 twee lezingen plaats: Ole Dammegård komt praten over “The latest False Flags in the world”, Ronald Bernard stelt zijn project B of Joy voor. In dit artikel bespreek ik enkel de eerste lezing van de Deense Zweed Dammegård.

De organisatie van het dubbelevenement “Fake News – Echte Waarheid” was in handen van DVM-TV, organisatie van Irma Schiffers, handelaar in complotten (zie Over Hans (dj) en Irma (complotdenkster) en Kim (keyboard warrior)) en Studium Generale Breda. Dit is een organisatie die, evenals de oprichter Coen Vermeeren, niet verbonden is aan welke academische instelling dan ook.

Ole Dammegård in de Sacramentskerk te Breda (c) onbekend

Wanneer ik arriveer, spuugt het kerkgebouw net zijn godsgelovigen uit en bereidt het zich voor op de inname van een verse kudde die komt luisteren naar hun herders met andermaal zéér dringende en belangrijke boodschappen. De soberheid van de nochtans katholieke kerk wordt tenietgedaan door een fresco en een even kitscherige boog van roos licht. Het podium staat te hoog en te ver van het publiek, de galm in het gebouw maakt de geluidstechnicus met de minuut zenuwachtiger en de lezingen schier onbeluisterbaar. Deze ruimte is niet geschikt voor lezingen; 25 euro om te luisteren naar sprekers in dit auditief hellegat is schandalig veel! Na enkele uren is barstende hoofdpijn mij deel. Geen idee of dit veroorzaakt werd door de galmende kerk, de inhoud van de lezingen of de straling van de zendmast. Volgende keer toch mijn aluhoedje meebrengen. Dat van die straling is een grapje.

Een 200-tal zitjes worden bezet door een vrij divers publiek: er zij net zo goed groepjes vriendinnen, dertigers en veertigers, als enkele jonge kameraden en oudere koppels. Toch overweegt grijs op een achtergrond van beginnend kaal: de obligate blanke man van post-middelbare leeftijd met verbeten trek die aangeeft hoe groot het eigen gelijk precies is. Ook de Vlaamse complotpaus Peter Vereecke waart hier rond.

Aanslag = false flag operation = psy-op = aanslag

Ole Dammegård begroet zijn publiek in het Engels en met een licht Scandinaafs accent. Meteen heeft hij de lachers op de hand door ook op de mogelijk aanwezigheid van agenten van inlichtingendiensten te wijzen, instrumenten van de machthebbers die spelletjes spelen tegen de mensheid. Ook bij dit zogenaamde hyperkritische publiek werkt het doorzichtige en banale trucje. Het zal een lange lezing worden, waarschuwt de man, maar het publiek is er klaar voor. Mannen en de lengte van hun lezing, ik zal het nooit begrijpen. De titel “Terror Templates for Dummies” is uiteraard niet zonder ironie: de zaal zit vol met doorwinterde complotconsumenten, connaisseurs van de veile wegen der elite. Vanaf het begin wordt duidelijk dat zijn belangrijkste bewijsmateriaal bestaat uit foto’s gemarkeerd met pijlen en cirkels in fel complotrood.

Reeds 30 jaar bestudeert Dammegård wat in het complotjargon false flag operations genoemd wordt: gewelddaden uitgevoerd door andere (groepen) mensen dan dat de verantwoordelijken van die aanslagen willen laten uitschijnen. Een voorbeeld: de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo in 2015 werd niet uitgevoerd door mensen gelieerd aan Al-Qaeda zoals de officiële versie gaat. De complotversie stelt dat de aanval gepleegd werd door agenten van de elite die ons, het publiek, willen laten geloven dat achter de moordaanslag moslimterroristen met deze of gene affiliatie zouden zitten.

Al snel wordt duidelijk dat letterlijk elke aanslag zulk een false flag operation is. Met zijn lezingen en onderzoek wil Dammegård de wakkere, kritische burgers instrumenten geven om zulke false flag operations nóg sneller te ontmaskeren. Tussen haakjes, op die zwarte woensdag, 7 januari 2015, vernam ik het verschrikkelijke nieuws enkele uren na de aanslag via berichten op Facebook die verschillende reeds opgedoken complottheorieën probeerden te ontkrachten. Twintig minuten na de aanvallen in de luchthaven van Zaventem en in Brussel op 22 maart 2016, waren er in gespecialiseerde Facebook-groepen al mensen die met schijnbaar grote zekerheid rondtoeterden dat ook dit false flag operations moesten zijn. Voor heel veel complotdenkers is false flag operation geen conclusie die men bereikt na een onderzoek, maar een grondhouding, een uitgangspunt voor het verdere onderzoek dat ze dan kritisch noemen.

Achter deze aanvallen wereldwijd zit volgens Dammegård een op absolute macht beluste elite van een paar 1000 mensen die psychologische spelletjes speelt, niet alleen met het grote (nieuws)publiek, maar met de ganse wereldbevolking. Deze toplaag voert zogenaamde psy-ops uit, aanslagen en terreuraanvallen onder valse vlag, waarop steevast een uitbarsting van emotionele reacties volgt. En dat geeft diezelfde elite dan weer extra redenen om zo mogelijk nog meer controle uit te oefenen door middel van straatcamera’s, krijgswetten en militairen op straat. In al die tijd heeft Ole gezocht naar terroristen, maar hij heeft er nog nooit één gevonden, zegt hij. Geen enkele aanslag die door de officiële media bestempeld wordt als een terreurdaad, werd door een “klassieke” terrorist uitgevoerd. In het publiek wordt instemmend geknikt: Dammegård bevestigt wat ook de luisteraars reeds lang wisten.

Pizza

Hoe de elite dat doet maakt Dammegård duidelijk aan de hand van onderstaande YouTube-video, een oude reclamestunt die trouwens in verschillende landen werd opgevoerd en gefilmd. Het scenario is gekend: één druk op de rode knop op straat zet een hele resem activiteiten in gang die steeds spannender en gewelddadiger worden. Dat is hoe ze het doen, rondt Dammegård dit stuk af, deze clip volgt dezelfde blauwdruk als echte aanslagen. Ik ben een van de weinigen die in de lach schiet bij zoveel onnozelheid.

Elke aanslag is zoals een pizza, verzekert hij ons: de vorm kan al eens afwijken, de ingrediënten zijn niet steeds hetzelfde, soms liggen er pepers op, soms stukjes ananas, maar uiteindelijk is het wel een pizza, wel een aanslag. Een false flag operation. Deze beeldende metafoor stelt hem op een merkwaardige manier in staat om te zeggen dat ook het gebrek aan bewijs op zich een bewijs is van een false flag operation.

De doelen van de aanslagen zijn steeds iconische plaatsen, genre World Trade Center, wat heel wat emotionele kan genereren. Vervolgens noemt hij enerzijds zowat elke plaats met een bekend monument op waar recentelijk een aanslag werd gepleegd en anderzijds enkele wereldberoemde monumenten, waarvan enkele niet het decor vormden van een (recente) aanslag. Doodleuk gaat hij verder met het opsommen van plaatsten die bezwaarlijk iconisch genoemd kunnen worden, genre supermarkt of busstations. Voor hem is dat doodleuk een bewijs dat “they are running out of targets”.

Anomaly hunting & cherry picking

Dit is zowat de ondertoon van zijn lezing: hij noemt enkele kenmerken op die voor hem het bewijs zijn van een false flag operation. Maar ook het ontbreken van die kenmerken toont aan dat het om een operatie onder valse vlag gaat. Het ontbreken van een bepaald ingrediënt wordt plots een bewijs dat de pizza echt wel bestaat.

Een soortgelijke redenering zet hij op in verband met oefeningen van veiligheids- en reddingsdiensten. Zulke oefeningen kondigen veelal een aanslag aan, behalve wanneer ze het niet aankondigen. Driloefeningen noemt hij een dekmantel, maar “not every drill is a set-up. Some are, some aren’t. It’s a business, a game”. En wie voorziet ons in die bescherming, of beter, wie verkoopt die bescherming? Op deze retorische vraag past enkel het antwoord “Mmmh, juist, ja”.

Hij dramt nog even door over die veiligheidsdiensten: de hulpdiensten voeren eigenlijk de explosieven, de “slachtoffers” en de “daders” aan en ze gebruiken het eigen rijdend materieel om die aanvoer voor het publiek te verbergen. Op heel wat foto’s die hij toont staat centraal een grote truck van de brandweer of een ambulance. Op latere foto’s zijn er dan weer geen grote wagens te zien die ons het zicht zouden belemmeren. En dat is een tweede truc die hij enkele keren zal opvoeren. Hij vertelt over kenmerken A, B, C, toont foto’s met A, B en C. Latere foto’s gemaakt tijdens soortgelijke gebeurtenissen moeten dan weer iets anders aantonen, pakweg kenmerken D, E en F, maar de eerder genoemde typische kenmerken A, B, C zijn in de verste verte niet te bespeuren. En vice versa.

Ook bussen verschijnen volgens hem verdacht veel op foto’s en ze worden bewust “achtergelaten” om het zicht van pottenkijkers te beperken, althans dat vertelt hij bij het tonen van een beeld waarbij de fotograaf er blijkbaar voor gekozen heeft om op de bus te focussen. Dat kan niet, dat is onmogelijk, onlogisch, fulmineert hij. Wat er zo onlogisch is aan bussen in een Europese grootstad, vermeldt hij niet! Dat die bussen achtergelaten worden bij rampen vindt hij blijkbaar ook verdacht. Dat chauffeurs bizar lijkende manoeuvre uithalen direct na een aanslag, of wanneer het verkeer in de knoop zit door een aanval, kan helemaal niet.

Idem dito voor de witte bestelwagens: zij zouden de regisseur en de mensen van de special effects vervoeren naar het hartje van de aanval. Opnieuw een paar foto’s van witte camionettes net na een aanslag. Opnieuw niet verbazingwekkend in een moderne Europese grootstad. Een fotoreeks of wat later: geen witte bestelwagen meer te bespeuren. Van de meeste van die foto’s zal hij later trouwens zeggen dat de kwaliteit opvallend (en dus onlogisch en dus verdacht) goed is, opnieuw een bewijs dat het hier om een complot gaat (en niet om foto’s van, ik zeg maar wat, professionele fotografen of mensen met een goed toestel en een dosis fotografisch geluk bij een reusachtig ongeluk).

Ondertussen merk ik dat ik geprangd zit tussen twee soorten mensen: de ene vindt het nodig om luidkrakende plastic doosjes te open en zijn druifjes op te smikkelen, de andere laat zijn buren in de wijde omtrek ongevraagd weten dat ook hij op de hoogte is van heel wat false flag operations en fake aanslagen. In een zaal waar de akoestiek erbarmelijk is, kan dit soort extra achtergrondlawaai gemist worden. Het valt me steeds meer op hoe onbeschoft en luidruchtig het publiek is tijdens dit soort evenementen. Meer nog dan om te komen luisteren, lijken ze te komen om het eigen complotgebroebel uit de spreekwoordelijke onderbuik op de eerste de beste toehoorder los te laten.

Wordt vervolgd.

Creationisme en Wetenschap (5): the easiest person to fool

Op zaterdag 7 april ging het eerste congres van het Logos Instituut in Vlaanderen door onder de naam “Bijbel en wetenschap. Scheppingsgeloof onder vuur”. Locatie: de kerk van de Vrije Evangelische Gemeente Antwerpen. In het vijfde en voorlopig laatste deel van mijn verslag bespreek ik de lezing van Johan Vanbrabant.

* * *

Direct na de lezing van Vanbrabant vraag ik me af of de termen fundamentalistisch en fundamenteel oneerlijk synoniem zijn. Een week later denk ik dat mijn vraag fout is. De dag was begonnen met twee gedistingeerde heren professoren, ging verder met moderne, dynamische jongeren wiens evangelische drift bijna zo sterk was als hun Studio 100-achtige, mercantiele neigingen, om te eindigen met Johan Vanbrabant, een man waarvan mijn grootvader zou gezegd hebben dat hij “een ras op z’n eigen” is.

Vlot pratend en volleerd podiumbeest, dat wel, maar niet gespeend van al te platte humor of geheel overbodige knipogen naar die Nederlanders die dit of ’t geen niet volledig zouden begrijpen. Vlaemsch-‘Ollandse taalgrapjes anno 2018? Naah, hoeft echt niet. Mocht ik deze man om iets over drie aan de toog bezig horen, ik zou me minder verbazen dan nu, iets over drie vooraan in een kerk. Ergens in mijn nota’s vind ik terug dat deze woordenpatser spreekt in (hoge)scholen en zelfs universiteiten.

Net zoals de meeste sprekers die dag is ook Vanbrabant hoogopgeleid; zijn professionele bezigheden ogen indrukwekkend. De beroepskennis van deze intelligente mensen noopt tot bescheidenheid. Laat er geen twijfel over bestaan, de meeste sprekers die dag zijn meer dan bovengemiddeld verstandig, de andere mocht het ronselpraatje houden.

Helaas hebben mensen, intelligent of niet, al eens de neiging om zichzelf voor gek te zetten. Hoogopgeleiden kunnen zichzelf vergalopperen, vooral maar niet uitsluitend in vakgebieden waarin ze niet gespecialiseerd zijn. En dat ondanks het feit dat ze zich ook daarin een expert wanen. Vaak lijken dan de worden van Richard Feynman te gelden: “The first principle is that you must not fool yourself — and you are the easiest person to fool”. Terwijl dit geldt voor zo ongeveer iedereen, voegde filosoof Johan Braeckman, en met hem vele anderen, eraan toe dat vooral intelligente mensen er zeer goed in slagen om zichzelf op een al dan niet quasi-rationele manier, en meestal zeer eloquent, te immuniseren tegen kritiek van derden op hun (waan)gedachten.

Net zoals de meeste sprekers die dag is Johan Vanbrabant een expert in wat ik nu maar even voor het gemak de evangelische geïnspireerde ideologische kritiek op wetenschap, evolutietheorie en geologie zal noemen. Net zoals bij de andere sprekers wordt het helemaal niet duidelijk wat hij nu precies weet omtrent de wetenschappelijke gebieden die hij meent te moeten bekritiseren. Laat hij zich niet hinderen door een gebrek aan kennis of kent hij het vakgebied wél en laat hij zich niet hinderen door een gebrek aan eerlijkheid? Een volgende vraag is dan meteen: maakt dat uit voor een ideoloog, maakt dat uit voor een fundamentalist? Ik denk dat iemand met zo’n ideologisch geladen, fundamentalistische boodschap niet meer stilstaat bij een eventueel gebrek aan kennis of eerlijkheid. Zelfreflectie en bescheidenheid zijn volgens mij al lang geleden vervangen door een immunisatieproces dat de spreker ver boven dit soort triviale vragen verheft.

Zijn praatje begon met een overbodige uitleg over wat wetenschap nu is, waarbij hij al goochelend woorden als feiten, kennis en informatie in een nietszeggend schema probeerde te duwen dat verder geen enkele functie vervulde. Interessanter was dat ook hij de canard aanhaalde die Van Heugten eerder de dag had vermeld: wij mensen kijken sowieso met een gekleurde bril naar de realiteit. Met andere woorden, wetenschap kan niet objectief zijn. De Bijbel daarentegen is voor hem het meest coherente verhaal, is voor hem wél wetenschappelijk verantwoord. Lees de twee vorige zinnen gerust nog een keer als het u niet direct opvalt hoe Vanbrabant hier in zijn eigen staart bijt.

Opnieuw zitten we in deel 1 van deze reeks, Laat ons bidden: de Bijbel en niets anders dan de Bijbel. De rest is opvulsel, piepschuim. En eigenlijk wordt dit mooi (maar waarschijnlijk ongewild) geïllustreerd door de aankondiging van het tweede congres dat het Logos Instituut zal organiseren in Antwerpen later dit jaar. We kunnen er nú al voor inschrijven, hoewel er momenteel (14 april 2018) nog geen namen van sprekers of onderwerpen van de lezingen bekend zijn. Maar au fond dat is ook niet zo belangrijk, het zijn toch slechts voetnoten bij het Bijbelse verhaal. Oh ja, één lezing is al wel ingevuld, die van Jan van Meerten, de ronselaar van het Instituut, de handelaar in de tempel. Zijn kassa staat al klaar, nu de rest nog.

Terug naar de lezing. Het zou naïef geweest zijn te denken dat er tijdens een congres voor en door fundamentalistische christenen over wetenschap en creationisme een poging zou ondernomen worden om het hele bedrijf van dé wetenschap, wat daarmee ook bedoeld wordt, op een eerlijke manier af te schilderen.

Toch begin ik met een positieve noot: Vanbrabants kritiek op de tekortkomingen van de wetenschap maakt ongemakkelijk, maar is meer dan terecht. Hij voert aan dat het wetenschapsbedrijf niet zonder fouten, kemels en zelfs hemeltergend bedrog is. Foute woordkeuze: goede wetenschap is voor deze gelovigen in een God van Gebakken Lucht hemeltergend, maar u begrijpt wat ik bedoel. Meestal zijn het dan andere wetenschappers die de fouten, kemels én het bedrog naar boven spitten (zie bij wijze van voorbeeld Retraction Watch), maar dat neemt het bedrog niet weg.

Hij heeft dus zeker een punt met zijn kritiek, maar hij weegt het niet af tegen de voordelen van datzelfde wetenschappelijk bedrijf, en daarin toont hij zich dus zeer onevenwichtig, om niet te zeggen oneerlijk. Nochtans waarschuwt Vanbrabant ook zijn broeders en zusters in het ware geloof: zij moeten integerder omgaan met hun geloof dan de wetenschappers met hun onderzoekjes, en dat is niet altijd het geval, roept hij triomfantelijk.

Vanbrabant gaat nog enkele stappen verder: het geheel van wetenschappelijke onderzoeken, de valse, bij elkaar gelogen artikelen kosten de gemeenschap handen vol geld en het dient alleen maar om de gehechtheid aan een bepaald socio-politiek-wetenschappelijk systeem te bestendigen. En hier schakelt hij knarsend, niet zozeer naar een hogere, wel naar een andere versnelling.

Hij vraagt zich al te luid af waar dat evolutionistisch gedachtegoed goed voor is. Alvast niet voor de bescherming van (zwakke) dieren, want dat druist in tegen het recht van de sterkste. Ook ziekenhuizen en de verzorging van zieken en zwakken gaan volgens Vanbrabant in tegen het evolutionair denken. Ik kan mijn oren niet geloven en vraag me af of de zaal wel groot genoeg is voor de stropop die hij probeert op te trekken. Iemand die de natuur beschermt, gaat hij verder, is niet “evolutionair bezig”. Waarom zouden mensen dieren, planten of ecosystemen willen redden die tóch verloren zullen gaan omwille van de “evolutionaire druk”. Evolutionair staat voor hem gelijk aan stinkende fabrieken, kapotte natuur. De wereld gaat ten onder aan het evolutionaire denken. En na al de uren te hebben geluisterd naar dit soort gejengel, begin ik het dan toch stilaan op mijn sijsjes te krijgen.

Vanbrabant voert aan dat men als niet-christen niet consequent de natuur kan willen redden. Invasieve planten, aldus de spreker, “da’s evolutie, hé”. Ik vraag me ondertussen af of twee handen genoeg zijn voor een facepalm. Mensen die problemen hebben met invasieve planten en dieren, gaan in tegen evolutie. In mijn nota’s staat op dit punt “hoe idioot kan een mens zijn?”, terwijl ik me eigenlijk had moeten afvragen of hij er zich van bewust zou zijn of zijn uitleg één gigantische stropopargument is, of hij er zich van bewust is dat hij nonsens vertelt. Groot was dan ook mijn verbazing, zelfs na een volledige dag onder creationisten, dat één van de reacties door een geestesgenoot op een vorig artikel diezelfde van de pot gerukte manier van denken volgt.

De rest van de lezing gaat aan mij een beetje voorbij. Ik verneem weinig boeiende zaken, ben moe, ben het beu en wil naar vrouw en kind. Ik hoor nog hoe Vanbrabant dna vergelijkt met een computerprogramma. Verandert men een 1 of een 0 aan een computerprogramma (sic), dan werkt het niet meer, dan loopt het vast. Gebeurt er één verandering in het dna, één mutatie, dan stopt ook dat biologische programma. Dna kan alleen maar 100 procent gekopieerd worden of niet, zegt deze vader van vijf kinderen. Alles moet passen, het is een kwestie van niet-reduceerbare complexe systemen. Behalve zijn uitleg, die slaat nergens op. Hij denkt zelfs dat op enkele geanimeerde gifs individuele atomen te zien zijn.

Een deel van mijn suf hoofd denkt dat met deze term de imaginaire creationistische bingokaart vol is, een ander deel probeert in te schatten hoe hard mijn ongelovige partner, wetenschapslerares die de evolutietheorie niet uit de weg gaat, die opgeleid is als milieuwetenschapster en serieuze biotechnologische inclinaties heeft, die elk schooljaar uitleg geeft over dna, die gewonde vogels naar het dierenasiel brengt, die vegetarisch eet omwille van redenen die te maken hebben met milieu- en dierenwelzijn, met de uitleg van deze onnozele hals gaat lachen.

Even later toch protest uit de zaal. Om een reden die ik gemist heb wegens sufgeluld, begint Vanbrabant plots over de bekende Sokal-affaire. Even opfrissen: in 1996 stuurde de natuurkundige Alan Sokal een nepartikel tsjokvol wetenschappelijk jargon naar het academische tijdschrift Social Text, dat het prompt publiceerde. Ik heb deze affaire heel kort beschreven in het artikel Genereer uw eígen nonsens. Volgens Vanbrabant toont de Sokal-affaire nog maar eens aan hoe je wetenschappers alles kan wijsmaken, hoe wetenschappers zonder nadenken, zonder overleg, zonder kennis van zaken, zonder verstand wetenschappelijk aandoende nonsens accepteren en publiceren.

Iedereen die een klein beetje vertrouwd is met deze affaire, weet echter dat Sokal deze tekst schreef om aan te klagen hoe bepaalde, vooral postmodernistisch geïnspireerde praatjesmakers zich wetenschappelijk jargon en stellingen verkeerdelijk toe-eigenden, fout voorstelden en misbruikten om hun eigen ideeën te pushen. Of Vanbrabant weet dit niet en heeft de tekst, het latere boek Intellectueel Bedrog (samen met de Belg Jean Bricmont) of de naweeën van deze kleine bom in Pomoland nooit gelezen en dan is hij oneerlijk. Of hij kent de affaire wél en liegt omwille van de goede, evangelische zaak. Hoe dan ook, de ironie is verschroeiend.

Terwijl ik luister naar de proteststem uit het publiek, die inderdaad probeert uit te leggen dat Vanbrabant hier (andermaal) de grens van het welvoeglijke overtreden heeft door de aard en de intentie van Sokals artikel totaal verkeerd voor te stellen, dat hij dus andermaal liegt en zeer oneerlijk is, begint het me te dagen dat ik het ben die zo tekeer gaat. Waarmee ik mijn zelfopgelegde regel tijdens dit soort samenkomsten, namelijk geen interactie, schend. Ik kom om te observeren, niet om te discussiëren.

Na de lezing pak ik mijn boeltje samen waarin genoeg notities zitten voor een artikel of twee en vertrek. Het is echter dankzij de aanmoedigingen van Jan van Meerten van het Logos Instituut en de reclame die hij maakt voor mijn blog, dat ik naarmate de week vordert, toch beslis om er meerdere delen aan te wijden. Ik moet deze man écht wel bedanken voor het verkeer op mijn website dat hij gegenereerd heeft. Jan, merci, gast ;-). Hij heeft mij ondertussen ook bedacht met een tegenartikeltje en vraagt zich af wanneer ik daarop ga reageren. First things first, Jan, ik heb nog een lezing van een complotdenker in Breda te bespreken, en nee Jan, een moddergevecht met een varken dat zijn modderpoel kent, daarin heb ik geen zin. Er is ook weinig reden om mijn artikel te veranderen of te verantwoorden. Misschien later, Jan.

Als cultureel katholiek maar levenslang atheïst voldeed ik vrij goed aan beschrijving van Maarten Boudry van de moderne seculier die niet zo vertrouwd (meer) is met gelovigen die zeer weinig water in hun goddelijke wijn willen doen. Vóór het congres en enkel op basis van de teksten die ik ter voorbereiding had gelezen, kon ik me moeilijk inbeelden hoe fundamentalistisch fundamentalistische christenen zijn, hoe sterk zij vasthouden aan hun letterlijke lezing van de Bijbel (nu ja, zolang het hen uitkomt tenminste), hoe bereid zij zijn hun ideologie te laten primeren op eerlijkheid. Dat is bij deze bijgesteld.

Tot slot: de aanwezigheid van een ex-inspecteur van het protestants evangelisch onderwijs in Nederland en Vlaanderen en een lesgever uit Limburg, maakt mijn verbazing over deze dag enkel maar groter. Als ik terugdenk aan de hardcore anti-seculiere en dus anti-democratische nonsens die ik tijdens de lezingen heb mogen aanhoren, dan kan ik enkel vaststellen dat het verschil met de lieflijk opgestelde leerplannen van bijvoorbeeld het Protestants Evangelisch Godsdienstonderwijs in België zeer groot is. Ik hoop dat deze leerplannen niet louter de aardige façade zijn waarachter leugenachtige stukjes à la congres worden opgevoerd.

Creationisme en Wetenschap (4): brildragers onder elkaar

Op zaterdag 7 april ging het eerste congres van het Logos Instituut in Vlaanderen door onder de naam “Bijbel en wetenschap. Scheppingsgeloof onder vuur”. Locatie: de kerk van de Vrije Evangelische Gemeente Antwerpen. In het vierde deel van mijn verslag bespreek ik de minder geslaagde lezingen van Gert-Jan van Heugten en Jos Philippaerts. Ik zal ook de steeds zenuwachtiger wordende woordvoerder van het Logos Instituut een beetje ter wille zijn: hij vindt nu al dat ik te veel aandacht heb besteed aan het congres. Een korte bespreking dus; enkel de hoogtepunten, quoi.

* * *

De lezing van chemisch ingenieur Gert-Jan van Heugten was niet bijster interessant. Eerst en vooral kwam ook deze handelaar zijn “eigen bedrijfje” voorstellen in de tempel, waaromschepping.nl. Er moet blijkbaar heel wat verkocht worden op zo’n creationistische congres.

Vervolgens warmde hij enkele oude theorieën op die zouden aantonen dat dino’s en mensen tegelijkertijd leefden, onder meer gebaseerd op archeologische afbeeldingen waarop dino’s zouden staan (genre palet van Narmer, de Ta Prohm tempel in Cambodja) en de obligate voetafdrukken van dino’s en mensen naast elkaar. Oude kost, reeds genoeg besproken en ontkracht, maar dus nog steeds zeer populair onder creationisten. Hiervoor heb ik echt geen tijd.

Of toch eentje, wat mij betreft het komische hoogtepunt van de dag. Fossielen van vissen zijn een feit, Van Heugten heeft zelfs een fraai voorbeeld bij dat hij met zichtbare trots toont. Nee, dat soort aanstekelijk enthousiasme faket men niet. Leuk om zien: de man houdt werkelijk van zijn fossielen.

Maar hoe ontstaat nu een fossiel van een vis? Een scherp denkende Van Heugten merkt op dat een gemiddelde vis in een viskom niet zinkt, maar boven drijft. Voor een creationist is de stap tussen viskom en oceaan snel gezet. Hij is trouwens niet de eerste die zo’n banale vergelijkingen maakt die dag. Zondvloedgeoloog Heerema had al eerder verwezen naar het graven van een greppeltje aan de ene kant van een voetbalveld, waarna door middel van een snok aan de losgekomen grasmat de doelpalen aan de andere kant van het terrein verschuiven. Dat vergeleek hij met een traditionele verklaring van een of ander geologisch fenomeen. Met dit soort koekenbakkers moesten we het dus stellen, die zaterdagnamiddag. Het contrast met de oudere, academisch opgeleide intellectuelen die de twee ochtendlezingen voor hun rekening namen, is groot. Blijkbaar is er een evolutie in de verschillende generaties creationisten: minder waardigheid, meer platte commercie, simplistischere vergelijkingen en kinderachtigere voorbeelden. Zou het creationisme aan het verkindsen zijn onder impuls van het Logos Instituut?

Terug naar onze vis. Deze kan dus niet sterven en vervolgens op de bodem fossiliseren, er moet minstens iets als een modderlaag zijn die met heel veel kracht de nog levende, zwemmende vis bedekt. En dat is enkel mogelijk in omstandigheden die gewelddadig en catastrofaal te noemen zijn. Pakweg een wereldwijde zondvloed zoals beschreven in de Bijbel. Kiest u zelf maar tussen “Tadaaa!” en “Tja!”.

Boeiender was het inkijkje dat de joviale Nederlander ons opnieuw bood in de gedachtegang van een fundamentalistische creationist. Voor hem zijn evolutionair denken en creationistisch denken gewoon twee brillen die men kan opzetten, niet meer, niet minder; op het eerste zicht dus inwisselbaar en schijnbaar evenwaardig. Een halve zin verder blijkt dat de evolutionaire bril volgens hem de foute focus heeft, wat had u gedacht? Verder gaat hij er ook van uit dat “als het meest onwaarschijnlijke deel van de Bijbel waar is, dan zal de rest ook wel waar zijn”. Dat het waarheidsgehalte van de Bijbel vooral aangetoond wordt omdat het in de Bijbel staat, is een circulaire gedachte die hij niet uitspreekt. En nee, verwijzingen naar pseudowetenschappelijke theorieën, bieden geen soelaas.

Op naar Jos Philippaerts, voorzitter van CreaBel, die zich toelegt op kosmologie, meer bepaald op plasmakosmologie. Niet echt mijn ding, dus ik ga me hier iets meer op de vlakte houden. Wat ik begrepen heb is dat hij het model van Newton niet volgt, dat hij betwijfelt of (Newtoniaanse) zwaartekracht wel overal op dezelfde manier speelt.

De revolutie in de kosmologie die werd ingezet door de waarnemingen van Edwin Hubble en werd uitgewerkt door onder meer Georges Lemaître en Albert Einstein, is volgens hem te veel gebaseerd op rekenwerk. Verder doet hij de moderne kosmologie, met “zwarte energie”, “zwarte materie”, “hyperruimte” af als een sprookje, als een slechte episode uit de Star Wars-reeks. “Je moet eigenlijk een hele dag bezig zijn om die kosmologie te begrijpen”, is zijn vernietigend oordeel.

Volgens hem is de zwaartekracht veel te zwak (waarvoor-ie te zwak is, wordt niet geheel duidelijk) en kijkt hij naar sterkere krachten, naar elektriciteit en magnetisme. Op naar de plasmakosmologie, het onderwerp van zijn praatje. Enfin, dat had ik gedacht; slechts hier en daar begrijp ik een zin van een lezing die, naarmate ze vordert, steeds incoherenter wordt. Ik zit nochtans als leek in het publiek om bij te leren. Het lukt mij evenwel niet om deze man te volgen. Ik zie in mijn notities alleen nog “onze zon is een bolbliksem” en “Velikovsky”. Dit laatste maakt me terug iets wakkerder en alerter.

Velikovsky beschreef in een van zijn bekendste boeken Werelden in botsing hoe een brok materie werd losgeslagen uit Jupiter en hoe die ruimteklomp die wij nu Venus noemen, zich een weg baande naar haar huidige plaats, maar niet zonder eerst gebotst te hebben met Mars. Dit traject zou volgens Velikovsky beschreven worden in tal van oude bronnen. Wat deze man nu met het eigenlijke onderwerp te maken heeft, wordt niet uitgelegd (of heb ik gemist).

Wat eveneens niet duidelijk wordt tijdens de lezing (ik vind het nu toevallig terug in het Wikipedia-artikel over Velikovsky), is de connectie tussen hem en David Rohl, een “onafhankelijke onderzoeker” die dr. Dirkzwager eerder die dag aanhaalde in zijn lezing waarin hij de Egyptische chronologie zo masseerde dat ze overeenkwam met de Bijbelse chronologie. De link tussen mensen als Velikovsky, Rohl en andere “onafhankelijke onderzoekers” die de consensus in hun vakgebieden afwijzen, is best interessant en vraagt misschien meer leeswerk mijnentwege.

Verder legde Philippaerts uit dat de Egyptische piramides gebouwd werden om bescherming te bieden tegen het kosmische geweld en dat de elites door de eeuwen heen tunnels en ondergrondse steden hebben uitgegraven met hetzelfde doel. Jammer genoeg moet hij met deze hints naar grootse complotten de lezing afsluiten.

Al bij al gaf Philippaerts een vrij onduidelijke lezing, voer voor mensen die zich op zijn niveau bevonden. Voor hemzelf dus.

Creationisme en Wetenschap (3): Tips & tricks

Op zaterdag 7 april ging het eerste congres van het Logos Instituut in Vlaanderen door onder de naam “Bijbel en wetenschap. Scheppingsgeloof onder vuur”. Locatie: de kerk van de Vrije Evangelische Gemeente Antwerpen. In het derde deel van mijn verslag wil ik enkele tips & tricks geven omtrent het behandelen van al dan niet wetenschappelijke bronnen, artikelen en boeken tijdens een presentatie.

* * *

T&T 1: verwijs niet naar vaag “wetenschappelijk” of “archeologisch onderzoek”, geef referenties

Tijdens een lezing voor een lekenpubliek is het zelden een goed idee om vaagweg te verwijzen naar “wetenschappelijk onderzoek”, of naar onbestemde “onderzoekers” die misschien wel eens “hebben aangetoond dat…”. Dat is een beetje flauw. Het publiek heeft er weinig aan, maar al bij al gelooft men meestal de spreker op haar of zijn woord. De toehoorders gaan er mijn inziens van uit dat de spreker (1) eerlijk is en (2) zich terdege heeft voorbereid. Trouwens, niemand wil tijdens de lezing rap rap dat onbestemde onderzoek snel even googelen en nog minder mensen willen dat doen na de lezing.

Toch mag men rekening houden met mensen die wél geïnteresseerd zijn in het onderwerp, die wél verbaasd zijn door wat mogelijk nieuw en baanbrekend onderzoek zou kunnen zijn. Een referentie (al dan niet in de hand-out of op een dia) is dus meer dan welkom, al is de kans groot dat één artikel weinig zegt over de consensus.

Een voorbeeld: zowel Prof. dr. Sieberma als Dr. Arie Dirkzwager (“Uittocht, doortocht en intocht. De exodus van Israël en de archeologie”) vermeldden dat “archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat de Israëlieten die Egypte verlaten hebben tijdens de exodus, het alfabet hebben uitgevonden” en door hen hebben wij ons schrift verworven. Iemand die de vakliteratuur niet kent, gaat dit misschien nog voor waar aannemen. Het wordt per slot van rekening gezegd door twee geleerde specialisten. Iemand die de vakliteratuur een klein beetje volgt en de consensus kent, fronst hierbij de wenkbrauwen en gaat nieuwsgierig maar in dit geval tevergeefs op zoek naar wetenschappelijke literatuur die dat nieuwe idee ondersteunt.

De consensus luidt dat het Hebreeuws schrift een afgeleide is van het Fenicisch schrift. Een preciezere term voor deze schriftsoorten is abjad, waarbij in de pure vorm enkel de medeklinkers worden geschreven als een apart letterteken. Waarschijnlijk waren het de Grieken die op basis van het Fenicische schrift de stap hebben gezet om alle klanken, dus ook alle klinkers, te schrijven. Egypte komt niet voor in dit verhaal.

Een van de weinige correcte bronvermeldingen betrof de vertaling van de Bijbel die in deze gemeenschap gehanteerd wordt: de Nieuwe Bijbelvertaling uit 2004. En dat is mager in het kader van een lezingenreeks over creationisme en wetenschap.

T&T 2: als je verwijst naar een specifiek boek of artikel, stel de inhoud dan op een eerlijke manier voor

Van iemand die een lezing geeft, mag eerlijkheid en oprechtheid verwacht worden. Wat niet automatisch wil zeggen dat men akkoord hoeft te gaan met de inhoud, of beter, met de conclusies van de lezing. Wanneer de spreker een zeer specifieke bron aanhaalt en de inhoud daarvan bespreekt, dan mag men een zekere graad van correctheid verwachten bij het voorstellen van de inhoud van die bron.

Opnieuw, niemand in het publiek kan tijdens de lezing die bron controleren, weinig mensen doen dat achteraf. Al bij al is dat een kwestie van vertrouwen. Kritisch of niet, ik denk dat een toehoorder meestal in grote mate bereid is om de spreker te vertrouwen wanneer deze (controleerbare) feiten voorlegt.

Een voorbeeld: Jan van Meerten slaagde erin dat vertrouwen te beschamen bij zijn bespreking, of beter, bij zijn smalende opmerkingen over Stefan Blanckes boekje De Schepping na Darwin. Over modern creationisme en intelligent design. Sympathie heeft Van Meerten wel voor de auteur, maar hij kan het niet laten om een onooglijk detail te “corrigeren” en daarmee diens geloofwaardigheid als onderzoeker in twijfel te trekken. Want dat doe je natuurlijk ten opzichte van mensen voor wie je sympathie hebt.

Volgens de man van het Logos Instituut vermeldt Blancke dat het (georganiseerde) creationisme een relatief recente stroming is. Blancke zou verwijzen naar een (niet nader genoemd) boek uit 1923. Van Meerten zelf heeft zowaar ooit een (eveneens niet nader genoemd) boek op een rommelmarkt gevonden uit – hij kan zijn lach niet inhouden – 1910. Dertien jaar ernaast dus. Checkmate, atheists!

Of toch niet.

Eerste detail: Blancke kent de literatuur, kent de geschiedenis van de stroming. Enkel bij wijze van voorbeeld: één van de gezaghebbende auteurs over dit onderwerp, Ronald L. Numbers, heeft het voorwoord geschreven van Blanckes andere boek, Creationism in Europe. Trouwens, het boek van Numbers The Creationists. From Scientific Creationism to Intelligent Design is een aanrader (en wordt vermeld in de beperkte literatuurlijst achteraan Blanckes boek, een aanrader trouwens).

Tweede detail: het boekje De Schepping na Darwin pretendeert niet meer dan een inleiding te zijn (het telt zo’n 80 pagina’s tekst) en Blancke heeft ervoor gekozen om bepaalde uitspraken in zijn verhaal niet te overladen met details of datums. In het stuk “Het eerste verzet tegen evolutie” (p. 23) schrijft hij dat in het “eerste kwart van de 20e eeuw in de Verenigde Staten het verzet groeide tegen de evolutietheorie”. Eerste kwart, daaronder versta ik de periode 1900-1925. Vervolgens verwijst Blancke op diezelfde pagina naar de Fundamentals, en dat is een reeks van publicaties die liep van 1910 tot 1915 (p. 23 én 24). En laat 1910 nu net het jaartal zijn dat Van Meerten gebruikte als clou van zijn smalende opmerking. Blancke vermeldt 1923 als jaartal waarop Oklahoma een wet goedkeurde “die ervoor zorgde dat kinderen uit de lagere school gratis handboeken kregen, maar enkel als die niets over evolutie vermeldden.”

Met andere woorden, Van Meertens “correctie” van een “fout” die niet in het boek staat, bestaat uit de informatie die eigenlijk wél in het boek van Blancke te vinden is. Hoe zou u dit omschrijven, Jan? Als jokken? Het lijkt me iets te geëlaboreerd om dit af te doen als “oepsie, foutjeuh”.

Hoe dan ook, dit voorvalletje was een minuscuul detail in een al bij al vrij overbodige lezing van iemand die geld en leden kwam ronselen. De veel belangrijkere, tenenkrullende leugens, namelijk de schrijnende misrepresentatie van de Sokal-hoax door Johan Vanbrabant later die dag, zal ik in een ander artikel uit de deken doen.

T&T 3: woorden hebben een betekenis; idiosyncratische betekenissen toegekend aan woorden dienen verduidelijkt te worden

Er zijn tijdschriften, populair-wetenschappelijke tijdschriften en gepeerreviewd wetenschappelijke tijdschriften. Men moet al over heel veel fantasie beschikken om het tijdschrift WeetMagazine voor te stellen als een populair-wetenschappelijk tijdschrift:

Geïnteresseerd in de wereld om je heen? Verwonderd over Gods schepping? Nieuwsgierig hoe onverklaarbare, maar ook alledaagse dingen, in elkaar steken? Dan maken we Weet Magazine voor jou! We schrijven over opmerkelijk wetenschappelijk onderzoek, leuke weetjes, unieke invalshoeken en dat alles vanuit Bijbels perspectief. (mijn nadruk)

Het Logos Instituut was zo genereus om exemplaren van dit mooi en verzorgd uitgegeven magazine uit te delen. Een bespreking van het laatste nummer volgt.

Maar alles kan beter: ingenieur Stef. J. Heerema zal tijdens zij lezing “Geologie en de zondvloed” uitpakken met de verwijzing naar een eigen artikel verschenen in het gepeerreviewde tijdschrift Journal of Creation. In zijn lezing beweerde hij dat zoutgesteenten overal ter wereld worden aangetroffen, dat zoutgesteenten enkel kon verspreid worden in opgeloste vorm, dus in een waterige omgeving, ergo de (wereldwijde) zondvloed is hiermee voldoende aangetoond (én het staat ook nog eens in de Bijbel).

Eigenlijk is het heel bizar dat een groep mensen die zo’n afkeer hebben van alles waar wetenschap voor staat, toch de formele (maar niet meer dan de formele) kenmerken, waaronder de labels van die wetenschap, overnemen. Feynmaniaanse cargo cult science pur sang. Iemand als een Heerema gaat er blijkbaar vanuit dat het opplakken van de labels ‘peerreview’ en ‘wetenschappelijk tijdschrift’ een vodje zoals Journal of Creation effectief een gepeerreviewd tijdschrift is.

Gert-Jan van Heugten, scheikundig ingenieur en dino-fanaat, ging zelfs nóg een stap verder: zijn amechtige poging om wetenschap te definiëren hield in dat alle kennis begint bij ontzag voor de Heer. Met andere woorden, goede wetenschap begint bij de Bijbel. En we zitten weer bij het eerste artikel van deze reeks, bij de lezing van de eerste verzen van Genesis, en zijn we heel ver verwijderd van wat wetenschap nu precies voor academici, onderzoekers, leken en enthousiastelingen, of beter, voor niet-fundamentalisten die ene term kapen en parasiteren, betekent. Gert-Jan van Heugten probeer ik later te bespreken, en meer bepaald in een artikel over mijn verbazing hoe hopeloos achterhaalde en ontkrachte verhaaltjes à la von Däniken, Velikovsky c.s. geacapereerd lijken te worden door hedendaagse creationisten, waaronder ook het opperhoofd van CreaBel, Jos Philippaerts.

T&T 4: goede seculiere wetenschap: slecht; slechte seculiere wetenschap: goed

Verwerp de meeste vormen van wetenschap, wetenschappelijke inzichten zijn ook niet nodig aangezien er iets bestaat als de Bijbel. Als men dan toch wetenschappelijk onderzoek aanhaalt, dan zijn er twee mogelijkheden.

  1. Het is mij verschillende keren opgevallen dat van bepaalde onderzoekers wiens bevindingen wél in het fundamentalistisch kraampje passen, zéér expliciet gezegd worden dat ze atheïsten zijn, ongeacht de wetenschappelijke status van die onderzoeker. David Rohl, een blijkbaar ongelovige auteur die zich heeft laten beïnvloeden door o.a. Velikovsky, wordt op handen gedragen. De onderliggende boodschap is hier “als zelfs een atheïst het al zegt, dan moet het wel waar zijn”.
  2. David Rohl en Immanuel Velikovsky zijn twee een mooie voorbeelden van de tweede optie. Beider theorieën worden niet aanvaard (en zelfs genegeerd) door de wetenschappelijke gemeenschap. De theorieën zijn ondanks hun spektakelgehalte vrij banaal, makkelijk te ontkrachten en worden enkel nog verspreid via tweede- en derdehandsboekenwinkels waar de oude Ankh-Hermes-boekdelen uit de late jaren zestig en zevenentig vechten tegen schimmels en verzuring, en blijkbaar dus ook via creationistische lezingen.

Creationisme en Wetenschap (2): Taal, oergeschiedenis en fabeltjes

Op zaterdag 7 april ging het eerste congres van het Logos Instituut in Vlaanderen door onder de naam “Bijbel en wetenschap. Scheppingsgeloof onder vuur”. Locatie: de kerk van de Vrije Evangelische Gemeente Antwerpen. Dit is het tweede deel van mijn verslag.

* * *

De tweede spreker van de dag is Prof. dr. Siebesma en hij heeft het over “Genesis: mythe of oergeschiedenis”, waarbij hij zich wil beperken tot hoofdstukken 1 tot en met 11 (ruwweg de Schepping, de Zondvloed, de Toren van Babel). Met mijn kort verslag probeer ik de belangrijkste gedachten van de professor zo precies mogelijk te reconstrueren om die vervolgens te becommentariëren, wat inhoudt dat ik de volgorde van de onderwerpen zoals behandeld in de soms meanderende lezing niet steeds respecteer en dat ik verschillende delen van de lezing niet vermeld. Ik ben blij dat de mensen van het Logos Instituut meelezen en hoop dat zij inhoudelijke correcties aanbrengen, mocht ik mij vergist hebben bij de weergave van de woorden van de professor.
Maar mijn conclusies, dierbare gelovigen, die trek ik zelf wel.

Een mythe definieert Prof. dr. Siebesma als een verhaal dat vele mensen kennen, maar niet werkelijk is gebeurd. Mythes van onder meer andere volkeren in het oude Midden-Oosten staan vaak in verband met de schepping van de wereld, ze geven verklaringen van natuurverschijnselen, bevatten zeer veel bovennatuurlijke elementen en werden geschreven in dichtvorm, of preciezer, in een poëtische taal. Oergeschiedenis is daarentegen iets dat effectief gebeurd is in het verre verleden. Middels geschiedschrijving kan die oergeschiedenis schriftelijk weergegeven, bewaard en herinnerd worden.

Afhankelijk van de bedoeling van de tekst hanteerden de Hebreeuwse auteurs van het Oude Testament een andere stijl of een andere taalvariant, bijvoorbeeld een beschrijving van een stuk geschiedenis versus een ode aan de grootsheid van God. Hierbij resulteerden grammaticale verschillen in zeer markante stijlverschillen. Volgens Prof. dr. Siebesma is het zelfs verdedigbaar te spreken over twee verschillende grammatica’s, een voor (eerder prozaïsche) teksten over geschiedenis, een voor de meer lyrische beschrijvingen. De kleine letterkundige in mij begrijpt dit nog, de wenkbrauwen van de nog kleinere taalkundige trekken zich verbaasd samen.

Een voorbeeld: wat in Psalmen wordt geschreven, hoeft inhoudelijk niet overeen te komen met wat in Genesis staat, niet alleen omdat het ene poëzie is en het andere geschiedschrijving, maar ook net omdat het ene een grammatica hanteert die typisch is voor poëzie, de andere een grammatica voor geschiedschrijving. En hier zet hij de wetenschappelijke deur op een kier. Hij dekt zich ook al leep in tegen inconsequenties die zouden kunnen voortkomen uit een letterlijke lezing van het Boek.

Dat zijn overwegend boeiende lezing interessante taalkundige informatie bevat over de taal (Oud Hebreeuws), de stijl- en taalregisters van Genesis, hoeft niet te verbazen. Prof. dr. Siebesma studeerde Semitische talen en letterkunde te Leiden en promoveerde op een onderwerp over de grammatica van het Bijbels Hebreeuws. De man is laaiend over het gesofisticeerde letter- en taalkundige niveau dat de oude schrijvers bereikt hadden. Literatuur op wereldniveau, en wie zijn wij om hem daarin tegen te spreken? In vertaling heeft de Bijbel zijn grootse momenten, ik durf amper te bevroeden hoe veel grootser die stukken in de originele taal klinken. Passie gebaseerd op kennis en expertise, het zet mij aan om verder op zoek te gaan naar informatie omtrent het Oud Hebreeuws.

Maar net zoals de professor realiseer ik me op tijd waar ik me bevind. Niet in de aula van een verstofte universiteit, maar in een Evangelische kerk in Antwerpen. De lezing verzandt en nadert een reeds lang aangekondigd kantelpunt. De wetenschappelijk-taalkundige uitleg pretendeert het stevige fundament te zijn voor religieuze stellingen en gevolgtrekkingen, maar eigenlijk ruilt de professor stilaan het wetenschappelijk denken in voor theologische speculatie.

Een eerste aanwijzing was reeds te horen tijdens zijn uitleg over mythes. De verhalen uit het tweede deel van Genesis (Boek 12-50) over de Bijbelse Aartsvaders kunnen geen mythes zijn omdat ze geen monsters, goden of godinnen bevatten en er worden géén bovennatuurlijke zaken beschreven, behalve dan de wonderen van God. Maar die zijn waar want ze worden beschreven in de Bijbel. Laat ons niet vergeten dat één van de Aartsvaders Abraham is, de vader die bereid was zoonlief te offeren maar uiteindelijk werd tegengehouden door een (niet-bovennatuurlijke?) engel, gezonden door (een niet-bovennatuurlijke?) God.

Het tweede probleem betreft zijn voorbeeld van geschiedschrijving. Terwijl oergeschiedenis een vaststaand feit is uit het (verre) verleden, aldus de professor, hoeft geschiedschrijving niet 100% waar of correct te zijn. Op zich is dat geen verrassende of revolutionaire gedachte. Als voorbeeld haalt hij de belegering aan van Jeruzalem door de Assyriërs. Volgens de Joodse bron zou het overgrote deel van belegeraars op één nacht gedood zijn door een van Gods engelen, volgens Assyrische bron werd het beleg door de Joden afgekocht door middel van veel, heel veel goud. Om onduidelijke redenen wordt die tweede verklaring weggehoond en smalend weggezet. Mijn gok is omdat die eerste versie wel en de tweede niet in de Bijbel staat.

Het wordt ondertussen ook duidelijk dat Prof. dr. Siebesma aan een omtrekkende beweging is begonnen: de verhalen over de Aartsvaders (Genesis 12-50), zijn linguïstisch gezien zuivere geschiedschrijving en die geschiedschrijving is volgens hem betrouwbaar, waar en waarachtig, hoewel hij daarvoor geen andere dan taalkundige redenen voor geeft. Ook het eerste deel van Genesis (1-11) is in diezelfde literaire stijl geschreven, dient dus opgevat te worden als geschiedschrijving en is dus even betrouwbaar, waar en waarachtig. Stijl- of taalvorm, hoe je het ook wil noemen, wordt plots een argument in een betoog over historiciteit. En dat is toch wel een brug of wat te ver.

Verder pleegt hij ook een bekende vorm van weinig milde chantage: een gelovige kan niet (1) geloof hechten aan pakweg de Uittocht uit Egypte en de Intocht in het Beloofd Land, maar wel (2) dat andere heilsfeit, de Schepping, verwerpen. Deze drie heilsfeiten (en bij uitbreiding de hele Bijbelse mik) moeten samen geaccepteerd worden, in hun geheel. Het is belangrijk om aan de historiciteit van Genesis vast te houden, want als men één deel loslaat, dan is er geen reden om de andere dingen als waar te accepteren. Vasthouden aan de evolutietheorie betekent Genesis 1-3 loslaten. Elke (theologische) stroming die de volledige waarachtigheid van de Bijbel in vraag stelt, dient te worden verworpen. Bijbelkritiek leidt tot nazisme, voegt hij daar enigszins verrassend aan toe. Kortom, de professor sluit zijn lezing af met de oproep aan de aanwezigen om stevig vast te houden aan de hele Bijbel omdat dit de gelovige sterk en standvastig maakt in de vloedgolf van de seculiere media.
Applaus.

* * *

Er is nog één facet dat mij bezighoudt, een deeltje van de lezing dat niet van cruciaal belang was, zeker niet voor dit verslag. Tijdens mijn voorbereidingen kwam ik op een les Hebreeuws uit 2015 gegeven door Professor dr. Siebesma (zie lager). In die video legt hij uit hoe het alfabet een uitvinding van de Feniciërs is (hoewel aanpassing een beter woord zou zijn) en hoe het werd overgenomen door de Joden in Israël: “Jullie weten hoe het Hebreeuwse schrift is ontstaan uit het Fenicische schrift”, zegt hij rond minuut 3. “De Feniciërs zijn, naar men aanneemt, degenen die het alfabet hebben uitgevonden.”

Tijdens zijn lezing anno nu komt hij op de proppen met de stelling dat het alfabet uitgevonden werd door de Israëlieten die de uittocht uit Egypte meemaakten. Archeologisch onderzoek heeft dit aangetoond, aldus de professor. De volgende spreker, de heer Arie Dirkzwager, oud-inspecteur Protestantse godsdienst in Nederland en België, herhaalt deze claim en geeft nog het saillante detail mee dat de Joden dit gedaan hebben om de belangrijke god Toth, die de Egyptenaren het schrift had geschonken, belachelijk te maken.

Ik begrijp best dat wetenschappelijke inzichten voortschrijden, dat een wetenschappelijke, historisch-taalkundige overtuiging anno 2018 niet dezelfde hoeft te zijn als een uit 2015, zolang de nieuwe argumenten die geleid hebben tot het nieuwe inzicht sterker zijn dan de oude. Ik ben dus heel benieuwd naar dat “archeologisch onderzoek” dat zou aantonen dat de Israëlieten het alfabet uit het Egyptisch schrift hebben gedestilleerd en dat gedaan hebben om Toth een lelijke hak te zetten. Eerlijk gezegd ben ik ook benieuwd naar eender welk “archeologisch onderzoek” dat de massale uittocht van Israëlieten uit Egypte zou kunnen aantonen, maar dat is niet een ander paar mouwen, dat is de hele jas.

Creationisme en Wetenschap (1): Laat ons bidden

Op zaterdag 7 april ging het eerste congres van het Logos Instituut in Vlaanderen door onder de naam “Bijbel en wetenschap. Scheppingsgeloof onder vuur”. Locatie: de kerk van de Vrije Evangelische Gemeente Antwerpen. Dit is het eerste deel van mijn verslag.

* * *

De ontvangst is net iets te hartelijk, de ochtendkoffie eerlijker maar flauw. Het pand, een herenhuis op het hipsterchique Zuid, is ingericht als een kerk, zeer sober en zonder enige opsmuk. De elektrische piano staat achteraan. In de Evangelische Gemeente heeft beeld al lang geleden plaats moeten ruimen voor klank. Ik tel slechts 70 zitjes, waarvan er bij aanvang zo’n 50 bezet zijn. Dat is net iets meer dan de helft van de optimistisch aangekondigde 90 plaatsen. Een overrompeling is het dus niet, die eerste conferentie van het Logos Instituut in Vlaanderen.

Spreker Jan van Meerten zal later op de dag vertellen dat het Instituut zich wil profileren als een Nederlandstalige, eerder dan Nederlandse, interkerkelijke locomotief waaraan andere, soortgelijke organisaties en kerkgemeenschappen hun wagentje kunnen hangen. Het Instituut wil leiden en stroomlijnen, en dat kost geld. Van Meerten en andere gezanten van het Logos Instituut wijzen die dag dan ook meermaals op de mogelijkheid om de organisatie financieel te steunen middels donaties of abonnementen op het populair christelijk-wetenschappelijke tijschrift Weet.

Om 10.00 uur heet Ton de Mik ons welkom in Vlaanderen en vervolgens begint hij de dienst, of de conferentie zo u wil, met een gebed. De Heer wordt op de eerste warme lentedag van 2018 aanroepen om de aanwezige sprekers te inspireren met Zijn wijsheid. Ik kan me evenwel de hele dag niet van de indruk ontdoen dat Hij niet thuis geeft. Waarschijnlijk heeft Hij, net zoals zowat de meerderheid van de stadsbezoekers, Zijn goddelijke kont op een zonnige en hippe terrasstoel geploft, glimlach en dichtgeknepen ogen richting zon, Oostindisch doof voor het lawaai van het verkeer en het gejengel van enkele van Zijn aandachtszoekende volgelingen twee deuren verderop.

Na het gebed tovert de spreker een Bijbel tevoorschijn en begint hij de eerste verzen van Genesis, een van de scheppingsverhalen in het Heilig Boek, af te haspelen. Ik ben plots een van de weinigen in de zaal die niet neusdiep in een beduimeld exemplaar van het Schrift zit; zo goed had ik me dus niet voorbereid. Op een minuut of wat wordt het hele probleem van de schepping uitgelegd, of beter voorgelezen. En hiermee is de conferentie eigenlijk afgelopen. Deze voorleessessie bevat zowat alles wat een mens moet en kan weten over de Schepping.

Toch gaat Ton, net zoals de dag, verder. De evolutietheorie wordt wereldwijd verspreid en daardoor ligt het geloof in een eenmalige goddelijke creatie, 6000 jaar geleden, onder vuur. Het topos van slachtofferrol waarin de Ware Gelovigen gedrukt worden door het seculiere evolutiedenken, wordt de hele dag herhaald. En dat terwijl het creationisme niet alleen logischer is dan de goddeloze wetenschap, maar moreel gezien veel beter. In de evolutietheorie, dat het recht van de sterkste propageert, aldus De Mik, wordt de dood gezien als een nodig en noodzakelijk mechanisme voor evolutie. In de evolutietheorie is de dood onomkeerbaar.

Voor het Logos Instituut en zijn acolieten is de dood de straf voor de (erf)zonde. En deze theologische verklaring van het Instituut is beter, omdat theologisch de woorden theo[s] bevat en logisch. Adam, liet De Mik ons weten, was de eerste mens; was hij de eerste mens niet, dan was hij niet Adam. Ik hap naar adem. Het feit dat Jezus uit de dood is opgestaan maakt dus één van de premissen van het evolutiedenken ongeldig, wat de zondeval logisch verklaart. De herrijzenis van Jezus is op zijn beurt logischer omwille van de zondeval.

We zijn ondertussen 10.15 u. Zo vroeg in de ochtend valt deze woordsalade zwaar op een nuchtere geest. Het wordt een lange, donkere dag.

Over Hans (dj) en Irma (complotdenkster) en Kim (keyboard warrior)

Over Hans (dj) en Irma (complotdenkster)

Wat Pepijn van Erp van de Nederlandse Stichting Skepsis en kloptdatwel.nl met een knipoog omschreef als #schiffersgate, kreeg op 31 maart 2018 een onverwacht vervolg. Schiffers verwijst hier naar de Nederlandse radio-dj Hans Schiffers van AVROTROS die een podcast in elkaar stak met zijn oudere zus Irma Schiffers.

Beiden zijn vooral in Nederland bekend. Kleine broer omdat hij plaatjes draait op de radio en naar het schijnt doet hij dat goed. Grote zus omdat zij al enige jaren haar naam probeert te vestigen als facilitator van complotdenkers en -theorieën allerhande. Van het soort  samenzweringsverhalen dat de complotverslaafde maar al te graag tot zich neemt en dat dus de kassa doet rinkelen.

Over deze podcast, waarin Pepijn en ik in deel 5 door Hans Schiffers “na een onderzoek” ervan beschuldigd werden om als joden samen te zweren met o.a. De Volkskrant om het project van de rechts-libertaire Ronald Bernard te willen kelderen, schreef ik reeds het artikel Brief aan AVROTROS en Hans Schiffers. Nog even vermelden dat tot nu toe de AVROTROS noch Hans Schiffers enige moeite hebben gedaan om deze ridicule aantijgingen publiekelijk recht te zetten.

Oh ja, voor de volledigheid: Hans Schiffers heeft me geschreven. Ik hoefde slechts bij Pepijn van Erp om zijn telefoonnummer te vragen om vervolgens met hem contact op te nemen, aldus Schiffers in een e-mail aan mij gericht. Hij legt het mij graag uit, zij het onder vier ogen, verzekerde hij me.

Niks te vier ogen, Schiffers.

Op 31 maart postte zus Irma Schiffers het merkwaardige blogartikel Over de podcast ‘De DJ & de anarchist’. Eerst legde ze uit dat de podcastserie “De DJ En De Anarchist” mogelijk werd gemaakt door de AVROTROS en dat het ze het opvatten als een “ontdekkingsreis tussen ons als broer en zus, naar onze verschillende werelden”. Irma Schiffers moet toegeven dat vooral haar fans dat wel leuk vonden. Met andere woorden, één van Neerlands’ populairste dj’s biedt grote zus zijn naambekendheid én een forum aan om onder auspiciën van de AVROTROS haar complotideeën ruimer te verspreiden, dus over de grenzen van het beperkte complotwereldje.

In de vijfde aflevering gaat het om verschillende redenen mis. Als gast is namelijk de rechts-libertaire Ronald Bernard uitgenodigd, de frontman van het bedenkelijke project De Blije B (bank in oprichting), waarover ik onder andere Ronald Bernard over De Blije B en de Lijpe J en Ethische bank in wording volhardt – 1 schreef. Bernard verwierf internationale faam, althans in Complotland, omdat het eerste interview van een reeks van (voorlopig) vijf dat Irma Schiffers met hem opnam, om duistere redenen viraal ging. Waarschijnlijk naar aanleiding van dit internationaal succes, zo lijkt mij, werd de Blije B vooral gepromoot onder de naam B of Joy.

Nu ja, duistere redenen: het was een gemakkelijk cliché-verhaal zoals er in Complotland dertien in een dozijn zijn, met als enige verschil dat Bernard zichzelf voorstelt als een zogezegd bekeerde bankier die kennis heeft verworven van zeer verregaande maar geheime geldtransacties en van even geheimzinnige, wereldoverheersende organisaties. Het interview werd vertaald, onder meer in het Engels, en een spectaculair en viraal bericht over de dood van wat later een naamgenoot bleek te zijn, wierp ook wel zijn vruchten af. Zo geheim en geheimzinnig is Bernards levenswandel dat hij op geen enkel moment in de interviewsessies ook maar één controleerbaar aanknopingspunt geeft waardoor zijn verhaal degelijk gecheckt kan worden.

Ook Irma Schiffers liet zich niet in met kritische vragen, fact checks, onderzoek naar het wel en wee van Bernard, wiens verhaal eigenaardig genoeg door niemand anders dan hemzelf wordt bevestigd. Integendeel, ze liet Bernard zichzelf immuniseren zonder dat ze daar één krtische opmerking over maakte. Van in het begin stelde hij dat hij een overeenkomst had gesloten om geen controleerbare namen, feiten, bedrijven etc. te vermelden. Da’s een redelijk flauw excuus, me dunkt. Voor Irma Schiffers was het allemaal complotterig en dus goed genoeg, .

Na veel drama en tranen verklaarde Bernard in dat fameuze eerste interview waarom hij uiteindelijk tot inkeer is gekomen. Bernard claimde dat hij werd uitgenodigd om deel te nemen aan kinderoffers, wat hij in datzelfde eerste interview ook al toedicht aan de (Bijbelse) joden. Zoals ik al eerder schreef in verschillende artikelen over dit sujet, is het antisemitisme in dat interview blijkbaar geen toevalligheidje. Het lijkt deel uit te maken van de kernovertuigingen van zijn organisatie (hij is namelijk niet de enige die zeer openlijk flirt met rabiate anti-Joodse literatuur), van zijn promotiecampagne en lezingen.

En eigenlijk lijkt dit de eerste reden te zijn waarom de podcastreeks van de Schiffers mis is gegaan. Ik heb geen idee wat een interview met deze man kan bijbrengen aan het “experiment”, aan de “ontdekkingsreis tussen [hen] als broer en zus”. Dit lijkt mij eerder op plat opportunisme, een wakke poging om Irma’s goudhaantje Bernard te laten opdraven in een show van een bekende dj.

Voor broer en zus Schiffers zijn er evenwel andere redenen waarom het mis ging: in de vijfde aflevering “zijn feitelijke onwaarheden geslopen waar ook kritiek op kwam”. Blijkbaar durft Irma Schiffers niet aan om te vermelden dat het hier (1) niet louter over feitelijke onwaarheden ging, (2) na een zogenaamd onderzoek van broerlief, maar (3) vooral over de valse beschuldigingen geuit door Hans Schiffers (zie hoger) die opnieuw richting antisemitisme gingen, tot nu toe schijnbaar het meest succesvolle product van Ronald Bernards Blije B.

“Uiteindelijk heeft Avrotros naar aanleiding van deze laatste aflevering besloten om de hele serie offline te halen. Niet alleen de onwaarheden waren daartoe de aanleiding maar ook de suggestie die gewekt werd dat Avrotros hier inhoudelijk achter staat”, schrijft ze nog.

Verder laat ze broer Hans aan het woord: “Ik vind het heel vervelend dat ik in de laatste aflevering aannames heb gedaan zonder feiten te checken. Dit document heeft hierdoor voor mij zijn glans verloren en dat om die reden de serie offline is gehaald, daar sta ik helemaal achter.” Heel bizar, want in de podcast beweert Hans Schiffers bij hoog en bij laag dat hij het onderzocht heeft. Wat mij, tussen haakjes, een amechtige poging van hem leek om het complotparlando en de complotattitude te emuleren.

Tja, anderzijds hebben we hier opnieuw een Schiffers die er niet in slaagt om duidelijk te communiceren, het lef niet heeft om de beschuldigingen te herhalen en het fatsoen ontbeert om ze recht te zetten. Dan hebben we blijkbaar toch nog iets geleerd over de familietrekjes van broer en zus.

Maar toch bedankt, Hans. Bedankt om complotdenken net dat beetje meer salonfähig te maken in uw podcastreeks ter ere van uw zus. Bedankt, Hans, want die vijf afleveringen zullen vanaf nu dienen als extra studiemateriaal.

En Kim (keyboard warrior)

Anno 2018 is het gewoon een kwestie van tijd geworden. Iemand lanceert een complottheorie, beschuldigt een paar mensen, en even later gaat een dappere toetsenbordridder overstag. Ook nu weer. Nadat het nieuws bekend werd dat de podcastreeks van broer en zus Schiffers offline werd gehaald, ontstonden ook daarover weer verhalen. Waar complotverhalen ook beginnen voor de doorsnee complotverslaafde, eindigen doen ze zelden.

Niet gehinderd door enige kennis van zaken, van e-mails achter de coulissen e.d. vond deze persoon het nodig om een oproep te lanceren:

Wat ook de redenen waren van AVROTROS om de hele podcastserie offline te halen, de omroepstichting heeft ze niet openbaar medegedeeld, voor zover ik weet. Ik ben nooit vragende partij geweest om de reeks te verwijderen, Pepijn evenmin. Trouwens, we vroegen een openbare rechtzetting en de beste plaats daarvoor is deel 6 of deel 7 van die serie. Maar dat belet de keyboard warrior die mevrouw Verhoef lijkt te zijn niet om meteen maar op te roepen tot actie. In de online groepjes waar mevrouw Verhoef vertoeft, is kennis van zaken niet meteen een prioriteit, laat staan een basisvereiste. Er moet aangevallen worden. Punt. Hans Schiffers heeft na “onderzoek” twee mensen beschuldigd en dat lijkt voldoende Waarheid voor deze internetheldin om alvast verbaal de aanval in te zetten.

“Aanvallen”, hallo? Omwille van een akkefietje met een podcast en een tekstje op Facebook? Is dat niet een klein beetje erover, buitenproportioneel én onverantwoord? Het feit dat ik het antisemitische aspect van dit hele verhaal blíjf belichten – want uiteindelijk gaat het in se nog steeds over de anti-Joodse rottigheid die Roland Bernard en zijn bende blijft verspreiden – lijkt mevrouw dan weer niet te deren. De vraag om de valse beschuldigingen aan mijn adres en dat van Pepijn recht te zetten, noemt deze deze waarheidszoeker, deze multitruther, een “bemoeienis”.

En nee, ik acht mevrouw Verhoef niet gevaarlijk. Natuurlijk niet. Haar moreel kompas draait dol, ze is ethisch anders begaafd, maar gevaarlijk is ze niet. Trouwens, ze is oneindig bewustzijn, onze Kim. Dan kan men niet slecht zijn, toch? Stekezot, dat is onze tijdelijke manifestatie wel, deze gesjeesde “kunstenares” met meer Photoshop in de vingers dan talent. Ze ziet er geen graten in op te roepen om “sneaky” en “subtile [sic]” te zijn, achterbaks en subtiel. Zo subtiel dat ze het op een openbare FB-pagina rondbazuint. Nee, verstandig is mevrouw Verhoef nu ook niet bepaald.

Uit de e-mailcorrespondentie waarin ik vroeg naar de redenen van haar online verbale agressie, bleek dat ze inderdaad een beetje traag van begrip was. Ze vond mijn toon grof en ze vond het niet nodig om zich oprecht te verontschuldigen voor haar online agressie en haatpraat hoewel ze niet goed wist hoe het verhaal van de offline gehaalde podcastreeks nu werkelijk in elkaar stak.

En Hans (dj)

Dus, Hans, dank u. Omwille van uw lichtzinnige beschuldiging zal ik de volgende keer dat ik in Nederland of Vlaanderen naar een conferentie van complotdenkers ga (en dat is héél binnenkort in Breda, een verslag volgt), nog rekening moeten houden met dit soort verknipte figuren. Door uw lichtzinnig geflikflooi met complotdenkers, door uw waarschijnlijk onbedoeld geflirt met antisemitisme dat bijna standaard is in deze kringen van complotverslaafden, ga ik me moeten afvragen wanneer de eerste zot zich voor mij gaat materialiseren.

Alleen is het jammer, Hans, dat u niet de mogelijke gevolgen van uw lichtzinnig radiogekakel ingecalculeerd hebt. Dat u niet besefte dat door uw valse beschuldigingen voor een publiek van complotfreaks, misschien wel eens een zotter specimen zou opstaan om op een hatelijke manier op te roepen tot geweld. En dat is nu gebeurd.

Wat is de volgende stap, Hans? Wachten we nu gewoon samen op een exemplaar dat de grens tussen virtuele en reële agressie wél wil overschrijden. Of is en blijft uw naam haas?

Brief aan AVROTROS en Hans Schiffers – update

Vandaag, vrijdag 16/03/2018, hebben Pepijn van Erp en ik via Dayna Gosselaar vernomen dat AVROTROS de podcastreeks van Hans en Irma Schiffers offline heeft gehaald. Waarvoor dank, denk ik.

Nu AVROTROS meer heeft gedaan dan wat ik verwachtte (ik kan eigenlijk niet zeggen dat ik daarop hoopte, integendeel), kan ik me verder concentreren op Hans Schiffers.

Hoewel ik, net als Pepijn, absoluut niet geloof dat hij een hard-core complotdenker is, laat staan een antisemiet of jodenhater, blijf ik enerzijds benieuwd naar de manier waarop hij zijn “onderzoek” heeft uitgevoerd en blijf ik anderzijds wachten op een publieke rectificatie (of verontschuldiging) zijnentwege.

Brief aan AVROTROS en Hans Schiffers

Ik behoor nog tot de generatie Belgen die opgegroeid is met de Nederlandse televisie. Holland 1 en Holland 2, maar dan zonder ‘h’. Brabants, je weet wel.

André van Duin, the Mounties, later Peppie en Kokkie en Bassie en Adriaan. Gelachen dat we hebben. Na al die jaren ben ik plots terug verzeild geraakt in het Nederlandse medialandschap. Wist ik veel dat dat AVRO en TROS zijn samengesmolten. Wist ik veel dat AVROTROS tegenwoordig podcasts produceert en wist ik veel dat ik op een van die podcasts als jood bestempeld word.

Door ene Hans Schiffers, plaatjesmelker. Hans Schiffers is een naam als een klok in Nederland heb ik me laten wijsmaken. Dat zou mijn ego moeten strelen, maar als ik eerlijk moet zijn: Hans Schiffers? Nooit van gehoooord.
(Ja-aa, Toon, die ken ik nog wél.)

Vanaf minuut 35 hieronder, de zogenaamde “eigenaar van de Belgische website”, dat ben ik. Aangezien de geïnterviewde later met mij contact heeft opgenomen, uitgebreid gecorrespondeerd heeft, en plein public, denk ik niet dat er veel reden tot twijfel kan zijn.

Update: op 16 maart is de blog offline gehaald door AVROTROS. Ik heb ondertussen via twitter aan Hans Schiffers een kopietje gevraagd en een publieke rechtzetting.

Hans Schiffers is de dj, Irma Schiffers de anarchist (en een van de madammen van de vele complotwebsitejes die Nederland rijk is). Meer informatie vindt u op kloptdatwel.nl, waar “mede-Jood” en “mede-old-boy” Pepijn van Erp alles van naaldje tot draadje uitlegt.

Hoe dan ook, in de context van overtuigde complotgekken krijgt de benaming jood/Jood, “old boy” van het “old boys’ network” en “samenzweerder” een al iets meer sinistere bijklank. Vandaar toch volgende brief aan Dayna Gosselaar van AVROTROS.

* * *

Geachte mevrouw

Tijdens de podcast “De DJ & De Anarchist (5) – ‘Klokkenluider’ Ronald Bernard” werd naar mij, Frank Verhoft, verwezen, namelijk als de eigenaar van de Belgische website die schrijft over het gebruik van antisemitische literatuur door Ronald Bernard. Ik ben momenteel de enige persoon in België die kritische stukken schrijft over dat aspect, Dhr. Bernard heeft reeds met mij contact opgenomen. Er is weinig twijfel in deze.

Tijdens de uitzending liet Hans Schiffers zich ontvallen dat “die eigenaar van die Belgische website” en de man achter kloptdatwel.nl, Pepijn van Erp Joden (of joden) zouden zijn, zouden behoren tot het “old boys’ network” en zouden samenzweren om het project van Bernard te laten mislukken. En dat allemaal volgens zijn eigen “onderzoek”.

Nu, hij heeft het mis.

Ik heb drie redenen om een rectificatie te eisen van dhr. Schiffers en/of van AVROTROS:

1. Ik ben niet Joods of joods. Op zich is dit een feitelijke fout en op zich heb ik daar uiteraard niet al te veel problemen mee. Noem me Jood, Pers, of Palestijn, ik lig er niet wakker van. Maar wanneer dit echter wordt verkondigd in een programma waarbij minstens een persoon aanwezig is die kniediep in de antisemitische complottheorieën waadt, die elders Joden bestempelt als (historische) kindermoordenaars en hen ziet als de verantwoordelijken voor de malaise in de (bank-)wereld, dan begrijpt u dat mijn vraag dringender wordt.

2. Ik behoor niet tot een netwerk dat “samenzweert” tegen welke organisatie dan ook, ik behoor niet tot het “old boys’ network”, wat, opnieuw, in de context van een programma met minstens twee complotdenkers, mijn vraag dringender maakt.

3. Ik heb vernomen dat dhr. Schiffers, eerder onbekend in België, toch een ervaren radiomaker is en dat lijkt mij een extra reden om te vragen om de volgende stappen te zetten of te laten ondernemen:

a. Dhr. Schiffers trekt zijn claim in dat zowel ik als Pepijn van Erp Joods/joods zijn, met vermelding van de hierboven gegeven reden;
b. Dhr. Schiffers trekt zijn claim in dat Pepijn van Erp en ik hebben samengespannen met de hoofdredacteur van de Volkskrant;
c. Dhr. Schiffers zorgt ervoor dat bij (of in) de podcast duidelijk gemaakt wordt dat dat deze feitelijke onjuistheden niet verder verspreid worden via een vertaling, op welke manier dan ook, in welke taal dan ook.

Ik reken erop dat u mij op de hoogte houdt van de stappen die u gaat ondernemen.
U mag erop rekenen dat ik de nodige stappen zal zetten om dit te laten rectificeren.

Groeten

Frank Verhoft

* * *

Wat ik mij ook nog herinner van mijn jeugdjaren voor de buis is André van Duins schitterende parodie “Doorgaan” en de frase “tot we aan het gaatje zijn”. Ja, veel gelachen, maar ook toch iets geleerd.