[Ctrl-P] Rabinowitz & Dennis: Hype of wetenschap in de media?

Wetenschap is alomtegenwoordig en het heeft impact op ieders leven. Een van de doelen van de blog The Incubator is daarom het stimuleren van discussies over wetenschap. En dat liefst duidelijk, met zo weinig mogelijk jargon. Elementaire wetenschapscommunicatie, quoi.

Ik heb hier een artikel van Gabrielle Rabinowitz en Emily Dennis gekopieerd, Hype of wetenschap in de media? (5 Steps to Separate Science from Hype, No PhD Required). De vertaling heb ik zelf gemaakt en verscheen eerder op de website van skepp.be.

*  *  *

Gabrielle Rabinowitz en Emily Dennis: Hype of wetenschap in de media?

Vermindert flossen de kans op hartaandoeningen? Veroorzaakt aluminium de ziekte van Alzheimer? Zou ik het paleodieet moeten volgen? Wetenschappers zoals wij krijgen constant zulke vragen. En hoewel we opgeleid worden om uiteenlopende ideeën te beoordelen op hun wetenschappelijkheid, heeft men heus geen doctoraatsopleiding nodig om een onderscheid te maken tussen de nieuwste hype in de media en de laatste wetenschappelijke bevindingen. Met deze vijf stappen kan je zelf aan de slag.

1. Maak een onderscheid tussen verkooppraatje en wetenschap

Bijna iedereen probeert tegenwoordig iets te verkopen. Zelfs in krantenartikels over wetenschap staat de verkooppraat dikwijls in of net onder de titel. Naar de wetenschappelijke argumenten zelf zoekt de lezer vaak tevergeefs.

Ga in het krantenartikel op zoek naar een citaat van een wetenschapper. Lees dat citaat en negeer het verhaaltje van de journalist. Maar vergeet niet dat ook de wetenschapper zelf bevooroordeeld kan zijn. Wees trouwens skeptisch tegenover wetenschappers die de grenzen van hun eigen onderzoek niet kennen en die vergeten om alternatieve verklaringen te suggereren. Controleer ook welke organisatie het onderzoek betaald heeft: ook deze kunnen een verborgen agenda hebben.

Kortom, lees de krantenartikels zeer zorgvuldig en probeer uit te maken of de claims die gemaakt worden gebaseerd zijn op de feiten die ze presenteren.

2. Ga op zoek naar de juiste gegevens

Sommige journalisten gaan verder dan gewoon citeren en beschrijven zowaar de wetenschappelijke papers achter de claims. Wanneer ze dat niet doen, of wanneer je toch meer wil vernemen, dan kan je steeds terecht op Google Scholar om zelf de originele bron, de eigenlijke wetenschappelijke paper op te zoeken. Je kan zoeken aan de hand van alle informatie die je krijgt: de namen van de wetenschappers, hun onderzoeksinstelling, het onderwerp van hun onderzoek.

Je gaat ongetwijfeld zonder problemen wetenschappelijke papers vinden die je gratis kan raadplegen en die zeer begrijpbaar zijn, maar voor de meeste moet je betalen. Daarenboven zijn ze niet altijd eenvoudig om te lezen. Maar zelfs als je de volledige wetenschappelijke paper niet kan vinden of als je de paper niet volledig begrijpt, dan kan je nog uitzoeken of het gepubliceerd werd in een degelijk wetenschappelijk tijdschrift.

Je kan bijvoorbeeld zoeken op de “impactfactor” van het tijdschrift. De impactfactor is een cijfer dat alleen aan tijdschriften gegeven wordt die al 3 jaar bestaan en het geeft aan hoe vaak naar de papers verwezen werd door collega-wetenschappers. Een wetenschappelijk betrouwbaar tijdschrift heeft een impactfactor van 5 of hoger. Je kan eenvoudig online zoeken op “(naam van het tijdschrift) + impact factor”. Dit cijfer is vooral relevant voor tijdschriften over biomedische en biologische onderwerpen. Tijdschriften met betrekking tot andere wetenschappelijke onderwerpen kunnen minder aanhalingen hebben, maar dat wil niet noodzakelijk zeggen dat het tijdschrift onbetrouwbaar is. De impactfactor alleen bepaalt niet de waarde van het tijdschrift. Meer uitleg en details vind je in dit artikel.

3. Evalueer de gegevens

Nadat je de paper en de gegevens hebt gevonden, is het tijd om te evalueren. Probeer uit te zoeken of de schrijvers van de paper, of een andere groep van wetenschappers, het experiment hebben herhaald, liefst met gelijkaardige resultaten. Het is ook beter dat ze honderden of duizenden mensen (of apen, of cellen, of eender wat) hebben geanalyseerd dan twee of drie. Denk aan het volgende: als jij zou moeten uitzoeken wat de lengte van de gemiddelde Amerikaan is, dan zou je een hele hoop mannen moeten opmeten om tot een goed resultaat te komen. Als je maar een paar mensen zou meten, toevallig enkele basketbalspelers, dan zouden de resultaten onbetrouwbaar zijn. Let ook op verschillen tussen twee groepen, vooral tussen groepen mensen. Aspecten zoals inkomensgroep en toegang tot gezondheidszorg leggen soms de gerapporteerde resultaten beter uit dan de middeltjes die het artikel voorstelt.

Grafieken zijn uitstekende middelen om op een snelle manier complexe informatie over te brengen. Maar ze kunnen misleidend zijn. Hier zijn enkele veelgebruikte trucs.

Truc 1: plaats twee heel verschillende zaken met eenzelfde trend in één grafiek

(Bron: Businessweek)

Deze is vrij eenvoudig: correlatie is niet hetzelfde als oorzaak. Het is enigszins overdreven, maar het is een goed voorbeeld van twee zeer verschillende dingen die in één grafiek worden geplaatst. Maar dat betekent niet dat ze met elkaar te maken hebben, zelfs als het zo lijkt of als de journalist het zo suggereert.

Truc 2: toon niet alle gegevens

Originele data (links) versus aangepaste data (rechts)

In deze grafiek hebben we de laatste kolom weggelaten, zodat de andere kolommen het nu zonder context moeten stellen. Dit is een goede reden waarom je steeds op zoek moet gaan naar de originele grafiek van het oorspronkelijke artikel.

Truc 3: zoom in op de as

 

Deze twee grafieken geven dezelfde informatie weer. In de grafiek aan de rechterkant kijken we vooral naar het bovenste deel van de informatie, waarbij de verschillen tussen de kolommen groter lijken dan ze in werkelijkheid zijn. Controleer steeds de getallen op de y-as (de rode as). Een goede oefening is om de grafiek op zich te bekijken en om je af te vragen welke titel je die grafiek zou kunnen geven. Als je denkt dat je niets kan concluderen uit de grafiek, wees dan eerder skeptisch tegenover mensen die beweren dat ze het wel kunnen.

4. Plaats het verhaal in een context

Nu we weten wat de studie zegt, is het tijd om naar het hele plaatje te kijken. Zoek zeker andere artikels over het onderwerp bij elkaar en zoek ook naar uitspraken van wetenschappers die niet rechtstreeks bij het onderzoek betrokken waren. Andere labo’s en onderzoekers verschillen vaak van mening over een wetenschappelijk onderwerp, een reden trouwens waarom je de zin “wetenschappers zeggen” best met een fikse korrel zout neemt.

Als je dan nog problemen hebt met het vinden van een andere wetenschappelijke opinie, kijk dan even op de Wikipediapagina en zoek uit of het onderwerp een hoofdstukje heeft in verband met eventuele controverses of kritiek.

5. Vraag het aan een wetenschapper

Als je je na al het speurwerk en geanalyseer nog een beetje onzeker voelt, zoek dan wetenschappers die je kan vertrouwen of die eventueel bloggen en vraag het hen. Gebruik de sociale media, stuur hen een tweet. Niets is beter dan een echte discussie, zelfs via Twitter of e-mail. Met vragen kan je ook terecht op neutrale websites als Mayo Clinic (of, in de Vlaamse context, de website ikhebeenvraag.be, noot van de vertaler).

Andere nuttige bronnen

  • Google geeft tal van interessante tips over hoe je het best online kan opzoeken. Ze geven advies over het ingeven van zoektermen en het evalueren van de zoekresultaten.
  • Het tijdschrift PloS is een vrij toegankelijk tijdschrift waarin wetenschappers elkaars werk beoordelen. Alle artikels zijn gratis en de meeste zijn zeer duidelijk en helder geschreven.
  • PubMed is nog een excellent startpunt voor wetenschappelijke artikels.
  • Op deze webpagina kan je obscure technische maten omzetten in eenvoudigere woorden.
  • Een lijst van twijfelachtige magazines die zowat alles willen publiceren, zolang men maar (zwaar) betaalt voor de publicatie. De kwaliteitscontrole is onbestaande.
  • Hier vind je nog een degelijke lijst van 10 vragen om echte wetenschap van pseudowetenschap te onderscheiden.
  • Nog een goed artikel over mogelijke problemen met data-analyse.

PS

– “Vermindert flossen de kans op hartaandoeningen?” Neen. Maar het is toch ergens goed voor? Ja.
– “Veroorzaakt aluminium de ziekte van Alzheimer?” Toch niet.
– “Zou ik het paleodieet moeten volgen?” Nee, beter niet. En weet je wat, de mensen uit het paleolitische tijdperk volgden het waarschijnlijk ook niet!