Keith Kloor: Journalistiek onder vuur 1/4

Deze vertaling verscheen in Wonder en is geen Wonder (Winter 2017), het ledenblad van SKEPP.

* * *

Wat gebeurt er wanneer je als wetenschapsjournalist schrijft over thema’s waarrond milieu-organisaties en andere ngo’s een verdienmodel hebben opgebouwd? “Afhankelijk van het onderwerp geldt in de wetenschapsjournalistiek dat hoe meer je rapporteert over feiten, hoe minder effect het lijkt te sorteren”, schrijft de Amerikaanse wetenschapsjournalist Keith Kloor.

Tijdens zijn carrière als journalist en docent journalistiek raakte Kloor gefascineerd door de hardnekkigheid van bepaalde valse narratieven, zoals mythen rond vaccinatie of genetisch gemodificeerde organismen. “Het draait allemaal rond het verhaal en hoe sterk het gebracht wordt”, weet Kloor. Een paar jaar geleden kwam Kloor door een campagne van activisten tegen zijn persoon zelf in de problemen. Door zijn journalistieke werk dreigde hij niet alleen vrienden, maar ook zijn inkomen te verliezen. Of het dit allemaal waard was, is de centrale vraag in dit openhartige essay.

***

Enkele weken na de Amerikaanse verkiezingen, terwijl men bezig was met het tellen van de laatste stemmen, berichtten de media dat Hillary Clinton twee miljoen stemmen
méér had behaald. Op 27 november tweette de net verkozen Donald Trump: “Ik heb de meeste stemmen behaald, als je de miljoenen mensen wegneemt die onwettig gestemd hebben.” Trump noch zijn raadgevers gaven enig bewijs voor hun uitspraak.

Journalisten traceerden de oorsprong van de claim tot bij een website die gekend is voor het koortsachtig promoten van complotverhalen. Tijdens en na de verkiezingscampagne van 2016 verkondigde Trump tal van overduidelijk onware beweringen die door journalisten als dusdanig geduid werden, genre “Obama richtte ISIS op” en “Natuurlijk was er een grootschalige verkiezingsfraude voor en op de dag van de stemming”. Het had geen negatief gevolg voor zijn resultaten in de peilingen, en het verminderde het enthousiasme bij zijn aanhangers hoegenaamd niet. Hij herhaalde vaak leugenachtige uitspraken nadat men onomstotelijk had aangetoond dat die inderdaad onwaar waren. Normaal gezien zou dit gevolgen moeten hebben voor iedereen die zich opwerpt als een ernstig presidentskandidaat. Maar zoals Susan Glasser van het mediabedrijf Politico schreef in een essay voor het Brookings Institution: “Zelfs het fact-checken van beweringen uit de mond van mogelijk de meest oneerlijke kandidaat in de recente geschiedenis maakte niets uit; hoe meer de media zich uitsloofden om de uitspraken te controleren, hoe minder impact die controle bleek te hebben.”

Beste politieke journalisten, beste collega’s, welkom in de wereld van de wetenschapsjournalistiek. Afhankelijk weliswaar van het onderwerp geldt ook in deze tak van de journalistiek dat hoe meer je rapporteert over feiten, hoe minder effect het lijkt te sorteren. Collega’s in de frontlinies van het klimaatdebat, u mag instemmend knikken. Idem dito voor de wetenschappers en de wetenschapscommunicatoren die verstrikt raken in de discussie over genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) of die antivaccinatie-activisten hebben nagejaagd tot ver in hun hol.

Donald Trumps onwaarschijnlijke triomftocht naar het Witte Huis heeft velen gechoqueerd, maar de tactieken die dit mogelijk maakten, waren zeer herkenbaar voor diegenen onder ons die vertrouwd zijn met de omgekeerde wereld van de wetenschapscontestatie. Trumps succes was gebaseerd op technieken die over het hele politieke spectrum gebruikt worden wanneer vaststaande wetenschappelijke feiten aangevochten worden.

Het is in de eerste plaats belangrijk om te begrijpen dat de succesvolle strategie van Trump draait rond het demoniseren van tegenstanders en het discrediteren van zijn criticasters. Bijvoorbeeld vervelende, feiten controlerende journalisten. Dit vroeg om een overkoepelend verhaal, eentje over een diepgeworteld en corrupt politiek establishment, belichaamd door Hillary Clinton. Dat verhaal begint al in de jaren 1990, maar Trump en zijn team bouwden erop verder. Ze maakten daarbij dankbaar gebruik van de mediakanalan van bondgenoten zoals Steve Bannon, de voormalige voorzitter van Breitbart Media, een bedrijf dat anti-Clintonboeken en -documentaires verspreidde. Bannon werd het hoofd van Trumps campagne, daarna zijn voornaamste politieke strateeg en raadsman. Gebeurtenissen buiten de campagne, zoals onthullingen door WikiLeaks en aankondigingen door het FBI, gaven het gevoel dat het wel eens waar zou kunnen zijn. Dat versterkte het hoofdstuk ‘corruptie’ in het grotere verhaal. Denk aan de roepkoren die tijdens de optredens van Trump scandeerden dat Hillary Clinton opgesloten moest worden.

De komiek Stephen Colbert lanceerde al in 2006 de term “waanwaarheid” (truthiness): “iets wat lijkt op de waarheid, en meer bepaald die waarheid waarvan wij willen dat zij bestaat”. Sindsdien voorzien sociale media, met Facebook en Twitter voorop, ons van een gestage stroom aan nieuws en informatie die onze eigen voorkeuren en (voor)oordelen steeds weer opnieuw lijken te bevestigen. Zijn we met de verkiezing van Trump in 2016 een stap verder gegaan, van “waanwaarheid” tot wat sommige politieke commentatoren het post-truth-tijdperk zijn gaan noemen? Post-truth wordt door het Oxford Dictionary gedefinieerd als een staat “waarin objectieve feiten minder invloedrijk zijn bij het vormen van de publieke opinie dan het appél aan emoties”. Maar dit geeft niet exact weer hoe Trump c.s. de realiteit verdraaide op weg naar het Witte Huis. Dat doet men niet door gewoonweg een beroep te doen op emoties. Hiervoor heeft men een verhaal nodig dat door de media wordt verspreid en waarin slechteriken, handlangers en helden figureren. De technieken die men hiervoor gebruikt toonden al lang geleden dat ze effectief zijn in het manipuleren van percepties bij het publiek en in het ter discussie stellen van bepaalde wetenschappelijke onderwerpen.

Kwaadaardige inentingen

Enkele jaren geleden kreeg ik een telefoontje van een bekende milieuactivist. Nadat hij zichzelf kort had voorgesteld, viel Robert Kennedy Jr. meteen met de deur in huis. “Ik probeer uit te vissen”, zei hij, “of u een spreekbuis bent die door Big Pharma betaald wordt.” Kennedy heeft een bewonderenswaardig en ellenlang curriculum vitae als milieuadvocaat en -activist. Hoewel we nog nooit met elkaar gesproken hadden, wist hij dat ik in de jaren 2000 gewerkt had als redacteur van het tijdschrift van de National Audubon Society, een nonprofit organisatie die zich inzet voor de bescherming van vogels. Dat hij zich afvroeg of ik een handpop (of ‘marionet’, nvdr.) van de industrie geworden was, verbaasde me ten zeerste, maar ik wist wat hem tot deze gedachtesprong had aangezet. Niet lang daarvoor had Kennedy een vurige speech gegeven op een conferentie van een bekende anti-vaccinatiegroep. Net zoals de daar aanwezigen is Kennedy er rotsvast van overtuigd dat inentingen op jonge leeftijd (wat hij beschrijft als een “neurologische holocaust”) verantwoordelijk zijn voor het verhoogde aantal kinderen die gediagnosticeerd worden met autisme, én dat de bewijzen hiervoor verborgen worden gehouden door de regering die onder een hoedje speelt met de farmaceutische industrie. Prominente leden van de wetenschappelijke gemeenschap zijn ook medeplichtig, verzekerde hij zijn publiek. Bepaalde mensen, zoals een pediatrisch onderzoeker die openlijk voorstander was van vaccinatie, vergeleek hij met nazi-kampbewakers. “Zij horen thuis achter slot en grendel en de sleutels zouden we moeten weggooien”, voegde hij eraan toe.

In 2013 bekritiseerde ik deze laag-bijde-grondse uitspraken in het tijdschrift Discover en merkte ik op dat Kennedy dit pad al eens bewandeld had. In het midden van de jaren 2000 veroorzaakte hij een serieuze rel toen hij in een veelgelezen interview met het tijdschrift Rolling Stone voor de eerste keer beweerde dat er een misdadige doofpotoperatie om de vaccinatieschade te minimaliseren aan de gang was, geleid door de Centers for Disease Control and Prevention (CDC). De vuige aantijgingen werden grondig ontkracht nadat ze kritisch onderzocht waren door toonaangevende wetenschapsjournalisten. Maar de standpunten van Kennedy verhardden in de loop der jaren en zijn uitspraken kregen een opruiend karakter. In die periode schreef ik: “Omwille van zijn status als Bekende Amerikaan en zijn positie in middens van progressieven en milieuactivisten kan beargumenteerd worden dat Kennedy meer dan zijn steentje heeft bijgedragen tot het verspreiden van onnodige angst voor al te gekke complottheorieën omtrent vaccinaties.”

Dit gaf aanleiding tot het boze telefoontje en zijn verdenking dat ik op de loonlijst van Big Pharma stond. Nadat ik hem van deze illusie verlost had, praatte Kennedy het volgende uur vol over het “explosieve boek” dat hij binnenkort zou uitbrengen en waarin hij het verband beschrijft tussen inentingen en neurologische ontwikkelingsstoornissen. Hij vermeldde ook dat hij binnenkort zou vergaderen met vooraanstaande leden van het Congres en toplui binnen verschillende nationale agentschappen om zijn zaak nog meer gewicht te geven.

Deze merkwaardige ontwikkelingen, een bijproduct van zijn fanatisme, overtuigden me om het verhaal van Kennedy’s fixatie te vertellen. Mijn stuk over hem verscheen in de Washington Post in 2014. Ik beschreef hoe zijn ideeën haaks stonden op die van de gevestigde wetenschap, dat zijn vergaderingen in Washington tot niets leidden, dat hij levenslange medestanders in de openbare gezondheidssector van zich had vervreemd, en misschien wel het meest verbijsterende, dat hij zijn kruisvaart niet zou beëindigen. Het verhaal gaf aanleiding tot zeer uiteenlopende reacties. De felste reacties vielen uiteen in twee verschillende groepen. Aan de ene kant schudde men collectief het hoofd in afkeer. Deze mensen beschouwden Kennedy als een van de goeien die stapelgek is geworden, iemand die “met zijn nieuwe en onbegrijpelijke kruistocht een onfatsoenlijke sprong in de wereld van anti-wetenschap had gemaakt”, zoals Jeffrey Kluger in Time schreef. De andere kant, vooral degenen die eerder al hun wantrouwen tegenover staatsinstanties en het medische establishment hadden uitgedrukt, prees Kennedy als een dappere “held”.

Zelfde verhaal, twee diametraal tegenovergestelde reacties. Hoe kan dat?

Wordt vervolgd