Creationisme en Wetenschap (3): Tips & tricks

Op zaterdag 7 april ging het eerste congres van het Logos Instituut in Vlaanderen door onder de naam “Bijbel en wetenschap. Scheppingsgeloof onder vuur”. Locatie: de kerk van de Vrije Evangelische Gemeente Antwerpen. In het derde deel van mijn verslag wil ik enkele tips & tricks geven omtrent het behandelen van al dan niet wetenschappelijke bronnen, artikelen en boeken tijdens een presentatie.

* * *

T&T 1: verwijs niet naar vaag “wetenschappelijk” of “archeologisch onderzoek”, geef referenties

Tijdens een lezing voor een lekenpubliek is het zelden een goed idee om vaagweg te verwijzen naar “wetenschappelijk onderzoek”, of naar onbestemde “onderzoekers” die misschien wel eens “hebben aangetoond dat…”. Dat is een beetje flauw. Het publiek heeft er weinig aan, maar al bij al gelooft men meestal de spreker op haar of zijn woord. De toehoorders gaan er mijn inziens van uit dat de spreker (1) eerlijk is en (2) zich terdege heeft voorbereid. Trouwens, niemand wil tijdens de lezing rap rap dat onbestemde onderzoek snel even googelen en nog minder mensen willen dat doen na de lezing.

Toch mag men rekening houden met mensen die wél geïnteresseerd zijn in het onderwerp, die wél verbaasd zijn door wat mogelijk nieuw en baanbrekend onderzoek zou kunnen zijn. Een referentie (al dan niet in de hand-out of op een dia) is dus meer dan welkom, al is de kans groot dat één artikel weinig zegt over de consensus.

Een voorbeeld: zowel Prof. dr. Sieberma als Dr. Arie Dirkzwager (“Uittocht, doortocht en intocht. De exodus van Israël en de archeologie”) vermeldden dat “archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat de Israëlieten die Egypte verlaten hebben tijdens de exodus, het alfabet hebben uitgevonden” en door hen hebben wij ons schrift verworven. Iemand die de vakliteratuur niet kent, gaat dit misschien nog voor waar aannemen. Het wordt per slot van rekening gezegd door twee geleerde specialisten. Iemand die de vakliteratuur een klein beetje volgt en de consensus kent, fronst hierbij de wenkbrauwen en gaat nieuwsgierig maar in dit geval tevergeefs op zoek naar wetenschappelijke literatuur die dat nieuwe idee ondersteunt.

De consensus luidt dat het Hebreeuws schrift een afgeleide is van het Fenicisch schrift. Een preciezere term voor deze schriftsoorten is abjad, waarbij in de pure vorm enkel de medeklinkers worden geschreven als een apart letterteken. Waarschijnlijk waren het de Grieken die op basis van het Fenicische schrift de stap hebben gezet om alle klanken, dus ook alle klinkers, te schrijven. Egypte komt niet voor in dit verhaal.

Een van de weinige correcte bronvermeldingen betrof de vertaling van de Bijbel die in deze gemeenschap gehanteerd wordt: de Nieuwe Bijbelvertaling uit 2004. En dat is mager in het kader van een lezingenreeks over creationisme en wetenschap.

T&T 2: als je verwijst naar een specifiek boek of artikel, stel de inhoud dan op een eerlijke manier voor

Van iemand die een lezing geeft, mag eerlijkheid en oprechtheid verwacht worden. Wat niet automatisch wil zeggen dat men akkoord hoeft te gaan met de inhoud, of beter, met de conclusies van de lezing. Wanneer de spreker een zeer specifieke bron aanhaalt en de inhoud daarvan bespreekt, dan mag men een zekere graad van correctheid verwachten bij het voorstellen van de inhoud van die bron.

Opnieuw, niemand in het publiek kan tijdens de lezing die bron controleren, weinig mensen doen dat achteraf. Al bij al is dat een kwestie van vertrouwen. Kritisch of niet, ik denk dat een toehoorder meestal in grote mate bereid is om de spreker te vertrouwen wanneer deze (controleerbare) feiten voorlegt.

Een voorbeeld: Jan van Meerten slaagde erin dat vertrouwen te beschamen bij zijn bespreking, of beter, bij zijn smalende opmerkingen over Stefan Blanckes boekje De Schepping na Darwin. Over modern creationisme en intelligent design. Sympathie heeft Van Meerten wel voor de auteur, maar hij kan het niet laten om een onooglijk detail te “corrigeren” en daarmee diens geloofwaardigheid als onderzoeker in twijfel te trekken. Want dat doe je natuurlijk ten opzichte van mensen voor wie je sympathie hebt.

Volgens de man van het Logos Instituut vermeldt Blancke dat het (georganiseerde) creationisme een relatief recente stroming is. Blancke zou verwijzen naar een (niet nader genoemd) boek uit 1923. Van Meerten zelf heeft zowaar ooit een (eveneens niet nader genoemd) boek op een rommelmarkt gevonden uit – hij kan zijn lach niet inhouden – 1910. Dertien jaar ernaast dus. Checkmate, atheists!

Of toch niet.

Eerste detail: Blancke kent de literatuur, kent de geschiedenis van de stroming. Enkel bij wijze van voorbeeld: één van de gezaghebbende auteurs over dit onderwerp, Ronald L. Numbers, heeft het voorwoord geschreven van Blanckes andere boek, Creationism in Europe. Trouwens, het boek van Numbers The Creationists. From Scientific Creationism to Intelligent Design is een aanrader (en wordt vermeld in de beperkte literatuurlijst achteraan Blanckes boek, een aanrader trouwens).

Tweede detail: het boekje De Schepping na Darwin pretendeert niet meer dan een inleiding te zijn (het telt zo’n 80 pagina’s tekst) en Blancke heeft ervoor gekozen om bepaalde uitspraken in zijn verhaal niet te overladen met details of datums. In het stuk “Het eerste verzet tegen evolutie” (p. 23) schrijft hij dat in het “eerste kwart van de 20e eeuw in de Verenigde Staten het verzet groeide tegen de evolutietheorie”. Eerste kwart, daaronder versta ik de periode 1900-1925. Vervolgens verwijst Blancke op diezelfde pagina naar de Fundamentals, en dat is een reeks van publicaties die liep van 1910 tot 1915 (p. 23 én 24). En laat 1910 nu net het jaartal zijn dat Van Meerten gebruikte als clou van zijn smalende opmerking. Blancke vermeldt 1923 als jaartal waarop Oklahoma een wet goedkeurde “die ervoor zorgde dat kinderen uit de lagere school gratis handboeken kregen, maar enkel als die niets over evolutie vermeldden.”

Met andere woorden, Van Meertens “correctie” van een “fout” die niet in het boek staat, bestaat uit de informatie die eigenlijk wél in het boek van Blancke te vinden is. Hoe zou u dit omschrijven, Jan? Als jokken? Het lijkt me iets te geëlaboreerd om dit af te doen als “oepsie, foutjeuh”.

Hoe dan ook, dit voorvalletje was een minuscuul detail in een al bij al vrij overbodige lezing van iemand die geld en leden kwam ronselen. De veel belangrijkere, tenenkrullende leugens, namelijk de schrijnende misrepresentatie van de Sokal-hoax door Johan Vanbrabant later die dag, zal ik in een ander artikel uit de deken doen.

T&T 3: woorden hebben een betekenis; idiosyncratische betekenissen toegekend aan woorden dienen verduidelijkt te worden

Er zijn tijdschriften, populair-wetenschappelijke tijdschriften en gepeerreviewd wetenschappelijke tijdschriften. Men moet al over heel veel fantasie beschikken om het tijdschrift WeetMagazine voor te stellen als een populair-wetenschappelijk tijdschrift:

Geïnteresseerd in de wereld om je heen? Verwonderd over Gods schepping? Nieuwsgierig hoe onverklaarbare, maar ook alledaagse dingen, in elkaar steken? Dan maken we Weet Magazine voor jou! We schrijven over opmerkelijk wetenschappelijk onderzoek, leuke weetjes, unieke invalshoeken en dat alles vanuit Bijbels perspectief. (mijn nadruk)

Het Logos Instituut was zo genereus om exemplaren van dit mooi en verzorgd uitgegeven magazine uit te delen. Een bespreking van het laatste nummer volgt.

Maar alles kan beter: ingenieur Stef. J. Heerema zal tijdens zij lezing “Geologie en de zondvloed” uitpakken met de verwijzing naar een eigen artikel verschenen in het gepeerreviewde tijdschrift Journal of Creation. In zijn lezing beweerde hij dat zoutgesteenten overal ter wereld worden aangetroffen, dat zoutgesteenten enkel kon verspreid worden in opgeloste vorm, dus in een waterige omgeving, ergo de (wereldwijde) zondvloed is hiermee voldoende aangetoond (én het staat ook nog eens in de Bijbel).

Eigenlijk is het heel bizar dat een groep mensen die zo’n afkeer hebben van alles waar wetenschap voor staat, toch de formele (maar niet meer dan de formele) kenmerken, waaronder de labels van die wetenschap, overnemen. Feynmaniaanse cargo cult science pur sang. Iemand als een Heerema gaat er blijkbaar vanuit dat het opplakken van de labels ‘peerreview’ en ‘wetenschappelijk tijdschrift’ een vodje zoals Journal of Creation effectief een gepeerreviewd tijdschrift is.

Gert-Jan van Heugten, scheikundig ingenieur en dino-fanaat, ging zelfs nóg een stap verder: zijn amechtige poging om wetenschap te definiëren hield in dat alle kennis begint bij ontzag voor de Heer. Met andere woorden, goede wetenschap begint bij de Bijbel. En we zitten weer bij het eerste artikel van deze reeks, bij de lezing van de eerste verzen van Genesis, en zijn we heel ver verwijderd van wat wetenschap nu precies voor academici, onderzoekers, leken en enthousiastelingen, of beter, voor niet-fundamentalisten die ene term kapen en parasiteren, betekent. Gert-Jan van Heugten probeer ik later te bespreken, en meer bepaald in een artikel over mijn verbazing hoe hopeloos achterhaalde en ontkrachte verhaaltjes à la von Däniken, Velikovsky c.s. geacapereerd lijken te worden door hedendaagse creationisten, waaronder ook het opperhoofd van CreaBel, Jos Philippaerts.

T&T 4: goede seculiere wetenschap: slecht; slechte seculiere wetenschap: goed

Verwerp de meeste vormen van wetenschap, wetenschappelijke inzichten zijn ook niet nodig aangezien er iets bestaat als de Bijbel. Als men dan toch wetenschappelijk onderzoek aanhaalt, dan zijn er twee mogelijkheden.

  1. Het is mij verschillende keren opgevallen dat van bepaalde onderzoekers wiens bevindingen wél in het fundamentalistisch kraampje passen, zéér expliciet gezegd worden dat ze atheïsten zijn, ongeacht de wetenschappelijke status van die onderzoeker. David Rohl, een blijkbaar ongelovige auteur die zich heeft laten beïnvloeden door o.a. Velikovsky, wordt op handen gedragen. De onderliggende boodschap is hier “als zelfs een atheïst het al zegt, dan moet het wel waar zijn”.
  2. David Rohl en Immanuel Velikovsky zijn twee een mooie voorbeelden van de tweede optie. Beider theorieën worden niet aanvaard (en zelfs genegeerd) door de wetenschappelijke gemeenschap. De theorieën zijn ondanks hun spektakelgehalte vrij banaal, makkelijk te ontkrachten en worden enkel nog verspreid via tweede- en derdehandsboekenwinkels waar de oude Ankh-Hermes-boekdelen uit de late jaren zestig en zevenentig vechten tegen schimmels en verzuring, en blijkbaar dus ook via creationistische lezingen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Protected by WP Anti Spam