Creationisme en Wetenschap (5): the easiest person to fool

Op zaterdag 7 april ging het eerste congres van het Logos Instituut in Vlaanderen door onder de naam “Bijbel en wetenschap. Scheppingsgeloof onder vuur”. Locatie: de kerk van de Vrije Evangelische Gemeente Antwerpen. In het vijfde en voorlopig laatste deel van mijn verslag bespreek ik de lezing van Johan Vanbrabant.

* * *

Direct na de lezing van Vanbrabant vraag ik me af of de termen fundamentalistisch en fundamenteel oneerlijk synoniem zijn. Een week later denk ik dat mijn vraag fout is. De dag was begonnen met twee gedistingeerde heren professoren, ging verder met moderne, dynamische jongeren wiens evangelische drift bijna zo sterk was als hun Studio 100-achtige, mercantiele neigingen, om te eindigen met Johan Vanbrabant, een man waarvan mijn grootvader zou gezegd hebben dat hij “een ras op z’n eigen” is.

Vlot pratend en volleerd podiumbeest, dat wel, maar niet gespeend van al te platte humor of geheel overbodige knipogen naar die Nederlanders die dit of ’t geen niet volledig zouden begrijpen. Vlaemsch-‘Ollandse taalgrapjes anno 2018? Naah, hoeft echt niet. Mocht ik deze man om iets over drie aan de toog bezig horen, ik zou me minder verbazen dan nu, iets over drie vooraan in een kerk. Ergens in mijn nota’s vind ik terug dat deze woordenpatser spreekt in (hoge)scholen en zelfs universiteiten.

Net zoals de meeste sprekers die dag is ook Vanbrabant hoogopgeleid; zijn professionele bezigheden ogen indrukwekkend. De beroepskennis van deze intelligente mensen noopt tot bescheidenheid. Laat er geen twijfel over bestaan, de meeste sprekers die dag zijn meer dan bovengemiddeld verstandig, de andere mocht het ronselpraatje houden.

Helaas hebben mensen, intelligent of niet, al eens de neiging om zichzelf voor gek te zetten. Hoogopgeleiden kunnen zichzelf vergalopperen, vooral maar niet uitsluitend in vakgebieden waarin ze niet gespecialiseerd zijn. En dat ondanks het feit dat ze zich ook daarin een expert wanen. Vaak lijken dan de worden van Richard Feynman te gelden: “The first principle is that you must not fool yourself — and you are the easiest person to fool”. Terwijl dit geldt voor zo ongeveer iedereen, voegde filosoof Johan Braeckman, en met hem vele anderen, eraan toe dat vooral intelligente mensen er zeer goed in slagen om zichzelf op een al dan niet quasi-rationele manier, en meestal zeer eloquent, te immuniseren tegen kritiek van derden op hun (waan)gedachten.

Net zoals de meeste sprekers die dag is Johan Vanbrabant een expert in wat ik nu maar even voor het gemak de evangelische geïnspireerde ideologische kritiek op wetenschap, evolutietheorie en geologie zal noemen. Net zoals bij de andere sprekers wordt het helemaal niet duidelijk wat hij nu precies weet omtrent de wetenschappelijke gebieden die hij meent te moeten bekritiseren. Laat hij zich niet hinderen door een gebrek aan kennis of kent hij het vakgebied wél en laat hij zich niet hinderen door een gebrek aan eerlijkheid? Een volgende vraag is dan meteen: maakt dat uit voor een ideoloog, maakt dat uit voor een fundamentalist? Ik denk dat iemand met zo’n ideologisch geladen, fundamentalistische boodschap niet meer stilstaat bij een eventueel gebrek aan kennis of eerlijkheid. Zelfreflectie en bescheidenheid zijn volgens mij al lang geleden vervangen door een immunisatieproces dat de spreker ver boven dit soort triviale vragen verheft.

Zijn praatje begon met een overbodige uitleg over wat wetenschap nu is, waarbij hij al goochelend woorden als feiten, kennis en informatie in een nietszeggend schema probeerde te duwen dat verder geen enkele functie vervulde. Interessanter was dat ook hij de canard aanhaalde die Van Heugten eerder de dag had vermeld: wij mensen kijken sowieso met een gekleurde bril naar de realiteit. Met andere woorden, wetenschap kan niet objectief zijn. De Bijbel daarentegen is voor hem het meest coherente verhaal, is voor hem wél wetenschappelijk verantwoord. Lees de twee vorige zinnen gerust nog een keer als het u niet direct opvalt hoe Vanbrabant hier in zijn eigen staart bijt.

Opnieuw zitten we in deel 1 van deze reeks, Laat ons bidden: de Bijbel en niets anders dan de Bijbel. De rest is opvulsel, piepschuim. En eigenlijk wordt dit mooi (maar waarschijnlijk ongewild) geïllustreerd door de aankondiging van het tweede congres dat het Logos Instituut zal organiseren in Antwerpen later dit jaar. We kunnen er nú al voor inschrijven, hoewel er momenteel (14 april 2018) nog geen namen van sprekers of onderwerpen van de lezingen bekend zijn. Maar au fond dat is ook niet zo belangrijk, het zijn toch slechts voetnoten bij het Bijbelse verhaal. Oh ja, één lezing is al wel ingevuld, die van Jan van Meerten, de ronselaar van het Instituut, de handelaar in de tempel. Zijn kassa staat al klaar, nu de rest nog.

Terug naar de lezing. Het zou naïef geweest zijn te denken dat er tijdens een congres voor en door fundamentalistische christenen over wetenschap en creationisme een poging zou ondernomen worden om het hele bedrijf van dé wetenschap, wat daarmee ook bedoeld wordt, op een eerlijke manier af te schilderen.

Toch begin ik met een positieve noot: Vanbrabants kritiek op de tekortkomingen van de wetenschap maakt ongemakkelijk, maar is meer dan terecht. Hij voert aan dat het wetenschapsbedrijf niet zonder fouten, kemels en zelfs hemeltergend bedrog is. Foute woordkeuze: goede wetenschap is voor deze gelovigen in een God van Gebakken Lucht hemeltergend, maar u begrijpt wat ik bedoel. Meestal zijn het dan andere wetenschappers die de fouten, kemels én het bedrog naar boven spitten (zie bij wijze van voorbeeld Retraction Watch), maar dat neemt het bedrog niet weg.

Hij heeft dus zeker een punt met zijn kritiek, maar hij weegt het niet af tegen de voordelen van datzelfde wetenschappelijk bedrijf, en daarin toont hij zich dus zeer onevenwichtig, om niet te zeggen oneerlijk. Nochtans waarschuwt Vanbrabant ook zijn broeders en zusters in het ware geloof: zij moeten integerder omgaan met hun geloof dan de wetenschappers met hun onderzoekjes, en dat is niet altijd het geval, roept hij triomfantelijk.

Vanbrabant gaat nog enkele stappen verder: het geheel van wetenschappelijke onderzoeken, de valse, bij elkaar gelogen artikelen kosten de gemeenschap handen vol geld en het dient alleen maar om de gehechtheid aan een bepaald socio-politiek-wetenschappelijk systeem te bestendigen. En hier schakelt hij knarsend, niet zozeer naar een hogere, wel naar een andere versnelling.

Hij vraagt zich al te luid af waar dat evolutionistisch gedachtegoed goed voor is. Alvast niet voor de bescherming van (zwakke) dieren, want dat druist in tegen het recht van de sterkste. Ook ziekenhuizen en de verzorging van zieken en zwakken gaan volgens Vanbrabant in tegen het evolutionair denken. Ik kan mijn oren niet geloven en vraag me af of de zaal wel groot genoeg is voor de stropop die hij probeert op te trekken. Iemand die de natuur beschermt, gaat hij verder, is niet “evolutionair bezig”. Waarom zouden mensen dieren, planten of ecosystemen willen redden die tóch verloren zullen gaan omwille van de “evolutionaire druk”. Evolutionair staat voor hem gelijk aan stinkende fabrieken, kapotte natuur. De wereld gaat ten onder aan het evolutionaire denken. En na al de uren te hebben geluisterd naar dit soort gejengel, begin ik het dan toch stilaan op mijn sijsjes te krijgen.

Vanbrabant voert aan dat men als niet-christen niet consequent de natuur kan willen redden. Invasieve planten, aldus de spreker, “da’s evolutie, hé”. Ik vraag me ondertussen af of twee handen genoeg zijn voor een facepalm. Mensen die problemen hebben met invasieve planten en dieren, gaan in tegen evolutie. In mijn nota’s staat op dit punt “hoe idioot kan een mens zijn?”, terwijl ik me eigenlijk had moeten afvragen of hij er zich van bewust zou zijn of zijn uitleg één gigantische stropopargument is, of hij er zich van bewust is dat hij nonsens vertelt. Groot was dan ook mijn verbazing, zelfs na een volledige dag onder creationisten, dat één van de reacties door een geestesgenoot op een vorig artikel diezelfde van de pot gerukte manier van denken volgt.

De rest van de lezing gaat aan mij een beetje voorbij. Ik verneem weinig boeiende zaken, ben moe, ben het beu en wil naar vrouw en kind. Ik hoor nog hoe Vanbrabant dna vergelijkt met een computerprogramma. Verandert men een 1 of een 0 aan een computerprogramma (sic), dan werkt het niet meer, dan loopt het vast. Gebeurt er één verandering in het dna, één mutatie, dan stopt ook dat biologische programma. Dna kan alleen maar 100 procent gekopieerd worden of niet, zegt deze vader van vijf kinderen. Alles moet passen, het is een kwestie van niet-reduceerbare complexe systemen. Behalve zijn uitleg, die slaat nergens op. Hij denkt zelfs dat op enkele geanimeerde gifs individuele atomen te zien zijn.

Een deel van mijn suf hoofd denkt dat met deze term de imaginaire creationistische bingokaart vol is, een ander deel probeert in te schatten hoe hard mijn ongelovige partner, wetenschapslerares die de evolutietheorie niet uit de weg gaat, die opgeleid is als milieuwetenschapster en serieuze biotechnologische inclinaties heeft, die elk schooljaar uitleg geeft over dna, die gewonde vogels naar het dierenasiel brengt, die vegetarisch eet omwille van redenen die te maken hebben met milieu- en dierenwelzijn, met de uitleg van deze onnozele hals gaat lachen.

Even later toch protest uit de zaal. Om een reden die ik gemist heb wegens sufgeluld, begint Vanbrabant plots over de bekende Sokal-affaire. Even opfrissen: in 1996 stuurde de natuurkundige Alan Sokal een nepartikel tsjokvol wetenschappelijk jargon naar het academische tijdschrift Social Text, dat het prompt publiceerde. Ik heb deze affaire heel kort beschreven in het artikel Genereer uw eígen nonsens. Volgens Vanbrabant toont de Sokal-affaire nog maar eens aan hoe je wetenschappers alles kan wijsmaken, hoe wetenschappers zonder nadenken, zonder overleg, zonder kennis van zaken, zonder verstand wetenschappelijk aandoende nonsens accepteren en publiceren.

Iedereen die een klein beetje vertrouwd is met deze affaire, weet echter dat Sokal deze tekst schreef om aan te klagen hoe bepaalde, vooral postmodernistisch geïnspireerde praatjesmakers zich wetenschappelijk jargon en stellingen verkeerdelijk toe-eigenden, fout voorstelden en misbruikten om hun eigen ideeën te pushen. Of Vanbrabant weet dit niet en heeft de tekst, het latere boek Intellectueel Bedrog (samen met de Belg Jean Bricmont) of de naweeën van deze kleine bom in Pomoland nooit gelezen en dan is hij oneerlijk. Of hij kent de affaire wél en liegt omwille van de goede, evangelische zaak. Hoe dan ook, de ironie is verschroeiend.

Terwijl ik luister naar de proteststem uit het publiek, die inderdaad probeert uit te leggen dat Vanbrabant hier (andermaal) de grens van het welvoeglijke overtreden heeft door de aard en de intentie van Sokals artikel totaal verkeerd voor te stellen, dat hij dus andermaal liegt en zeer oneerlijk is, begint het me te dagen dat ik het ben die zo tekeer gaat. Waarmee ik mijn zelfopgelegde regel tijdens dit soort samenkomsten, namelijk geen interactie, schend. Ik kom om te observeren, niet om te discussiëren.

Na de lezing pak ik mijn boeltje samen waarin genoeg notities zitten voor een artikel of twee en vertrek. Het is echter dankzij de aanmoedigingen van Jan van Meerten van het Logos Instituut en de reclame die hij maakt voor mijn blog, dat ik naarmate de week vordert, toch beslis om er meerdere delen aan te wijden. Ik moet deze man écht wel bedanken voor het verkeer op mijn website dat hij gegenereerd heeft. Jan, merci, gast ;-). Hij heeft mij ondertussen ook bedacht met een tegenartikeltje en vraagt zich af wanneer ik daarop ga reageren. First things first, Jan, ik heb nog een lezing van een complotdenker in Breda te bespreken, en nee Jan, een moddergevecht met een varken dat zijn modderpoel kent, daarin heb ik geen zin. Er is ook weinig reden om mijn artikel te veranderen of te verantwoorden. Misschien later, Jan.

Als cultureel katholiek maar levenslang atheïst voldeed ik vrij goed aan beschrijving van Maarten Boudry van de moderne seculier die niet zo vertrouwd (meer) is met gelovigen die zeer weinig water in hun goddelijke wijn willen doen. Vóór het congres en enkel op basis van de teksten die ik ter voorbereiding had gelezen, kon ik me moeilijk inbeelden hoe fundamentalistisch fundamentalistische christenen zijn, hoe sterk zij vasthouden aan hun letterlijke lezing van de Bijbel (nu ja, zolang het hen uitkomt tenminste), hoe bereid zij zijn hun ideologie te laten primeren op eerlijkheid. Dat is bij deze bijgesteld.

Tot slot: de aanwezigheid van een ex-inspecteur van het protestants evangelisch onderwijs in Nederland en Vlaanderen en een lesgever uit Limburg, maakt mijn verbazing over deze dag enkel maar groter. Als ik terugdenk aan de hardcore anti-seculiere en dus anti-democratische nonsens die ik tijdens de lezingen heb mogen aanhoren, dan kan ik enkel vaststellen dat het verschil met de lieflijk opgestelde leerplannen van bijvoorbeeld het Protestants Evangelisch Godsdienstonderwijs in België zeer groot is. Ik hoop dat deze leerplannen niet louter de aardige façade zijn waarachter leugenachtige stukjes à la congres worden opgevoerd.

4 reacties op “Creationisme en Wetenschap (5): the easiest person to fool

  1. Jan van Meerten heeft nog nooit begrepen dat ‘niet reageren’ wel eens verstandig is. Hij heeft inderdaad goede reclame voor deze site gemaakt (anders was ik hier niet, bv).. Begin nooit aan een discussie met Jan van Meerten, hij geeft nooit toe, hoe stom of ononderbouwd zijn standpunt ook is (en hij heeft nog nooit een verstandig standpunt verdedigd … ).
    Vanbrabant is een onderzoeker naar roest, ergens bij een bedrijf, volgens linkedin. Geen publicaties.
    Van Heugten en Vanbrabant demonstreren het failliet van een technsche opleiding – je leert daar niet denken. Het ergerljjke is dat ze doen alsof ze iets weten over iets dat ver buiten hun reikwijdte ligt.

  2. Beste Frank,

    Uw taalvirtuositeit is indrukwekkend.

    Het lijkt er op dat u weinig begrip kunt opbrengen voor het standpunt van creationisten. U gaat zelfs zo ver om hen te beschuldigen van list en bedrog. Staat u open voor het idee, dat ze vanuit hun standpunt bezien integer opereren, en dat uw wereldbeeld mogelijk zo hemelsbreed van die van hen (en een heel groot deel van de wereldbevolking) verschilt dat u de geldigheid van hun argumentatie niet herkent?

    • Beste

      Geldigheid van welke argumentatie precies? Begrijpen wij iets anders onder de woorden ‘geldigheid’ en ‘argument’?

      Ook u lijkt de indruk te willen wekken dat het enkel maar een kwestie is van verschillende standpunten, het mijne en het theologische. En dat terwijl het gaat over een breed gedragen wetenschappelijke consensus tegenover een strakke, protestants-evangelische lezing van de Bijbel. Misschien lees ik te veel in uw korte reactie, maar u lijkt deze twee “standpunten” (impliciet?) te willen voorstellen als in se gelijkwaardig en bereikt op een gelijkaardige, evenwaardige manier, waarbij u er nog een drogreden, een argumentum ad populum, tegenaan gooit.

      Het congres was zelfs geen slechte poging om het spanningsveld tussen wetenschap en de eigen, selectieve en sectaire interpretatie van de Bijbel te onderzoeken. Op misschien een spreker na was er niemand die erin slaagde om wetenschap op zich en de wetenschappelijke bevindingen waartegen men fulmineerde (vooral, maar niet uitsluitend de evolutietheorie), herkenbaar af te schilderen, of te presenteren op een manier waaruit bleek dat ze er zelfs maar de basis van begrepen. Ja, mij lijkt zoveel onkunde, onbegrip en dus oneerlijkheid te wijzen op een gebrek aan integriteit. Nee, ik heb weinig of niets gehoord dat zou kunnen gebruikt worden als een basis voor eventuele geldigheid. Nee, veel begrip heb ik daar niet voor.

      M.i. is “hemelsbreed” de standaardmaat voor de afstand tussen ‘wetenschappelijk gezien plausibel (maar onderhavig aan verandering, i.e. betere argumenten en theorieën)’ en ‘gefundeerd op een zeer idiosyncratische lezing van een religieuze tekst’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Protected by WP Anti Spam