Kampf der Wahnsinnigen, 2. Teil

Exact een maand geleden schreef ik Kampf der Wahnsinnigen: viruswaanzinBE vs het maffiose verplegend personeel. Mijn stuk was een reactie op “Open brief aan de zwijgers”, een tekst die verscheen op de website viruswaanzin(.)be op 24 juli 2020. Ondertekend door Luc Conrardy en Michel Mulder, mij verder onbekend.

Samengevat: zij (of beter ,“we bij viruswaanzin/folie virus”) verwezen door middel van een bijna-citaat naar de Grote Leugen en Mein Kampf. Ze beschuldigden eveneens de meerderheid van het Belgische medisch personeel ervan medeplichtig te zijn aan “de grootste zwendel die de mensheid ooit heeft mogen aanschouwen” en mee te werken aan een calamiteit die de auteurs enkel maar konden vergelijken met de resultaten in de Duitse vernietigingskampen tijdens het nazi-regime. Dat veronderstelt planning door een een groep mensen, een bureaucratisch apparaat, een bewuste uitvoering door mensen die weten dat hun werk destructief is. Kortom: geen lichte beschuldigingen.

Het coöperatieve principe

Deze week verscheen dan de secretaris van viruswaanzin/folie virus op Twitter, een uitgelezen kans om dit onderwerp voor te leggen aan iemand die het reilen en zeilen binnen de organisatie kent.

De hoofdvraag was eenvoudig: staat de secretaris achter de inhoud van de open brief?
De deelvragen lagen evenzeer voor de hand:

1. Staat de secretaris achter de beschuldiging dat het verzorgend personeel behoort tot de georganiseerde misdaad en zijn ze medeplichtig aan iets dat vergeleken moet worden met de vernietigingskampen?
De light versie hiervan is of het medisch personeel überhaupt ook maar aan iets medeplichtig is dat ruikt naar een misdaad.

2. Staat de secretaris achter het bijna-citaat uit Mein Kampf en de vergelijking van hun strijd met die van Hitler tegen de zogenaamde Grote Leugen?
Hier is geen light versie van en het ruikt naar gas.

Net zoals in andere gesprekken met soortgelijke activisten (bijvoorbeeld anti-ggo-demonstranten, antivaccinatie-activisten, fundamentalistische platte-aarders met een bekeringsdrang), durf ik te stellen dat ook tijdens deze conversatie het zogenaamde coöperatieve principe niet nagestreefd werd. Dat principe houdt de veronderstelling in dat de deelnemers aan een gesprek proberen informatief, waarheidsgetrouw, relevant en duidelijk te zijn. Niet dus.

Wat een wandeling in het park had moeten zijn, een paar ja/nee-vragen hier, evenveel antwoorden daar, mondde uit in een vermoeiende en oersaaie, zigzaggende calvarie met onnodig veel uitweidingen. Een twee dagen durende poging om de secretaris van de vzw Viruswaanzin enkele eenvoudige vragen te laten beantwoorden in verband met een publicatie vanwege de vzw op de website van de vzw.

Meningen zijn vrij

Waarschuwing: bevat inspiratie voor viruswaanzinnigen

Mocht u nu denken dat alleen al het feit dat de open brief geschreven is door Viruswaanzin én gepubliceerd is door Viruswaanzin, op zich tekenen zouden zijn dat de organisatie achter de inhoud van de open brief staat, dan bent u eraan voor de moeite!

De secretaris verduidelijkte dat de bezoeker van de website enkel moet kijken naar de doelstellingen van de vzw. Daarin staan zulke beschuldigingen niet, dus de vzw is vrij van elke blaam ten aanzien van vileine beweringen die elders door de vzw verspreid worden.

Deze hoogst eigenaardige redenering maakt dat de status van de teksten op de website zeer dubieus en ambigue worden. Zijn artikelen die duidelijk geschreven zijn in naam van de organisatie, effectief ook mededelingen, de verwoording van ideeën die de organisatie wil uitdragen? Indien niet, wat is dan de status van zo’n tekst op de website en waarom zou die organisatie met een uitgesproken activistische agenda zo’n tekst dan publiceren?

Het is allemaal een kwestie van ‘vrijheid van meningsuiting’, probeerde de uitgesproken libertaire secretaris nog. Maar in de context van de conversatie was dat niet van toepassing. Verder heeft niemand ook maar gesuggereerd dat de ideeën in die tekst niet mogen uitgesproken worden of moeten verdwijnen. Wat mij betreft integendeel zelfs: ik beschouw die open brief als welkom lees- en studiemateriaal.

Praatjes, geen cojones

Na twee dagen zwetsen werd het duidelijk dat de secretaris van de organisatie die de “Open brief aan de zwijgers” schreef en publiceerde, niet kon zeggen of hij die tekst nu wilde verdedigen dan wel afvallen. En dat is aan de bedenkelijke kant, aangezien de open brief aantoont dat er in de cockpit van vzw Viruswaanzin mensen zitten met een serieus Hitler- en Große-Lüge-complex.

Hij kon of wilde niet verklaren dat hij de idee aanhing dat het verplegend personeel “de coronaleugens” mee “in stand houdt”, dat ze zich medeplichtig moeten voelen “aan de grootste zwendel die de mensheid ooit heeft mogen aanschouwen”. Ook op de vraag die “coronaleugens” het niveau halen van de Grote Leugen die Hitler beschreef in Mein Kampf, wist de secretaris geen duidelijk antwoord te formuleren. Zijn redenering leek te zijn dat het artikel binnen een interpretatie van ‘vrije meningsuiting’ valt en dat hij daar derhalve geen (moreel) oordeel over te vellen heeft. Een andere manier om te zeggen dat de naam Haas is, overgoten met een smakeloze libertaire instantsaus.

‘Vrijheid van meningsuiting’ is een degelijk beginsel, daar twijfelt niemand aan. Maar dat beginsel sluit niet uit dat men zich niet kan uitspreken over de inhoud van de controversiële tekst met zeer scherpe en verregaande beschuldigingen en vergelijkingen.

Schrijnend en tegelijkertijd fascinerend om zien is dat ook binnen de Nederlandse tak van de familie Viruswaanzin-Viruswaarheid eenzelfde deficit gaapt. Voorman daar, Willem Engel, vond het niet nodig om afstand te nemen van de moordfantasieën met betrekking tot de Nederlandse premier Rutte door twee van zijn geestesgenoten: “Geen idee wat ik daar van moet vinden” en “(a)ls dat een optie is… Dat is altijd een theoretische optie. Daar kan ik niet zoveel over zeggen.” Opnieuw libertaire viruswaanzin, gespeend van het meest elementaire moreel besef.

Conclusie

Uiteraard kan de secretaris van de Belgische troep geen oordeel voor of tegen uitspreken op een medium dat zo publiek en onvergeeflijk is als Twitter: geen van de twee opties spelen in zijn voordeel. Zijn schijnbare onduidelijkheid tast misschien zijn beeld naar de buitenwereld toe aan, het laat de groepscohesie wel intact. Geen onderlinge strubbelingen of discussies over moreel zeer betwijfelbare uitingen, da’s slecht voor de moraal van de groep.

Hoe strak en duidelijk de intentieverklaringen en doelstellingen ook mogen zijn, de bijkomende verklaringen, teksten, artikelen zijn pas écht bedoeld zijn om sympathisanten te werven, vast te houden en te bewerken. En dat gebeurt anno Internet 2.0 nog altijd met behulp van rekbare emoties eerder dan met fragiele feiten. Gevoelens kunnen we bespelen, manipuleren en oppoken, en dat leren we allemaal vóór we ‘pap’ kunnen zeggen.

Feiten moet men niet alleen kritisch onderzoeken, de keerzijde van de medaille is ook dat men de eigen feiten falsifieerbaar, kwetsbaar moet durven maken. En dat door middel van argumenten die eerlijk zijn, hout snijden en zeker niet drog zijn. Maar dat is zelden een goed idee als je de Waarheid in pacht beweert te hebben, revolte predikt en pretendeert een volksbeweging op te starten.

* * *

Het volgende artikel, dat eveneens over het gesprek met de secretaris van viruswaanzinBE gaat, zal ik op een gelijkaardige manier eindigen, maar met toevoeging van de idee dat feiten versmacht worden en dat de emoties bespeeld worden door middel van fake news en complottheorieën die men gedoogt dan wel zelf actief verspreidt.