Earth & Beyond IV – Chemtrail Panel: “Wat daarboven gebeurt, weerspiegelt eigenlijk wat er in mijn hoofd gebeurt.”

Dit artikel is het tweede in een reeks over de spirituele beurs Earth & Beyond IV die op 17 juni 2017 doorging in Houten, nabij Utrecht. In deze reeks bespreek ik enkele van de lezingen die ik heb mogen bijwonen.

* * *

VRAAG: Wat is de politieke agenda?

“Men wil tekorten creëren.” “Monsanto heeft zaden ontwikkeld voor aluminiumrijke grond.” “Ze trekken onze energie naar beneden.”

Aan het woord zijn Miranda Slob en Kees van de Water van ilovechemtrails.org, Cor van der Horst, reïncarnatietherapeut, Monique Calis, maker van chembusters en Gijs Verbeek van wearechange.nl. We zitten in een conferentiezaal en kunnen aan dit panel van experten alle vragen en opmerkingen over chemtrails kwijt.

Gijs Verbeek verzorgt een korte, inleidende presentatie. Hij was in een vorig leven – en het is niet duidelijk in welke mate we dit letterlijk moeten nemen – leraar biologie en leidt momenteel onderwijzers op aan een hogeschool. Chemtrails zijn “noch een conspiracy, noch een hoax, omdat het gewoon bewezen is”. De patenten zijn er, evenals de precedenten: zo zijn vliegtuigen die gewassen besproeien, eigenlijk al verspreiders van chemtrails. Zo ook (militaire) stuntvliegers die kleurrijke rookpluimen gebruiken in hun vliegshow. Die chemtrails, chemische sporen, zijn de witte strepen die men soms achter een vliegtuig ziet, hoog in het zwerk. In kringen van complotdenkers is men er rotsvast van overtuigd dat ‘men’, de Nieuwe Wereldorde voor het gemak, deze chemtrails gebruikt voor kwaadaardige doeleinden. Enkel mensen die deel uitmaken van het complot of de onwetende sheeple, denken dat dit contrails zijn, condensatiesporen. Mocht hij al bewijzen hebben, hij voert ze niet aan en niemand vraagt ernaar.

Hoe dan ook, volgens Gijs laat men via vliegtuigen of toxische metalen op ons los dwarrelen, zoals barium, aluminium en cadmium, of organisch materiaal, vooral ziekteverwekkers, of actieve nanopartikels. Het sproeien gebeurt, nog steeds volgens Gijs, ofwel met behulp van speciaal uitgeruste vliegtuigen ofwel via additieven in de brandstof van gewone, civiele lijnvliegtuigen. En omdat luchtvaartmaatschappijen betaald worden om met zulke gepimpte brandstof te vliegen, kunnen ze de prijzen voor hun klanten laag houden. Het begrip ‘moorddadige concurrentie’ krijgt zo plots een heel andere betekenis. De derde mogelijkheid die Gijs geeft, is nieuw voor mij: de verspreiding kan ook via ufo’s gebeuren, maar extra informatie krijgen we niet.

De gevolgen van de chemtrails zijn niet min: vergiftiging, dementie, alzheimer, sinusinfecties, verschillende kankers, metaalsmaak in de mond, brandende longen, brainfog, morgellons, ph-verandering, … Morgellons is een ingebeelde huidaandoening waarbij men ervan overtuigd is dat er zich (parasitaire) vezels nestelen in wonden. Het is verder ook niet toevallig dat de chemtrails op ons worden losgelaten bij zonsopgang en zonsondergang. Dat zijn namelijk de beste momenten om aan sungazing te doen, aldus Gijs, die er duidelijk zin in heeft. In de spiritueel-alternatieve folklore is het staren in de zon heilzaam.

De andere panelleden popelen om in te vallen. De vijand is zo machtig, de middelen zo perfide dat ze ervoor gekozen hebben om dit alles met liefde te benaderen, om de situatie met liefde te aanvaarden én met liefde te overwinnen. Aan het woord zijn Miranda Slob en Kees van de Water van ilovechemtrails.org. Maar totdat het zover is, legt Kees strijdlustig verder uit dat HAARP mee in de cabal zit en dat de actieve nanopartikels of nanobots in combinatie met de later te implementeren 5G en het Internet of Things voor een volledige mindcontrol zal zorgen. “Chemtrails trekken onze energie naar beneden”, beaamt ook Miranda. “Wat daarboven gebeurt”, zegt Kees van de Water gewichtig, “weerspiegelt wat er in mijn hoofd gebeurt.” Wie ben ik om dat tegen te spreken? De basisinformatie op die website is trouwens gebaseerd op het denkwerk van Peter Vereecke, Vlaanderens meest vooraanstaande complotdenker.

VRAAG: Wat met de “prophecy van de Hopi-indianen”?

Zich informeren omtrent chemtrails gebeurt blijkbaar in de taal van Shakespeare. Maar wars daarvan maakt deze vraag duidelijk dat het publiek bij dit forumgesprek niet bestaat uit ongeïnformeerde vragenstellers. Dat was ook al wel duidelijk toen de inleiding druk becommentarieerd en aangevuld werd door het publiek. De voorspelling van de Hopi-indianen maakt ook deel uit van de verhalencluster rond chemtrails. Zij zouden voorspeld hebben dat in niet zo verre maar barre tijden de wolken zouden uitwaaieren tot veervormige structuren, en laat dat nu een typisch kenmerk zijn van chemtrails, althans volgens de experten. Gijs verklaarde dat de Hopi een sterker ontwikkeld bewustzijn hadden waarmee ze verder konden kijken dan de spirituele onderontwikkelden die wij zijn.

Opnieuw valt het op dat een mogelijk fysieke werkelijkheid onlosmakelijk verbonden moet zijn met de esoterische en spirituele ideeënwereld van de believers. Op zich zou de basis van het chemtrail-verhaal deel kunnen uitmaken van een harde, fysieke werkelijkheid: of chemtrails bestaan of ze bestaan niet. Indien ze inderdaad zouden bestaan, dan moeten ze meetbaar zijn en tastbaar. De oorzaken en de gevolgen zouden gekwantificeerd kunnen worden. Ook de samenzwering erachter zou al dan niet gedeeltelijk in kaart kunnen gebracht worden: wie sproeit wat wanneer en waar en wat zijn de gevolgen voor wie waar en wanneer. Maar elke vorm van concreet onderzoek wordt, althans in de hoofden van de chemtrail-complotdenkers, onmogelijk gemaakt door de Nieuwe Wereldorde. Trouwens, het moet niet meer onderzocht worden, chemtrails bestaan. Punt aan de lijn. Vanaf het moment dat het fenomeen en de (vermeende) gevolgen een plaats hebben gevonden in de cluster van complotverhalen, dan lijkt men liever de toevlucht te nemen tot krachten die zich ver boven de wolken bevinden.

Of men kan een beroep doen op chembusters. De farmaceutische industrie en het even machtige Monsanto verdienen bak-ken poen met de aanmaak en verspreiding van chemtrails, maar gelukkig kunnen wij ons ertegen beschermen met chembusters. Aan het woord is Monique Calis, ontwerpster en verkoopster van chembusters. Prompt tovert ze twee verschillende versies tevoorschijn, eentje in zakformaat en een tafelmodel. De kleine chembuster is handig en “je kan hem altijd meenemen. Ik heb ‘em altijd bij me”. Met haar werktuigen gaat ze in het verweer tegen chemtrails. Soms met succes, soms zonder succes. Hoe het werkt, begrijpt ze niet helemaal, maar ze is wel een fan van Tesla en het heeft iets te maken met vrije energie. De vakterm ‘energietikkeling’ moet maar volstaan. Ze loopt vaak rond, zo vertelt ze, met een chembuster, een orgon, “om te transformeren, puur vanuit jezelf”. En wanneer ze dan thuiskomt, dan is de lucht terug blauw. Soms toch. Soms ook niet.

Reïncarnatietherapeut Cor krijgt blijkbaar ook een energietikkeling en schiet terug wakker, of terug in leven, dat is moeilijk te zeggen. Hij verklaart dat hij aanvankelijk zéér sceptisch stond tegen het koperwerk van Monique, maar ervaring heeft geleerd dat het effectief is. Tijdens hun proeven met grote chembusters in het zuiden van Frankrijk, op het domein van de hoofdredacteur van het tijdschrift Spiegelbeeld, behaalden ze volgens de subjectieve metingen duidelijke resultaten. Toen ze door omstandigheden geen aandacht konden schenken aan het koperen gevaarte, dan ontstond er een dipje in de metingen. “Je geeft zelf energie vanuit jezelf aan de chembuster en daardoor gaat-ie werken.”

VRAAG: Hebben de bedenkers en uitvoerders er zelf geen last van?

Hoewel Gijs ervan overtuigd is dat de ultieme opdrachtgevers niet-menselijke entiteiten zijn (het hele complot is te complex om door mensen te kunnen gecoördineerd worden), zijn de anderen van mening dat ook de bedenkers en daders lijden onder de constante stroom van chemicaliën die ze zelf laten neerdwarrelen. Maar hongeren naar mach is nu eenmaal destructief, dat zit in het karakter van CEO’s. Psychopaten zijn het, met een sterke zelfvernietigingsdrang. Trouwens, ze bevechten elkaar ook.

Een kwartier later is dan weer bijna iedereen het erover eens dat de elite zich kan beschermen tegen chemtrails, onder andere met colloïdaal zilver, wat het DNA herstelt, aldus de experten. Het is heel bizar dat op zowat elke website die én informeert over chemtrails én een webshop heeft, dit product wordt aangeboden. Dit volgt hetzelfde patroon als de kurkuma-drogreden: de farmaceutische industrie wil de heilzame werking van geelwortel bij kanker voor u geheim en verborgen houden, maar wij verkondigen de geneeskracht van het gele poeder en verkopen u kurkuma tegen exorbitante prijzen.

Earth & Beyond IV – Gerard Aartsen: “Dat zijn de feiten, als we ze even aannemen en zo.”

Dit artikel is het eerste in een reeks over de spirituele beurs Earth & Beyond IV die op 17 juni 2017 doorging in Houten, nabij Utrecht. In deze reeks bespreek ik enkele van de lezingen die ik heb mogen bijwonen.

* * *

Gerard Aartsen (1957) is een onderzoeker en docent uit Amsterdam die daarnaast al zijn leven lang de leringen van de Oude Wijsheid bestudeert. Met zijn lezing “Buitenaardsen. Wat doen ze hier?” wil Aartsen laten zien hoe hij het informatieve kaf van het koren scheiden. Hij wil zijn toehoorders inzage bieden in hoe hij informatie over ufo’s en aliens kritisch benadert. Voor Aartsen zijn twee zaken duidelijk en niet bediscussieerbaar: (1) er zijn positieve contacten met buitenaardsen en (2) machtige organisaties proberen de aliens en hun bedoelingen in een kwaad daglicht te stellen.

In het eerste deel van zijn lezing probeert hij aan de hand van tekst- en fotomateriaal een baseline te creëren. Hoewel hij niet echt een geldige reden kan geven, beschouwt hij de informatie over ufo’s uit de vroege jaren 1950 als de meest authentieke. Vooral auteurs als Desmond Leslie en George Adamski[i] worden door hem op handen gedragen omdat ze puur zijn, nog niet bezoedeld door de sensatiepers of door de negatieve invloeden vanwege de regeringen die de ufo-verhalen proberen te verbergen. Tijdgenoten van Adamski beschouwden zijn opvattingen dan weer als bedrog en noemden hem een con artist.[ii]

In hun boeken tekenden zij verhalen op van buitenaardsen die zich zorgen beginnen te maken over het menselijk gedrag op aarde. Niet alleen het gebruik van kernenergie en atoomwapens, maar ook de wereldwijde pollutie, het menselijk egoïsme en de staatsinrichtingen gebaseerd op hebzucht houden de gemiddelde E.T. uit zijn kosmische slaap. “Dat zijn de feiten, als we ze even aannemen en zo”, aldus de spreker.

De lezers dachten, nog steeds volgens Aartsen, dat de boeken van Leslie en Adamski een toekomst schetsten die hoopvol was, een boodschap die vlak na de Tweede Wereldoorlog en bij het begin van de Koude Oorlog, de verstikkende wapenwedloop en steeds verschrikkelijker wordende atoomwapens, met een zucht van verlichting werd onthaald. Bij de autoriteiten deden de positieve, hoopgevende berichten evenwel wrevel ontstaan, weet Aartsen. Regeringen wereldwijd hadden meer baat bij een klimaat van angst dan bij een van hoop, aldus de spreker. De winsten die het militair-industriële complex genereerden kwamen hen beter uit. En net daarom schakelden regeringen en de legerleiders de media in. Kranten verspreiden berichten over wrede, nietsontziende alien abductions, koele, rationele wetenschappers sloegen aan het debunken en de filmindustrie deed er middels (B-)films als Terror from Outer Space alles aan om de buitenaardsen af te schilderen als op strijd en verovering beluste indringers om zo de hoopvolle boodschappen onder te laten sneeuwen. Hedendaagse varianten van zulke desinformatie vindt Aartsen dan weer in de hersenloze clickbait die bijvoorbeeld aankondigt dat er 4, 6 of 18 buitenaardse rassen zijn, de ene al agressiever dan de andere. Dat de Delftse Coen Vermeeren als een gekkie wordt versleten, is volgens Aartsen eveneens een gevolg van dit soort gericht en destructief fake news.

Hoe ziet zijn kritisch bronnenonderzoek er nu uit? Ook hier is de spoeling dun. Aartsen spoort zijn publiek aan om in hun moderne bronnen op zoek te gaan naar overeenkomsten met de teksten uit de fifties, met de getuigenissen van de eerste contactees en vooral met de hoopvolle berichten. Als men genoeg overeenkomsten vindt, aanwijzingen dus dat de buitenaardsen ons bezoeken om hun bezorgdheid uit te drukken en ons goedbedoelde raad te geven, dan kan men ervan op aan dat de moderne bron betrouwbaar is. Komen de hedendaagse teksten, net zoals de oude, ook nog eens overeen met wat de (theosofische) “wijsheidsleringen” van onder andere H.P. Blavatsky en Alice Bailey en de “rationele wetenschap” à la Semyon Kirlian en Rupert Sheldrake, dan levert dat extra aanwijzingen op dat ze de moeite waard zijn. Teksten die al te sterk afwijken of een negatief beeld schetsen, zijn dan weer stukken desinformatie verspreid door de autoriteiten en hun vuige handlangers in de media. Kirlian is gekend vanwege zijn pseudowetenschappelijke aurafotografie en Sheldrake is de annalen van de pseudowetenschap ingegaan als bedenker van de eerder esoterische en weinig wetenschappelijke morfogenetische velden.

In het laatste deel wilde Aartsen, in navolging van Leslie en Adamski de kloof tussen ufologie, theosofie en religie te dichten: in tegenstelling tot ons, ondermaansen, zijn de buitenaardsen er reeds in geslaagd om zich te ontdoen van hun stoffelijke mantels, hun lichamen. Ze beschikken eveneens over technieken om hun fijnstoffige, etherische vormen toch zichtbaar te maken voor mensenogen door de trilling van de atomen te manipuleren. Dit verklaart dan weer waarom foto’s van hun ruimteschepen vrij vaag zijn (en ook wel waarom foto’s van vage objecten of (weer)fenomenen steevast ruimteschepen tonen).

Aartsen loopt onmiskenbaar over van de goede bedoelingen, zijn bezorgdheid omtrent atoomwapens en -energie, het wereldwijde leed dat mensen elkaar aandoen, lijken authentiek. Helaas levert zijn lezing weinig meer op dan pakweg de enigszins naïeve boodschap op het einde van De Snorrende Snor, een album in de reeks Suske en Wiske, waarin een ufo en geheimzinnige robots de hoofdrol spelen: “Bemint elkander”. Da’s best mooi, ha ja!, maar wat moeten we daar nu mee? Geen idee. Hoe welwillend ik Aartsens discours ook wil benaderen, zijn boodschap blijft steken bij een goedmenende E.T. en bij de dogmatische trekjes van een stel theosofen met vermeende diepe kennis van het fijnstoffige. Hij beschrijft niet meer dan een vlucht in het etherische, ver weg van de dagdagelijkse politieke werkelijkheid met zijn scherpe randjes en pragmatische compromissen. En zijn hoop dat een spirituele evolutie de mensheid zou kunnen veranderen, is louter een vorm van dilettantisch escapisme.

 

 

[i] Hun boek Flying Saucers Have Landed (1953) kan gedownload worden via http://www.universe-people.com/english/svetelna_knihovna/en_flying_saucers_have_landed.htm

[ii] Een interessant artikel uit Time (1959) beschrijft de ontmoeting tussen de Nederlandse koningin Juliana en George Adamski. Juliana, gekend voor haar soms bizarre opvattingen, was niet bepaald gecharmeerd door de ideeën van Adamski.
“The Queen & the Saucers” in Time (1 juni 1959), geraadpleegd via https://web.archive.org/web/20090527190226/http://www.time.com:80/time/magazine/article/0,9171,811123-1,00.html
Meer informatie over Adamski’s bezoek aan Nederland vindt u op Skepsis.nl.

Naomi Apachi’s demonstratie in Mol (1)

naomi-apachiNaomi Apachi was een van de standhouders tijdens de Spirituele Beurs te Mol, waarover ik in een eerder artikel berichtte. Naomi is flambloyant, open en vriendelijk, ze praat graag en veel. Haar podiumnaam is een eerbetoon aan Phoenix, een Apache-indiaan uit het Amerikaanse Zuidwesten met een verrassend Griekse naam. Deze even vermetele als steendode krijger van de Grote Vlaktes in Arizona en New Mexico helpt haar tijdens haar paranormale, psychometrische sessies.

Het hoogtepunt van haar professionele carrière als medium situeert zich in de jaren 2008-2011, met onder andere gewaagde optredens tijdens het VTM-programma Het Zesde Zintuig (haar Hitler-sketch heeft ondertussen een zekere cultstatus verworven) en drie boeken bij Standaard Uitgeverij, toch geen kleintje in de wereld van bedrukt papier. Volgens de gespecialiseerde pers vond ze na haar gloriejaren enigszins genoodzaakt de weg terug naar de kleinere paranormale beurzen. Onze hardwerkende zelfstandige met een website geeft ook lessen “Intuïtieve Ontwikkeling” en “Zesde Zintuig Ontwikkeling” (“Mor as ’t er ni inzit, kanne kik et er oek ni uithale, é”), doet privésessies en geeft publieke demonstraties.

Psychometrie is haar gave, haar vak, haar broodwinning. Tijdens demonstraties ‘leest’ zij voorwerpen en foto’s die mensen aan haar geven en daarbij wordt zij geholpen door Phoenix de Apache. In twee blogartikels wil ik de publieke sessie in Mol beschrijven. In een eerste deel doet zij het stervensproces van een oudere man dunnetjes over. Het was de eerste zogenaamde cold reading met een nietsvermoedend slachtoffer die ik zelf heb meegemaakt. In het tweede deel gaat zij het gevecht aan met een sleutel in een vreemd doosje, mijn tweede cold reading en met een man die al iets minder nietsvermoedend was.

naomi-incl-overledenen

* * *

Een dringend geval van synchroniciteit tijdens de Spirituele Expo te Mol: terwijl mijn lichaam zich in balans probeert te brengen door toxische stoffen af te scheiden, is Naomi Apachi al aan haar publieke sessie begonnen. Goed vijf minuten te laat kom ik de zaal binnen, maar dat is blijkbaar tijd zat voor mevrouw Apachi om alvast één oudere vrouw, 60+ schat ik, in tranen te hebben doen uitbarsten.

Ja, hij was een brave mens, heel gesloten, maar joviaal. En fier, zo fier. De vrouw knikt bevestigend. Blijkt dat ze praten over haar vader. Naomi incorporeert onmiddellijk de bevestiging van haar gissingen, nu ja, in dit geval generische platitudes die toepasbaar zijn op zo ongeveer elke oudere man van die generatie, en ratelt dan verder. Telkens vraagt ze, vist ze naar een stukje informatie en onmiddellijk verwerkt zij het antwoord – een ja of een knik of een hoofdbeweging – in haar woordenvloed.

Hij heeft afgezien, zegt Naomi. Opnieuw een bevestigende snik. Een oude mens heeft veel kans dat hij afziet in zijn lange leven. Zo gaat dat bij mensen. En leed leidt naar mediums. Maar op dit punt hebben we dus nog geen specifieke informatie over dat lijden. De Apache waarmee Naomi spiritueel contact heeft, kijkt vanuit De Eeuwige Jachtvelden met grote ogen naar Naomi, heft zijn schouders op en maakt een verontschuldigende beweging met beide armen. Naomi zwijgt ook.

In de nanoseconden die volgen, vraagt Naomi zich af of haar indiaanse geest niet wat traag is geworden en of hij wel geconcentreerd meeluistert. Zou hij iemand anders hebben, zou hij haar bedriegen met een ander medium, die van twee tafeltjes verder? Tijd om van indiaan te wisselen? Naomi Dakoti klinkt óók heel goed.

De vrouw zegt uit dat haar vader terminaal was en in het ziekenhuis lag.

Phoenix de Apache bevestigt.

– Natuurlijk, dat was het!
– Snel, we kunnen dit nog redden, Phoenix. Wat doen terminaal zieken zoal in een hospitaal?
– Ademen, Naomi, ademen.
– Mor vent toch, als ze niet ademen, zijn ze dood. Iets anders.
– Ik bedoel eerst zwaar ademen, Naomi, moeilijk ademen. En dan sterven. Als de man nog in het ziekenhuis ligt, zou zij nu aan zijn bed zitten. Als hij genezen zou zijn, zit zij óók niet in een cafetaria van een school in fucking Mol met jou te praten.

Terwijl haar indiaan zich stilletjes afvraagt of Naomi nu echt niet zonder hem op deze voor de hand liggende antwoorden kan komen, vertelt Naomi aan de huilende vrouw dat ze de vader zwaar en stokkend ziet ademen, en ja, inderdaad in een ziekenhuis. De vrouw bevestigt opnieuw. Naomi heeft gelijk. Naomi weet. Naomi ziet.

Ik heb geen idee of die conversatie nu in het Chiricahua, Mescalero, Lipan of een andere Apache-taal plaatsvond, of in een soort grammaticaloze mentale taal op een hoger spiritueel niveau. Maar taalkundig gezien vind ik het hoe dan ook een knappe prestatie om zo snel over te schakelen van de ene taal naar het plat Antwerps. Paranormaal gezien is het natuurlijk kouwe kak om iets te herhalen wat de andere persoon zelf net gezegd heeft en daarop verder te borduren, met of zonder de hulp van een ingebeelde prairieganger.

Maar Naomi weet op dit punt genoeg. Wat ze nu moet doen is enkele minuten blijven praten en dat is geen probleem, dat is haar gave, haar vak, haar broodwinning. Ze doet de doodstrijd van de oude man dunnetjes over en de dochter mag nog maar eens haar verdriet beleven. Naomi zuigt het leed minutenlang uit de vrouw. Het is duidelijk dat de rouwende slechts een middel is, een opstapje, om haar Hogere Doel te bereiken. Je weet toch hoeveel een zelfstandige moet afdragen?

Jart Voortman versus ‘de skeptici’

img_0217Op woensdag 21 september 2016 hield de protestantse theoloog Jart Voortman in het Antwerpse Elcker-ik centrum een lezing met als titel “Bestaat er zoiets als het paranormale?”. Aangezien het mijn bedoeling is om een leesbaar verslag te schrijven, moet ik hier en daar creatief omgaan met de chronologie van de lezing. Ik ga de vele onderbrekingen, vragen en verhalen wegediten. De hele namiddag verliep vrij chaotisch en eerlijk gezegd vroeg ik me nadien af of het wel zoiets als een lezing was.

Voortman opende met een frontale aanval – laat het ons een inleiding noemen – op mensen die zeggen dat ze alles begrijpen, mensen die denken dat de werkelijkheid bestaat uit een hoop moleculen die gewoon maar wat met elkaar botsen. Mensen die het leven beschouwen als een driedelige set blokken met daarop de letters D, N en A. Mensen, kortom, die zich gedragen als stropopargumenten.

En om aan te tonen dat er veel meer is dan wat we kunnen waarnemen met onze zintuigen, probeerde hij enkele goocheltrucjes uit te voeren, een middel dat zeer populair is onder skeptici, denk maar aan honest liar James Randi, onze Gili of Tayson Peeters.

Als het Voortmans bedoeling was om aan te tonen dat de wereld meer is dan de waarneembare werkelijkheid, dus “zoiets als het paranormale”, dan is een goocheltruc niet de beste keuze, me dunkt: een goede truc is er nu net op gericht om ons dat te doen geloven terwijl men enkel “materialistische” middelen gebruikt, “botsende moleculen”, zo u wil. Het punt van Gili’s show “Iedereen paranormaal”, bijvoorbeeld, was nu net het feit dat hij door te spelen met de vijf zintuigen van zijn publiek de indruk kon wekken dat er een zesde zintuig is.

Maar niet alleen mij deed zijn onhandig gestuntel sterk denken aan Toon Hermans’ legendarische goochelsketch, die volledig de mist in ging. Als het dus Voortmans bedoeling was om aan te tonen dat we iets moesten zien dat er niet was, namelijk goocheltrucs, dan slaagde hij wél in zijn opzet. Hoe dan ook, een carrière als eerlijke leugenaar kan de Hollandse theoloog best vergeten.

Een carrière als natuurkundige trouwens ook: indien men denkt dat de kwantummechanica plompweg aantoont dat alles mogelijk is, dan denk ik dat men het niet al te best begrepen heeft. Dat er verder niet veel over kwantumfysica in relatie tot het paranormale gesproken werd, was een van de weinige pluspunten van de namiddag.

de-ongelovige-thomas-heeft-een-puntOp dit punt staat in mijn notaboekje “begint plots over SKEPP en skepticisme”, maar om de tekst leesbaar te houden, zal ik het houden bij: in het deel na de inleiding zette een gewiekste Jart zijn aanval op het skepticisme in. Als wapens selecteerde hij argumenten en redeneringen die hij nu net in de skeptische literatuur gevonden had. Jart wilde het skepticisme en in één moeite door bekende adepten als Etienne Vermeersch, Johan Braeckman en de “te kille, al te rationele” Maarten Boudry met hun eigen argumenten verslaan en op die manier aantonen dat (1) skeptici weinig wetenschappelijk zijn en (2) dat er zoiets als het paranormale bestaat! Dat was waarschijnlijk ook de reden waarom hij zijn lezing aangekondigd heeft in een mail aan SKEPP, zoals ik uit goede bron vernomen heb. Zijn munitie haalde hij vooral uit Braeckmans en Boudry’s boek De Ongelovige Thomas heeft een punt.

Skeptici houden zich onledig met zaken zoals telepathie, wenende Mariabeeldjes, hekserij en, ach, ook wel wat homeopathie en een complot hier en een ufo daar, aldus Voortman. Terwijl hij lacherig wat commentaartjes gaf op de ondraaglijke lichtheid van de drukdoenerij omtrent Yeti’s en Bigfoots, zwaaide hij met Michael Schermers Why people believe weird things, een boek dat voor één vijfde gaat over dat andere, onbetekenende akkefietje met die zes miljoen joden en den Duits. Of tegengas geven – slechte woordkeuze… of ingaan tegen de Holocaustontkenning ook “zo één van die subjectieve zaken” is die skeptici proberen te ontmaskeren, werd dus niet meteen duidelijk daar in de zaal van Elcker-ik, gelegen midden in de Antwerpse Jodenbuurt.

Onduidelijkheid troef bij Voortman, een hele lezing lang. In het zelfde rijtje van banale skeptische onderwerpen had hij het over zogenaamde spookhuizen. Maar beschouwde hij mensen die op zoek gaan naar geesten met, ocharme de sukkelaars, elektronische apparatuur (ha ha hoongelach) nu als skeptici? Het werd nog verwarrender wanneer hij twee minuten later verhaaltjes begon op te dissen van geesten die zich kenbaar maken via … oude radio’s. En zo trapte onze theoloog constant zichzelf in het kruis.

Hoe dan ook, volgens Jart besluiten skeptici veel te snel dat iets niet bestaat, dat iets niet klopt of kan. En dat is volgens hem niet wetenschappelijk. Er volgde net geen “Checkmate, skeptics!”

“Buitengewone beweringen vereisen buitengewone bewijzen”. Ook deze slagzin, onder meer gedebiteerd door Carl Sagan, wilde Voortman in vraag te stellen. Zijn eerste voorbeeld ging over de zwaartekrachtgolven: er werd lang over getheoretiseerd, maar uiteindelijk was één eenvoudig bewijs afdoende om de wetenschappelijke gemeenschap te overtuigen van het bestaan van die golven. Terwijl ik een enigszins wilde What the fuck! probeerde te onderdrukken, vuurde hij een tweede voorbeeld af. De boutade van de bioloog J.B.S. Haldane, dat één fossiel van een konijn in Pre-Cambrische afzettingen de evolutietheorie van Darwin onderuit kan halen, vond hij ook een aanwijzing dat skeptici serieus overdrijven met hun ‘buitengewone bewijzen’. Wat is er nu eenvoudiger dan één konijn? Anders gezegd, in de wetenschap heeft men helemaal niet veel bewijzen nodig! Voor scheidsrechter Jart is het opnieuw duidelijk dat skeptici zich op het wetenschappelijke veld in een buitenspelpositie bevinden.

Een derde punt: door hun stugge en afwijzende houding ten opzichte van anekdotes plaatsen skeptici zich andermaal buiten de wetenschappelijke discussie, aldus Voortman. Voor skeptici doen anekdotes er niet toe, terwijl ze niet beseffen dat in de wetenschappelijke literatuur casussen wél belangrijk zijn. Skeptici bekijken de wereld louter vanuit hun perspectief. Dat ze daardoor willens nillens doof blijven voor anekdotes, maakt dat ze dingen niet serieus nemen. Maar daar vergist Jart zich feestelijk in. Waar hij zich ook in vergist, is in de betekenis van vrij eenvoudige Nederlandse woorden. Zijn semantisch gegoochel had ongeveer dezelfde kwaliteit als zijn eerste goocheltrucjes. ‘Buitengewoon’ betekent niet hetzelfde als ‘veel’ of ‘complex’ en net zomin is ‘anekdote’ hetzelfde als ‘casus’.

Ook de statistiek, dat andere hulpmiddel, moest er aan geloven. Omdat er om en bij de 20 mensen in de zaal zaten, verwees hij naar de verjaardagsparadox: er is 50 procent kans dat in een groep van 23 willekeurig gekozen mensen twee dezelfde verjaardag delen. Maar daar geloofde hij niet in, dat ging in tegen zijn gevoel en intuïtie. Hij was zo overtuigd dat de paradox niet klopt, dat hij ei zo na het Wikipedia-artikel citeerde: “Bij veel wiskundige vraagstukken, met name bij kansrekening en statistiek, blijken mensen intuïtief tot verkeerde antwoorden te komen. Omdat deze ingevingen zo overtuigend zijn, voelen mensen geen enkele aanleiding om te twijfelen aan hun antwoord.”

Het wordt een beetje vervelend, maar bij zijn volgende punt hoorde hij andermaal de bel maar wist hij de klepel niet hangen. Omdat mensen zeer beïnvloedbaar zijn, een waardevol gegeven uit de sociale psychologie, is het mogelijk om valse herinneringen te creëren. We hebben al bij al een onbetrouwbaar geheugen, aldus Voortman, waarmee hij zo ongeveer de halve skeptische literatuur van de laatste 30 jaar citeerde. Maar ook hier maakte hij een vreemde omslag.’s Avonds weet hij namelijk doorgaans waar hij ‘s morgens zijn fiets heeft gezet, dus “dat het geheugen één grote warboel is, dat kunnen we toch niet accepteren”. In zijn schijnbokswedstrijd tegen zijn imaginaire skeptici was dit zo ongeveer de vierde keer dat hij zichzelf tegen het canvas werkte.

Een laatste argument haalde hij eveneens uit het boek van Braeckman en Boudry. En ook hier is de uiteindelijke pointe dat een uitleg die skeptici gebruiken om anderen de les te spellen, hen uiteindelijk als een boemerang vol in het gezicht raakt: immunisatiestrategieën. Skeptici hebben namelijk zelf ook last van cognitieve dissonantie en zeker wat het paranormale betreft. Het past niet in hun wereldbeeld, dus elk bewijs, elk argument pro redeneren ze weg om hun ideeën intact te houden. Dit lijkt mij trouwens een uitstekende plaats om te melden dat op 22 december in het Antwerpse Elcker-ik centrum een namiddag over cognitieve dissonantie zal plaatsvinden.

Mocht u de indruk krijgen dat dit tot nu toe enigszins een coherente lezing was, ondanks de inhoudelijke onvolkomenheden, dan komt dat louter omdat ik alle onderbrekingen van enkele aanwezige skeptici en een schier oneindige stortvloed aan anekdotes, casussen quoi, heb weggelaten. De drang bij de aanwezigen om te getuigen over hun paranormale ervaringen was enorm. Jart had geen greep op zijn publiek en stilaan verloor de lezing haar dynamiek.

Ondertussen waren we aangekomen bij het deel waarin hij twee fragmenten uit de KRO-reeks Wonderen bestaan wilde tonen. Het waren volgens hem zéér sterke voorbeelden van paranormale gebeurtenissen. De fragmenten die hij toonde, vind ik online niet direct terug, maar via deze link naar de webpagina van het KRO-programma krijgt u alvast een indruk van de inhoud en van de waarde van de getuigenissen. Voor mensen die niet klikken: het programma is even stroperig, kitchy & campy als de titel doet vermoeden.

Jart heeft twee specifieke verhalen gekozen, omdat daarin telkens meerdere mensen dezelfde ervaring hebben! En dat kan toch geen toeval zijn, daar kan geen skeptisch argument tegen op. In een eerste fragment vertelde een vrouw hoe ze door een “onzichtbare hand” werd tegenhouden en van de dood werd gered. Een getuige bevestigde de gebeurtenissen. In een tweede fragment vertelden twee zussen op een bijna identiek dezelfde manier hoe ze op een bijna identiek dezelfde manier via een klopgeest te weten zijn gekomen dat hun vader gestorven was in Turkije. Hetzelfde verhaal, dezelfde bewoordingen: dat kan niet gelogen zijn! En trouwens, vóór de reis, zo getuigde de hele familie in tranen, had vader al aangekondigd dat het zijn laatste keer zou zijn. Nou, een mooier bewijs voor het paranormale kan je toch niet tegenkomen. Jart glunderde en zag hoe het paranormale, eerder dan het verdriet van de twee dames, afdroop van het scherm.

De zaal werd rumoeriger, een enkeling trok duidelijk de skeptische kaart, de meerderheid wilde vooral zélf vertellen. Eerst over hun persoonlijke ervaringen, later over verhalen die ze zelf gehoord hadden, een opbod aan paranormaligheid: bijna-doodervaringen, mysterieus aangekondigde sterfgevallen, paranormaal begaafde kinderen die dode mensen zien, en parasensitieve dieren die zo uit de sprookjes van Rupert Sheldrake lijken te zijn gestapt. De meeste verhalen waren in se zo schrijnend en aandoenlijk, ook als men ze zou ontdoen van de paranormale franjes. Maar Jart verloor het initiatief en de namiddag begon te verzanden in de “casussen”. Hier en daar werd er nog geprobeerd om iets te duiden – dat we na zovele verhalen over bijna-doodervaringen niet meer kunnen ontkennen dat er niets van aan is, want een professor hier zegt en een onderzoek daar bewijst. “Onze hersenen maken het bewustzijn niet, net zomin als een computer het internet maakt”, aldus onze protestantse theoloog in een poging om relevant te blijven. Uiteraard lokte dit een vraag over Dick Swaabs boek Wij zijn ons brein uit. Met zijn opmerking dat volgens hem paranormale ervaringen bestaan, maar paranormale begaafdheid niet, oogstte hij dan weer geen succes bij de aanwezigen met paragnostieke neigingen.

Het werd ook goor: een aanwezige man vertelde een dieptragisch verhaal gelardeerd met schijnbaar paranormale fenomenen en eindigde snikkend met de woorden “Ik weet niet wat het verhaal betekent”. Waarop Voortmans pastorale antwoord luidde: “Je weet best zelf wat het betekent.” En hier eindigde wat mij betreft het goede fatsoen en de lezing.

Het is meer dan begrijpelijk dat mensen een enorme drang voelen om hun tragische verhalen te vertellen en om hogere betekenissen te zoeken in schijnbaar ongerelateerde gebeurtenissen die lijken te leiden naar een tragisch sterfgeval. Uiteraard hebben zulke ervaringen een enorme impact op een mensenleven, op het leven van tal van mensen die zulke gelijklopende tragische feiten moeten ondergaan. Wat ik al niet meer begrijp is dat deze neigingen niet gewoon beschouwd kunnen worden als wat ze zijn: kenmerken van onze menselijkheid, kenmerken die net door hun gelijkenissen mensen dichterbij zouden kunnen brengen in verdriet, acceptatie en mededogen. In plaats daarvan geven clowns als Voortman de voorkeur aan een paranormale uitleg, die schijnbaar wijst op een Hoger Iets, maar uiteindelijk uiterst banaal is. Dat wij zulke gelijklopende tragische ervaringen hebben, die inderdaad vragen kunnen oproepen, maakt ons net tot mensen. Dat toeschrijven aan het paranormale is een flagrante ontkenning van onze menselijkheid.