31/05/2016: Skeptics in the Pub met Johan Braeckman

braeckman

In mei is Johan Braeckman onze Skeptic in ’t Café.

Lezing: Over extremisme en radicalisme: oorzaken en aanpak

Locatie’t Gesproken Dagblad, Spoorweglaan 136, 9230 Wetteren.
De inkom is gratis, maar wie er bij wil zijn graag een seintje naar: eric.mc.bracke@gmail.com!

Datum en uur: dinsdag 31 mei om 20.00 u

Johan Braeckman is hoogleraar wijsbegeerte aan de Universiteit Gent, bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam (2003-2008). Hij is de oprichter van De Maakbare Mens en redactielid van Wonder en is gheen Wonder, het tijdschrift van SKEPP. Zijn bio- en bibliografie vindt u terug op de website johanbraeckman.be.

 

Skeptics in the Pub wordt mogelijk gemaakt door SKEPP, de Studiekring voor Kritische Evaluatie van Pseudo-wetenschap en het Paranormale. Door lid te worden steunt u onze activiteiten.

William Lilly en de sterrenfluisteraars

Dit verhaal speelt zich af in de marge van de gebeurtenissen voor en na de Grote Brand van Londen. Deel 1 over de Brand, “Prelude” vindt u hier, deel 2, “Robertje moet hangen” hier.

* * *

annusWaarschijnlijk kneep de christelijke bevolking hem harder naarmate het jaar 1666 dichterbij kwam. Een kwestie van zessen, weet u wel. Toen het jaar voorbij was, publiceerde de grote John Dryden opgelucht zijn gedicht “Annus Mirabilis”, het Wonderlijke Jaar (audio, tekst). In 1666 hadden de Engelse zeemacht enkele cruciale overwinningen geboekt op de Nederlanden, de toenmalige aartsvijand, en hoewel de Grote Brand van Londen 5/6 van de stad in as gelegd had, betekende het wel het einde van de Grote Pestepidemie in Londen van 1665/1666. Al bij al was Dryden opgelucht: veel erger was voorkomen.

Veel erger was dan ook voorspeld. In 1559 voorzag ene Daniel Baker de volledige vernietiging van Londen door een brand en in 1665 riep Karel II de burgemeester van de stad op het matje omtrent de brandonveiligheid van de stad. Misschien waren dit eerder waarschuwingen dan voorspellingen: eender welke Europese stad in die periode had een schamele binnenstad die grotendeels opgetrokken was uit hout en waar de meest elementaire veiligheidsvoorzieningen systematisch met de voeten werden getreden.

De 666 in 1666 haalde voorspellingen naar boven die verder gingen dan louter waarschuwingen gebaseerd op gezond verstand. Zoals elke grote stad kende Londen een duistere én bloeiende onderwereld, een Poel des Verderfs in het vakjargon van een bepaald soort Bijbeldweepers. Reden genoeg om te denken dat God de hele mik Sodom-en-Gomorra-gewijs zou vernietigen. Een boeiende inkijk in de onderbuik van 17de-eeuws Londen vindt u trouwens hier. Ook het al te liederlijke leven van de nieuwe koning zou de Wrake Gods over de stad, het land, de wereld afroepen. In 1666 maakte Engeland zich op voor een volledige an­ni­hi­latie.

Het werd Londen. Tijdens en na de brand had men in eerste instantie andere zaken aan het hoofd dan voorspellingen van deze of gene doemdenkers omtrent 666. Er moest snel een dader gevonden en vervolgens gelyncht of berecht worden. Daarover heb ik eerder geschreven in het stuk Robertje moet hangen. Van één persoon weten we evenwel dat hij zich na de Grote Brand moest komen verantwoorden voor zijn voorspellingen: William Lilly.

william-lilly-1650William Lilly, Guilielmus Lillius voor de geleerde vrienden, was de beroemdste astroloog en handelaar in almanakken van zijn tijd. Lilly werd geboren in 1602 in een bescheiden boerenfamilie in de parochie Lockington. Zijn vader was een yeoman, in die periode de benaming voor een vrije, doorgaans niet al te rijke boer. William werd op aandringen van zijn moeder naar school gestuurd. In zijn bij momenten grappige en lichtvoetige autobiografie (1681) heeft hij zelfs enige lof over voor zijn leraar Latijn en Grieks, ene Mr John Brimsley, die later zou vervolgd worden omwille van religieuze redenen.

Na de dood van zijn moeder en door de economisch zware tijden – zijn vader werd een tijdje opgesloten omdat hij zijn schulden niet meer kon betalen – zocht William zijn heil in de grote stad. Hij begon te werken als dienaar en na de dood van zijn meester, huwde Lilly diens rijke weduwe. Gewoon omdat het zo’n leuk fragment is:

[H]owever, all her talk was of husbands, and in my presence saying one day after dinner, she respected not wealth, but desired an honest man; I made answer, I thought I could fit her with such a husband; she asked me, where? I made no more ado, but presently saluted her, and told her myself was the man: she replied, I was too young; I said nay; what I had not in wealth, I would supply in love; and saluted her frequently, which she accepted lovingly; and next day at dinner made me sit down at dinner with my hat on my head, and said, she intended to make me her husband; for which I gave her many salutes, &c.

De rijkdom die hij door het huwelijk vergaarde, stelde hem in staat om zijn astrologische studies op te nemen. Hij leerde van ene Mr. Evans, een Welshman “much addicted to debauchery”, de basisprincipes van de astrologie. Al snel stak hij zijn leermeester in de sterrenwichelarij en de “Black Arts” voorbij en werd hij bekender in de wereld van de astrologen en hun veelal rijke klanten. Hij begon zelf almanakken uit geven en in de late jaren 1650 bereikten die een indrukwekkende oplage van 30.000 exemplaren.

Ostia

In 1651 publiceerde Lilly enkele zogenaamde hieroglyphick engravings die hem na de Grote Brand van Londen in 1666 volgend schrijven opleverde:

‘Monday, 22d October, 1666.

‘At the Committee appointed to enquire after the causes of the late fires:

‘ORDERED,

‘That Mr. Lilly do attend this Committee on Friday next, being the 25th of October, 1666, at two of the clock in the afternoon, in the Speaker’s chamber; to answer such questions as shall be then and there asked him.

‘ROBERT BROOKE.’

William Lilly werd vriendelijk edoch dringend uitgenodigd voor een gesprek omtrent zijn voorspellende gravures. Het gesprek, althans zoals Lilly het weergaf in zijn autobiografie, was kort en hoffelijk. Op de vraag of hij toen een jaartal op zijn voorspelling kon plakken, antwoordde hij negatief, waarop hij mocht gaan. De hele episode neemt nog geen pagina in beslag.

Dit is echter genoeg voor collega-astroloog Maurice McCann om zo’n 325 jaar later het artikel The Secret of William Lilly’s Prediction of the Fire of London te schrijven. En daarin beweert hij vreemd genoeg dat Lilly de ondervragers er kon van overtuigen dat zijn voorspelling niet correct was. Volgens McCann had Lilly de datum van de brand wél correct voorspeld, maar uit angst voor zware repercussies vond hij het wijzer te liegen. Ik slaag er niet in dit te lezen in de autobiografie van Lilly.

twin city

McCann gaat nog een stap verder: in de loop der tijden is de precieze aard van de voorspelling verloren gegaan, maar onze moderne astroloog weet trots te melden dat hij erin geslaagd is de code terug te ontcijferen. Wat volgt is een rollercoaster aan veronderstellingen en herinterpretaties. McCann breekt een veronderstelde code die een “voorspelling” zou zijn van de feiten nadat de feiten plaatsvonden. Een citaat:

There are seven people in the drawing, one for each known planet, the Sun, Moon, Mercury, Venus, Mars, Jupiter and Saturn. The two babies suspended upside down above the fire represent the sign Gemini, believed to be the traditional ruler of London. Opposite to the children at the bottom of the page are five logs burning in the fire, if turned sideways the roman letters IXV appear. As this is not a Roman numeral in this form it must be re-interpreted. It could either stand for IX.V meaning the numerals 9 and 5, the 9th month and 5th day, Lilly’s predicted date for when the fire would burn itself out, or it may more likely be an anagram for XIV, Latin for 14, for, according to Lilly, London was ruled by the 14th degree of Gemini. Finally, by suspending the two babies upside down Lilly showed that the drawing, or rightly the horoscope, should be inverted, which would time it for the early hours of the morning.

En zo gaat het nog even verder.

Het artikel van McCann werd ondertussen een ontiegelijk aantal keren gekopieerd en verspreid. Telkens wordt het opgevoerd als een (historisch) bewijs dat astrologie werkt, wat dat ook moge betekenen. Of toch tenminste uurhoekastrologie, Lilly’s specialiteit. Deze vorm van astrologie (horary astrology in het Engels) is gericht is op zeer specifieke voorspellingen waarbij het uur van de vraagstelling aan de sterrenwichelaar een cruciale en bepalende rol speelt, een detail dat nergens in de tekst van McCann duidelijk wordt gemaakt. Om de kunde en gave van Lilly verder te illustreren, spreekt McCann ook over enkele complotteurs en ex-officieren uit het leger van Cromwell die 3 september hadden gekozen op basis van Lilly’s almanakken en ook wel omwille van het feit dat Cromwell op die datum ooit enkele overwinningen behaalde.

Wat onze moderne astroloog hier vergeet te melden is het actieve politieke leven van William Lilly, zijn politieke keuzes in het woelige Engeland van het midden van de 17de eeuw, een periode van een burgeroorlog (of twee) waarin koningsgezindheid en religie de hoofdmotieven waren. In de jaren 1640-1650 begon hij zich tegen de koning te keren en onder omdat een uitgesproken royalistische collega-concurrent-astroloog hem onder vuur begon te nemen, werden ook de astrologische voorspellingen van Lilly steeds politieker getint. Net omwille van zijn antiroyalistische standpunten nam religieuze scherpslijper Oliver Cromwell het voor hem op tijdens een van de vele processen waarbij Lilly betrokken was. De bovenvermelde gravures waren dan ook gepubliceerd in een van Lilly’s spraakmakende boeken Monarchy or no monarchy (1651), wat in reeds in 1653 vertaald werd in het Nederlands als Monarchy ofte geen Monarchy in Engelant, “door Willem Lilly student in d’Astrologia”.

McCann slooft zich uit om een code te ontcijferen, maar hij doet in zijn artikel niet bepaald veel moeite om de politiek van die periode te begrijpen, of beter, uit te leggen aan zijn lezerspubliek. Lilly was al in opspraak gebracht door een samenzwering vanuit zijn politieke zijde die de datum hadden gekozen omwille van astrologische én politieke redenen, zoals boven vermeld. Onnodig te zeggen dat een eventueel geloof in astrologie er geen feitelijke waarde aan geeft. Verder was Lilly uitgesproken antiroyalist, genoot hij de steun van Cromwell, onder wiens regime Karel I een kopje kleiner werd gemaakt. Het is echt niet ondenkbaar dat deze factoren bijdroegen aan de oproepingsbrief van de onderzoekers na de Grote Brand eerder dan zijn astrologische exploten.

Trouwens, wat zijn status als sterrenfluisteraar ook was, ook tijdgenoten namen Lilly niet altijd even serieus bij het beoefenen van de astrologie en andere paranormale beroepsactiviteiten. Hij liet zich graag de Engelse Merlijn noemen, maar anderen hielden het bij magische jongleur en bedrieger. Wat hem echter zo herkenbaar en modern maakt, is de anekdote dat hij een mislukte oproeping van geesten wijt aan het denigrerend en snerend gelach van de omstaanders.

William Lilly is sowieso een boeiende man in boeiende tijden die ons een zeer levendige kijk heeft nagelaten op zijn leven en werk. Zijn autobiografie een schelmenroman noemen, is misschien te veel van het goede, maar het is niet toevallig dat het in later tijden werd heruitgegeven in de reeks Autobiography. A Collection of the Most Instructive and Amusing Lives Ever Published (1829). In die reeks werd zijn levensverhaal gebundeld met dat van David Hume en Voltaire.

* * *

Geraadpleegde bronnen

Boeken

  • Peter ACKROYD, History of Engeland. Volume III Civil War, London, Pan Books, 2015
  • Gilbert BURNET, Bishop Burnet’s history of his own time : from the restoration of King Charles II, to the conclusion of the Treaty of Peace at Utrecht, in the reign of Queen Anne, London, Printed for A. Millar, 1753
    https://archive.org/details/bishopburnetshis01burn
  • Neil HANSON, The Dreadful Judgement. The true story of the Great Fire of London, London, Transworld Publishers, 2001
  • William LILLY, Monarchy ofte geen Monarchy in Engelant, Humfrey Blunden, 1653
    https://archive.org/details/monarchyoftegee00grebgoog
  • William LILLY, William Lilly’s History of His Life and Times, from the Year 1602 to 1681, Project Gutenberg EBook, 2005
    http://www.gutenberg.org/ebooks/15835
  • Ronny MARTENS, Tim TRACHET, Astrologie, zin of onzin?, Antwerpen, Hadewijch, 1995
  • D.H. PENNINGTON, Europe in the Seventeenth Century, London, Longman, 1989

 

Online publicaties

De Grote Brand van Londen – Robertje moet hangen

Dit is het tweede deel over de Grote Brand van Londen. Voor het eerste deel, “Prelude”, klikt u hier.

* * *

1666

Hoewel Engeland in 1666 enkel met Nederland en Frankrijk in een reeks oorlogen verwikkeld was, werden tijdens en na de Grote Brand gemakshalve alle buitenlanders en papisten, Rooms-Katholieken dus, geviseerd. Verder behoorden ook presbyterianen, quakers, seekers, ranters, en oude, puriteinse aanhangers van Cromwells regime bij elke tegenslag tot de usual suspects.

Reeds tijdens de ramp werden vreemdelingen en katholieken opgepakt die verdacht werden van complotten, represailles of wraakacties voor deze of gene Engelse oorlogsdaad. Er circuleerden al snel verhalen waarin snode Fransmannen en dito Nederlanders de stad rondgingen met handgranaten, brandbommen en lucifers, een reden voor de “echte” Londenaars om de jacht te openen. Dat men inderdaad explosieven gebruikte in slecht gecoördineerde pogingen de brand onder controle te brengen, moet bijgedragen hebben tot de verwarring. Acute paniek en diepgewortelde achterdocht waren ook toen slechte raadgevers.

En nog tijdens de Grote Brand vond men tal van mogelijke daders: het huis van een Franse schilder werd geplunderd omdat hij ervan verdacht werd het vuur verder te willen verspreiden. Een andere Fransman werd bewerkt met een ijzeren staaf, nog eentje werd ei zo na uit elkaar gereten door een opgejutte massa. Cornelius Rietveldt, een Nederlandse bakker, zag zijn winkel en werkruimte vernietigd. Hij werd ternauwernood gered door de Hertog van York die toevallig passeerde. Een Zweedse vrouw werd de borsten afgesneden omdat men ze voor vuurballen hield. Deze en andere voorbeelden van blind geweld vond ik terug in het excellente boek van Neil Hanson, The Dreadful Judgement. The true story of the great fire of London (2001).

gazette

Ook The London Gazette van 3 tot 10 september 1666 – en ja, dat fantastische archief is gratis online raadpleegbaar – maakt gewag van arrestaties van vreemdelingen:

Divers Strangers, Dutch and French were, during the fire, apprehended, upon suspicion that they contributed mischievously to it, who are all imprisoned and Informations prepared to make a severe inquisition here upon my Lord Chief Justice Keeling, assisted by some of the Lords of the Privy Council; and some principal Members of the City […]

Zelfs de Fransman die verantwoordelijk was voor de “fireworks” van de koning werd aanvankelijk gearresteerd en later weer vrijgelaten. Hij zorgde niet voor de ooh’s en aah’s bij vuurwerk tijdens de betere pensenkermis; als de buskruit- een vuurwapenspecialist in dienst van de koning bekleedde hij een vertrouwenspositie. Ik vermeld dit ook om aan te geven dat 17de-eeuws Engeland waarschijnlijk even xenofoob was als cultureel en religieus divers.

Na de brand ging men op zoek naar eigenaardigheden: een defect waterpomphuis in de buurt van de hoofdbrandhaard werd gezien als een anomalie en niet als het gevolg van jarenlange en goedgedocumenteerde verwaarlozing van de binnenstad. Men zocht en vond connecties tussen disparate stukjes informatie. Op het moment dat de brand uitbrak, was het eb en dat kón geen toeval zijn: de daders wisten namelijk dat het moeilijker zou zijn om water uit de rivier te halen, wat de kans op succes vergrootte. Zelfs koning Karel II werd ervan verdacht wraak te willen nemen op de Londenaars voor de onthoofding van zijn vader. Later zou ook de Hertog van York genoemd worden als een mogelijke dader of aanstoker.

Die andere verklaring, die ook al in The London Gazette te lezen was, namelijk dat het wel eens een ongeluk kon zijn in een groezelige binnenstad waarvan de ontvlambaarheid met enkele factoren gestegen was na een wekenlange droogte, werd opzijgeschoven:

[…] notwithstanding which suspicion, the manner of the burning all along in a Train, and so blowen forwards in all its way by strong Winds, make us conclude the whole was an effect of an unhappy chance, or to speak better, the heavy hand of God upon us for our sins, shewing us the terrour of his Judgement in thus raising the Fire, and immediately after his miraculous and never to be acknowledged Mercy, in putting a stop to it when we were in the last despair, and that all attempts for quenching it however industriously pursued seemed insufficient.

 

Van alle complottheorieën die de ronde deden, was die van Robert Hubert de meest bizarre. Hubert was een Fransman die jarenlang in Londen woonde en terug in Londen aankwam met een Zweeds schip, twee dagen na het begin van de brand. Een week later, op 11 september, werd hij aangehouden en begon hij verklaringen af te leggen. In zijn complottheorie was hij vreemd genoeg een van de 22 originele aanstokers van de brand. Zelf zou hij benaderd zijn geweest door de Fransman Stephen Piedloe om tegen betaling brandbommen rond te strooien, te beginnen bij Westminster. Toen hij vernam dat het daar zelfs niet gebrand had, wijzigde hij zijn verhaal. Ook de som geld die hij ontvangen zou hebben, wijzigde bij elk verhoor. Uiteindelijk zou hij het ook op 3 daders houden. Van Stephen Piedloe was toen zelfs het bestaan niet meer zeker. Ook van een zekere Graves, een getuigen die heel bezwarende verklaringen aflegde, is niets van terug te vinden.

hubertOndanks de gaten in de verschillende verslagen en dus in onze kennis, vermelden de forensische psychologen van de blog History of Forensic Psychology Robert Hubert als het eerste opgetekende geval van iemand die vrijwillig een valse bekentenis aflegt. De meeste tijdgenoten en historici zijn het er namelijk over eens dat zijn bekentenissen niet louter het gevolg waren van de zware verhoren. Wat de ondervragers hem ook voorlegden, hij bekende het. Hij zou zelfs zijn ondervragers geleid hebben naar de plaats waar hij de brand gesticht had. Een hele prestatie in een stad waar mensen niet meer met zekerheid de plaats van hun eigen straat, laat staan hun eigen huis konden aanwijzen. Of zoals bisschop Burnet schreef:

Papists were generally charged with it. One Hubert, a French Papift, was seized in Essex as he was getting out of the way in great confusion. He confessed, he had begun the fire, and persisted in his confession to his death for he was hanged on no other evidence but that of his own confession. It is true, he gave so broken an account of the whole matter, that he was thought mad. Yet he was blindfolded, and carried to severai places of the City: And then, his eyes being opened, he was asked, if that was the place: And he being carried to wrong places, after he looked round about for fome time, he said, that was not the place: But when he was brought to the place where it fire broke out, he affirmed that was the true place.

Andere bronnen vermelden dan weer dat er tijdens de tocht door Londen al mensen stonden te wachten op de plaats waarvan men dacht dat het de originele brandhaard was. Maar ook aartsdeken Laurence Echard was duidelijk: “My Lord Hollis gave evidence that he was a lunatic, so did Dr Durell, the late Dean of Windsor, the French church of Stockholm gave the same testimony” (geciteerd uit Hanson The Dreadful Judgement, p. 281).

Ondertussen werd ook een andere onderzoekspiste afgesloten: de bakker Thomas Farriner zwoer een dure eed dat zijn zijn gebouw enkel door externe factoren of malafide praktijken vuur had kunnen vatten. Dat zijn bakkersoven nog brandde en dat hij graag een pint dronk, ontkende hij in alle toonaarden. Zijn buren waren minder overtuigd. Hoe dan ook, zijn verklaringen onder eed werden geloofd.

the-tyburn-treeHubert werd uiteindelijk schuldig bevonden aan brandstichting. Hij werd berecht en vervolgens geëxecuteerd: een mentaal zwakbegaafde en lichamelijk gehandicapte man die zelfs niet aanwezig was bij het begin van de brand, ook niet in het getroffen gebied, en in wiens schuld zelfs de rechters niet geloofden. Zijn berechting had dus weinig te maken met wrong time, wrong place, maar met het feit dat hij Fransman was en katholiek.

Het kon de autoriteiten niet zoveel schelen: de verhoren waren niet gericht op de waarheid, maar op genoeg bewijs voor een veroordeling. Ook de jury wilde een makkelijke veroordeling: een Fransman die spontane bekentenissen aflegde, veroordeeld wilde worden, mentaal te zwak was om zich op een coherente manier te verdedigen, als hij al besefte wat er gaande was. Komt daarbij dat er volgens verschillende bronnen drie familieleden van de bakker Farriner in die jury zetelden. Er was sowieso een enorme tweespalt in Engeland na de brand: vele mensen bleven geloven in een aanslag, terwijl anderen ervan overtuigd waren dat het een ongeluk was, net zoals de vele stadsbranden in vroeger jaren.

Er zijn nog vele markante verhalen te vertellen in de marge van de Grote Brand, twee wil ik hier nog vermelden: de Zweedse kapitein die Hubert in Londen had afgezet, was in 1666 eigenlijk op weg naar Rouen. Daar wachtte hem een beloning van de ouders van Hubert omdat hij hem terug uit Zweden had gebracht. In Rouen vernam de schipper dat Hubert geëxecuteerd was op beschuldiging van brandstichting. Vijftien jaar later arriveerde diezelfde zeeman terug in Londen en toen gaf hij zijn getuigenis en vertelde onder andere dat Hubert pas twee dagen na het begin van de Brand in Londen gearriveerd was, althans, zo gaat het verhaal.

The_Monument_1750Zelfs dat mocht niet baten, Huberts onschuld sprak de katholieke fractie in Engeland niet vrij van de brandstichting: het Monument dat in 1677 werd opgericht ter nagedachtenis van de ramp werd in die periode dan ook niet aangepast. Hoewel de originele opschriften in de loop der tijden verdwenen zijn en de overgeleverde transcripties verschillen, wordt aangenomen dat onderstaand citaat vrij dicht in de buurt komt van een van de originele platen, die pas in 1830, tijdens de zogenaamde Catholic emancipation, verdwenen van het monument:

This pillar was set up in perpetual remembrance of the most dreadful burning of this protestant city, begun and carried on by the treachery and malice of the popish faction, in the beginning of September, in the year of our Lord M.DC.LXVI, in order to their effecting their horrid plot for the extirpating the protestant religion and English liberties, and to introduce popery and slavery.

Nog in de jaren 1680 zou Titus Oates, een complotbedenker pur sang, de katholieke Hertog van York beschuldigen: de hertog zou Robert Hubert ingehuurd hebben om de stad in as te leggen. Hoe het hem verging, is het onderwerp van mijn laatste reeks over Engeland in de 17de eeuw.

* * *

Geraadpleegde bronnen

Boeken

  • Peter ACKROYD, History of Engeland. Volume II Tudors, London, Pan Books, 2014
  • Peter ACKROYD, History of Engeland. Volume III Civil War, London, Pan Books, 2015
  • Gilbert BURNET, Bishop Burnet’s history of his own time : from the restoration of King Charles II, to the conclusion of the Treaty of Peace at Utrecht, in the reign of Queen Anne, London, Printed for A. Millar, 1753
    https://archive.org/details/bishopburnetshis01burn
  • Neil HANSON, The Dreadful Judgement. The true story of the Great Fire of London, London, Transworld Publishers, 2001
  • D.H. PENNINGTON, Europe in the Seventeenth Century, London, Longman, 1989

Documentaires

  • Simon SCHAMA, A History of Britain – The British Wars: 1603-1776. Episodes 8 & 9, London, BBC, 2001

Online pubicaties

De Grote Brand van Londen – Prelude

Dit is het tweede deel in een reeks artikelen over 17de-eeuwse complotteurs en complotdenkers. Een overzicht van de andere onderwerpen vindt u hier.

* * *

fire of londen

Some of our mayds sitting up late last night to get things ready against our feast to-day, Jane called us up about three in the morning, to tell us of a great fire they saw in the City. So I rose and slipped on my nightgowne, and went to her window, and thought it to be on the backside of Marke-lane at the farthest; but, being unused to such fires as followed, I thought it far enough off; and so went to bed again and to sleep.

Op 2 september 1666, de Dag des Heren, maakte Londenaar Samuel Pepys zich in zijn dagboek nog niet al te veel zorgen over wat op dat moment de zoveelste Londense stadsbrand leek te zijn. Later op de dag zou sir Thomas Bludworth, de burgemeester van Londen, nog gesnauwd hebben dat een vrouw het vuur zou kunnen uitpissen. Van een brandje meer of minder keek men toen niet op.

Uitslaande branden waren nochtans zowel de ergst denkbare nachtmerries voor de inwoners van elke Europese stad als schering en inslag. In Londen bestonden er wel bouwverordeningen die gekoppeld waren aan straffe boetes, maar deze werden straal genegeerd door wethouders en bewoners. Met een gemiddelde levensverwachting van 20 jaar (arm) tot 35 (rijk) is het onwaarschijnlijk dat de branden van 1630 en 1633 nog al te vers in iemands geheugen lagen. Die van 1633 en 1649 herinnerde men zich wel, die van 1663 uiteraard ook. Elk van deze calamiteiten had de geschiedenis kunnen ingaan als de Grote (of toch Redelijk Grote) Brand van Londen, mochten de autoriteiten op dezelfde kordate manier ingegrepen hebben als na die van 1666.

Pepys zou trouwens nog een belangrijke rol spelen in de dagen die daarop volgden, althans volgens zijn zeer lezenswaardige dagboeken. De burgemeester, daarentegen, gaf er na enkele zeer dubieuze beslissingen de brui aan en liet zich de rest van de week niet meer zien op het terrein.

great-fire-of-london-tuesdayVijf dagen lang woedde de Grote Brand in Londen, de kleinere nabranden niet meegerekend. 5/6 van de stad werd in as gelegd, een gebied van pakweg 2,4 km². Officieel noteerde men 6 dodelijke slachtoffers, maar rekening met slachtoffers uit de laagste klasse of de middelklasse hield men niet. Dat ene zinnetje uit The London Gazette van 3 tot 10 september 1666 klinkt er des te onheilspellender door:

It must be observed, that this fire happened in a part of the Town, where tho the Commodities were not very rich, yet there were so bulky that they could not well be removed […]

De schade wordt geschat op £10.000.000, zo’n 1,1 miljard moderne Britse ponden, aldus de uitstekende website The Great Fire of London. Meer overweldigende cijfers: 13.200 huizen werden vernietigd, 100.000 inwoners moesten de stad verlaten. Uiteindelijk zouden 80.000 mensen hun woonst verliezen.

King-charles-ii-king-charles-ii-25010100-333-400Vóór de Grote Brand circuleerden er tal van voorspellingen omtrent rampen die Londen zouden overkomen. Een Goddelijke Straf zou de stad treffen, onder andere omwille van het al te liederlijke leven van koning Karel II en zijn hofhouding, het schandelijke gedrag van tal van laffe geestelijken tijdens de Grote Plaag en eigenlijk omwille van het zondige gedrag van welke Londenaar dan ook. Astrologen lieten zich eveneens niet onbetuigd: William Lilly, Engelands meest succesrijke astroloog, mocht zich na de brand komen verantwoorden voor een vermeende voorspelling omtrent 3 september eerder dat jaar. Waarschijnlijk wist hij zelf niet goed wat hij precies voorspeld had, maar zijn geval bespreek ik in een volgend artikel.

Tijdens en direct na de Brand waren er al minder Londenaars geneigd te geloven in de Goddelijke Voorzienigheid, laat staan in een ongeluk. Tal van getroffen inwoners gingen snel op zoek naar mogelijke daders, complotteurs en brandstichters. Sommigen werden ter plaatste afgestraft en zelfs gelyncht, anderen door rechters verhoord. Verdachten waren er trouwens genoeg: de tijden waren bar en gevaarlijk.

In continentaal Europa woedden onder meer de Tachtigjarige, de Dertigjarige Oorlog en de Frans-Spaanse Oorlogen (u bent één klik verwijderd van een uitgebreider lijstje). Als religie, en meer bepaald de explosief groeiende tegenstelling katholiek versus protestant, al geen aanleiding was, dan was het er wel de brandstof voor. En andersom. Ook op de Britse Eilanden liepen religieuze en andere spanningen hoog op in deze periode. Sinds het begin van de Engelse Reformatie in de jaren 1530 vormden de Engelse katholieken een zwaar verdrukte minderheid. In één generatie verloor het katholieke establishment zijn gezag en aanzien: de vroegere machthebbers werden sociale paria’s en dat ging niet zonder strubbelingen. De ene samenzwering volgde op de andere en het is niet ondenkbaar dat verregaande achterdocht een overlevingsmechanisme werd, of reeds lange, lange tijd was.

Engelse Rooms-Katholieken hadden het in 1583 gemunt op koningin Elizabeth I in het zogenaamde Throckmorton Plot. In 1603 werden de vermeende samenzweerders van het Main Plot tegen James I terechtgesteld, samen met die van het Bye Plot. Beide samenzweringen zouden financieel gesteund zijn door het katholieke Spanje. Op 5 november 1605 werd een aanslag op de koning en de aristocratie verijdeld, bekend als het Buskruitverraad, het onderwerp van een vorige artikelenreeks. De katholieke samenzweerders, waaronder Guy Fawkes, werden terechtgesteld en op vakkundige wijze uit elkaar gedraaid en gehakt.

exec charlesTussen 1639 en 1651 gingen de Britse Eilanden door een periode van interne strijd die samengevat wordt als de Britse Burgeroorlogen of als Oliver Cromwell, een van de klassieke liedjes van Monty Python. Overwegend Anglicaanse Royalisten vochten en verloren van de puriteinse Roundheads onder leiding van Cromwell. Later nam de koning het op tegen de aanhangers van het Rompparlement, maar “the King lost again, silly thing – stupid git” (aldus MP). Zoals steeds waren de meeste oorlogsslachtoffers niet soldaten die sneefden op de velden enzovoort, maar burgers en boeren in de steden en dorpen die omkwamen door ziekten en hongersnoden.

Uiteindelijk werd in 1660 de monarchie hersteld en kon Karel II zijn eerder onthoofde vader Karel I opvolgen. De nieuwe koning trad hardhandig op onder andere tegen de Vijfde Monarchisten, een Puriteinse sekte waarvan enkele leiders medeverantwoordelijk waren voor de onthoofding van Karel I. Een vijftigtal leden werden eerst opgehangen, vervolgens van geslachtsdelen en darmen ontdaan om uiteindelijk gevierendeeld te worden. Beulen namen hun werk heel serieus. Enkele maanden voor de Grote Brand werd een groep ex-soldaten eveneens gearresteerd op verdenking van samenzwering met de Nederlanders tegen de Engelse Kroon. In 1664 tenslotte, ruim een jaar voor de Brand, werd Londen slachtoffer van wat we nu kennen als de Grote Pestepidemie, the Great Plague of London. Op een geschatte bevolking van 460.000 stierven er officieel 68.596 mensen, maar waarschijnlijk dubbel zoveel. Opnieuw, mensen uit de lagere klassen telden niet mee. Onnodig te zeggen dat ook deze epidemie aanleiding gaf tot heel wat sociale onrust, vervolgingen van vooral Joden, die bij zowat elke pestepidemie in Europa de zwarte piet toegeschoven kregen.

Wat men in 1666 al vermoedde, wordt nu algemeen aangenomen: een niet gedoofde bakkersoven in Pudding Lane, een schamele wijk in centrum Londen, had de brand veroorzaakt. Nochtans werd één persoon gearresteerd, ondervraagd én geëxecuteerd. Na bekentenissen. Eén, een akelig klein getal in alle numerieke ellende van de Grote Brand van Londen. Nog akeliger: zelfs de rechters beseften dat hij zowel onschuldig was als de perfecte zondebok. Absurditeit, evenals ellende, laat zich moeilijk kwantificeren.

Deel 2: De Grote Brand van Londen – Robertje moet hangen

Het Buskruitcomplot – Het Verraad der Jezuïeten?

Dit is het derde deel over het Buskruitverraad. Voor het eerste deel, “Achtergrond”, klikt u hier. Het tweede deel, “November 1605” vindt u hier.

* * *

Thus did God on Queene Elizabeth bestow a glorious victorie, even in the despite of Pope, Papist, trayterous Jesuits, Seminaries, Monkes, Friers, and all the rablement of that Antichristian Sec.

edward cokeAan het woord is Sir Edward Coke over de overwinning op de “king of Spanes Armado […] that surnamed invincible Spanish navie” (geciteerd uit Selected Writings of Edward Coke, vol. II). Sir Coke was de hoofdaanklager onder koningin Elizabeth I en James I en had zijn handen vol met het berechten van veelal katholieke opstandelingen, complotteurs en rebellen. Zijn virulent antikatholicisme spitste zich vooral toe op de jezuïeten, wiens invloed hij in elke samenzwering of bedreiging meende te ontwaren. Zelfs tijdgenoten vonden dat hij zich vaak eerder liet leiden door zijn antipapisme dan door bewijzen. Kortom, Sir Coke was een epigoon van het Engelse geïnstitutionaliseerde antikatholicisme.

garnetAls openbare aanklager tijdens de zittingen omtrent het Buskruitverraad was hij er rotsvast van overtuigd dat Henry Garnet S.J., hoofd van de Engelse Jezuïeten, een van de belangrijkste aanstokers was van het complot “as blacke as hell”:

Peersie & Catesby went unto their great Provinciall Garnet, & of him enquired, whether the king being as he was already established, they might by vertue of the Popes Bull, use any meanes to supplant or depose him, considering they were not of force to withstand his comming at the first. And Garnet answered, that undoubtedly they might, whereupon they presently resolved to put in execution that most horrible powder treason, the like whereof, untill that time, was never to the world reported.

Garnet zou op de hoogte geweest zijn dat er een aanslag op handen was en zou die zelfs verboden hebben. Maar uiteindelijk werd hij toch beschuldigd van hoogverraad en geëxecuteerd, samen met twee andere jezuïeten. John Gerard S.J. kende de meeste samenzweerders ook. Hij werd geïmpliceerd in het complot maar wist te ontsnappen naar het continent. Zijn verhaal schreef hij neer in Autobiography of a Hunted Priest. “[M]alignant and devilish papists Jesuits and seminary priests much envying and fearing conspired most horribly” (Willis-Bund, 1879) werd de officiële versie.

pyrotechnica afbeeldingNiet toevallig verscheen na de Grote Brand het boek Pyrotechnica Loyolana (1667) door een anonieme “Catholick-Christian”, met als ondertitel Ignatian fire-works or, the fiery Jesuits temper and behaviour. Being an historical compendium of the rise, increase, doctrines, and deeds of the Jesuits. Exposed to publick view for the sake of London. Het boek beschrijft al het kwaad dat de militante Sociëteit van Jezus berokkend heeft sinds hun stichting in 1534 onder leiding van hun respectievelijke generaals-oversten (praepositus generalis). De organisatie van de Jezuïeten was inderdaad op militaire leest geschoeid en zelf noemden ze zich ook de soldaten van de Paus. Het mag niet verbazen dat het hoogtepunt van hun misdaden de Grote Brand was, aldus het boek over de vuurkunstenaars in dienst van Loyola. De afbeelding links toont trouwens de paus die met een blaasbalg het vuur in Londen aanwakkert.

what wasZo’n drie eeuwen later zorgde het Buskruitcomplot nog steeds voor controverses, niet alleen academische, maar ook religieuze. In 1897 schreef John Gerard, naamgenoot én ook jezuïet, het boek What was the Gunpowder Plot? The traditional story tested by original evidence. Het boek ging in tegen de gangbare, officiële versies die op het einde van de negentiende eeuw verrassend actueel leken te zijn. Zowel Engeland als de Verenigde Staten waren toen nog steeds niet de meest vriendelijke contreien voor katholieken.

John Gerard brengt begrip op voor de samenzweerders: rooms-katholieken in Engeland hadden het inderdaad zeer zwaar te verduren. Ze konden de eigen godsdienst niet belijden, zij moesten de paus afzweren als kerkelijk hoofd en ze werden vervolgd. Meteen – en dat is geen verrassing – de reden voor het complot. Maar volgens hem kunnen we pas vanaf de gevangenneming van Guy Fawkes/John Johnson echt zeker zijn van wat er zich afgespeeld heeft. Over de periode daarvoor, het rekruteren en de voorbereidingen, weten we niets met zekerheid. We kennen enkel de officiële versie die gebaseerd is op hardhandige verhoren en geïnterpreteerd door papenvreters en jezuïetenhaters als Sir Edward Coke. En dat geeft hem de mogelijkheid om enerzijds een groot blik apologieën open te trekken en anderzijds om te beginnen speculeren.

fawkes cellar

Hij stelt hij dat het complot niet gedragen werd door de katholieke bevolking en evenmin door de katholieke clerus en waarschijnlijk heeft hij hier gelijk. En dat is volgens hem een reden om het geen katholiek complot te noemen. Wat de jezuïtische inmenging betreft is Gerard S.J. nog categorischer: de complotteurs kregen geen steun van de opperjezuïet van Engeland, materieel noch moreel. En opnieuw, althans voor zover ik de literatuur begrijp, heeft hij ook hier misschien wel een punt. De meeste moderne historici die geschreven over deze periode stellen inderdaad dat het complot geen algemeen katholieke opstand was en geven de toenmalige jezuïeten het voordeel van de twijfel: waarschijnlijk waren ze niet actief betrokken in het complot, maar waren ze misschien wel op de hoogte.

Maar Gerard S.J. wil af van ‘misschien’ en ‘waarschijnlijk’. Hij wil niet enkel de jezuïeten vrijpleiten of de katholieke clerus, maar ook de complotteurs zelf. En hier begint Gerard aan te schurken tegen een complottheorie. Om zijn geloofsgenoten te beschermen, creëert hij een diabolus ex machina: Robert Cecil, graaf van Salisbury. Cecil was een van de belangrijkste staatslieden onder Elizabeth I en James I en zijn positie als Secretary of State, toen een combinatie van minister, rechter en hoofd van wat we nu de geheime dienst zouden noemen, maakte hem tot een van de machtigste mannen in die periode. Komt daarbij dat hij klein van stuk was én een crouchback, een bultenaar, wat hem ook in pre-Hollywood-tijden geknipt maakte voor de rol van ultieme slechterik.

Gerard presenteert Robert Cecil als een verrader van Elizabeth I en van het vaderland, gehaat door collega’s, concurrenten en ambassadeurs, weinig geliefd door de nieuwe koning James I. Gerard voert dan ook aan dat “whatever its origin, the Gunpowder Plot immensely increased Cecil’s influence and power, and, for a time, even his popularity”. Een volgende stap in zijn apologie is de vaststelling dat het opzet van het complot ongezien is in z’n wreedheid:

But what marked off our Gunpowder Plot from all the others, was the wholesale and indiscriminate slaughter in which it must have resulted, and the absence of any possibility that the cause could be benefited which the conspirators had at heart. […] It might be supposed that those who undertook such an enterprise were criminals of the deepest dye, and ruffians of a more than usually repulsive type.

En, zoals Gerard eerder beschreef: we kunnen niet zeker zijn wat de samenzweerders nu eigenlijk van plan waren. Verder lijkt het ook heel abnormaal dat de complotteurs erin slaagden om ongezien zoveel tonnen met buskruit in de kelders op te slaan. Na de ontdekking van het complot wordt er geen melding meer gemaakt van deze vaten, of beter, er wordt niet vermeld hoe ze verwijderd werden, en dat is voor Gerard een aanwijzing dat er iets niet in de haak zit.

Verder zoekt hij verschillen tussen de bekentenissen van de complotteurs en de officiële versie. Dat één van de grote verschillen was dat de eerste groep hun verklaringen aflegden (en herzagen) onder marteling, dat ze moesten balanceren tussen bekennen, verbergen en verdedigen, en dat de tweede groep het hele complot gebruikte om zichzelf in de kijker te zetten, lijkt Gerard te ontgaan. Voor hem wijzen de verschillen op “contradictory evidence” en dat wijst op een complot in een complot.

Het kan niet anders dan dat de “Government Intelligence Department” op de hoogte was – volgens Gerard al in 1604 – en dat die geheime inlichtingendienst, Robert Cecil dus, de sturende hand was in het complot. Kortom, het Buskruitverraad mag dan misschien zijn oorsprong vinden in een samenzwering van enkele katholieke edelen, de manier, de planning en vooral de middelen werden uitgedacht en georkestreerd door Robert Cecils diensten. En uiteindelijk waren die complotteurs ook geen al te slechte gasten, ze werden in de aanloop gecorrumpeerd door de agenten van Cecil. Het complot werd in de nacht van 5 november dan ook niet ontdekt, maar “ontdekt”. Meer nog, het Buskruitverraad “formed no exception tot he general law observable in conspiriacies of its period, proving extremely advantageous to those against whom it was principally directed”. Met andere woorden, Gerard S.J. doet hier meer dan gewoon maar suggereren dat de andere katholieke complotten in die periode eveneens gemanipuleerd werden door de inlichtingendiensten van de protestantse vorsten.

De strafste aantijgingen van Gerard S.J. werden al snel weerlegd door Samuel R. Gardiner, een Britse historicus die gespecialiseerd was in 17de-eeuws Engeland. Gardiner vatte zijn bevindingen samen in What Gunpowder Plot Was, een duidelijk antwoord op het boek van Gerard What was the Gunpowder Plot? Nochtans zou het verhaal van Gerard zo’n vijftien jaar later nog eens dunnetjes overgedaan worden door de Iers-Amerikaanse priester Peter Christopher Yorke, die nog steeds herdacht wordt door de Ierse gemeenschap in San Francisco. In 1913 schreef de Iers-Amerikaanse priester Peter Christopher Yorke The Ghosts of Bigotry, een bestseller in die dagen.

John Gerard S.J. heeft de verdienste dat hij door zijn onderzoek de toenmalige officiële versie een knauw heeft gegeven en meer dan waarschijnlijk deels heeft gecorrigeerd. Die versie, ontstaan in een periode waarin er niet echt een scheiding was tussen Kerk en Geschiedschrijving, heeft zo’n kleine 300 jaar kunnen overleven. Hoewel veel onduidelijk blijft, niet verbazingwekkend wanneer het gaat over een geheim complot 400 jaar geleden, zijn de meeste moderne historici het erover eens dat Robert Cecils aandeel in de voorbereidingen onbestaande was. Het mag ons evenwel niet verbazen dat er nog steeds onderzoekers zijn, “No-Plotters” zijn, zoals Antonia Fraser ze noemt in haar boek The Gunpowder Plot, die de lijn van Gerard volgen.

* * *

Lijst van geraadpleegde bronnen

Boeken

Documentaires

  • Simon SCHAMA, A History of Britain – The British Wars: 1603-1776. Episodes 8 & 9, London, BBC, 2001

Online artikelen

Het Buskruitcomplot – November 1605

Dit is het tweede deel over het Buskruitverraad. Voor het eerste deel, “Achtergrond”, klikt u hier.

* * *

The_Gunpowder_Plot_Conspirators,_1605_from_NPG

Mijn Heer, omwille van de genegenheid die ik voel voor uw vrienden, ben ik ook bezorgd over uw lijfsbehoud. Ik zou u daarom willen aanraden, aangezien u uw leven liefhebt, om een excuus te bedenken voor uw afwezigheid in het parlement; want God en mens samen willen de boosaardigheid van deze tijden bestraffen.

Op 26 oktober 1605, iets voor de geplande officiële opening van het parlementaire jaar, kreeg Lord Monteagle een anonieme brief waarin hij vaagweg gewaarschuwd werd. Ik heb het eerste deel van de brief, zoals geciteerd in Antonia Frasers boek The Gunpowder Plot. Terror & faith in 1605, hierboven zelf vertaald. De Lord, één van de weinige katholieke parlementsleden in die periode, speelde de brief door aan Robert Cecil, 1st Earl of Salisbury, zowat het hoofd van de koninklijke geheime dienst. De autoriteiten schoten andermaal in actie, op zoek naar het zoveelste complot in korte tijd. Waarschijnlijk was de brief geschreven door een katholieke medecomplotteur of door iemand uit het entourage daarrond.

Wat in 1604 begonnen was als een samenzwering met slechts enkele deelnemers, groeide door geldgebrek uit tot een weidser complot. Hoe meer participanten, hoe groter de kans op een lek of verraad. Eerder dan een kwestie van wiskunde, lijkt dat een kwestie van gezond verstand. Hoe dan ook, de schrijver was op de hoogte en maakte zich zorgen over het lot van de katholieke parlementariër. En andere lezing kan zijn dat beiden opportunisten waren en zonder schroom of scrupules een complot verraden hebben dat sowieso schadelijk zou zijn voor henzelf en de katholieke bevolking.

CatesbyHet was Robert Catesby die in 1604 de eerste vergaderingen organiseerde. Net zoals vele devote katholieken weigerde hij de vorst als hoofd van de kerk te herkennen en ging hij niet naar de protestantse diensten. In 1601 nam hij deel aan de Opstand van Essex, een complot tegen koningin Elizabeth I. De rebellie mislukte, Catesby werd opgepakt en weer vrijgelaten. In 1603, bij de troonsbestijging van James I, leek het even of de repressie tegen de katholieken verminderd zou worden, maar de verwachtingen van Catesby werden niet ingelost.

fawkesGuy Fawkes was eerder een man van daden dan van woorden. Als huurling vocht hij vanaf de jaren 1590 mee met katholieke legers op het continent. Zo nam hij tijdens de Tachtigjarige Oorlog deel aan tal van Spaanse campagnes tegen de Nederlandse protestantse rebellen. En dat deed hij blijkbaar met verve: hij werd voorgedragen om bevorderd te worden tot kapitein. Zijn bevelhebber in Vlaanderen was Sir William Stanley, eveneens een Engelsman in Spaanse dienst. Deze vijftiger, ooit geridderd in Engeland omwille van zijn militaire prestaties, begon zijn continentale oorlogscarrière in Engels-protestantse dienst, maar veranderde later even makkelijk van zijde als van godsdienst. Hoewel zijn geval aantoont dat het niet steeds even gemakkelijk is om aan te geven in welke mate iemand deze of gene religie aanhing, kegelde zijn bekering tot het katholicisme hem naar de bovenste helft van het Engelse lijstje met te haten namen.

80 jaar

Terug naar Fawkes, die de slagvelden en zijn bevordering opgaf voor een groter doel. Hij reisde af naar het Spaanse hof om te pleiten voor een invasie van Engeland door de Iberische legers, tegelijkertijd uit te voeren met een algemene opstand van 3000 Engelse katholieken. Maar inzicht in internationale diplomatie had hij niet. Hoewel hij welwillend werd ontvangen door de raadgevers van de Filip III, deelde de Spaanse koning de mening van de paus: een internationale, gewapende inmenging op Engelse bodem zou het katholicisme in Engeland helemaal wegvagen. Fawkes probeerde de Spaanse edelman Don Juan de Tassis nog te overhalen, maar net deze hoveling werd door Filip III van Spanje werd naar Engeland gezonden om James I te feliciteren met zijn troonsbestijging. Deze missie maakte een einde aan de dromen van een Spaanse invasie. Fawkes besloot om terug te keren naar Engeland.

Op 5 november 1605 werd John Johnson aangetroffen in de kelders van het Palace of Westminster, samen met hopen gedroogde takken en ettelijke tonnen gevuld met buskruit. Genoeg, zo bleek bij nader onderzoek, om de parlementsgebouwen te nivelleren en de aanwezigen van de plechtige opening van het parlementaire jaar, waaronder de koning, het voltallige parlement, andere notabelen en de hogere clerus, de Engelse 1% dus, te begraven onder het puin. 48 uur kon Fawkes zich verbergen achter zijn eerder doorzichtige schuilnaam. Ondertussen dreef het nieuws van zijn arrestatie Johnson/Fawkes de andere complotteurs op de vlucht.

signature“De zachtere tortuur moet eerst op hem toegepast worden en vervolgens gradueel de hardere, dat God je werk moge bespoedigen”, schreef koning James I aan Sir John Popham, de hoofdondervrager, gekend voor zijn wreedheid en haat tegenover katholieken. In welke mate Popham rekening heeft gehouden met het bevel van de koning is onbekend, dat Fawkes een harde en geharde man was, daar zijn genoeg getuigenissen van overgeleverd. Hoe dan ook, op 7 november gaf Fawkes zijn echte naam en tekende hij een bekentenis, waarbij zijn handtekening onderaan een indicatie lijkt te zijn van de mate waarin hij gekraakt en gebroken is geworden in de martelkamer.

Ondertussen werden de andere complotteurs opgejaagd. Hun namen waren bekend geraakt na de ondervraging van de dienstboden. Op 8 november bestormde de Sheriff van Worcestershire hun laatste schuilplaats, ver in de Midlands. Catesby sneuvelde in het gevecht, vier andere samenzweerders werden gearresteerd en naar Londen gebracht.

execution

De overlevende complotteurs werden schuldig bevonden en op 30 januari geëxecuteerd, maar niet voordat de reeds gedode leden terug werden opgegraven, onthoofd en uitgestald voor het House of Lords. De anderen waren veroordeeld tot de straf speciaal gereserveerd voor hoogverraad: ze werden opgehangen aan een galg, net voor hun dood ontdaan van penis, testikels en van de darmen, en tot slot gevierendeeld; de Engelse vakterm hiervoor is hanged, drawn, quartered. Fawkes slaagde erin om van de ladder te springen zodat het touw zijn nek brak.

Wat als? Onmogelijk te beantwoorden, maar toch leken zowel de opzet als het doel van het complot geheel gespeend van enige zin voor realiteit en realpolitik. Waarschijnlijk zou het buskruit niet ontploft zijn omdat het van slechte kwaliteit was én grotendeels doorweekt. Erger nog, ze konden de koning en het hele establishment in november niet doden omdat de opening van het parlementaire jaar uitgesteld was omwille van een dreigende pestepidemie. Het complot kende te veel samenzweerders, en hoe meer deelnemers hoe groter de kans op lekken, bewuste of onbewuste.

Verder konden ze niet rekenen op buitenlandse militaire steun of op een binnenlandse katholieke rebellie. Integendeel, zelfs Henry Garnet, hoofd van de Engelse Jezuïeten, zou de samenzweerders verboden hebben om verder te gaan nadat hij toevallig (!) de plannen vernomen had. Niet iedereen geloofde die toevalligheid en Garnet werd in 1605 dan ook gearresteerd, berecht en geëxecuteerd. De aanklager van dienst was opnieuw papen- en jezuïetenvreter Sir Edward Coke. Over Garnet meer in het derde deel, eerst terug naar de opgejaagde samenzweerders. Tijdens hun vlucht naar de Midlands probeerden de complotteurs de katholieken op hun weg wijs te maken dat het opzet geslaagd was. De reacties waren lauw. Komt daarbij dat ze onmogelijk alle eventuele troonpretendenten konden uitschakelen en dat er nog genoeg van het staatsapparaat en dus repressieve kracht zou overgebleven zijn om de Engelse katholieke bevolking helemaal van de kaart te vegen.

En zelfs als ze erin geslaagd zouden zijn om het gebouw op te blazen, dan nog zou het van weinig politiek inzicht getuigen om te denken dat men een 17de-eeuws land had kunnen besturen dat net zo’n schok heeft moeten doorstaan: koning weg, adel weg, elite weg, en een onbecijferbare hoeveelheid politieke en diplomatieke ervaring weg. En dat terwijl er genoeg haviken en gieren op het Europese continent zaten te wachten om elke zwakheid van de vijand genadeloos uit te buiten.

* * *

En toch eindigt het verhaal hier niet. Ik ben niet alleen geïnteresseerd in theorieën over complotten, maar ook in theorieën die stellen dat er geen complot is geweest. De neerslag van de ondervraging en van het proces van de samenzweerders door procureur-generaal Sir Edward Coke is bewaard gebleven. Sir Coke noemde in 1606 het complot “het Verraad der Jezuïeten”, een stellig die zelfs in 1879 nog kritiekloos wordt herhaald, onder andere in de bundel A Selection of Cases from the State Trials, Volume I van Willis-Bund: de duivelse, paapse Jezuïeten waren de echte aanstokers van het complot (p. 310). Tal van andere boeken uit die periode beweren min of meer hetzelfde. Reden genoeg voor John Gerard, S.J., een naam- en ambtgenoot van de Jezuïet uit het eerste deel, om onder andere de geschriften van Sir Coke uit te pluizen én op basis daarvan te beweren dat het Buskruitverraad niet als dusdanig heeft plaatsgevonden.

Deel 3: Het Buskruitcomplot – Het Verraad der Jezuïeten?

Het Buskruitcomplot – Achtergrond

Dit is het eerste deel in een reeks artikelen over 17de-eeuwse complotteurs en complotdenkers. Een overzicht van de andere onderwerpen vindt u hier.

* * *

Henri-VIII-507x350Het Engeland van voor 1534 katholiek noemen, zou net zo overbodig zijn geweest als specificeren dat hedendaags Saoedi-Arabië een islamitisch land is. In één generatie tijd deed koning Hendrik VIII de machtspositie van de Engelse katholieke kerk en de invloed van de Paus echter teniet. Wie na de invoering van de Act of Supremacy de vorst niet erkende als hoofd van de kerk, verloor het zijne. De staat ontbond abdijen en verbood de katholieke diensten. In één moeite door werden ook andere religieuze minderheden opgejaagd. En daarmee voegde Hendrik VIII en zijn opvolgers, o.a. de katholieke Maria I en de protestantse Elizabeth I, Engeland toe aan het lijstje Europese landen waar religieuze factoren, naast de gebruikelijke sociale, economische en geopolitieke, met hernieuwde kracht een drijfveer werden voor wrede vervolgingen en brutale oorlogen.

spanish-amarda--En dat waren er nogal wat: de Europese grootmachten, in steeds wisselende allianties, gingen verder met hun pogingen om elkaar in te sluiten en zich te bevrijden uit de houdgreep van de andere. Religie was daarbij niet altijd de hoofdfactor: Hendrik VIII steunde in 1542 Karel V, koning van Spanje en keizer van het Heilige Roomse Rijk. Een toenmalig mensenleven later was het katholieke Spanje dan weer de aartsvijand en had Hendriks verre troonopvolger Elizabeth I en Karel V’s zoon Filip II van Spanje de handen vol met het afslaan van elkaars Armada’s.

Engelse katholieken probeerden in overzeese missies steun te zoeken bij de bondgenoten op het continent. Andersom probeerden echte en vermeende agenten uit Vaticaanstad, Spanje en die andere erfvijand, Frankrijk, Engeland te infiltreren om contacten te leggen met opstandige katholieken.

jesuitsJezuïeten vormden daarbij een categorie apart: tal van Engelse jongemannen werden naar Spanje en Frankrijk gestuurd om een priesteropleiding te volgen aan de seminaries van de in 1540 opgerichte Sociëteit van Jezus, de Jezuïeten. Na hun wijding kwamen ze als Soldaten Gods terug om slalommend tussen martelkamer en hakbijl hun religieuze taken uit te voeren, ad maiorem Dei gloriam. Hun leven in Engeland bestond uit clandestiene vergaderingen, geheime schuilplaatsen, huiszoekingen en zeer vaak martelaarschap. Het boek van John Gerard, S.J., Autobiography of a Hunted Priest, is een ijzingwekkend verslag van die periode.

Gods Soldaten, die absolute gehoorzaamheid aan de paus beloofden, kregen al snel de reputatie van Gods Ninja’s: ze werden beschouwd als spionnen, complotteurs, agitatoren en terroristen. Ook de Sociëteit zelf werd vrijwel onmiddellijk beschouwd als een buitengewoon goed georganiseerd genootschap dat steeds meer snode intriges en complotten uitdacht, met tentakels in alle katholieke koningshoven en paleizen. In de 18de eeuw zouden ze zelfs verboden worden door verschillende landen én door de toenmalige paus omdat ze inderdaad te machtig werden.

Het is weinig verrassend dat de Sociëteit van Jezus snel een bijna mythische status kreeg. De Jezuïeten werden geïmpliceerd werd in tal van historische en meer contemporaine rampen en catastrofes, waaronder zelfs het zinken van de Titanic. Nu Fransiscus I paus is, flakkeren de theorieën over jezuïetenstreken voor gevorderden trouwens weer op. Een kort overzicht vindt u terug op de website van, jawel, de Britse Jezuïeten. Ook Sir Edward Coke, Engelands voornaamste jurist van die periode en de openbare aanklager tijdens het proces van de complotteurs van het Buskruitverraad in 1605 komt de benaming “Het Verraad der Jezuïeten”.

elizabethWatjes waren het hoegenaamd niet, die Engelse katholieken. Anderzijds leken ze meer branie dan hersenen te hebben: het ene complot was eigenlijk al hopelozer en onrealistischer in opzet dan het andere en steeds werden de complotteurs gevat vóór de uitvoering ervan. In 1583 wilden ze een aanslag plegen op koningin Elizabeth I in het zogenaamde Throckmorton Plot. Tegelijkertijd zou Hendrik I van Guise, oprichter van de Katholieke Liga en mede-aanstoker van de gigantische moordpartij op Parijse Hugenoten, bekend als Bartholomeusnacht (1572), het land binnenvallen. Het Vaticaan en Spanje zouden de hele zaak financieren, de Jezuïeten zouden de operatie mede coördineren. De hele samenzwering werd blootgelegd, de deelnemers genadeloos vervolgd.

In 1603 werden de samenzweerders van het Main Plot tegen James I terechtgesteld, samen met die van het Bye Plot. De beklaagden en geëxecuteerden waren zowel van de katholieke als puriteinse overtuiging. Die laatste twee samenzweringen zouden eveneens financieel gesteund zijn door het katholieke Spanje, aldus de officiële verslagen van de processen.

Deel 2: Het Buskruitverraad – November 1605

17de-eeuwse complotteurs en complotdenkers – Inleiding

Checking the cellarsNet voor de opening van het Britse parlementaire jaar inspecteren de Yeomen of the Guard de kelders van het Palace of Westminster, de gebouwen waar het parlement zetelt (foto links © UK Parliament, Jessica Taylor). Niet zozeer om te kijken hoe hoog het water staat, maar eerder om te controleren of de krochten niet tjokvol explosieven steken.

De traditie, ondertussen al zo’n 400 jaar oud, voert ons terug naar het Engeland en het Europa van de turbulente 17de eeuw. Zoals bijna elke periode wordt ook deze gekenmerkt door gewapende conflicten als gevolg van economische, geopolitieke en religieuze tegenstellingen. De symbolische zoekactie in het het Palace of Westminster verwijst naar het Buskruitverraad van 1605 (Gunpowder Plot), een poging van een stel katholieke samenzweerders om de Engelse koning en het establishment om te brengen. Het was één van de vele katholieke samenzweringen in die troebele periode: zo waren er nog het Throckmorton Complotlot (1583), het Babington Complot (1585-1587), het Main en Bye Complot (1601-1603).

De 17de eeuw heeft nog meer wanhopige conjuraties gezien, steeds gevolgd door harde repressie. Niet alleen de eedgenoten van vroegtijdig ontdekte complotten werden genadeloos vervolgd en afgemaakt, ook die van ingebeelde samenzweringen. Bij heel wat tegenslagen en rampen, epidemies en stadsbranden werden er vermeende daders opgepakt en berecht of gelyncht.

Guy-FawkesDrie delen en een intermezzo heb ik gepland. Drie stukken over complotten én complottheorieën met dramatische gevolgen, en één komische klucht tussenin.

* * *

Het eerste luik, “Het Buskruitverraad”, gaat over het reeds vermelde complot uit het begin van de eeuw. Misschien zegt de naam van leider Robert Catesby u niet direct iets, het iconisch geworden gezicht van Guy Fawkes, nog steeds populair onder Occupy-, Anonymous- en andere activisten, herkent u zeker wel.

* * *

Great_Fire_LondonHet tweede luik gaat over de Grote Brand van Londen van 1666. Vijf zesde van de oude binnenstad werd toen in de as gelegd. Vrij snel leek men zeker te zijn dat het een ongeluk was, beter bekend als Gods Hand die niet kan wachten om zondige mensen te straffen, alsof daar in de eeuwigheid van de hel geen plaats en tijd genoeg voor is. Maar in dit ondermaanse kon men niet zeker genoeg zijn en dus ging men toch alvast zelf naarstig op zoek naar veelal buitenlandse, andersgelovige zondebokken.

* * *

Het intermezzo, bij wijze van sotternie, krijgt de titel “William Lilly en de sterrenfluisteraars” mee en gaat over de voorspellingen die circuleerden voor de Grote Brand, en over de recuperatie daarvan door moderne astrologen.

* * *

TitusOates-pilloried_300dpiIn het laatste luik behandel ik het Paapse Complot (1678-1681). Met deze reeks verdachtmakingen en samenzweringstheorieën omtrent een katholiek complot om de toenmalige koning te vermoorden was Titus Oates medeverantwoordelijk voor het hoogtepunt van de Engelse antikatholieke hysterie en voor tal van wrede executies. Complotdenken was toen zéér schadelijk voor de hersenen, de nek, de ingewanden, het lijf en de leden.

Big Yuk

HEBT U GENOEG VAN BIG PHARMA, BIG AG, BIG OIL, BIG BROTHER, BIG SUPO (SIC)? KRIJGT U OOK DE FOKKING KLOTE-TERING VAN DE ILLUMINATI? AL DAN NIET VIA CHEMTRAILS?

HEBT U ZELF EEN MENING, HOE VAN DE POT GERUKT OOK, IN VERBAND MET MOORDDADIGE VACCINS, KANKERVERWEKKEND ASPARTAAM, DEBILITEREND FRANKENFOOD OF DE ONSCHULDIGE ONTLUIZER ZYKLON-B EN ZOEKT U EEN ILLUSTRATIE DIE ZO MOGELIJK NOG MISSELIJKMAKENDER IS DAN UW SAMENZWERINGSTHEORIE ZELF?

PROBEER DAN DEES ILLUSTRATION ARTWORK!

DEES ILLUSTRATION ARTWORK, OMDAT U HET ZELF NIET ZO AFSCHUWELIJK, AFSTOTELIJK, WALGELIJK OF WEERZINWEKKEND KAN BEDENKEN.

 

Laat er geen misverstand over bestaan: het copyright op de illustraties in dit artikel behoort NIET toe aan Kritische Massa·be. Absoluut niet. Geen sprake van. © Dees Illustration Artwork en David Dees. Allemaal, geen uitzondering.

29/04/2016: Skeptics in the Pub met Sebastien Valkenberg

Sebastien 4x4Iedereen heeft zijn waarheid, wetenschap is ook maar een theorie of een vorm van geloof en dat kan ook geen toeval zijn. Toch wel, als na dat soort uitspraken uw rechteroog begint te knipperen en de stuipen door uw lichaam trekken.

Sebastien Valkenberg is eveneens allergisch aan dit soort banale gemeenplaatsen en dooddoeners. Hij grijpt terug op het denkwerk van grote filosofen: zij bieden het beste weerwerk tegen slordig redeneren en fact free filosofie.

Op vrijdag 29 april 2016 gaat Sebastien Valkenberg in gesprek met Johan Braeckman en het publiek over zijn recent gepubliceerde boek Op denkles en over de relevantie van de zeventiende-eeuwse auteur Adriaan Koerbagh.

GesprekVan ‘duystere woorden’ naar bobotaal. Of waarom kritische denkers onduidelijk taalgebruik moeten blijven bestrijden.

Locatie: De Corridor, Olmenlaan 1, Wetteren. Inschrijven verplicht (zie lager).

Datum en uur: vrijdag 29 april 2016, om 20.00 u (deuren 19.30 u)

Basis CMYKSebastien Valkenberg studeerde filosofie in Amsterdam en Leuven. Hij schrijft regelmatig bijdragen voor Filosofie Magazine, maar ook voor Trouw, Elsevier en andere media. In 2006 publiceerde hij Het laboratorium in je hoofd, een essaybundel over filosofische gedachte-experimenten. Het boek werd genomineerd voor de Socrateswisselbeker en de NWO-Eurekaprijs 2007. In 2010 volgde Geluksvogels, waarin de auteur zich keert tegen het gratuite cultuurpessimisme. In 2015 verscheen Op denkles. Hoe wapenen we ons tegen ‘Iedereen heeft zijn waarheid’ en andere modieuze denkbeelden.

* * *

Inschrijven kan via het e-mailadres johan@decorridor.be.

Opgelet: in de Olmenlaan is parkeerverbod. Parkeren kan gratis op de parking van de Carrefour/Market aan de Zuidlaan 115, Wetteren. Vandaar is het enkele minuten wandelen. Vanaf het station van Wetteren is het een zeven minuten stappen.