Earth & Beyond IV – Gerard Aartsen: “Dat zijn de feiten, als we ze even aannemen en zo.”

Dit artikel is het eerste in een reeks over de spirituele beurs Earth & Beyond IV die op 17 juni 2017 doorging in Houten, nabij Utrecht. In deze reeks bespreek ik enkele van de lezingen die ik heb mogen bijwonen.

* * *

Gerard Aartsen (1957) is een onderzoeker en docent uit Amsterdam die daarnaast al zijn leven lang de leringen van de Oude Wijsheid bestudeert. Met zijn lezing “Buitenaardsen. Wat doen ze hier?” wil Aartsen laten zien hoe hij het informatieve kaf van het koren scheidt. Hij wil zijn toehoorders inzage bieden in hoe hij informatie over ufo’s en aliens kritisch benadert. Voor Aartsen zijn twee zaken duidelijk en niet te bediscussieren: (1) er zijn positieve contacten met buitenaardsen en (2) machtige organisaties proberen de aliens en hun bedoelingen in een kwaad daglicht te stellen.

In het eerste deel van zijn lezing probeert hij aan de hand van tekst- en fotomateriaal een baseline te creëren. Hoewel hij niet echt een geldige reden kan geven, beschouwt hij de informatie over ufo’s uit de vroege jaren 1950 als de meest authentieke. Vooral auteurs als Desmond Leslie en George Adamski[i] worden door hem op handen gedragen omdat ze puur zijn, nog niet bezoedeld door de sensatiepers of door de negatieve invloeden vanwege de regeringen die de ufo-verhalen proberen te verbergen. Tijdgenoten van Adamski beschouwden zijn opvattingen dan weer als bedrog en noemden hem een con artist.[ii]

In hun boeken tekenden zij verhalen op van buitenaardsen die zich zorgen beginnen te maken over het menselijk gedrag op aarde. Niet alleen het gebruik van kernenergie en atoomwapens, maar ook de wereldwijde pollutie, het menselijk egoïsme en de staatsinrichtingen gebaseerd op hebzucht houden de gemiddelde E.T. uit zijn kosmische slaap. “Dat zijn de feiten, als we ze even aannemen en zo”, aldus de spreker.

De lezers dachten, nog steeds volgens Aartsen, dat de boeken van Leslie en Adamski een toekomst schetsten die hoopvol was, een boodschap die vlak na de Tweede Wereldoorlog en bij het begin van de Koude Oorlog, de verstikkende wapenwedloop en steeds verschrikkelijker wordende atoomwapens, met een zucht van verlichting werd onthaald. Bij de autoriteiten deden de positieve, hoopgevende berichten evenwel wrevel ontstaan, weet Aartsen. Regeringen wereldwijd hadden meer baat bij een klimaat van angst dan bij een van hoop, aldus de spreker. De winsten die het militair-industriële complex genereerden kwamen hen beter uit. En net daarom schakelden regeringen en de legerleiders de media in. Kranten verspreiden berichten over wrede, nietsontziende alien abductions, koele, rationele wetenschappers sloegen aan het debunken en de filmindustrie deed er middels (B-)films als Terror from Outer Space alles aan om de buitenaardsen af te schilderen als op strijd en verovering beluste indringers om zo de hoopvolle boodschappen onder te laten sneeuwen. Hedendaagse varianten van zulke desinformatie vindt Aartsen dan weer in de hersenloze clickbait die bijvoorbeeld aankondigt dat er 4, 6 dan wel 18 buitenaardse rassen zijn, de ene al agressiever dan de andere. Dat de Delftse Coen Vermeeren voor een gekkie wordt versleten, is volgens Aartsen eveneens een gevolg van dit soort gericht en destructief fake news.

Hoe ziet zijn kritisch bronnenonderzoek er nu uit? Ook hier is de spoeling dun. Aartsen spoort zijn publiek aan om in hun moderne bronnen op zoek te gaan naar overeenkomsten met de teksten uit de fifties, met de getuigenissen van de eerste contactees en vooral met de hoopvolle berichten. Als men genoeg overeenkomsten vindt, aanwijzingen dus dat de buitenaardsen ons bezoeken om hun bezorgdheid uit te drukken en ons goedbedoelde raad te geven, dan kan men ervan op aan dat de moderne bron betrouwbaar is. Komen de hedendaagse teksten, net zoals de oude, ook nog eens overeen met wat de (theosofische) “wijsheidsleringen” van onder andere H.P. Blavatsky en Alice Bailey en de “rationele wetenschap” à la Semyon Kirlian en Rupert Sheldrake, dan levert dat extra aanwijzingen op dat ze de moeite waard zijn. Teksten die al te sterk afwijken of een negatief beeld schetsen, zijn dan weer stukken desinformatie verspreid door de autoriteiten en hun vuige handlangers in de media. Kirlian is gekend vanwege zijn pseudowetenschappelijke aurafotografie en Sheldrake is de annalen van de pseudowetenschap ingegaan als bedenker van de eerder esoterische en weinig wetenschappelijke morfogenetische velden.

In het laatste deel wilde Aartsen, in navolging van Leslie en Adamski de kloof tussen ufologie, theosofie en religie te dichten: in tegenstelling tot ons, ondermaansen, zijn de buitenaardsen er reeds in geslaagd om zich te ontdoen van hun stoffelijke mantels, hun lichamen. Ze beschikken eveneens over technieken om hun fijnstoffige, etherische vormen toch zichtbaar te maken voor mensenogen door de trilling van de atomen te manipuleren. Dit verklaart dan weer waarom foto’s van hun ruimteschepen vrij vaag zijn (en ook wel waarom foto’s van vage objecten of (weer)fenomenen steevast ruimteschepen tonen).

Aartsen loopt onmiskenbaar over van de goede bedoelingen, zijn bezorgdheid omtrent atoomwapens en -energie, het wereldwijde leed dat mensen elkaar aandoen, lijken authentiek. Helaas levert zijn lezing weinig meer op dan pakweg de enigszins naïeve boodschap op het einde van De Snorrende Snor, een album in de reeks Suske en Wiske, waarin een ufo en geheimzinnige robots de hoofdrol spelen: “Bemint elkander”. Da’s best mooi, ha ja!, maar wat moeten we daar nu mee? Geen idee. Hoe welwillend ik Aartsens discours ook wil benaderen, zijn boodschap blijft steken bij een goedmenende E.T. en bij de dogmatische trekjes van een stel theosofen met vermeende diepe kennis van het fijnstoffige. Hij beschrijft niet meer dan een vlucht in het etherische, ver weg van de dagdagelijkse politieke werkelijkheid met zijn scherpe randjes en pragmatische compromissen. En zijn hoop dat een spirituele evolutie de mensheid zou kunnen veranderen, is louter een vorm van dilettantisch escapisme.

 

 

[i] Hun boek Flying Saucers Have Landed (1953) kan gedownload worden via http://www.universe-people.com/english/svetelna_knihovna/en_flying_saucers_have_landed.htm

[ii] Een interessant artikel uit Time (1959) beschrijft de ontmoeting tussen de Nederlandse koningin Juliana en George Adamski. Juliana, gekend voor haar soms bizarre opvattingen, was niet bepaald gecharmeerd door de ideeën van Adamski.
“The Queen & the Saucers” in Time (1 juni 1959), geraadpleegd via https://web.archive.org/web/20090527190226/http://www.time.com:80/time/magazine/article/0,9171,811123-1,00.html
Meer informatie over Adamski’s bezoek aan Nederland vindt u op Skepsis.nl.