Het Buskruitcomplot – Het Verraad der Jezuïeten?

Dit is het derde deel over het Buskruitverraad. Voor het eerste deel, “Achtergrond”, klikt u hier. Het tweede deel, “November 1605” vindt u hier.

* * *

Thus did God on Queene Elizabeth bestow a glorious victorie, even in the despite of Pope, Papist, trayterous Jesuits, Seminaries, Monkes, Friers, and all the rablement of that Antichristian Sec.

edward cokeAan het woord is Sir Edward Coke over de overwinning op de “king of Spanes Armado […] that surnamed invincible Spanish navie” (geciteerd uit Selected Writings of Edward Coke, vol. II). Sir Coke was de hoofdaanklager onder koningin Elizabeth I en James I en had zijn handen vol met het berechten van veelal katholieke opstandelingen, complotteurs en rebellen. Zijn virulent antikatholicisme spitste zich vooral toe op de jezuïeten, wiens invloed hij in elke samenzwering of bedreiging meende te ontwaren. Zelfs tijdgenoten vonden dat hij zich vaak eerder liet leiden door zijn antipapisme dan door bewijzen. Kortom, Sir Coke was een epigoon van het Engelse geïnstitutionaliseerde antikatholicisme.

garnetAls openbare aanklager tijdens de zittingen omtrent het Buskruitverraad was hij er rotsvast van overtuigd dat Henry Garnet S.J., hoofd van de Engelse Jezuïeten, een van de belangrijkste aanstokers was van het complot “as blacke as hell”:

Peersie & Catesby went unto their great Provinciall Garnet, & of him enquired, whether the king being as he was already established, they might by vertue of the Popes Bull, use any meanes to supplant or depose him, considering they were not of force to withstand his comming at the first. And Garnet answered, that undoubtedly they might, whereupon they presently resolved to put in execution that most horrible powder treason, the like whereof, untill that time, was never to the world reported.

Garnet zou op de hoogte geweest zijn dat er een aanslag op handen was en zou die zelfs verboden hebben. Maar uiteindelijk werd hij toch beschuldigd van hoogverraad en geëxecuteerd, samen met twee andere jezuïeten. John Gerard S.J. kende de meeste samenzweerders ook. Hij werd geïmpliceerd in het complot maar wist te ontsnappen naar het continent. Zijn verhaal schreef hij neer in Autobiography of a Hunted Priest. “[M]alignant and devilish papists Jesuits and seminary priests much envying and fearing conspired most horribly” (Willis-Bund, 1879) werd de officiële versie.

pyrotechnica afbeeldingNiet toevallig verscheen na de Grote Brand het boek Pyrotechnica Loyolana (1667) door een anonieme “Catholick-Christian”, met als ondertitel Ignatian fire-works or, the fiery Jesuits temper and behaviour. Being an historical compendium of the rise, increase, doctrines, and deeds of the Jesuits. Exposed to publick view for the sake of London. Het boek beschrijft al het kwaad dat de militante Sociëteit van Jezus berokkend heeft sinds hun stichting in 1534 onder leiding van hun respectievelijke generaals-oversten (praepositus generalis). De organisatie van de Jezuïeten was inderdaad op militaire leest geschoeid en zelf noemden ze zich ook de soldaten van de Paus. Het mag niet verbazen dat het hoogtepunt van hun misdaden de Grote Brand was, aldus het boek over de vuurkunstenaars in dienst van Loyola. De afbeelding links toont trouwens de paus die met een blaasbalg het vuur in Londen aanwakkert.

what wasZo’n drie eeuwen later zorgde het Buskruitcomplot nog steeds voor controverses, niet alleen academische, maar ook religieuze. In 1897 schreef John Gerard, naamgenoot én ook jezuïet, het boek What was the Gunpowder Plot? The traditional story tested by original evidence. Het boek ging in tegen de gangbare, officiële versies die op het einde van de negentiende eeuw verrassend actueel leken te zijn. Zowel Engeland als de Verenigde Staten waren toen nog steeds niet de meest vriendelijke contreien voor katholieken.

John Gerard brengt begrip op voor de samenzweerders: rooms-katholieken in Engeland hadden het inderdaad zeer zwaar te verduren. Ze konden de eigen godsdienst niet belijden, zij moesten de paus afzweren als kerkelijk hoofd en ze werden vervolgd. Meteen – en dat is geen verrassing – de reden voor het complot. Maar volgens hem kunnen we pas vanaf de gevangenneming van Guy Fawkes/John Johnson echt zeker zijn van wat er zich afgespeeld heeft. Over de periode daarvoor, het rekruteren en de voorbereidingen, weten we niets met zekerheid. We kennen enkel de officiële versie die gebaseerd is op hardhandige verhoren en geïnterpreteerd door papenvreters en jezuïetenhaters als Sir Edward Coke. En dat geeft hem de mogelijkheid om enerzijds een groot blik apologieën open te trekken en anderzijds om te beginnen speculeren.

fawkes cellar

Hij stelt hij dat het complot niet gedragen werd door de katholieke bevolking en evenmin door de katholieke clerus en waarschijnlijk heeft hij hier gelijk. En dat is volgens hem een reden om het geen katholiek complot te noemen. Wat de jezuïtische inmenging betreft is Gerard S.J. nog categorischer: de complotteurs kregen geen steun van de opperjezuïet van Engeland, materieel noch moreel. En opnieuw, althans voor zover ik de literatuur begrijp, heeft hij ook hier misschien wel een punt. De meeste moderne historici die geschreven over deze periode stellen inderdaad dat het complot geen algemeen katholieke opstand was en geven de toenmalige jezuïeten het voordeel van de twijfel: waarschijnlijk waren ze niet actief betrokken in het complot, maar waren ze misschien wel op de hoogte.

Maar Gerard S.J. wil af van ‘misschien’ en ‘waarschijnlijk’. Hij wil niet enkel de jezuïeten vrijpleiten of de katholieke clerus, maar ook de complotteurs zelf. En hier begint Gerard aan te schurken tegen een complottheorie. Om zijn geloofsgenoten te beschermen, creëert hij een diabolus ex machina: Robert Cecil, graaf van Salisbury. Cecil was een van de belangrijkste staatslieden onder Elizabeth I en James I en zijn positie als Secretary of State, toen een combinatie van minister, rechter en hoofd van wat we nu de geheime dienst zouden noemen, maakte hem tot een van de machtigste mannen in die periode. Komt daarbij dat hij klein van stuk was én een crouchback, een bultenaar, wat hem ook in pre-Hollywood-tijden geknipt maakte voor de rol van ultieme slechterik.

Gerard presenteert Robert Cecil als een verrader van Elizabeth I en van het vaderland, gehaat door collega’s, concurrenten en ambassadeurs, weinig geliefd door de nieuwe koning James I. Gerard voert dan ook aan dat “whatever its origin, the Gunpowder Plot immensely increased Cecil’s influence and power, and, for a time, even his popularity”. Een volgende stap in zijn apologie is de vaststelling dat het opzet van het complot ongezien is in z’n wreedheid:

But what marked off our Gunpowder Plot from all the others, was the wholesale and indiscriminate slaughter in which it must have resulted, and the absence of any possibility that the cause could be benefited which the conspirators had at heart. […] It might be supposed that those who undertook such an enterprise were criminals of the deepest dye, and ruffians of a more than usually repulsive type.

En, zoals Gerard eerder beschreef: we kunnen niet zeker zijn wat de samenzweerders nu eigenlijk van plan waren. Verder lijkt het ook heel abnormaal dat de complotteurs erin slaagden om ongezien zoveel tonnen met buskruit in de kelders op te slaan. Na de ontdekking van het complot wordt er geen melding meer gemaakt van deze vaten, of beter, er wordt niet vermeld hoe ze verwijderd werden, en dat is voor Gerard een aanwijzing dat er iets niet in de haak zit.

Verder zoekt hij verschillen tussen de bekentenissen van de complotteurs en de officiële versie. Dat één van de grote verschillen was dat de eerste groep hun verklaringen aflegden (en herzagen) onder marteling, dat ze moesten balanceren tussen bekennen, verbergen en verdedigen, en dat de tweede groep het hele complot gebruikte om zichzelf in de kijker te zetten, lijkt Gerard te ontgaan. Voor hem wijzen de verschillen op “contradictory evidence” en dat wijst op een complot in een complot.

Het kan niet anders dan dat de “Government Intelligence Department” op de hoogte was – volgens Gerard al in 1604 – en dat die geheime inlichtingendienst, Robert Cecil dus, de sturende hand was in het complot. Kortom, het Buskruitverraad mag dan misschien zijn oorsprong vinden in een samenzwering van enkele katholieke edelen, de manier, de planning en vooral de middelen werden uitgedacht en georkestreerd door Robert Cecils diensten. En uiteindelijk waren die complotteurs ook geen al te slechte gasten, ze werden in de aanloop gecorrumpeerd door de agenten van Cecil. Het complot werd in de nacht van 5 november dan ook niet ontdekt, maar “ontdekt”. Meer nog, het Buskruitverraad “formed no exception tot he general law observable in conspiriacies of its period, proving extremely advantageous to those against whom it was principally directed”. Met andere woorden, Gerard S.J. doet hier meer dan gewoon maar suggereren dat de andere katholieke complotten in die periode eveneens gemanipuleerd werden door de inlichtingendiensten van de protestantse vorsten.

De strafste aantijgingen van Gerard S.J. werden al snel weerlegd door Samuel R. Gardiner, een Britse historicus die gespecialiseerd was in 17de-eeuws Engeland. Gardiner vatte zijn bevindingen samen in What Gunpowder Plot Was, een duidelijk antwoord op het boek van Gerard What was the Gunpowder Plot? Nochtans zou het verhaal van Gerard zo’n vijftien jaar later nog eens dunnetjes overgedaan worden door de Iers-Amerikaanse priester Peter Christopher Yorke, die nog steeds herdacht wordt door de Ierse gemeenschap in San Francisco. In 1913 schreef de Iers-Amerikaanse priester Peter Christopher Yorke The Ghosts of Bigotry, een bestseller in die dagen.

John Gerard S.J. heeft de verdienste dat hij door zijn onderzoek de toenmalige officiële versie een knauw heeft gegeven en meer dan waarschijnlijk deels heeft gecorrigeerd. Die versie, ontstaan in een periode waarin er niet echt een scheiding was tussen Kerk en Geschiedschrijving, heeft zo’n kleine 300 jaar kunnen overleven. Hoewel veel onduidelijk blijft, niet verbazingwekkend wanneer het gaat over een geheim complot 400 jaar geleden, zijn de meeste moderne historici het erover eens dat Robert Cecils aandeel in de voorbereidingen onbestaande was. Het mag ons evenwel niet verbazen dat er nog steeds onderzoekers zijn, “No-Plotters” zijn, zoals Antonia Fraser ze noemt in haar boek The Gunpowder Plot, die de lijn van Gerard volgen.

* * *

Lijst van geraadpleegde bronnen

Boeken

Documentaires

  • Simon SCHAMA, A History of Britain – The British Wars: 1603-1776. Episodes 8 & 9, London, BBC, 2001

Online artikelen