De Grote Brand van Londen – Prelude

Dit is het tweede deel in een reeks artikelen over 17de-eeuwse complotteurs en complotdenkers. Een overzicht van de andere onderwerpen vindt u hier.

* * *

fire of londen

Some of our mayds sitting up late last night to get things ready against our feast to-day, Jane called us up about three in the morning, to tell us of a great fire they saw in the City. So I rose and slipped on my nightgowne, and went to her window, and thought it to be on the backside of Marke-lane at the farthest; but, being unused to such fires as followed, I thought it far enough off; and so went to bed again and to sleep.

Op 2 september 1666, de Dag des Heren, maakte Londenaar Samuel Pepys zich in zijn dagboek nog niet al te veel zorgen over wat op dat moment de zoveelste Londense stadsbrand leek te zijn. Later op de dag zou sir Thomas Bludworth, de burgemeester van Londen, nog gesnauwd hebben dat een vrouw het vuur zou kunnen uitpissen. Van een brandje meer of minder keek men toen niet op.

Uitslaande branden waren nochtans zowel de ergst denkbare nachtmerries voor de inwoners van elke Europese stad als schering en inslag. In Londen bestonden er wel bouwverordeningen die gekoppeld waren aan straffe boetes, maar deze werden straal genegeerd door wethouders en bewoners. Met een gemiddelde levensverwachting van 20 jaar (arm) tot 35 (rijk) is het onwaarschijnlijk dat de branden van 1630 en 1633 nog al te vers in iemands geheugen lagen. Die van 1633 en 1649 herinnerde men zich wel, die van 1663 uiteraard ook. Elk van deze calamiteiten had de geschiedenis kunnen ingaan als de Grote (of toch Redelijk Grote) Brand van Londen, mochten de autoriteiten op dezelfde kordate manier ingegrepen hebben als na die van 1666.

Pepys zou trouwens nog een belangrijke rol spelen in de dagen die daarop volgden, althans volgens zijn zeer lezenswaardige dagboeken. De burgemeester, daarentegen, gaf er na enkele zeer dubieuze beslissingen de brui aan en liet zich de rest van de week niet meer zien op het terrein.

great-fire-of-london-tuesdayVijf dagen lang woedde de Grote Brand in Londen, de kleinere nabranden niet meegerekend. 5/6 van de stad werd in as gelegd, een gebied van pakweg 2,4 km². Officieel noteerde men 6 dodelijke slachtoffers, maar rekening met slachtoffers uit de laagste klasse of de middelklasse hield men niet. Dat ene zinnetje uit The London Gazette van 3 tot 10 september 1666 klinkt er des te onheilspellender door:

It must be observed, that this fire happened in a part of the Town, where tho the Commodities were not very rich, yet there were so bulky that they could not well be removed […]

De schade wordt geschat op £10.000.000, zo’n 1,1 miljard moderne Britse ponden, aldus de uitstekende website The Great Fire of London. Meer overweldigende cijfers: 13.200 huizen werden vernietigd, 100.000 inwoners moesten de stad verlaten. Uiteindelijk zouden 80.000 mensen hun woonst verliezen.

King-charles-ii-king-charles-ii-25010100-333-400Vóór de Grote Brand circuleerden er tal van voorspellingen omtrent rampen die Londen zouden overkomen. Een Goddelijke Straf zou de stad treffen, onder andere omwille van het al te liederlijke leven van koning Karel II en zijn hofhouding, het schandelijke gedrag van tal van laffe geestelijken tijdens de Grote Plaag en eigenlijk omwille van het zondige gedrag van welke Londenaar dan ook. Astrologen lieten zich eveneens niet onbetuigd: William Lilly, Engelands meest succesrijke astroloog, mocht zich na de brand komen verantwoorden voor een vermeende voorspelling omtrent 3 september eerder dat jaar. Waarschijnlijk wist hij zelf niet goed wat hij precies voorspeld had, maar zijn geval bespreek ik in een volgend artikel.

Tijdens en direct na de Brand waren er al minder Londenaars geneigd te geloven in de Goddelijke Voorzienigheid, laat staan in een ongeluk. Tal van getroffen inwoners gingen snel op zoek naar mogelijke daders, complotteurs en brandstichters. Sommigen werden ter plaatste afgestraft en zelfs gelyncht, anderen door rechters verhoord. Verdachten waren er trouwens genoeg: de tijden waren bar en gevaarlijk.

In continentaal Europa woedden onder meer de Tachtigjarige, de Dertigjarige Oorlog en de Frans-Spaanse Oorlogen (u bent één klik verwijderd van een uitgebreider lijstje). Als religie, en meer bepaald de explosief groeiende tegenstelling katholiek versus protestant, al geen aanleiding was, dan was het er wel de brandstof voor. En andersom. Ook op de Britse Eilanden liepen religieuze en andere spanningen hoog op in deze periode. Sinds het begin van de Engelse Reformatie in de jaren 1530 vormden de Engelse katholieken een zwaar verdrukte minderheid. In één generatie verloor het katholieke establishment zijn gezag en aanzien: de vroegere machthebbers werden sociale paria’s en dat ging niet zonder strubbelingen. De ene samenzwering volgde op de andere en het is niet ondenkbaar dat verregaande achterdocht een overlevingsmechanisme werd, of reeds lange, lange tijd was.

Engelse Rooms-Katholieken hadden het in 1583 gemunt op koningin Elizabeth I in het zogenaamde Throckmorton Plot. In 1603 werden de vermeende samenzweerders van het Main Plot tegen James I terechtgesteld, samen met die van het Bye Plot. Beide samenzweringen zouden financieel gesteund zijn door het katholieke Spanje. Op 5 november 1605 werd een aanslag op de koning en de aristocratie verijdeld, bekend als het Buskruitverraad, het onderwerp van een vorige artikelenreeks. De katholieke samenzweerders, waaronder Guy Fawkes, werden terechtgesteld en op vakkundige wijze uit elkaar gedraaid en gehakt.

exec charlesTussen 1639 en 1651 gingen de Britse Eilanden door een periode van interne strijd die samengevat wordt als de Britse Burgeroorlogen of als Oliver Cromwell, een van de klassieke liedjes van Monty Python. Overwegend Anglicaanse Royalisten vochten en verloren van de puriteinse Roundheads onder leiding van Cromwell. Later nam de koning het op tegen de aanhangers van het Rompparlement, maar “the King lost again, silly thing – stupid git” (aldus MP). Zoals steeds waren de meeste oorlogsslachtoffers niet soldaten die sneefden op de velden enzovoort, maar burgers en boeren in de steden en dorpen die omkwamen door ziekten en hongersnoden.

Uiteindelijk werd in 1660 de monarchie hersteld en kon Karel II zijn eerder onthoofde vader Karel I opvolgen. De nieuwe koning trad hardhandig op onder andere tegen de Vijfde Monarchisten, een Puriteinse sekte waarvan enkele leiders medeverantwoordelijk waren voor de onthoofding van Karel I. Een vijftigtal leden werden eerst opgehangen, vervolgens van geslachtsdelen en darmen ontdaan om uiteindelijk gevierendeeld te worden. Beulen namen hun werk heel serieus. Enkele maanden voor de Grote Brand werd een groep ex-soldaten eveneens gearresteerd op verdenking van samenzwering met de Nederlanders tegen de Engelse Kroon. In 1664 tenslotte, ruim een jaar voor de Brand, werd Londen slachtoffer van wat we nu kennen als de Grote Pestepidemie, the Great Plague of London. Op een geschatte bevolking van 460.000 stierven er officieel 68.596 mensen, maar waarschijnlijk dubbel zoveel. Opnieuw, mensen uit de lagere klassen telden niet mee. Onnodig te zeggen dat ook deze epidemie aanleiding gaf tot heel wat sociale onrust, vervolgingen van vooral Joden, die bij zowat elke pestepidemie in Europa de zwarte piet toegeschoven kregen.

Wat men in 1666 al vermoedde, wordt nu algemeen aangenomen: een niet gedoofde bakkersoven in Pudding Lane, een schamele wijk in centrum Londen, had de brand veroorzaakt. Nochtans werd één persoon gearresteerd, ondervraagd én geëxecuteerd. Na bekentenissen. Eén, een akelig klein getal in alle numerieke ellende van de Grote Brand van Londen. Nog akeliger: zelfs de rechters beseften dat hij zowel onschuldig was als de perfecte zondebok. Absurditeit, evenals ellende, laat zich moeilijk kwantificeren.

Deel 2: De Grote Brand van Londen – Robertje moet hangen