Alex Jones zingt

Dit is te goed om niet te delen.

Ene Nick Lutsko heeft op geniale wijze enkele pathologische uitvallen van Alex Jones, professionele complotzot, op muziek gezet.

Centrum voor Klassieke Homeopathie, Thomas More & Beyond, update

Even opfrissen: op 7 juli berichtte ik hoe enkele tweets van Maarten Boudry omtrent de lessenreeks “Homeopathie in de verloskundige praktijk”, die zou doorgaan in samenwerking met de Thomas More Hogeschool, de verbouwereerde directie van dit instituut deden beslissen om die nascholing te schrappen.

Een kleine week later, op 13 juli, kreeg ik de nieuwsbrief aan van het Centrum voor Klassieke Homeopathie (CKH), de organisatie die de lesgevers zou leveren voor die nascholing. De nieuwsbrief dateerde al van juni, dus van voor de twitterstorm.

nieuwsbrief CKH juni 2017

Toch een mailtje verstuurd op 14 juli:

Geachte mevrouw

Ik heb vernomen dat de lessen in de reeks homeopathie in de verloskundige praktijk van 16 september en 21 oktober 2017 niet zouden doorgaan. Is deze informatie correct?

Vriendelijke groeten

Het antwoord vanuit het CKH liet niet lang op zich wachten:

Beste

de volgende lesdata op 16 september en 21 oktober gaan tot nader order door in het Geboortehuis Inanna in Rijmenam voor wie al ingeschreven was.
Inschrijven via Thomas More kan inderdaad helaas niet meer. Zodra er een praktische oplossing hiervoor gevonden is, zullen wij hierover berichten.
Met vriendelijke groet

De praktische oplossing waarvan hierboven sprake ook niet. Een klein uur later ontving ik dit bericht:

Beste
de twee studiedagen gaan door in eigen beheer.
Vriendelijke groet

Wij trekken hier alvast een nieuw blikje wierook open: het optreden vanuit de Thomas More Hogeschool tegen deze kwak-nascholingen blijkt dus inderdaad even kordaat als de tweets van MarCom Director en STEM-passionata Martine Taeymans en Algemeen directeur Machteld Verbruggen eerder deden vermoeden.

Dit maakt me enigszins benieuwd naar de volgende nieuwsbrief van het CKH. Mijn gok is dat ze er in alle talen zullen over zwijgen.

En benieuwd, dat was ik ook naar Geboortehuis Inanna in Rijmenam, waarvan sprake in de eerste e-mail van het CKH. Ik twijfel er niet aan dat het Geboortehuis uitstekend werk levert, de bezielster van het huis heeft alvast 31 jaar ervaring op de teller. Niet mis. Het uitgangspunt van het huis doet mijn wenkbrauwen een klein beetje fronsen, maar ach ja, ze verwijzen sowieso naar specialistische hulp indien nodig.

De vroedvrouwen van Inanna hanteren hierbij het principe dat zwangerschap en bevalling normale natuurlijke gebeurtenissen zijn; alleen als het echt nodig is, vraag je hiervoor specialistische hulp.

De wat zweverige belofte op de startpagina dat men garant staat voor “[p]ersoonlijke zorg vanuit een holistische visie” verdrinkt eigenlijk in de praktische informatie die de website biedt. Ook de pagina met de cursussen leek mij vandaag, 14/07/2017, zo op het eerste zicht zweverig maar onschuldig (genre pre- en postnatale yoga). Niet echt een vuiltje aan de lucht.

De pagina met links, daarentegen, lijkt een ander verhaal te vertellen: Het Geboortehuis herbergt een groepspraktijk voor osteopathie en klassieke homeopathie, het therapeutenhuis. Men vindt het daar blijkbaar ook een goed idee om te verwijzen naar natuurbalans.be voor zwangerschaps- en fertiliteitsreflexologie (“integrale voetreflexologie voor subfertiele koppels”). Beide zijn vormen van voetreflexologie, het spelen met voeten van de klant waarvoor-ie dan ook nog eens moet betalen. Qi, de imaginaire levensenergie die eerder door heel wat esoterisch en alternatief-medische theorieën stroomt dan door het menselijke lichaam, wordt beschouwd als een valabel principe. Het hoeft niet te verbazen er naar Weleda gelinkt wordt, een bedrijf dat zogenaamde natuurproducten maakt vanuit een antroposofische wereldbeschouwing.

Waar het écht over de schreef begint te gaan, althans in mijn lekenopinie, is de verwijzing naar de vzw Preventie Vaccinatieschade, een organisatie die in het artikel Vaccineren tegen onverantwoordelijke dwazen? van dr. Betz en dr. Bonneux ongenadig doorgelicht worden. Volgens het Geboortehuis geeft de vzw echter “vrijblijvende info over nuttige en overbodige vaccinaties bij je baby (voor- en nadelen van vaccinaties, op welke leeftijd, enz …”. Klinkt evenwichtig, tot men bijvoorbeeld op de website van de vzw bespreking van de infame film Vaxxed en de controverse daarrond leest.

Ooit schreef The Atlantic dat het universum ruikt naar metaal, buskruit, frambozen, aangebrande biefstuk en rum. Hoewel ik er niet zo goed thuis in ben, lijkt de overheersende geur in dit deel van het parallelle universum, waar mensen alternatieve geneeskunde onderwijzen, die te zijn van stierenstront.

Fake linguistics. Pseudotaalwetenschap van Plato tot Lacan

Wonder 201702Dit artikel verscheen eerder in Wonder en is gheen Wonder (Zomernummer 2017), het ledenblad van SKEPP.

* * *

Uitbundig is de relatie tussen taalkunde en skepticisme niet. In het Engelse taalgebied zijn voor zover ik weet enkel de Australisch-Amerikaanse Karen Stollznow en de even skeptische Brit Mark Newbrook actief. In de Lage Landen pleegt SKEPP’er Herman Boel regelmatig kritische stukjes over taalgerelateerde onderwerpen (zie onder meer “Pseudotaalwetenschap in actie” op taalfluisteraar.be). Al bij al verschijnen er weinig kritische beschouwingen over (pseudo)taalkundige onderwerpen in de skeptische literatuur.

Toegegeven, het is zelden dringend: een pseudolinguïstische gedachte botst met geen enkele fundamentele natuurwet en niemand wordt onwel van een vermeend infix meer of een gepostuleerde laryngaal minder. Verder zijn er zijn tal van esoterische taaltovenaars, maar zelden lichten ze iemand op. Wie ligt er wakker van een al te warrig en volslagen zinloos “bioklankwetmatig” (schrijf)systeem dat “gebaseerd is op de 12 zuivere klanken en 12 tonen”, behalve dan de Nederlandse bedenker en taalmorosoof Bob Zwamborn zelf? Een doffe taalchakra, een aandoening die volgens de vakliteratuur vooral de spiritueel-energetisch geïnclineerden lijkt te treffen, die poetst u zelf op met een zacht doekje en een toefje spuug, toch?

Met fake lingustics valt door de bank genomen weinig geld te verdienen, misschien met uitzondering van het zogenaamde Neurolinguïstisch Programmeren (NLP) en grafologie. Dat laatste was ooit een populair middel om tijdens een sollicitatieronde geschikte kandidaten te selecteren op basis van hun handschrift. Gelukkig lijken beide kwakpraktijken op hun retour te zijn. Er wordt tegenwoordig wel reclame gemaakt voor dure taalcursussen in combinatie met hypnosesessies die na een minimaal aantal uren miraculeuze resultaten beloven. Maar daarbij kan ik enkel een vraagteken plaatsen wegens onvoldoende onderlegd in het aspect hypnose.

In dit artikel wil ik één taalkundig deelgebied onder de loep nemen, meer bepaald de omgeving waar twee takken van de linguïstiek samenkomen: de historische en de vergelijkende taalkunde. En zoals vaak het geval is bij studiegebieden die heel wat expertise veronderstellen, worden ook deze in niet-academische context overspoeld door tal van zelfverklaarde taalvorsers voor wie een gebrek aan kennis, gespecialiseerde én elementaire, niet bepaald een hindernis lijkt te zijn. Eerder dan een opsomming van verschillende karakters en hun taalhistorische en -vergelijkende pseudotheorieën, wil ik doorheen de voorgeschiedenis van de taalkunde zigzaggen en op zoek gaan naar historische, pre-wetenschappelijke aanknopingspunten voor verschillende moderne pseudotaalkundige theorieën.

Grieks-Romeinse stijl

Patèr, pitaram, pater. Waarschijnlijk herkent u eerder de drie woorden dan de drie talen waarin ze inderdaad ‘vader’ betekenen. Geen idee of de reeks esti, asti, est u iets zegt, maar als ik er het Duitse ist aan toevoeg, dan zal het u niet verbazen dat het hier in de drie, vier gevallen gaat over een woord dat ‘is’ betekent en dat ze inderdaad allemaal verwant zijn aan het Nederlandse woord is, cognaten in het jargon.

Hoe vanzelfsprekend de overeenkomsten tussen deze twee voorbeeldreeksen ons nu ook lijken, er zijn zo goed als geen getuigenissen opgetekend van Oude Grieken die zich na decennialange en nauwe contacten verbaasden over gelijkenissen tussen woorden uit de eigen taal (patèr, esti) en het Oudperzisch (pitaram, asti) of, in een latere periode, tussen het Grieks en het Latijn (pater, est). En dat is vrij eigenaardig aangezien de klassieke Hellenen wél een goed oor hadden voor verschillen en gelijkenissen tussen de eigen dialecten en aangezien ze meer dan behoorlijk werk hebben verricht op het gebied van de grammaticale beschrijving van de eigen taal. Anderzijds, het Griekse woord voor sprekers van andere talen was barbaroi, letterlijk bla-bla’ers, onverstaanbare stamelaars, en dat getuigt niet bepaald van een open instelling of van een bereidheid om eventuele talige gelijkenissen verder uit te spitten.

De Romeinen verzetten eveneens ronduit indrukwekkend werk in verband met grammatica, taalbeschrijving en taalbeschouwing. Hun taalkundige ideeën over de gelijkenissen tussen het Latijn en het Grieks zijn wel overgeleverd, maar ook hier getuigen de bevindingen van een totaal gebrek aan historisch-taalkundig besef. Uiteraard hoeft dat niet te verbazen: de taalkunde stond toen zelfs nog niet in haar kinderschoenen.

Marcus Terentius Varro (116 – 27 v.Chr.), één van de bekendste en interessantste schrijvers over taal, dacht dat het Latijn een Grieks dialect was. Zijn redenering was eenvoudig: er zijn heel wat woorden in de twee talen die op elkaar lijken dus elk Latijns woord dat op een Grieks woord lijkt, moet wel een Grieks leenwoord zijn. Ergo, Latijn is een Grieks dialect. Eenzelfde gedachtegang ten aanzien van het Grieks en het Frygisch vinden we terug in Plato’s Kratulos. Varro was er zich uiteraard niet van bewust dat het Grieks en het Latijn erfwoorden delen en dat het Latijn tal van woorden aan het Grieks ontleende.

Laat het mij vertalen naar het Nederlands en het Engels: computer is overduidelijk een leenwoord uit het Engels, net zoals peer review en cash. Deze woorden worden vrij courant gebruikt door sprekers van het Nederlands. Maar als we nu élk woord dat het Nederlands gemeen heeft met het Engels als een leenwoord gaan beschouwen, dus ook water, moeder, denken, etc., dan zouden we, Varro’s redenering indachtig, op basis van de woordenschat kunnen concluderen dat het Nederlands een Engels dialect is. Quod non. De door Varro voorgestelde taalkundige relatie tussen Grieks en Latijn was geen toevalstreffer: de Griekse cultuur werd in die periode als superieur aan de Romeinse beschouwd. En dat is een tweede aspect om te onthouden: van een superieur geachte cultuur wordt vaak ook de taal als superieur beschouwd. Het idee van superioriteit stond onderzoek in de weg.

De verleiding van de vergelijking

Het lijkt ook nu nog voor vele moderne taalkundige leken een aantrekkelijke gedachte om het eigen bescheiden karretje te kunnen vasthaken aan een grootsere kar. Die eer wordt bijvoorbeeld vrij vaak gereserveerd voor het Sumerisch, een wat mysterieuze, uitgestorven taal, geschreven in spijkerschrift en gesproken door een oude en cultureel hoogstaande beschaving. Hoewel het volgens de meeste experts ter zake een geïsoleerde taal is, dus een taal zonder gekende verwanten, brengen zelfverklaarde vorsers het Sumerisch maar al te graag in verband met andere talen, meestal wars van enig historisch besef en wars van die andere storende zandkorrels in de menselijke hersenmechaniekjes die alternatieve theorieën genereren, namelijk feiten. Eenzelfde lot zijn heel wat andere talen beschoren, maar het Baskisch, Japans en Hebreeuws duiken het vaakst op in deze context.

Pseudotaalkundigen die verbanden zoeken tussen hun geliefkoosde taal en een andere, gaan vaak op een gelijkaardige manier te werk: enthousiast leggen ze ellenlange, tweetalige lijsten aan, tsjokvol woorden die op elkaar lijken. Op zich is dat geen slecht uitgangspunt. Bekijk gewoon even deze twee Duitse, Engelse en Nederlandse woorden, Mann, man, man en haben, have, hebben, en probeer dan niet te denken aan een onderlinge verwantschap.

Een snel gegoogeld maar al te typisch voorbeeld van zo’n tweetalige lijst vinden we op de webpagina’s van ene Angus J. Huck. Volgens hem wijzen de woordparen ada / aita (vader), ge / gau (nacht) op een speciale verwantschap tussen het Sumerisch en het Baskisch. Dat hij al vrij creatief moest zijn bij het opstellen van de lijst met woordparen, lijkt hem niet te deren: voor hem zijn zelfs garash (Sumerisch, stro) en garo (Baskisch, varen), gari (Baskisch, koren), mogelijk verwante woorden. Een tweede en derde probleem dat liefhebbers van zulke lijsten niet lijken te raken, zijn de gebrekkige historische component en het feit dat woorden uit twee talen die duizenden kilometers én jaren uit elkaar liggen niet zomaar, zonder enige context naast elkaar kunnen gepleurd worden.

Daarbij komt nog eens het eenvoudige feit dat de kans om twee gelijkvormige woorden te vinden in twee willekeurige talen vele malen hoger is dan algemeen gedacht, als men maar lang genoeg zoekt en als men de voorwaarden voor opname flexibel genoeg maakt of simpelweg achterwege laat. Linguïst Don Ringe heeft hierover aardige dingen geschreven, onder andere On Calculating the Factor of Chance in Language Comparison (1992). En die toevalstreffers zijn soms ronduit indrukwekkend: zo heeft het Engelse bad (slecht) niets te maken met het Perzische bad (slecht). Het Latijnse deus lijkt op het Griekse theos, het Duitse haben op het Latijnse habere, maar opnieuw, deze twee woordparen zijn geen cognaten, zijn dus etymologisch niet verwant.

Het probleem is dat vele pseudotheorieën staan en vallen met dit soort lijsten. Of beter, de theorieën staan en blijven overeind in de hoofden van hun bedenkers. Pseudotaalkundige theorieën van de pedestal laten vallen waarop de bedenker ze met veel zorg geplaatst heeft, lukt zelden of nooit. Nog minstens twee redenen waarom tweetalige lijsten als die van Angus J. Huck weinig tot geen waarde hebben en zelden of nooit productief zijn, bespreek ik op het einde van dit artikel.

Lettersoep

Er zijn zelfs politiek en religieus gemotiveerde taalvorsers die van de eigen taal de locomotief maken die de hele taalgeschiedenis voorttrekt, zoals de Canadees-Joodse Isaac Mozeson en zijn Turkse tegenhanger Polat Kaya. De eerste verbaast er zich na dertig jaar nog steeds over dat taalkundigen zijn theorie omtrent het primaat van het Oudhebreeuws niet aanvaarden. Nochtans meent hij over voldoende bewijzen te beschikken dat Oudhebreeuws dé proto-wereldtaal bij uitstek is, de eerste menselijke taal dus. In zijn theorie werd wereldwijd Hebreeuws gesproken vóór de werken aan de toren van Babel. De andere is dan weer een Pan-Turkist die voor elk woord, uit welke taal dan ook, een Turkse oorsprong verzint. Beiden gebruiken in eerste instantie de hierboven geschetste werkwijze van meertalige woordenlijstjes.

Taalkunde volgens Isaac Mozeson, een voorbeeld.

Het spreekt vanzelf dat ze in tweede instantie een gigantisch aantal adhoc-procedés moeten verzinnen om toch nog bij hun doel uit te komen. Polat Kaya erkent dat enigszins maar vat de verzameling methodologisch onverantwoorde verzinselen samen met de gewichtig klinkende term “anagrammatisatie” (anagrammatizing). Kort gezegd: eender welke letter van een woord kan vervangen worden door eender welke andere letter, als het maar goed uitkomt, en ‘goed’ betekent hier Turks. En nee, onze brave would-be-linguïst kan inderdaad nog geen letter van een klank onderscheiden.

Een voorbeeld: het Engelse woord encrypt komt van het Griekse kryptein, maar de Engelsen hebben dat Griekse woord bewust gevormd via “anagrammatisatie”: de ‘ein’ van krypt + ein werd naar voren geplaatst, dus en + crypt. De volgende stap in de redering zal u dan ook niet verbazen: het Griekse kryptein is dan weer een bewuste anagram van de Turkse frase kirip etin (breken, plus een hele uitleg die ik u bespaar)[1]. Net zoals spelen met de lettertjes in de tomatensoep en naar eigen goeddunken en smaak extra lettertjes bijstrooien of “gecorrumpeerde letters” uit het bord scheppen, lijkt ook Kaya’s methodologie mij geen degelijke basis voor een productief historisch-taalkundig onderzoek.

Komt daarbij dat Polat Kaya zijn tekort aan taalkundige basiskennis combineert met een teveel aan complottheorieën: volgens hem proberen geheime genootschappen, gemotiveerd door een allesverterende afkeer van de Turkse taalkundige en culturele superioriteit al zo’n 4000 à 5000 jaar lang te verheimelijken dat het Turks de moeder aller talen en culturen is. Figuren als Mozeson, Kaya en vele andere zelfverklaarde onderzoekers van het zoveelste knoopsgat misbruiken het koppel historische en vergelijkende taalkunde om het voor hun politieke of religieuze wagen te spannen en te mishandelen.

Polat Kaya’s verzamelde waangedachten gaan au fond terug op een heel bijzondere taaltheorie die in de jaren 1930 door Mustafa Kemal Atatürk gepropageerd werd. De taalzuivering van het Ottomaanse Turks, ten koste van talloze, vooral Arabische en Perzische leenwoorden, en de invoering van het Latijns schrift ter vervanging van het Arabische gingen hem niet ver genoeg. Enter Güneş Dil Teorisi, de Zonnetaaltheorie. Omdat het te moeilijk bleek om élk woord in het Turkse lexicon te zuiveren, liet men bij decreet vastleggen dat de oorsprong van elk woord Turks was. Om de daaropvolgende hetze te ontzenuwen, bepaalde men vervolgens dat een oude vorm van het Turks (lees: Turks) de eerst gesproken taal ter wereld was en dat alle andere talen uit dat Turks zijn voortgekomen, inclusief de talen van de grote beschavingen, zoals het Sumerisch, Egyptisch en Grieks. Zo’n 70 à 80 jaar nadat zelfs Atatürk de theorie heeft verlaten, zijn er dus nog steeds overtuigde Pan-Turkisten zoals Kaya die hun vrije tijd besteden aan het bewijzen van deze merkwaardige pseudotaalkundige theorie.

Etymologie à la Plato

Maar terug naar ons historisch overzicht, terug naar de Klassieken. Bij het schrijven over de (prille) geesteswetenschappen in de Griekse wereld is het zo goed als onmogelijk om geen lokale filosoof te vermelden. Plato dus en zijn Kratulos is één lange beschouwing over taal waarbij de conversanten zich afvragen of woorden en benamingen uit de natuur der dingen voorkomen of louter het gevolg zijn van afspraken, ergo arbitrair. Food for thought waar eeuwen later ook de Middeleeuwers nog stevig op kauwden. Dat is goed om weten als u van plan bent om Umberto Eco’s De naam van de Roos te herlezen, maar ik wil hier evenwel ingaan op hoe Plato etymologische verklaringen van woorden geeft die voor ons modernen heel bijzonder lijken.

Terwijl we in modernere tijden onder etymologie de verklaring voor de vorm van een woord doorheen de geschiedenis verstaan, lag dat voor Plato en de zijnen net iets anders. Zij wilden vooral de ware betekenis van het woord achterhalen, niet zozeer de historische. Is lucht aer, vraagt Sokrates zich af, “[o]mdat lucht de dingen opheft (airei) van de aarde of omdat lucht altijd stroomt (aer rei)?”[2] Een woord zoals fronesis, ‘nadenken’, wordt dan weer uitgelegd met behulp van frasen die er enerzijds een klein beetje op lijken en die anderzijds Sokrates’ denkbeelden willen verduidelijken: denken over stroming en beweging (foras rou noèsis) en nut van beweging (foras onèsis). Zelfs als uw kennis van het Grieks helemaal verschrompeld of onbestaande is, dan nog mag het geheel duidelijk zijn dat deze etymologieën een totaal andere functie hadden dan de onze nu. Het is evenwel minder duidelijk in hoeverre het personage Sokrates hier danig met de voeten van zijn gesprekspartner aan het rammelen was, of Plato met die van zijn lezers. Daarover heerst nog steeds heel wat academische onenigheid.

Ook na Plato werd deze manier van associatief etymologiseren gebezigd. Het meest markante voorbeeld vinden we – en we spoelen de band wel heel snel door – in de geschriften van Jean-Pierre Brisset, “de man die [op 13 april 1913] is uitgeroepen tot Prins der Denkers omdat hij op taalkundige gronden heeft bewezen dat de mens van de kikker afstamt”[3]. Matthijs van Boxsel, van wie ik het vorige citaat leende, schetst in zijn boek Morosofie op een meelevende manier het aandoenlijke verhaal van deze even doldwaze als dieptragische taalvorser die op handen werd gedragen en werd gebruikt door surrealisten zoals André Breton en Raymond Queneau. Brissets bekendste werken zijn La grammaire logique (1878) en La science de Dieu (1900)[4].

Van de kikker dus. Brissets werkwijze kan ik in de context van dit artikel enkel zeer onnauwkeurig omschrijven als een wilde rollercoaster aan associaties op basis van woordklanken, etymologie à la Plato, maar dan met extra paddo’s. Elders vond ik in dit verband de frase “délire logique”. Hoe dan ook, Brisset wilde aantonen dat de Franse taal genoeg aanknopingspunten heeft om aan te tonen dat mensen van oorsprong waterwezens zijn, verwant of zelfs afstammend van kikvorsen. Een zeer kort voorbeeld (in het Frans, wegens onvertaalbaar): Brisset vraagt zich in La science de Dieu af waar onze voorouders huisden.

Voyons où ces ancêtres étaient logés”: l’eau j’ai = j’ai l’eau ou je suis dan l’eau. L’haut j’ai = je suis haut, au-dessus de l’eau, car les ancêtres construisirent les premières loges sur les eaux.

Daarop gaat hij nog tientallen regels verder met gelijkaardige associaties, onder meer l’os j’ai, le au jet, l’eau jet, loge ai, l’eau-jeu, lot j’ai, l’auge ai. Het mag u niet verbazen dat het boek, 250 pagina’s dik, een zekere inspanning van de lezer vraagt.

Psychoanalytische taalkunde

Veel minder extreem, maar taalkundig evenmin geheel verantwoord, zijn de etymologieën die vaak opduiken in de Lacaniaans geïnspireerde écriture. Vaak wordt hier een vrijwel geheel of gedeeltelijk correcte etymologie gebruikt als basis, een eerste couche als het ware, waarop men dan extra kleurrijke betekenislagen aanbrengt. In se gaat het niet zozeer over etymologieën, maar eerder over associaties die al snel het taalkundige zeer ver achter zich laten. Twee representatieve voorbeelden: het woord infancy, aldus ene Miquel Bassols[5], komt van infant “(in-fari), iemand die niet in staat is om te spreken” (en taalkundig klopt dat min of meer), maar ook iemand “die niet in staat is om te articuleren, om te spreken in het publiek”. Euh, nee. Dat verzint u erbij, meneer de psychoanalist. Iemand die “niet in staat om zichzelf in het openbaar te representeren als een subject van een discours. Kind-zijn wordt dus eerst vastgelegd als een plaats voorafgaand aan en buiten enige discours” (mijn vertaling, mijn verbazing). Dit heeft niets meer te maken met taalkunde. Dit is een potje loos associëren. Het is holle dikdoenerij op de kap van legitiem etymologisch werk.

In andere gevallen probeert men, net zoals Plato en Brisset, de wijze en de dwaas, klankassociaties te laten doorgaan voor etymologieën die als betekenisvol kunnen worden ervaren. Dany Nobus poogt in het boek Key Concepts of Lacanian Psychoanalysis (1998) iets extra zinnigs te zeggen over de scheiding moeder-kind, separation, aangezien het een Engelse tekst is. De auteur slaagt er enkel in om via een foute etymologie en vermeende betekenisvolle referenties naar gelijkklinkende woorden (se parere en se parer) tot een taalgebonden spitsvondigheidje te komen waarbij hij “other” linkt aan “(m)other”[6]. Iemand zou onze Lacanianen moeten vertellen dat ook etymologie niet hun sterkste kant lijkt te zijn.

De ijsberg en zijn topje

Het kan beargumenteerd worden dat ruim een millennium na Varro, met de studie van de Romaanse talen (o.a. Frans, Spaans, Italiaans) en hun verhouding tot het Latijn, de vergelijkende taalkunde uit de startblokken slofte. Niet alleen de talloze overeenkomsten qua woordenschat begonnen op te vallen, maar vooral ook de gelijkaardige grammaticale en morfologische kenmerken (bijvoorbeeld de uitgangen van de werkwoordvervoegingen). De combinatie van beide leek alle onderzoekers de conclusie op te leggen dat de Romaanse talen onderling verwant zijn en dat ze teruggaan op één moedertaal. En uiteraard kenden ze die taal – het Latijn – maar al te goed, zelfs al was het vooral in de literaire en niet in de Roomse en provinciale gesproken vormen.

Komt daarbij dat ook de geschiedenis van het Romeinse Rijk in voldoende mate bekend was. Al bij al had men een mooi kader dat men begon toe te passen op andere taalgroepen, zoals de Germaanse talen (Duits, Engels, Nederlands, e.a.) en de Slavische, waarvan de gemeenschappelijke moedertalen niet gekend waren. Taalverwantschap was een idee dat al heel lang circuleerde. In 1770 deed de Hongaarse Jezuïet János Sajnovics een eerste, vrij zinnige poging om het Laps en het Hongaars met elkaar te verbinden, niet alleen op basis van de woordenschat, maar ook via de grammatica: Demonstratio idioma Ungarorum et Lapporum idem esse (Bewijs dat de taal der Hongaren en die der Lappen hetzelfde zijn).

De Angelsaksische traditie laat de historische taalkunde vaak beginnen met een observatie gemaakt door William Jones, een Britse rechter in India. We schrijven ondertussen al 1786, ruim 16 jaar na Sajnovics’ werk. Jones schreef dat Sanskriet verwant leek te zijn met het Latijn en het klassieke Grieks, en waarschijnlijk ook met het Gotisch en het Perzisch. Hij opperde de idee dat al deze talen hun oorsprong zouden vinden in een nog oudere en mogelijk verdwenen taal. Dat laatste inzicht heeft hem natuurlijk zeer terecht beroemd gemaakt. Minder nieuw, maar belangrijk genoeg om het nog eens te onderstrepen: hij stond historisch en comparatief taalonderzoek voor op basis van woordenschat én grammaticale kenmerken, een factor die ontbreekt in tal van tweetalige woordenlijstjes van onze dappere, maar misleidende pseudotaalkundige vorsers.

Westerlingen hadden in de 18de en 19de eeuw niet enkel kennis gemaakt met het Sanskriet, maar ook met de rijke en gedetailleerde Indische taalkundige traditie, waarvan de meerwaarde vooral lag in twee aspecten die onderbestudeerd werden in de toenmalige Westerse traditie: de fonetiek en de fonologie. Letters werden klanken en die klanken leken zich plots te gedragen volgens bepaalde regels. Klankwetten, zoals de Duitse neogrammatici ze optimistisch begonnen te noemen, jaren na het voorbereidende werk van Franz Bopp, Friedrich Schegel en Jacob Grimm. Ondertussen was het geestelijke klimaat onder de eerste historisch-taalkundigen veranderd: de ideeën van de Romantiek, die de drang naar kennis omtrent de historische fasen van de eigen talen aanzwengelde, moest plaats maken voor “een interesse in het proces van de taalverandering, een gedachte die het sterkst tot uiting kwam in de evolutionaire ideeën van een jonge Charles Darwin”.[7]

Klankwet of niet, in de tweede helft van de negentiende eeuw ging men op zoek naar systematische verschillen en bij schijnbare uitzonderingen stak men een tandje bij om die afwijking toch te kunnen verklaren. En ook daar ontbreekt het de meeste pseudotaalkundigen en opstellers van tweetalige lijstjes aan. Taalkundigen wisten plots te vertellen waarom het Duitse haben en het Latijnse habere níet verwant zijn, ondanks de oppervlakkige overeenkomsten. De Latijnse k-klank correspondeert met de Nederlandse h-klank, tenminste in beginpositie. Hebben (en het Duitse haben) en het Latijnse capere, maar ook hart en cor, die woorden zijn wel verwant.

Door het intensief bestuderen van regelmatige klankwisselingen tussen woorden van talen uit vergelijkbare perioden en door de steeds snellere verspreiding van de bevindingen – en dus de mogelijkheid tot correcties en aanvullingen – boekte de historische en vergelijkende taalkunde op een korte tijd een enorme vooruitgang. Uiteraard speelde ook de steeds grotere kwaliteit van de tekstuitgaven daarin een cruciale rol. Intensieve, internationale samenwerking is overigens nog een aspect dat taalmorosofen uit het oog lijken te verliezen. Vanaf het midden van de 19de eeuw was het zelfvertrouwen groot genoeg om William Jones’ “nog oudere en mogelijk verdwenen taal” te reconstrueren: het Proto-Indo-Europees.

Leestips

Praten over woordherkomst, taalgeschiedenis en taalverwantschap is meer dan praten over de gelijkenis tussen twee woordenreeksen, ook als die lijst enkele riemen papier beslaat, of in het moderne parlando, ettelijke megabytes. Het is meer dan een snelle zoektocht in een etymologisch woordenboek, hoe degelijk deze instrumenten ook mogen zijn wanneer men ze gebruikt in een taalkundige context. Etymologie is echter slechts het topje van de historisch-taalkundige ijsberg.

Het ontbreekt niet aan oerdegelijke inleidingen tot de historische en of vergelijkende taalkunde, bijvoorbeeld Oswald J.L. Szemerényi’s Introduction to Indo-European Linguistics (Oxford University Press, 1996). In het Nederlands zijn er de klassieke (maar op bepaalde punten controversiële) inleiding van R.S.P. Beekes, Vergelijkende taalwetenschap. Tussen Sanskrit en Nederlands (Het Spectrum, 1990) en Cor Van Bree’s Historische Taalkunde (Acco, 1996). Uiteraard bestrijken zij niet de meest recente technieken, zoals het doorgedreven gebruik van statistieken en van bepaalde inzichten en technologieën uit de computationele taalkunde. Minder academisch maar des te leesbaarder is de net verschenen Atlas van de Nederlandse taal (Lannoo, 2017), met daarin enkele zéér verhelderende hoofdstukken over historische en vergelijkende taalkunde. Uiteraard ligt de focus in dat werk op onze moerstaal.

Mark Newbrook, tot slot, schreef jarenlang stukjes over pseudotaalkunde voor het Australische magazine The Skeptic. Het hele archief van dit uitstekende blad is beschikbaar via http://www.skeptics.com.au/. De stukken van Newbrook vindt
u vanaf 2004 (Vol. 24/4). Hij verzamelde zijn enorm uitgebreide kennis in het boek Strange Linguistics. A skeptical linguist looks at non-mainstream ideas about language (Lincom, 2013).

* * *

[1] De Turkse correspondenten die ik gevraagd had om Kaya’s “Turkse frasen” te becommentariëren, de sluitstukken van zijn theorie, grapten dat de meerderheid zelf anagrammen leken te zijn van Turkse woorden of uitdrukkingen. Kaya’s online bibliotheek vindt u op http://polatkaya.net/.

[2] Plato, Kratulos, 410 B, C. De vertaling is van Mario Molegraaf. Plato, Verzameld Werk III. Amsterdam, Querido 2012.

[3] Matthijs van Boxsel, Morosofie. De encyclopedie van de domheid. Dwaze wijzen en wijze dwazen in Nederland en Vlaanderen. Amsterdam, Querido 2002. Uiteraard kan ik hier Rudy Kousbroeks De logologische ruimte. Opstellen over taal (1984) niet onvermeld laten, waarin hij op geheel onnavolgbare wijze Brisset eer aandoet.

[4] De twee bekendste werken van Jean-Pierre Brisset zijn La grammaire logique (1878) en La science de Dieu (1900) en kunnen gedownload worden via de uitstekende Franse archiefwebsite http://gallica.bnf.fr/. Beide boeken zijn nog steeds verkrijgbaar in papieren versie!

[5] Miquel Bassols, “Childhood Under Control” (2012). http://www.amp-nls.org/page/gb/109/lacanquotidien-in-english/0/9. Geraadpleegd op 21 mei 2017.

[6] Dany Nobus, Key Concepts of Lacanian Psychoanalysis (2017), p. 181.

[7] Winfred P. Lehmann, Theoretical Bases of IndoEuropean Linguistics (1996), p. 5.

Thomas More Hogeschool en homeopathie

Vrijdag 7 juli 2017, een uur of 10 ’s morgens. Wetenschapsfilosoof en SKEPP’er Maarten Boudry vraagt via Twitter of de Katholieke Universiteit Leuven het normaal vindt dat hun partner, de Thomas More Hogeschool, permanente vorming en nascholingen homeopathie aanbiedt.

Onderstaande screenshots van de website http://www.thomasmore.be werden op diezelfde dag genomen en geven een idee van de inhouden.

Thomas More 1

Thomas More 2

Bij de lesgevers vinden we Anne Vervarcke terug, oprichtster van het Centrum voor Klassieke Homeopathie te Leuven. Van haar hand verscheen o.a. het boek 250 jaar na Hahnemann (Academia Press, 2005). In dit boekje schetst zij niet alleen de evolutie van het gebruik van geschud water sinds Hahnemann, maar zet ze zich ook nog eens af tegen de medische wetenschap, het newtoniaans wereldbeeld en het “troosteloze” neodarwinisme, dat volgens haar enkel kan leiden ofwel tot volledige losbandigheid ofwel tot zelfmoord (p. 9). In de kwantummechanica, oh verrassing, meent ze dan weer wel genoeg aanwijzingen te vinden die de beginselen van de homeopathie zouden ondersteunen.

Ook Dieter Decleene van het populariserende wetenschapstijdschrift EOS mengt zich in het Twitter-debat. Hij geeft de tip mee om zeker ook de website Klassieke homeopathie van Goedele De Nolf te bezoeken, een andere lesgeefster. Zij raadt o.a. homeopathische PC-middelen (Pill Source Resonances, PC Remedies) aan tegen o.a. aids, alcoholisme, kanker, lepra, lupus, sydroom van Down en “old age”, ouderdom. De volledige lijst vindt u hier terug.

De Nolf, zo leert ons dan weer de website van het CKH, is een  Bio-ingenieur in de Landbouw en Milieu-Economie en als Geaggregeerde voor het Onderwijs in de Toegepaste Biologische Wetenschappen aan de KULeuven. Vanaf 2001 volgde ze de opleiding Klassieke Homeopathie aan het CKH. Sinds november 2004 werkt ze in een groepspraktijk. In juni 2013 nam ze het roer van het CKH over. Ze startte in 2014 de opleiding vroedkunde aan de KHLeuven met de bedoeling het klassiek medisch kader en haar holistische visie te verzoenen en te integreren in haar werk.

Hilde Vanthuyne (1969) studeerde pedagogische en psychologische wetenschappen aan de KU Leuven en culturele agogiek aan de VUB. Ze volgde eveneens een lessenreeks Klassieke Homeopathie aan het Centrum voor Klassieke Homeopathie (CKH) en aan de School Voor Homeopathie. Ze werkte ze als woordvoerster van de Liga Homeopathica Classica en als Kamerlid binnen het ministerie voor volksgezondheid intensief mee aan de wetgeving op de homeopathie (Wet Colla). Ondertussen is ze al 11 jaar verbonden aan de Thomas More Hogeschool Campus Lier, waar ondertussen al ettelijke jaren (bij- en na-)scholingen homeopathie voor zorgverstrekkers worden gegeven.

Terug naar Twitter. Steeds meer mensen mengen zich en even verschuift de discussie naar de mutualiteiten. De Associatie KU Leuven, naar eigen zeggen “een netwerk van kwaliteitsvolle hogeronderwijsinstellingen verspreid over Vlaanderen en Brussel” en dus de koepel waartoe Thomas More behoort, mengt zich niet.

* * *

Vrijdag 7 juli 2017, een uur of vijf ’s avonds. MarCom Director @ Thomas More University College, Martine Taeymans, reageert verbouwereerd via Twitter en zorgt er meteen voor dat de webpagina met de aankondigingen off line worden gehaald. Waarvoor dank, veel dank.

Het weghalen van een pagina is natuurlijk niet hetzelfde als het weggommen van een “fabel” als homeopathie uit een opleiding enerzijds en het aanbieden van “evidence based onderwijs”, waarvan STEM-passionata Martine Taeymans een fervente voorstander lijkt te zijn, anderzijds. Maar haar snelle en kordate ingrijpen doet het beste vermoeden.

Wordt hopelijk niet vervolgd.

* * *

Geen vervolg, wel een update en eentje die doet vermoeden dat de twitteractie van Maarten Boudry een wel zeer positief gevolg zal hebben:

Algemeen directeur van Thomas More Machteld Verbruggen is duidelijk en formeel, waarvoor trouwens eveneens dank, heel veel dank:

Ronald Bernard over De Blije B en de Lijpe J

“We moeten een beweging vormen. We moeten weer durven elkaar te omarmen”, aldus de wervende stem in het reclamefilmpje voor de Blije B. Tijdens de spirituele beurs Earth & Beyond IV op 17 juni 2017  te Houten, Nederland, mocht Ronald Bernard de Blije B voorstellen, “een burgerinitiatief van professionals, die een duurzame coöperatieve fairtrade pro-life volreserve spaar- en investeringsbank oprichten”, en ik spiek hier even op de website. Het is een burgerbeweging, een bank “in oprichting”:

Door mee te doen, realiseren wij een rechtvaardige samenleving gebaseerd op welvaart. Voor ons, voor onze kinderen en de toekomst van de aarde. Wij zijn zelf de verandering. Doe jij mee?

Voor u meedoet met deze beweging voor ons, nog even dit. Tijdens zijn lezing projecteerde Ronald B Blij, zoals hij zich voorstelt op Facebook, volgende dia:

Blije B

Foto genomen tijdens de lezing van Ronald Bernard te Houten op 17 juni 2017

Het zou ondertussen toch algemeen geweten mogen zijn dat De Protocollen van de Wijzen van Sion een verachtelijk werkje is uit de koker van een bende Jodenhaters die het gebruikten om hun antisemitische ideeën te verantwoorden. Reeds in 1921 werd afdoende aangetoond dat dit schrijfsel, naast plagiaat, ook nog eens een verzinsels was, en geen verslag van een samenkomst waarbij enkele Joodse Ouderen de overname van de wereldorde bedisselden. Grootindustrieel en notoire antisemiet Henry Ford liet trouwens De Protocollen ook vertalen en verspreidde zo’n half miljoen kopieën van het gedrocht. In nazi-Duitsland werd het eveneens gebruikt als propagandamiddel vanaf 1933. Voor Adolf Hitler, die het al besprak in Mein Kampfwaren de Protocollen een van de vele rechtvaardigingen voor de Jodenvervolging.

Van het titelblad dat Ronald Bernard toonde tijdens de lezing in Houten (zie foto boven), had hij het bovenste en onderste deel weggeknipt, namelijk de vermelding “De Misthoorn”:

De Misthoorn was tussen februari 1937 en september 1942 een antisemitisch sensatieblad, dat zich ook krachtig verzette tegen de Vrijmetselarij. Het was wellicht het meest virulente antisemitische scheldperiodiek dat ooit in Nederland verscheen.

En ik citeer hier doelbewust uit Wikipedia om aan te geven dat het minder moeite kost om De Misthoorn op te zoeken dan het voorblad van de publicatie bij te knippen en te bewerken zodat het op een PowerPoint-diaatje past.

Nog een citaat, om aan te tonen hoe perfide het blaadje was:

De Misthoorn trachtte een imitatie te zijn van het Duitse antisemitische scheldblad Der Stürmer, ook was het goed te vergelijken met het Vlaamse blad Volksche Aanval, ook al zeer laag antisemitisch van inhoud.

Dat het topos van de lijpe Joodse bankier in de Facebookgroep van de Blije B af en toe opgerakeld wordt, daar kan de Blije B strikt genomen niet veel aan doen. En ja, ik ben mild: uiteraard kan de paginabeheerder dat soort racistische idioterieën wél van de pagina verwijderen. Dat oprichter Ronald Bernard zélf nog wat antisemitische kolen op het vuur gooide tijdens een lezing op een spirituele beurs, maakt dat de Blije B een ranzig kantje krijgt. En dat doet me natuurlijk afvragen of Bernard diezelfde dia toont op andere locaties of dat hij deze enkel projecteert voor een ontvankelijk publiek van complotdenkers die niet zelden de Protocollen kritiekloos voor waar aannemen.

Een beweging vormen? Door ons en voor ons? Met deze antisemitische prietpraat als reden waarom het zo slecht gaat in de (bank)wereld? Of gaan we voor een Blije Bełżec?

Komt daarbij dat hij in interview met DVM tv, een “Nederlands videokanaal in de alternatieve media” onder leiding van Irma Schiffers, Jungiaans therapeut, waarheidszoeker, lightwarrior en journaliste voor de beruchte complot- en fake news-website wanttoknow.nl, vertelt hoe hij werd uitgenodigd om deel te nemen aan kinderoffers, moorden op kinderen dus, in Satanskerken (vanaf 22:36). Deze Satanisten maken volgens Bernard deel uit van een traditie die al duizenden jaren duurt (27:00) en die hij verbindt aan de Bijbel en de Bijbelse Israëlieten, de tien eerste Joodse stammen. Maar blijkbaar is het niet allemaal ernstig genoeg om aan te geven bij de bevoegde instanties zoals, mmmh, oh ja, de politie.

In hetzelfde interview doet Bernard eveneens zijn uitleg over de Protocollen van de Wijzen van Sion (29:18). Uit het vervolg blijkt dat hij geloof hecht aan meerdere complottheorieën en een eeuwigdurende cabal van een groep mensen die het Kwaad belichamen. Het valt verderop dat Bernard in het interview dezelfde bedenkingen heeft omtrent politieke partijen als een Han Peeters, schrijver van het derde knoopsgat en complotdenker waar ik eerder een artikel aan wijdde: Het Kwaad, de Luciferianen, gebruiken de beproefde tactiek van verdeel en heers, lees, het verdelen van mensen in verschillende politieke partijen (wat dan weer zowat de hoeksteen van een doorsnee liberale democratie is) en daar is Bernard niet blij mee (31:40).

Het verbaast me dat ik bijna nergens een kritische noot heb gevonden over de Blije B, het complotdenken en het openlijke antisemitisme van haar oprichter. De eerste negatieve en kritische reacties op Ronald Bernard heb ik gelezen op – oh ironie – de website van die andere alluhoedjes, namelijk niburu.co. In het artikel “Elite-bankier Ronald Bernard weigert opheldering te geven over zijn verleden” plaatst de Niburu-journo vraagtekens bij het professionele verleden zoals verteld door de Bernard. Ook het concept van de Blije B wordt onder de loep gehouden en zou aldus de journalist niet al te veel verschillen van een reguliere bank. Uiteraard vinden we in het Niburu-artikel geen opmerkingen omtrent de complottheorieën of het antisemitisme van Blije Ronald.

De tweede kritische commentaren vond ik op Barracuda, een blog die “domdenken [bestrijdt] in de (alternatieve) media met mondsnoerende logica”. Daarin wordt de pertinente vraag gesteld “of Bernard met al die publiciteit niet het tegendeel heeft bereikt van wat hij wilde: hij is nu toch vooral een ex-Illuminatie bankier, aan wiens oprechtheid ook nog eens wordt getwijfeld.” Blijkt verder ook dat “[z]ijn beoogde PR medewerker [af]haakte nadat Bernard weigerde een fatsoenlijke CV te overleggen.”

Ik ben benieuwd wat het kernbestuur en de Raad van Aanbeveling van de Blije B van deze antisemitische en andere complottheorieën vindt. Of een organisatie zoals United People, die “een bijdrage (wil leveren) aan het ontstaan van een maatschappelijke en internationale orde welke de rechten en vrijheden, zoals beschreven in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) van 1948” en die een spreker van de Blije B heeft uitgenodigd voor enkele lezingen in juli en september te Gent. Of het Dienstencentrum Ten Hove te Gent, dat de Blije B ontvangt in de tweede helft van september.

Earth & Beyond IV – Jaco Elken: “Het paard zegt sorry.”

earth and beyond

Dit artikel is het vierde en laatste in een reeks over de spirituele beurs Earth & Beyond IV die op 17 juni 2017 doorging in Houten, nabij Utrecht. In deze reeks bespreek ik enkele van de lezingen die ik heb mogen bijwonen.

* * *

“Heb jij last van een negatieve entiteit die in je aura zit?”, vraagt een man met bulderstem terwijl hij de zaal binnenstapt. De sessie “Inzicht in alle ziektes” is nog niet begonnen en Jaco Elken heeft de aandacht van zijn publiek al in een houdgreep. Elken stelt zich voor als de oprichter van de De Spirituele & Intuïtieve Academie en vertelt dat hij zich gespecialiseerd heeft in Paramedisch en Psychosociaal Mediumschap®. “Een hele mondvol”, zegt hij. “Ik heb het zelf verzonnen.” Zelfrelativerende humor, het is zeldzaam op een spirituele beurs. Dit wordt geen saaie lezing, dit is het begin van een minishow.

elkenMaak u geen illusies, veel ruimte voor optimisme is er niet, zeker als u van de skeptische kunne bent. Al snel wordt duidelijk dat ook hier het komende uur de gebruikelijke paranormale en esoterische woordenbrij zal geserveerd worden waar kop noch staart aan te krijgen is. Maar het dient gezegd, Elken brengt het met een enthousiasmerende schwung. School was hem te traag, te gewoon, zo trekt hij zich op gang. Hij voelde zich opgesloten in de drie dimensies en wilde nieuwe uitdagingen. Dankzij het mediumschap maakte hij kennis met een vierde en een vijfde dimensie, namelijk tijd en ruimte, en in die nieuwe dimensies ving hij raad, hulp en adviezen op van gidsen. Het doet een mens afvragen wat nu weer die eerste drie dimensies waren. Doorheen de sessie zal min of meer duidelijk worden dat voor hem de drie dimensies, 3D, het gewone, materialistische, niet-spirituele leven van de doorsnee sheeple, meeloper en non-believer is.

We leven in een waanzinnige tijd waarin mensen steeds zieker worden, zeker in vergelijking met 100 jaar geleden, weet Elken. Dat mensen nu langer leven dan 100 jaar geleden, is een detail dat niet in het plaatje past en dat hij dus vrolijk negeert. Wat hij niet negeert is het lichaam, de geest en de ziel. De verbindingen daartussen zijn gebroken en we moeten ons deze drie-eenheid dringend terug eigen maken, opnieuw helen. Ons lichaam geeft signalen, maar we vangen ze niet altijd zelf op. Verder bevat het aura, de geest, restanten van een vorig leven en soms is het nuttig om ook die te raadplegen. Maar daarvoor is gespecialiseerde hulp nodig. Enter Jaco.

De trilling is hoger dan vroeger, zodat er meer energieën vrijkomen. Welke trilling of energie is mij, paranormale leek, niet meteen duidelijk. Maar energie betekent warmte, liefde, straling. Jaco Elken ziet het als zijn taak om als medium die energieën aan te wenden om mensen te helpen genezen. Hij wil iedereen leren om de innerlijke zintuigen aan te wenden en zo ‘in-zicht’ te krijgen in de intuïties en in zowaar alle ziektes. Jawel, allemaal. Naast de energetische medische basiskennis van het lichaam is er ook iets als de psychosociale betekenis van de organen, gewrichten, klieren en andere lichaamsdelen, zo lees ik dan weer op de website. Elken voert een “[d]irecte communicatie met de ziel, het Hoger Zelf, het lichaamsbewustzijn en met ziektes en organen en gebruikt “symbolistische taal […] van de betreffende ziektebeelden” en zet dat om in “bruikbare en begrijpbare taal”.

Elken vervolgt zijn sessie en put daarbij uit een jarenlange ervaring. Astma, weet hij, is het gevolg van opgroeien in een te klein huis, in een te kleine ruimte. De longen staan voor ruimte en die hebben dus danig geleden onder het plaatsgebrek, vandaar problemen met de longen en dus met ademhalen. Een slijmbeursontsteking is, zoals de naam het al aangeeft, een probleem met slijm. Nu, slijm is snot en snot is gestolde emotie, en dus moeten de emotionele problemen eerst aangepakt worden. Problemen met de gal, dan moet de patiënt gewoon zijn gal spuwen. Last van de schouders betekent, wel, u raadt het al, samen met de kirrende aanwezigen in de zaal die of zijn woordspelletjes doorhebben of enkele duurbetaalde lessen op zijn school hebben gevolgd, dat de patiënt te veel last op zijn schouders draagt. Dit is dus het resultaat van “symbolistische taal” omzetten in “bruikbare en begrijpbare taal”. De germanist in mij wordt hier heel stil van.

De lijst van aandoeningen die hij claimt te kunnen genezen of bezweren, doet waarschijnlijk dan weer menig dokter met negen plus jaren opleiding achter de rug gillen:

De diepere paramedische en psychosociale betekenis te geven van ziektebeelden, als: gewrichtspijnen, artritis en reuma. Astma en bronchitis. Gewrichtspijnen en de zin en onzin van chronische ziektebeelden. Hart, long, lever, gal en milt verstoringen. Kankers en tumoren. Huidziekten en andere allergieën. Hoofdpijnen en migraine. Ontstekingen, spierziekten, stress gerelateerde problematieken. Depressies en vermoeidheid. Stemmingswisselingen, borderline en schizofrenie. etcetra [sic].

 

In het tweede deel van de sessie demonstreert Elken zijn showmanship. Eén van de toeschouwers, Monique, heeft pijn in het achterhoofd. Een probleem met de chakra’s, daar moet Elken niet over nadenken. Hij vraagt aan haar om de ogen dicht te doen en “naar de achtergrond te gaan”. Door de druk in het achterhoofd, en meer bepaald aan de atlas, kan zij zichzelf niet zijn, zegt hij. Monique begint daarop lichtjes te huilen: “Ik mag mezelf niet zijn.” Verdriet, detecteert Elken, en angsten om te vertellen wat ze te vertellen heeft. Ze is bang dat mensen niet zouden luisteren. Het medium daalt nog verder af en zoekt contact met een vroegere zelf van Monique. In een vorig leven was ze een heks, een wijze vrouw. Althans, dat laat Elken de vrouw zeggen. Men wilde haar kennis bewust doodmaken en vandaar dat er in haar huidige leven nog blokkades zijn. Elken maakt zich sterk dat hij deze disbalans kan rechttrekken. Ondertussen voelt Monique nog haar hart, ze neemt steeds meer warmte en liefde waar. “Nou, er gebeurt heel veel in je energieveld”. Monique vindt het heerlijk om in haar hart-chakra te lopen en ze voelt een enorme energie. Samen besluiten ze dat de vrouw in een nog vroeger leven een priesteres moet geweest zijn. “Ja-aah, da’s 5D, het gaat snel, hoor”, besluit Jaco Elken deze sessie.

Een andere vrouw heeft dan weer last van de knieën. Knieën, weet Elken, dat staat voor bewegen, voor emotioneel en rationeel bewegen. Andermaal lijk ik enige te zijn die deze woordsalade niet volledig begrijpt. “Pas je niet te veel aan aan wat de maatschappij van jou verwacht”, adviseert Elken. “Je moet niet met de kudde meelopen. Meelopen met de kudde, daar wordt de knie niet beter van.” Het is de tweede keer dat Elken een fysiek probleem herleidt tot een vaag gevoel niet begrepen te worden. Tweemaal zegt hij tegen een “patiënt” dat ze buiten, boven de massa staan, dat de kudde hen beperkt. Elken vraagt ook haar om met haar innerlijke zintuigen naar de energie toe te gaan. De pijn in de rechterknie wijst op angst om afgestraft te worden. “Je wil gehoord worden”, suggereert Elken. De vrouw beaamt. Zo, da’s dan dat. Knieën zijn maar knieën, knieën zijn saai. Elken maakt er snel komaf mee.

Tussen de gesprekken door, strooit Elken de obligate alt-med canards rond als waren het snoepjes: we worden vergiftigd door metalen in deo’s, shampoo’s en vaccinaties, we krijgen huidkanker door zonnecrèmes, die dan weer gemaakt zijn door de kankerindustrie. De grens tussen altmed en complotdenken is ook hier héél dun.

lachpaardDe volgende ‘patiënte’ heeft last van migraine en volgens haar is pijn veroorzaakt door een val een paard. Elken stroopt zijn mouwen op. Fijntjes vraagt hij of het mogelijk is dat het paard de val heeft veroorzaakt om zo de migraine te kunnen opwekken. Samen zoeken ze in de ons ondertussen al iets meer vertrouwde vijfde dimensie naar een moeilijkheid om contact te maken met het paard. Het begint me te dagen dat Jaco enkel maar wat suggereert en dat het bijna steeds de ‘patiënten’ zelf zijn die verwoorden wat de zogenaamd gecontacteerde, zij het engel, paard of rechterknie, doorgeeft. “Het paard zegt sorry”, luidt het. Ze moest eraf, ze moest op haar eigen benen staan en daarom heeft het paard haar laten vallen. En ik begrijp nu, zegt de vrouw, dat ik dat al die tijd wist. Dit is het punt waarop ik met zeer grote ogen naar mijn eigen nota’s staar.

Maar waarom heeft de vrouw nog steeds hoofdpijn als ze al 15 jaar geleden tot diezelfde conclusie is gekomen? Jaco zoekt contact met de hoofdpijn. Ja, in de vijfde dimensie kan je dat! Het is een clusterhoofdpijn, waardoor verdichtingen zijn ontstaan die de signalen sterker maken. De hoofdpijn is langwerpig en oefent een druk uit. Opnieuw doet de alternatief-medische vakterminologie mij duizelen. Jaco voert een gesprek met de hoofdpijn maar laat opnieuw de vrouw de replieken geven. Tussen haakjes, ik zou het echt niet erg vinden mocht u ondertussen gestopt zijn met het lezen van dit artikel. Hoe dan ook, de hoofdpijn, eens veroorzaakt door een paard, wordt nu onderhouden door een gevoel van benauwdheid, daar worden de vrouw na elke suggestie van het medium zekerder van. De familie beperkt haar, de familie laat haar zichzelf niet zijn. Frustratie voedt de pijn, steeds opnieuw. “Dit is een heel andere kijk op psychiatrie”, eindigt Elken. “Je doet het niet uit je hoofd. Beleving. Je doet het in de beleving.” Kortom, het is “heel anders dan wat artsen doen”. En ergens stemt mij dit hoopvol.

De ratelende Elken geeft een pracht van een show weg. Hij is grappig, rad van tong, ad rem. Ik heb in dit artikel helaas niet kunnen weergeven hoe hij zijn publiek charmeert, hoe hij in cirkels rond het onderwerp lijkt te draaien, grollend en grappend, om dan op het juiste moment met ‘ernstige’ uitspraken tot de kern van het probleem te komen. Tot zover de verpakking. Wat de inhoud betreft: die stinkt. Zijn boodschap is, zoals die van de meeste kwakzalvers, rottig, hufterig en antisociaal. Het is onbegrijpelijk dat zulk een woordenpatser zijn alternatief-medische praktijken kan uitvoeren én dat hij ze mag aanleren in een eigen school, met steun van de Nederlandse belastingbetaler, via het Centraal Register Kort Beroepsonderwijs, dat BTW-vrijstellingen aanbiedt als er aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.

Earth & Beyond IV – Han Peeters stuurt fanmail

Naar aanleiding van een niet zo positieve bespreking van zijn lezing tijdens de spirituele beurs Earth & Beyond IV (17 juni 2017 te Houten), kreeg ik volgende reactie van de auteur.

Zo’n anderhalve week geleden hield ik een lezing voor een ruimdenkend publiek. Wat ik niet wist is dat Frank Verhoft een van de toehoorders was in dienst van de trollenfabriek. Hij was er helemaal voor vanuit Gent BE [sic] naar Houten opgereisd [sic]. Hij heeft meerdere lezingen bezocht en heeft gedaan waarvoor hij wordt betaald. Dat houdt in: iedereen zondermeer [sic] te ridiculiseren die bereid is ‘alternatieve’ gedachten te overwegen.

Hij heeft mijn boek, Planet X, niet gelezen, maar had er wel een mening over, die hij op zijn achterlijke website en via twitter heeft geprofileerd [sic]. Ik en anderen hebben deze pipo aan een nader onderzoek onderworpen en het blijkt dat hij in een Gentse achterbuurt woont, waar hij een plaag voor zijn directe omgeving vormt.

Als docent is hij ontslagen – boze tongen beweren vanwege seksuele intimidaties – en als boekhandelaar is hij mislukt. Ook is mij gebleken, via een van zijn vroegere relaties, dat deze man over een hele kleine piemel beschikt. Dat verklaart al heel veel voor mij. Hij kan daar natuurlijk niets aan doen, maar om dat nu op anderen af te wenden …

Mocht u deze randdebiel op een alternatieve beurs tegenkomen, meld het dan aan de leiding en dan hoop ik dat deze rat het gebouw wordt uitgeschopt.

Aardig om zien hoe Han Peeters andermaal zijn “onderzoek” voert, zijn “waarheden” bij elkaar scharrelt en zijn “feiten” verzamelt.

Tot bij de voorstelling van boek XIV, maestro!

* * *

Spammerke Han houdt niet van kritiek. “Ieder zijn waarheid” geldt alleen voor de meester van de oppervlakkigheid.

Earth & Beyond IV – Han Peeters: “Het gaat over mijn waarheid.”

Dit artikel is het derde in een reeks over de spirituele beurs Earth & Beyond IV die op 17 juni 2017 doorging in Houten, nabij Utrecht. In deze reeks bespreek ik enkele van de lezingen die ik heb mogen bijwonen.

* * *

Han Peeters (1959) zegt dat hij geen literatuur schrijft, maar faction, fictie gebaseerd op speculaties gebaseerd op feiten. Tijdens Earth & Beyond presenteerde hij zijn dertiende boek in acht jaar tijd: Planet X. De boekvoorstelling begon met het eerste hoofdstuk van zijn audioversie en meteen verliet een kwart van het publiek de zaal. Neen, Han Peeters (1959) schrijft geen literatuur. Het eerste hoofdstuk is een aaneenrijging van houterige dialogen die de plastieken wereld van pakweg Thunderbirds oproepen, en pedante uitweidingen en verklaringen die dezelfde literaire schwung hebben als een doorsnee tekst van de Druivelaar.

“Het boek gaat over míjn waarheid en die hoeft niet per se de uwe te zijn. Waarheid is subjectief”, debiteert Han. Dit soort postmodernistische tegelspreuken verwacht men niet meer in een lezing door een literator anno nu. Een vervelend detail hierbij is dat de ‘feiten’ waarop hij zijn speculaties en waarheden baseert, recht uit de pseudo-astronomische sprookjesboeken van auteurs zoals Zecharia Sitchin komen:

Planet X [sic] is een planeet die onderdeel uitmaakt van ons zonnestelsel in een baan rondom onze Zon en de ster Nemesis. (…) Een van de laatste keren dat het aan ons voorbij kwam veroorzaakte het wereldwijd de zondvloed, zoals in het Oude Testament staat beschreven. (…) Het is de aanstichter van het onheil in ‘De Openbaring van Johannes’, het laatste deel van de Bijbel, waarin de eindtijd wordt beschreven.[1]

In die verhalenclusters worden Planeet X (en ik zie geen enkele reden om hier het Engelse woord planet te gebruiken) en Nemesis, de hoogst hypothetische zusterster van de zon, voor waar aangenomen en steevast geassocieerd met rampspoed en verdoemenis.

Ook in het werk van Han Peeters: Planeet X is na 3600 jaar terug in aantocht en zijn komst, die zo goed als zeker desastreuze gevolgen zal hebben voor het leven op aarde, wordt verzwegen voor het overgrote deel van de mensheid door de elite, de wereldregeringen. Geholpen door de media overstelpen ze ons met nieuwe ontdekkingen en uitvindingen om zo de aandacht af  te leiden. Ondertussen vermoordt NASA dissidente wetenschappers aan de lopende band, geleerden dus die willen waarschuwen voor de gevaren van de verwoestende planeet. Deze moordfantasieën duiken ook op in verband met alternatieve helers: zij zouden systematisch omgelegd worden door Big Pharma, maar dit terzijde. Diezelfde elite wil het vege lijf redden door een netwerk van ondergrondse steden aan te leggen waartoe enkel zij, het kruim der aarde, toegang krijgt. Dat was volgens Peeters trouwens ook de bedoeling van Nevsehir, de recent ontdekte de ondergrondse stad in Turkije. Meteen een bewijs van een lange traditie van regeringen die zichzelf ingraven, beducht op een wereldwijde ramp veroorzaakt door een losgeslagen planeet die elke 3600 jaar verwoestingen aanricht op de aarde.

Veel opties heeft de mensheid niet: men kan vechten, vluchten, of berusten, drie functies die in onze oudste hersendelen zijn verankerd. Dat deel van het menselijke brein wordt ook al eens het reptielenbrein genoemd, wat volgens Peeters een aanwijzing is dat de mens ergens afstamt van de Reptielachtigen, Reptilians in het vakjargon van de complotdenkers die zich bezighouden met samenzweringen die hun oorsprong vinden in eeuwenoude, buitenaardse creaturen met een Lovecraftiaans envergure.

Terwijl de massa zich in slaap laat wiegen en dus berusten, staan twee wakkere helden op, Marc en Inge Hamelinck. Zij en de andere beheerders van een Nederlandse website zijn ondanks alle afleidingspogingen op de hoogte van de naderende planetaire catastrofe. Met gevaar voor eigen leven verzamelen én onthullen deze ontwaakte waarheidszoekers nieuws over Planeet X en vooral over de duistere complotten die tot doel hebben de mensheid onder de knoet te houden. Waar zij hun informatie over de aankomende kosmische ramp vandaan halen, wordt niet zo meteen duidelijk.

Planeet X zal alles zo goed als zeker verwoesten en Peeters beschrijft tijdens zijn lezing als een volleerde apolcalypspornograaf de vernietiging die ons te wachten staat. De aarde zal beven, de aardkorst zal op verschillende plaatsten breken en magma zal opborrelen. Wat niet opgeslokt wordt door de aarde, zal verzwolgen worden door torenhoge tsunami’s. Zelfs de ondergrondse steden van de aardse elites zullen niet ontsnappen aan de verwoestende effecten van de passerende planeet.

Als u nu denkt dat met het einde van de aarde ook de lezing afgelopen is, dan hebt u het mis. Zonder enige overgang zet Peeters een nieuw breiwerk op, waarbij het niet geheel duidelijk meer is of hij het nu over zijn schrijfsel heeft dan wel over zijn complotfantasieën. “Wat als de mensheid het wél overleeft”, vraagt hij zich luidop af. Let wel, de mensheid, en niet alleen de elite in hun ondergrondse steden die dan toch niet vernietigd zouden zijn. De wereldregering neemt middels het leger alles over. Vrijheden worden beperkt en de noodtoestand wordt uitgeroepen, we krijgen een staat van beleg. Peeters’ samenzweringsfantasieën lijken uit te monden in een koortsdroom, met als hoogtepunt zijn interpretatie van 9/11: de aanvallen op de WTC-torens waren bedoeld om de archieven met de (bouw)plannen van de ondergrondse steden te vernietigen. Zo ziet u maar, ieder zijn waarheid en Han de zijne.

Met het opsommen van de eigenlijke breinen achter al dit gehannes, komt Peeters uit bij wie anders dan de Illuminati. Zij zijn beter gekend als de Rothschilds, de Rockefellers en het huis Saksen-Coburg en Gotha, waartoe trouwens onze vorsten toe behoren, en samen zijn ze goed voor zo’n 6 à 8000 mensen. Hun handelswijze is de beproefde tactiek van verdeel en heers, wat ze ondersteunen door het verspreiden en in stand houden van liberale democratieën wereldwijd. Vrije verkiezingen dwingen ons namelijk om groepen mensen op te splitsen, wat het beheersen, overheersen wel héél makkelijk maakt, aldus Peeters. De machthebbers worden bijgestaan door zo’n zes miljoen handlangers, die wij dan weer kennen als vrijmetselaars. Eén van die kornuiten was actief in kringen van pedofielen en handelaars in kinderen en jonge seksslaven en luisterde naar de naam Marc Dutroux. Het is niet toevallig dat hij bij zijn ontsnapping (in 1998) vluchtte naar een domein dat beheerd wordt door de chemiereus Solvay, die, geheel tussen haakjes, gigantische hoeveelheden zoutzuur produceren, “wat heel handig is als je vijanden wil laten verdwijnen”.

De vraag of Han Peeters een begenadigd schrijver is, durf ik niet met zekerheid te beantwoorden: over smaken kunnen we even lang twisten als over de status van de waarheid, toch? Stilistisch is hij zeker geen hoogvlieger, maar de meeste samenzweringsdenkers die ik ondertussen ontmoet heb lijken me sowieso heel wat moeite te hebben om zich zelfs maar coherent uit te drukken in de eigen taal. Ook qua thematiek scoort Peeters onder het gemiddelde. Dat hij vlot overschakelt van doemsdagpornografie naar complotdelirium lijkt me nu niet bepaald een verdienste, dat doet zowat elke believer in multigenerationele samenzweringen die aanvangen in prehistorische tijden bevolkt door Anunnaki, Nephilim en andere fantasiewezens die aan de (genetische) oorsprong van de mensheid staan.

Nee, ik kijk niet uit naar zijn veertiende boek.

 

[1] Han Peeters, “Planet X” op http://www.hanpeeters.nl/index.php?P=pagina&naam=Home. Geraadpleegd op 4 juli 2017

Earth & Beyond IV – Chemtrail Panel: “Wat daarboven gebeurt, weerspiegelt eigenlijk wat er in mijn hoofd gebeurt.”

Dit artikel is het tweede in een reeks over de spirituele beurs Earth & Beyond IV die op 17 juni 2017 doorging in Houten, nabij Utrecht. In deze reeks bespreek ik enkele van de lezingen die ik heb mogen bijwonen.

* * *

VRAAG: Wat is de politieke agenda?

“Men wil tekorten creëren.” “Monsanto heeft zaden ontwikkeld voor aluminiumrijke grond.” “Ze trekken onze energie naar beneden.”

Aan het woord zijn Miranda Slob en Kees van de Water van ilovechemtrails.org, Cor van der Horst, reïncarnatietherapeut, Monique Calis, maker van chembusters en Gijs Verbeek van wearechange.nl. We zitten in een conferentiezaal en kunnen aan dit panel van experten alle vragen en opmerkingen over chemtrails kwijt.

Gijs Verbeek verzorgt een korte, inleidende presentatie. Hij was in een vorig leven – en het is niet duidelijk in welke mate we dit letterlijk moeten nemen – leraar biologie en leidt momenteel onderwijzers op aan een hogeschool. Chemtrails zijn “noch een conspiracy, noch een hoax, omdat het gewoon bewezen is”. De patenten zijn er, evenals de precedenten: zo zijn vliegtuigen die gewassen besproeien, eigenlijk al verspreiders van chemtrails. Zo ook (militaire) stuntvliegers die kleurrijke rookpluimen gebruiken in hun vliegshow. Die chemtrails, chemische sporen, zijn de witte strepen die men soms achter een vliegtuig ziet, hoog in het zwerk. In kringen van complotdenkers is men er rotsvast van overtuigd dat ‘men’, de Nieuwe Wereldorde voor het gemak, deze chemtrails gebruikt voor kwaadaardige doeleinden. Enkel mensen die deel uitmaken van het complot of de onwetende sheeple, denken dat dit contrails zijn, condensatiesporen. Mocht hij al bewijzen hebben, hij voert ze niet aan en niemand vraagt ernaar.

Hoe dan ook, volgens Gijs laat men via vliegtuigen of toxische metalen op ons los dwarrelen, zoals barium, aluminium en cadmium, of organisch materiaal, vooral ziekteverwekkers, of actieve nanopartikels. Het sproeien gebeurt, nog steeds volgens Gijs, ofwel met behulp van speciaal uitgeruste vliegtuigen ofwel via additieven in de brandstof van gewone, civiele lijnvliegtuigen. En omdat luchtvaartmaatschappijen betaald worden om met zulke gepimpte brandstof te vliegen, kunnen ze de prijzen voor hun klanten laag houden. Het begrip ‘moorddadige concurrentie’ krijgt zo plots een heel andere betekenis. De derde mogelijkheid die Gijs geeft, is nieuw voor mij: de verspreiding kan ook via ufo’s gebeuren, maar extra informatie krijgen we niet.

De gevolgen van de chemtrails zijn niet min: vergiftiging, dementie, alzheimer, sinusinfecties, verschillende kankers, metaalsmaak in de mond, brandende longen, brainfog, morgellons, ph-verandering, … Morgellons is een ingebeelde huidaandoening waarbij men ervan overtuigd is dat er zich (parasitaire) vezels nestelen in wonden. Het is verder ook niet toevallig dat de chemtrails op ons worden losgelaten bij zonsopgang en zonsondergang. Dat zijn namelijk de beste momenten om aan sungazing te doen, aldus Gijs, die er duidelijk zin in heeft. In de spiritueel-alternatieve folklore is het staren in de zon heilzaam.

De andere panelleden popelen om in te vallen. De vijand is zo machtig, de middelen zo perfide dat ze ervoor gekozen hebben om dit alles met liefde te benaderen, om de situatie met liefde te aanvaarden én met liefde te overwinnen. Aan het woord zijn Miranda Slob en Kees van de Water van ilovechemtrails.org. Maar totdat het zover is, legt Kees strijdlustig verder uit dat HAARP mee in de cabal zit en dat de actieve nanopartikels of nanobots in combinatie met de later te implementeren 5G en het Internet of Things voor een volledige mindcontrol zal zorgen. “Chemtrails trekken onze energie naar beneden”, beaamt ook Miranda. “Wat daarboven gebeurt”, zegt Kees van de Water gewichtig, “weerspiegelt wat er in mijn hoofd gebeurt.” Wie ben ik om dat tegen te spreken? De informatie op die website is trouwens gebaseerd op het denkwerk van Peter Vereecke, Vlaanderens meest vooraanstaande complotdenker.

VRAAG: Wat met de “prophecy van de Hopi-indianen”?

Zich informeren omtrent chemtrails gebeurt blijkbaar in de taal van Shakespeare. Maar wars daarvan maakt deze vraag duidelijk dat het publiek bij dit forumgesprek niet bestaat uit ongeïnformeerde vragenstellers. Dat was ook al wel duidelijk toen de inleiding druk becommentarieerd en aangevuld werd door het publiek. De voorspelling van de Hopi-indianen maakt ook deel uit van de verhalencluster rond chemtrails. Zij zouden voorspeld hebben dat in niet zo verre maar barre tijden de wolken zouden uitwaaieren tot veervormige structuren, en laat dat nu een typisch kenmerk zijn van chemtrails, althans volgens de experten. Gijs verklaarde dat de Hopi een sterker ontwikkeld bewustzijn hadden waarmee ze verder konden kijken dan de spirituele onderontwikkelden die wij zijn.

Opnieuw valt het op dat een mogelijk fysieke werkelijkheid onlosmakelijk verbonden moet zijn met de esoterische en spirituele ideeënwereld van de believers. Op zich zou de basis van het chemtrail-verhaal deel kunnen uitmaken van een harde, fysieke werkelijkheid: of chemtrails bestaan of ze bestaan niet. Indien ze inderdaad zouden bestaan, dan moeten ze meetbaar zijn en tastbaar. De oorzaken en de gevolgen zouden gekwantificeerd kunnen worden. Ook de samenzwering erachter zou al dan niet gedeeltelijk in kaart kunnen gebracht worden: wie sproeit wat wanneer en waar en wat zijn de gevolgen voor wie waar en wanneer. Maar elke vorm van concreet onderzoek wordt, althans in de hoofden van de chemtrail-complotdenkers, onmogelijk gemaakt door de Nieuwe Wereldorde. Trouwens, het moet niet meer onderzocht worden, chemtrails bestaan. Punt aan de lijn. Vanaf het moment dat het fenomeen en de (vermeende) gevolgen een plaats hebben gevonden in de cluster van complotverhalen, dan lijkt men liever de toevlucht te nemen tot krachten die zich ver boven de wolken bevinden.

Of men kan een beroep doen op chembusters. De farmaceutische industrie en het even machtige Monsanto verdienen bak-ken poen met de aanmaak en verspreiding van chemtrails, maar gelukkig kunnen wij ons ertegen beschermen met chembusters. Aan het woord is Monique Calis, ontwerpster en verkoopster van chembusters. Prompt tovert ze twee verschillende versies tevoorschijn, eentje in zakformaat en een tafelmodel. De kleine chembuster is handig en “je kan hem altijd meenemen. Ik heb ‘em altijd bij me”. Met haar werktuigen gaat ze in het verweer tegen chemtrails. Soms met succes, soms zonder succes. Hoe het werkt, begrijpt ze niet helemaal, maar ze is wel een fan van Tesla en het heeft iets te maken met vrije energie. De vakterm ‘energietikkeling’ moet maar volstaan. Ze loopt vaak rond, zo vertelt ze, met een chembuster, een orgon, “om te transformeren, puur vanuit jezelf”. En wanneer ze dan thuiskomt, dan is de lucht terug blauw. Soms toch. Soms ook niet.

Reïncarnatietherapeut Cor krijgt blijkbaar ook een energietikkeling en schiet terug wakker, of terug in leven, dat is moeilijk te zeggen. Hij verklaart dat hij aanvankelijk zéér sceptisch stond tegen het koperwerk van Monique, maar ervaring heeft geleerd dat het effectief is. Tijdens hun proeven met grote chembusters in het zuiden van Frankrijk, op het domein van de hoofdredacteur van het tijdschrift Spiegelbeeld, behaalden ze volgens de subjectieve metingen duidelijke resultaten. Toen ze door omstandigheden geen aandacht konden schenken aan het koperen gevaarte, dan ontstond er een dipje in de metingen. “Je geeft zelf energie vanuit jezelf aan de chembuster en daardoor gaat-ie werken.”

VRAAG: Hebben de bedenkers en uitvoerders er zelf geen last van?

Hoewel Gijs ervan overtuigd is dat de ultieme opdrachtgevers niet-menselijke entiteiten zijn (de coördinatie van het hele complot is te complex voor mensen), zijn de anderen van mening dat ook de bedenkers en daders lijden onder de constante stroom van chemicaliën die ze zelf laten neerdwarrelen. Maar hongeren naar macht is nu eenmaal destructief, dat zit in het karakter van CEO’s. Psychopaten zijn het, met een sterke zelfvernietigingsdrang. Trouwens, ze bevechten elkaar ook.

Een kwartier later is dan weer bijna iedereen het erover eens dat de elite zich kan beschermen tegen chemtrails, onder andere met colloïdaal zilver, wat het DNA herstelt, aldus de experten. Het is heel bizar dat op zowat elke website die én informeert over chemtrails én een webshop heeft, dit product wordt aangeboden. Dit volgt hetzelfde patroon als de kurkuma-drogreden: de farmaceutische industrie wil de heilzame werking van geelwortel bij kanker voor u geheim en verborgen houden, maar wij verkondigen de geneeskracht van het gele poeder en verkopen u kurkuma tegen exorbitante prijzen.

Earth & Beyond IV – Gerard Aartsen: “Dat zijn de feiten, als we ze even aannemen en zo.”

Dit artikel is het eerste in een reeks over de spirituele beurs Earth & Beyond IV die op 17 juni 2017 doorging in Houten, nabij Utrecht. In deze reeks bespreek ik enkele van de lezingen die ik heb mogen bijwonen.

* * *

Gerard Aartsen (1957) is een onderzoeker en docent uit Amsterdam die daarnaast al zijn leven lang de leringen van de Oude Wijsheid bestudeert. Met zijn lezing “Buitenaardsen. Wat doen ze hier?” wil Aartsen laten zien hoe hij het informatieve kaf van het koren scheidt. Hij wil zijn toehoorders inzage bieden in hoe hij informatie over ufo’s en aliens kritisch benadert. Voor Aartsen zijn twee zaken duidelijk en niet te bediscussieren: (1) er zijn positieve contacten met buitenaardsen en (2) machtige organisaties proberen de aliens en hun bedoelingen in een kwaad daglicht te stellen.

In het eerste deel van zijn lezing probeert hij aan de hand van tekst- en fotomateriaal een baseline te creëren. Hoewel hij niet echt een geldige reden kan geven, beschouwt hij de informatie over ufo’s uit de vroege jaren 1950 als de meest authentieke. Vooral auteurs als Desmond Leslie en George Adamski[i] worden door hem op handen gedragen omdat ze puur zijn, nog niet bezoedeld door de sensatiepers of door de negatieve invloeden vanwege de regeringen die de ufo-verhalen proberen te verbergen. Tijdgenoten van Adamski beschouwden zijn opvattingen dan weer als bedrog en noemden hem een con artist.[ii]

In hun boeken tekenden zij verhalen op van buitenaardsen die zich zorgen beginnen te maken over het menselijk gedrag op aarde. Niet alleen het gebruik van kernenergie en atoomwapens, maar ook de wereldwijde pollutie, het menselijk egoïsme en de staatsinrichtingen gebaseerd op hebzucht houden de gemiddelde E.T. uit zijn kosmische slaap. “Dat zijn de feiten, als we ze even aannemen en zo”, aldus de spreker.

De lezers dachten, nog steeds volgens Aartsen, dat de boeken van Leslie en Adamski een toekomst schetsten die hoopvol was, een boodschap die vlak na de Tweede Wereldoorlog en bij het begin van de Koude Oorlog, de verstikkende wapenwedloop en steeds verschrikkelijker wordende atoomwapens, met een zucht van verlichting werd onthaald. Bij de autoriteiten deden de positieve, hoopgevende berichten evenwel wrevel ontstaan, weet Aartsen. Regeringen wereldwijd hadden meer baat bij een klimaat van angst dan bij een van hoop, aldus de spreker. De winsten die het militair-industriële complex genereerden kwamen hen beter uit. En net daarom schakelden regeringen en de legerleiders de media in. Kranten verspreiden berichten over wrede, nietsontziende alien abductions, koele, rationele wetenschappers sloegen aan het debunken en de filmindustrie deed er middels (B-)films als Terror from Outer Space alles aan om de buitenaardsen af te schilderen als op strijd en verovering beluste indringers om zo de hoopvolle boodschappen onder te laten sneeuwen. Hedendaagse varianten van zulke desinformatie vindt Aartsen dan weer in de hersenloze clickbait die bijvoorbeeld aankondigt dat er 4, 6 dan wel 18 buitenaardse rassen zijn, de ene al agressiever dan de andere. Dat de Delftse Coen Vermeeren voor een gekkie wordt versleten, is volgens Aartsen eveneens een gevolg van dit soort gericht en destructief fake news.

Hoe ziet zijn kritisch bronnenonderzoek er nu uit? Ook hier is de spoeling dun. Aartsen spoort zijn publiek aan om in hun moderne bronnen op zoek te gaan naar overeenkomsten met de teksten uit de fifties, met de getuigenissen van de eerste contactees en vooral met de hoopvolle berichten. Als men genoeg overeenkomsten vindt, aanwijzingen dus dat de buitenaardsen ons bezoeken om hun bezorgdheid uit te drukken en ons goedbedoelde raad te geven, dan kan men ervan op aan dat de moderne bron betrouwbaar is. Komen de hedendaagse teksten, net zoals de oude, ook nog eens overeen met wat de (theosofische) “wijsheidsleringen” van onder andere H.P. Blavatsky en Alice Bailey en de “rationele wetenschap” à la Semyon Kirlian en Rupert Sheldrake, dan levert dat extra aanwijzingen op dat ze de moeite waard zijn. Teksten die al te sterk afwijken of een negatief beeld schetsen, zijn dan weer stukken desinformatie verspreid door de autoriteiten en hun vuige handlangers in de media. Kirlian is gekend vanwege zijn pseudowetenschappelijke aurafotografie en Sheldrake is de annalen van de pseudowetenschap ingegaan als bedenker van de eerder esoterische en weinig wetenschappelijke morfogenetische velden.

In het laatste deel wilde Aartsen, in navolging van Leslie en Adamski de kloof tussen ufologie, theosofie en religie te dichten: in tegenstelling tot ons, ondermaansen, zijn de buitenaardsen er reeds in geslaagd om zich te ontdoen van hun stoffelijke mantels, hun lichamen. Ze beschikken eveneens over technieken om hun fijnstoffige, etherische vormen toch zichtbaar te maken voor mensenogen door de trilling van de atomen te manipuleren. Dit verklaart dan weer waarom foto’s van hun ruimteschepen vrij vaag zijn (en ook wel waarom foto’s van vage objecten of (weer)fenomenen steevast ruimteschepen tonen).

Aartsen loopt onmiskenbaar over van de goede bedoelingen, zijn bezorgdheid omtrent atoomwapens en -energie, het wereldwijde leed dat mensen elkaar aandoen, lijken authentiek. Helaas levert zijn lezing weinig meer op dan pakweg de enigszins naïeve boodschap op het einde van De Snorrende Snor, een album in de reeks Suske en Wiske, waarin een ufo en geheimzinnige robots de hoofdrol spelen: “Bemint elkander”. Da’s best mooi, ha ja!, maar wat moeten we daar nu mee? Geen idee. Hoe welwillend ik Aartsens discours ook wil benaderen, zijn boodschap blijft steken bij een goedmenende E.T. en bij de dogmatische trekjes van een stel theosofen met vermeende diepe kennis van het fijnstoffige. Hij beschrijft niet meer dan een vlucht in het etherische, ver weg van de dagdagelijkse politieke werkelijkheid met zijn scherpe randjes en pragmatische compromissen. En zijn hoop dat een spirituele evolutie de mensheid zou kunnen veranderen, is louter een vorm van dilettantisch escapisme.

 

 

[i] Hun boek Flying Saucers Have Landed (1953) kan gedownload worden via http://www.universe-people.com/english/svetelna_knihovna/en_flying_saucers_have_landed.htm

[ii] Een interessant artikel uit Time (1959) beschrijft de ontmoeting tussen de Nederlandse koningin Juliana en George Adamski. Juliana, gekend voor haar soms bizarre opvattingen, was niet bepaald gecharmeerd door de ideeën van Adamski.
“The Queen & the Saucers” in Time (1 juni 1959), geraadpleegd via https://web.archive.org/web/20090527190226/http://www.time.com:80/time/magazine/article/0,9171,811123-1,00.html
Meer informatie over Adamski’s bezoek aan Nederland vindt u op Skepsis.nl.