John Zerzan: Against civilization

Andermaal een ouder artikel (maart 2016) uit de archieven van Book Liberation Movement, mijn vorige blog over vergeten en te vergeten boeken. Deze recensie verscheen ook op backcover.be.

* * *

Voorbije zaterdag (26 maart) was het weer zover: de @lternatieve (lees: anarchistische)
boekenbeurs in Gent. Het evenement gaat door in een gebouw dat onderhouden wordt
door de stad Gent en de Vlaamse Gemeenschap. Ergens zit daar genoeg materiaal in voor een, toegegeven, goedkope oprisping of twee.

Maar genoeg gelachen, er zijn namelijk zaken waar wij écht het zuur van krijgen. Van Against Civilization, bijvoorbeeld, een boekje dat ik daar tijdens een vorige aflevering gekocht heb. Weggegooid geld, aangezien het ook op de excellente website archive.org terug te vinden is. Against Civilization is een anthologie van wat samensteller en überanarchist John Zerzan beschouwt als primaire en primordiale, anarchistische, primitivistische, antirationalistische teksten.

Vier thema’s snijdt Zerzan aan om te illustreren dat de nobele, edele, anarchistische, natuurlijke en taalloze wilde gesmoord is geworden door de Beschaving, met hoofdletter. De titels van de thema’s spreken voor zich: “Outside Civilization”, “The coming of Civilization”, “The nature of Civilization” en “The pathology of Civilization”. Die vier thema’s vult Zerzan met een nogal disparate mengeling aan teksten van kleppers als Theodor Adorno, Sigmund Freud, Peter Sloterdijk, Jean-Jacques Rousseau, én van de knaller Theodore Kaczynski, beter bekend als de Unabomber. In de jaren 90 haakte Zerzan trouwens zijn wagentje aan de Unabomber en bereikte zo de status van semibekende Amerikaan. Een stelletje mindere anarchogoden zorgt voor de bladvulling.

Volgens Zerzan is rationeel, wetenschappelijk denken op zich al een aanslag op de primitieve, van oorsprong scharrelende mens. Civilisatie is een infantilisatieproces, wat Zerzan evenwel niet belet om de vrij kinderlijke en doorzichtige notie van de Gouden Tijd, de epoche van de nietgedomesticeerde én nietdomesticerende oermens, naar voor te schuiven (o.a. in “Elements of refusal”). En hier wordt dan ook heel duidelijk waarom hij wetenschappelijkheid zo laag inschat: feiten lopen nogal eens in de weg van dogmatisch geponeerde ideologie van de Gouden Tijd. Dat de ongeciviliseerde “wilde” niet zo nobel was en lichtjes bloeddorstiger dan de gemiddelde auteur in Against civilization wil laten uitschijnen, dat leest men maar even na in Steven Pinkers bloedstollende brik The better angels of our nature. The decline in violence in history and its causes (2011).

Mens en natuur is nog zo’n onderwerp waarbij nogal licht wordt omgesprongen met de innige, maar me dunkt weinig harmonieuze relatie tussen een vrolijk fluitende anarchistische gastheer of dame en pakweg een stel spoelwormen of aarsmaden. Voor die laatsten moeten het wel écht Gouden Tijden zijn geweest. Sla er eens de eerste hoofdstukken van Broos’ Over geneeskundigen en geneeskunst. De evolutie van het medisch denken door de eeuwen heen (2011) of Lindebooms Inleiding tot de geschiedenis der geneeskunde (1979) op na.

De combinatie feiten en ideologie, het resulteert zelden in een geslaagd huwelijk.