Ecomoe

Dit al wat oudere artikel verscheen in Wonder en is gheen Wonder, het blad van Skepp (zomer 2016).

* * *

Wat doet een mens wanneer-ie het afgedankte Ecomamaboek. Groen en bewust leven met kids (2009) terugvindt in de uitverkoopbakken van de Gentse bibliotheek? Kopen voor een habbekrats of laten recycleren?

Het was de achterflap van het “zapboek voor de ecolicious mama van nu” die me deed beslissen om dit pareltje van alternaïef denken te redden van de papiermachéfabriek: “Ze schrijven met kennis van zaken en humor over onderwerpen die hen na aan het hart liggen”, verzekerde de flap.

Dat treft, ik ook.

De eco lifestylegids beslaat de ganse activiteitenwaaier van de moderne en dus drukbezette ecomama (m/v) waaronder shoppen, beleggen, reizen, managen en relaxen in wellnesscentra. Elk van die onderwerpen wordt rijkelijk voorzien van bakstenen en elektronische adressen. Beide auteurs raden winkels aan die hun hoge normen beantwoorden, ze verwijzen door naar grote en kleine handelszaken die ze ethisch even hoogstaand achten en geven lovende besprekingen van boetiekjes voor duurzame parafernalia allerhande.

Mij doet het een beetje denken aan Elsschots Lijmen, waarin het hoofdpersonage op zoek gaat naar adverteerders om de publicatie te financieren. Het verschil hier is dat niet de goedgelovige adverteerders met volledige oplagen aan bedrukt papier blijven zitten, wel de openbare bibliotheken.

Onderwerpen te over dus en van sommige heb ik echt geen kaas gegeten, Elsschotiaanse pun not intended. Geldzaken zijn niet mijn sterkste kant en daarom zal de skepticus in mij het vertikken om commentaar te geven op de voorgestelde geldmeditatie: “gewoon op je stoel blijven zitten en mediteren dat het geld naar je toestroomt”. De germanist in mij wil er wel op te wijzen dat “mediteren” hier niet de klassieke betekenis heeft van “in zichzelf keren om de diepste werkelijkheid te ervaren”.

Hoe dan ook, ik ga me in dit stuk concentreren op twee onderwerpen die míj “na aan het hart liggen”, namelijk voeding en gezondheid.

Voeding

“Bio staat voor biologisch”, lees ik in het eerste hoofdstuk. “Simpelweg betekent het dat als je een biologisch product koopt, je zeker weet dat het geteeld is zonder kunstmest en giftige bestrijdingsmiddelen.” Het eerste deel van het citaat klopt, bio staat inderdaad voor biologisch, dat van die kunstmest is ook waar. Vanaf dan lijkt het mij inderdaad nogal simpel én misleidend.

Biolandbouw is een vlag die een wel zeer diverse lading dekt. Men heeft de zogenaamde biodynamische landbouw, gebaseerd op de ideeën van Rudolf Steiner, waarbij een met mest gevulde koeienhoorn die een dertigtal centimeters onder de grond moet begraven worden, de hoofdrol speelt. En waarbij ik moet vermelden dat Herr Steiner een even groot pedagoog was als landbouwkundige.

Ook de zogenaamde Anastasialandbouw wordt gerekend tot de biologische landbouw. “Zaad kan naast interne informatie ook informatie uit de omgeving, bijvoorbeeld van de mens, opnemen. Dit weerspiegelt zich in de vruchten van de uit het zaad groeiende plant, die kunnen dan als heelmaker dienen,” aldus een enthousiaste Anastasiaboer in de vakliteratuur [1].

Bent u er nog?

Hoe dan ook, om discussie over de Ware BioSchot te vermijden, houd ik het bij de versie die de Europese Unie in gedachten, en Delhaize en Carrefour in de rekken hebben.

Is een bioproduct echt wel geteeld “zonder […] giftige bestrijdingsmiddelen”? Dat lijkt mij een kwestie van semantiek en dosis. De bacterie Bacillus thuringiensis (Bt) mag in de biolandbouw gebruikt worden omdat het een zogenaamd natuurlijk bestrijdingsmiddel is. Het wordt dan ook algemeen beschouwd als een zeer veilig pesticide. Voor mensen althans. Voor insecten is het schadelijk, anders was het geen bestrijdingsmiddel. Diezelfde bacterie Bacillus thuringiensis wordt ook gebruikt in de gg-maïsteelt, maar dan is het volgens tal van bio-adepten plots wél een vergif.

Anderzijds is Bordeauxse pap, een mengeling van kopersulfaat en gebluste kalk, toegestaan in de biolandbouw als preventief, schimmelwerend middel. Franse biowijnboeren gebruiken het nog steeds. Nochtans vindt Europa dat koperverbindingen “voldoen aan de criteria om als persistente en toxische stoffen te worden beschouwd.”[2] David Zaruks lijstje, “Dirty Dozen – 12 highly toxic pesticides approved for use in organic farming”[3] doet nog meer afbreuk aan de stelling dat de biologische landbouw vrij van gevaarlijke bestrijdingsmiddelen is.

Een niemendalletje in groene drukinkt voor hippe ecomama’s waarin producten én winkels aangeraden en gepromoot worden, mogen we natuurlijk niet verdenken van al te veel inzicht en nuance. Anderzijds is het tergend en weinig ethisch dat de twee auteurs hun geliefkoosde producten menen te moeten slijten met behulp van onduidelijke en zelfs ongefundeerde claims. Vergelijken we de uitspraak dat bioproducten gezonder zijn, met enkele regels uit het rapport Voedselkwaliteit, veiligheid en gezondheid van biologische producten, uit 2009[4]:

Mogelijke gezondheidseffecten die in verband worden gebracht met biologische voeding zijn: effect op het immuunsysteem, waaronder allergische klachten, vruchtbaarheid, overgewicht, en als afgeleide hiervan een lager risico op hart- en vaatziekten en kanker. Echter, het aantal studies dat gezondheidseffecten heeft onderzocht is gering. Er zijn enkele studies bij mensen uitgevoerd en daarnaast bestaan er een aantal studies met dieren of in vitro modellen. Het is daarom voorbarig om nu conclusies te trekken op het gebied van gezondheid.

Of bio groen en duurzaam is, zelfs daarover zijn de meningen verdeeld. Het rapport hierboven is een van de vele dat lovend is voor biolandbouw. Iemand als Louise Fresco, hoogleraar aan een rits universiteiten en gespecialiseerd in duurzame ontwikkeling in een internationale context, staat er dan weer iets kritischer tegenover. Zij reduceert ‘biologische’ landbouw tot een kwestie van louter juridische kaders en certificatenmolens waarbij elk voordeel (bijvoorbeeld geen kunstmest) zijn nadeel heeft (groter ruimtebeslag).

Mij lijkt het hierboven geciteerde rapport vrij evenwichtig: het staat enerzijds zeker positief ten opzichte van de biolandbouw, maar het gaat de caveats en eventuele problemen niet uit de weg. Ook Fresco is zeer genuanceerd in haar uitleg: puur praktisch is het onderscheid biologische versus niet-biologische volgens haar volstrekt overbodig. Zij pleit voor de best mogelijke landbouw, met de best mogelijke praktijken, waar die ook ontstaan zijn. U kan het rustig nalezen in de klepper Hamburgers in het Paradijs. Voedsel in tijden van schaarste en overvloed (2012).

Het is nu net dit gebrek aan nuance en kritische reflectie dat me mateloos ergert bij het lezen van eco lifestyle boekjes, dito websites, schotschriftjes van veldvertrappelende eco warriors en verklaringen van groene politieke partijen.

Gezondheid

In het deeltje ‘Schone handen en gezondheid’ loopt het pas echt goed mis; het leest als een hoofdstukje ‘Hoe blind slikgedrag aanmoedigen’. ”Veel homeopathische middelen worden biologisch verbouwd”, weten de ecomama’s. Deze zin doet mij vermoeden dat de auteurs evenwel niet weten wat homeopathie is, en dat ze alle kruidengeneeskunde en andere ‘alternatieve’ geneeswijzen op een hoopje smijten. Verder vinden zij biologische slash homeopathische middeltjes die de “weerstand opvijzelen” toppie. Nog groener natuurlijk is het om die homeopathische rommel niet te kopen: de milieukosten voor het produceren, verpakken, transporteren van fake geneesmiddelen, zijn gewoonweg veel te hoog.

Ze raden bijvoorbeeld ook salie(thee) aan tegen een verkoudheid als “natuurlijk antibioticum” (en we gaan hier zelfs niet moeilijk doen over antibioticum v.a.v. virale infecties). Ja, zowat elke warme, niet-alcoholische drank doet deugd bij een lastige verkoudheid, en nee, saliethee steekt er nu niet bepaald bovenuit. Het valt me trouwens op dat de meest groene remedie tegen de gewone verkoudheid niet vermeld wordt, namelijk rusten. Misschien denk ik nu te veel vanuit een traditioneel Westers medisch kader. Anderzijds, de eerlijkheid gebiedt me te vermelden dat de auteurs aanraden om een dokter te raadplegen wanneer het ernstig wordt.

Wat het geteem over yin en yang komt doen in een boekje over groen leven is me eveneens een raadsel. Ik bespaar u het gebruikelijke pseudo-oosters gejengel. Evenals het gehannes over ayurveda, waarmee we trouwens terug in de buurt komen van de zware metalen. Loodvergiftiging door ayurvedische middelen, hoe natuurlijk lood (Pb) ook is, is niet echt een aanrader. En een massage, dat is zelfs niet groen of altmed. Zelf zou ik behoorlijk gespannen geraken van de spirituele, esoterische uitleg over Thaise sea holistic stempelmassages, maar dat geheel terzijde.

Terwijl u zich afvraagt wat dit alles nu te maken heeft met groen en bewust leven, zwatelen de dames verder over de geestelijke gezondheid. Een van hun suggesties is floaten, drijven in een “spaceachtige, eivormige cabine… op zeer zout water”. En dat werkt ontspannend, aldus de auteurs, waarbij ze zich niet kunnen onthouden van de freudiaans geïnspireerde gedachte dat het ook een terugkeer is naar het baarmoedergevoel. Wat hébben pseudopsycholo’s toch verloren, daar in die baarmoeder?

Het hele boekje flirt met de gedachte dat trendy mama het beter weet, net en alleen omdat ze een moeder is. Het idee dat moeder het beter weet dan vader, daar kan ik inkomen. Dat ze beter op de hoogte is van epidemiologische, medische, agrarische, biotechnologische onderwerpen dan epidemiologische, medische, agrarische, biotechnologische specialisten, dat is mij een brug te ver.

De platitudes en halve waarheden die beide dames debiteren in een poging om “hip en verantwoord” te zijn, beginnen al snel tegen te steken. Ik vraag me af in welke mate er hier belangen vermengd worden. Groen leven, graag en snel een beetje, maar moet dat nu echt gepaard gaan met pseudo-spirituele, alternatief-medische en hard core esoterische nonsens? Alsof het allemaal niet zo serieus genomen moet worden en alsof groen een modieus detail is, een extra argumentje om de alternatieve kassa te laten rinkelen.

Besluit: het meest groene aan Het Ecomamaboekje is de groene inkt waarin het hele gedrocht gedrukt is.

Elma Sitzinger en Froukje Wattel, Het Ecomamaboek. Groen en bewust leven met kids, Truth&Dare, 2009

 

[1] Frens Schuring, “Anastasia en Vedische landbouw”, in: Dynamisch Perspectief, nr. 5, 2007, p.1012 http://edepot.wur.nl/116167
[2] Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408 van de Commissie van 11 maart 2015 inzake uitvoering van artikel 80, lid 7, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot vaststelling van een lijst van stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen http://eurlex.europa.eu/legalcontent/NL/TXT/?uri=uriserv%3AOJ.L_.2015.067.01.0018.01.NLD
[3] David Zaruk, “The RiskMonger’s Dirty Dozen – 12 highly toxic pesticides approved for use in organic farming”, The Risk Monger, 2015
https://riskmonger.com/2016/04/13/theriskmongersdirtydozen12highlytoxicpesticidesapprovedforuseinorganicfarming/
[4] Lucy van de Vijver, Ron Hoogenboom, Machteld Huber, Voedselkwaliteit, veiligheid en gezondheid van biologische producten Update van de literatuur, Wageningen, Institute of Food safety, 2009
http://www.louisbolk.org/downloads/2123.pdf

Jart Voortman versus ‘de skeptici’

img_0217Op woensdag 21 september 2016 hield de protestantse theoloog Jart Voortman in het Antwerpse Elcker-ik centrum een lezing met als titel “Bestaat er zoiets als het paranormale?”. Aangezien het mijn bedoeling is om een leesbaar verslag te schrijven, moet ik hier en daar creatief omgaan met de chronologie van de lezing. Ik ga de vele onderbrekingen, vragen en verhalen wegediten. De hele namiddag verliep vrij chaotisch en eerlijk gezegd vroeg ik me nadien af of het wel zoiets als een lezing was.

Voortman opende met een frontale aanval – laat het ons een inleiding noemen – op mensen die zeggen dat ze alles begrijpen, mensen die denken dat de werkelijkheid bestaat uit een hoop moleculen die gewoon maar wat met elkaar botsen. Mensen die het leven beschouwen als een driedelige set blokken met daarop de letters D, N en A. Mensen, kortom, die zich gedragen als stropopargumenten.

En om aan te tonen dat er veel meer is dan wat we kunnen waarnemen met onze zintuigen, probeerde hij enkele goocheltrucjes uit te voeren, een middel dat zeer populair is onder skeptici, denk maar aan honest liar James Randi, onze Gili of Tayson Peeters.

Als het Voortmans bedoeling was om aan te tonen dat de wereld meer is dan de waarneembare werkelijkheid, dus “zoiets als het paranormale”, dan is een goocheltruc niet de beste keuze, me dunkt: een goede truc is er nu net op gericht om ons dat te doen geloven terwijl men enkel “materialistische” middelen gebruikt, “botsende moleculen”, zo u wil. Het punt van Gili’s show “Iedereen paranormaal”, bijvoorbeeld, was nu net het feit dat hij door te spelen met de vijf zintuigen van zijn publiek de indruk kon wekken dat er een zesde zintuig is.

Maar niet alleen mij deed zijn onhandig gestuntel sterk denken aan Toon Hermans’ legendarische goochelsketch, die volledig de mist in ging. Als het dus Voortmans bedoeling was om aan te tonen dat we iets moesten zien dat er niet was, namelijk goocheltrucs, dan slaagde hij wél in zijn opzet. Hoe dan ook, een carrière als eerlijke leugenaar kan de Hollandse theoloog best vergeten.

Een carrière als natuurkundige trouwens ook: indien men denkt dat de kwantummechanica plompweg aantoont dat alles mogelijk is, dan denk ik dat men het niet al te best begrepen heeft. Dat er verder niet veel over kwantumfysica in relatie tot het paranormale gesproken werd, was een van de weinige pluspunten van de namiddag.

de-ongelovige-thomas-heeft-een-puntOp dit punt staat in mijn notaboekje “begint plots over SKEPP en skepticisme”, maar om de tekst leesbaar te houden, zal ik het houden bij: in het deel na de inleiding zette een gewiekste Jart zijn aanval op het skepticisme in. Als wapens selecteerde hij argumenten en redeneringen die hij nu net in de skeptische literatuur gevonden had. Jart wilde het skepticisme en in één moeite door bekende adepten als Etienne Vermeersch, Johan Braeckman en de “te kille, al te rationele” Maarten Boudry met hun eigen argumenten verslaan en op die manier aantonen dat (1) skeptici weinig wetenschappelijk zijn en (2) dat er zoiets als het paranormale bestaat! Dat was waarschijnlijk ook de reden waarom hij zijn lezing aangekondigd heeft in een mail aan SKEPP, zoals ik uit goede bron vernomen heb. Zijn munitie haalde hij vooral uit Braeckmans en Boudry’s boek De Ongelovige Thomas heeft een punt.

Skeptici houden zich onledig met zaken zoals telepathie, wenende Mariabeeldjes, hekserij en, ach, ook wel wat homeopathie en een complot hier en een ufo daar, aldus Voortman. Terwijl hij lacherig wat commentaartjes gaf op de ondraaglijke lichtheid van de drukdoenerij omtrent Yeti’s en Bigfoots, zwaaide hij met Michael Schermers Why people believe weird things, een boek dat voor één vijfde gaat over dat andere, onbetekenende akkefietje met die zes miljoen joden en den Duits. Of tegengas geven – slechte woordkeuze… of ingaan tegen de Holocaustontkenning ook “zo één van die subjectieve zaken” is die skeptici proberen te ontmaskeren, werd dus niet meteen duidelijk daar in de zaal van Elcker-ik, gelegen midden in de Antwerpse Jodenbuurt.

Onduidelijkheid troef bij Voortman, een hele lezing lang. In het zelfde rijtje van banale skeptische onderwerpen had hij het over zogenaamde spookhuizen. Maar beschouwde hij mensen die op zoek gaan naar geesten met, ocharme de sukkelaars, elektronische apparatuur (ha ha hoongelach) nu als skeptici? Het werd nog verwarrender wanneer hij twee minuten later verhaaltjes begon op te dissen van geesten die zich kenbaar maken via … oude radio’s. En zo trapte onze theoloog constant zichzelf in het kruis.

Hoe dan ook, volgens Jart besluiten skeptici veel te snel dat iets niet bestaat, dat iets niet klopt of kan. En dat is volgens hem niet wetenschappelijk. Er volgde net geen “Checkmate, skeptics!”

“Buitengewone beweringen vereisen buitengewone bewijzen”. Ook deze slagzin, onder meer gedebiteerd door Carl Sagan, wilde Voortman in vraag te stellen. Zijn eerste voorbeeld ging over de zwaartekrachtgolven: er werd lang over getheoretiseerd, maar uiteindelijk was één eenvoudig bewijs afdoende om de wetenschappelijke gemeenschap te overtuigen van het bestaan van die golven. Terwijl ik een enigszins wilde What the fuck! probeerde te onderdrukken, vuurde hij een tweede voorbeeld af. De boutade van de bioloog J.B.S. Haldane, dat één fossiel van een konijn in Pre-Cambrische afzettingen de evolutietheorie van Darwin onderuit kan halen, vond hij ook een aanwijzing dat skeptici serieus overdrijven met hun ‘buitengewone bewijzen’. Wat is er nu eenvoudiger dan één konijn? Anders gezegd, in de wetenschap heeft men helemaal niet veel bewijzen nodig! Voor scheidsrechter Jart is het opnieuw duidelijk dat skeptici zich op het wetenschappelijke veld in een buitenspelpositie bevinden.

Een derde punt: door hun stugge en afwijzende houding ten opzichte van anekdotes plaatsen skeptici zich andermaal buiten de wetenschappelijke discussie, aldus Voortman. Voor skeptici doen anekdotes er niet toe, terwijl ze niet beseffen dat in de wetenschappelijke literatuur casussen wél belangrijk zijn. Skeptici bekijken de wereld louter vanuit hun perspectief. Dat ze daardoor willens nillens doof blijven voor anekdotes, maakt dat ze dingen niet serieus nemen. Maar daar vergist Jart zich feestelijk in. Waar hij zich ook in vergist, is in de betekenis van vrij eenvoudige Nederlandse woorden. Zijn semantisch gegoochel had ongeveer dezelfde kwaliteit als zijn eerste goocheltrucjes. ‘Buitengewoon’ betekent niet hetzelfde als ‘veel’ of ‘complex’ en net zomin is ‘anekdote’ hetzelfde als ‘casus’.

Ook de statistiek, dat andere hulpmiddel, moest er aan geloven. Omdat er om en bij de 20 mensen in de zaal zaten, verwees hij naar de verjaardagsparadox: er is 50 procent kans dat in een groep van 23 willekeurig gekozen mensen twee dezelfde verjaardag delen. Maar daar geloofde hij niet in, dat ging in tegen zijn gevoel en intuïtie. Hij was zo overtuigd dat de paradox niet klopt, dat hij ei zo na het Wikipedia-artikel citeerde: “Bij veel wiskundige vraagstukken, met name bij kansrekening en statistiek, blijken mensen intuïtief tot verkeerde antwoorden te komen. Omdat deze ingevingen zo overtuigend zijn, voelen mensen geen enkele aanleiding om te twijfelen aan hun antwoord.”

Het wordt een beetje vervelend, maar bij zijn volgende punt hoorde hij andermaal de bel maar wist hij de klepel niet hangen. Omdat mensen zeer beïnvloedbaar zijn, een waardevol gegeven uit de sociale psychologie, is het mogelijk om valse herinneringen te creëren. We hebben al bij al een onbetrouwbaar geheugen, aldus Voortman, waarmee hij zo ongeveer de halve skeptische literatuur van de laatste 30 jaar citeerde. Maar ook hier maakte hij een vreemde omslag.’s Avonds weet hij namelijk doorgaans waar hij ‘s morgens zijn fiets heeft gezet, dus “dat het geheugen één grote warboel is, dat kunnen we toch niet accepteren”. In zijn schijnbokswedstrijd tegen zijn imaginaire skeptici was dit zo ongeveer de vierde keer dat hij zichzelf tegen het canvas werkte.

Een laatste argument haalde hij eveneens uit het boek van Braeckman en Boudry. En ook hier is de uiteindelijke pointe dat een uitleg die skeptici gebruiken om anderen de les te spellen, hen uiteindelijk als een boemerang vol in het gezicht raakt: immunisatiestrategieën. Skeptici hebben namelijk zelf ook last van cognitieve dissonantie en zeker wat het paranormale betreft. Het past niet in hun wereldbeeld, dus elk bewijs, elk argument pro redeneren ze weg om hun ideeën intact te houden. Dit lijkt mij trouwens een uitstekende plaats om te melden dat op 22 december in het Antwerpse Elcker-ik centrum een namiddag over cognitieve dissonantie zal plaatsvinden.

Mocht u de indruk krijgen dat dit tot nu toe enigszins een coherente lezing was, ondanks de inhoudelijke onvolkomenheden, dan komt dat louter omdat ik alle onderbrekingen van enkele aanwezige skeptici en een schier oneindige stortvloed aan anekdotes, casussen quoi, heb weggelaten. De drang bij de aanwezigen om te getuigen over hun paranormale ervaringen was enorm. Jart had geen greep op zijn publiek en stilaan verloor de lezing haar dynamiek.

Ondertussen waren we aangekomen bij het deel waarin hij twee fragmenten uit de KRO-reeks Wonderen bestaan wilde tonen. Het waren volgens hem zéér sterke voorbeelden van paranormale gebeurtenissen. De fragmenten die hij toonde, vind ik online niet direct terug, maar via deze link naar de webpagina van het KRO-programma krijgt u alvast een indruk van de inhoud en van de waarde van de getuigenissen. Voor mensen die niet klikken: het programma is even stroperig, kitchy & campy als de titel doet vermoeden.

Jart heeft twee specifieke verhalen gekozen, omdat daarin telkens meerdere mensen dezelfde ervaring hebben! En dat kan toch geen toeval zijn, daar kan geen skeptisch argument tegen op. In een eerste fragment vertelde een vrouw hoe ze door een “onzichtbare hand” werd tegenhouden en van de dood werd gered. Een getuige bevestigde de gebeurtenissen. In een tweede fragment vertelden twee zussen op een bijna identiek dezelfde manier hoe ze op een bijna identiek dezelfde manier via een klopgeest te weten zijn gekomen dat hun vader gestorven was in Turkije. Hetzelfde verhaal, dezelfde bewoordingen: dat kan niet gelogen zijn! En trouwens, vóór de reis, zo getuigde de hele familie in tranen, had vader al aangekondigd dat het zijn laatste keer zou zijn. Nou, een mooier bewijs voor het paranormale kan je toch niet tegenkomen. Jart glunderde en zag hoe het paranormale, eerder dan het verdriet van de twee dames, afdroop van het scherm.

De zaal werd rumoeriger, een enkeling trok duidelijk de skeptische kaart, de meerderheid wilde vooral zélf vertellen. Eerst over hun persoonlijke ervaringen, later over verhalen die ze zelf gehoord hadden, een opbod aan paranormaligheid: bijna-doodervaringen, mysterieus aangekondigde sterfgevallen, paranormaal begaafde kinderen die dode mensen zien, en parasensitieve dieren die zo uit de sprookjes van Rupert Sheldrake lijken te zijn gestapt. De meeste verhalen waren in se zo schrijnend en aandoenlijk, ook als men ze zou ontdoen van de paranormale franjes. Maar Jart verloor het initiatief en de namiddag begon te verzanden in de “casussen”. Hier en daar werd er nog geprobeerd om iets te duiden – dat we na zovele verhalen over bijna-doodervaringen niet meer kunnen ontkennen dat er niets van aan is, want een professor hier zegt en een onderzoek daar bewijst. “Onze hersenen maken het bewustzijn niet, net zomin als een computer het internet maakt”, aldus onze protestantse theoloog in een poging om relevant te blijven. Uiteraard lokte dit een vraag over Dick Swaabs boek Wij zijn ons brein uit. Met zijn opmerking dat volgens hem paranormale ervaringen bestaan, maar paranormale begaafdheid niet, oogstte hij dan weer geen succes bij de aanwezigen met paragnostieke neigingen.

Het werd ook goor: een aanwezige man vertelde een dieptragisch verhaal gelardeerd met schijnbaar paranormale fenomenen en eindigde snikkend met de woorden “Ik weet niet wat het verhaal betekent”. Waarop Voortmans pastorale antwoord luidde: “Je weet best zelf wat het betekent.” En hier eindigde wat mij betreft het goede fatsoen en de lezing.

Het is meer dan begrijpelijk dat mensen een enorme drang voelen om hun tragische verhalen te vertellen en om hogere betekenissen te zoeken in schijnbaar ongerelateerde gebeurtenissen die lijken te leiden naar een tragisch sterfgeval. Uiteraard hebben zulke ervaringen een enorme impact op een mensenleven, op het leven van tal van mensen die zulke gelijklopende tragische feiten moeten ondergaan. Wat ik al niet meer begrijp is dat deze neigingen niet gewoon beschouwd kunnen worden als wat ze zijn: kenmerken van onze menselijkheid, kenmerken die net door hun gelijkenissen mensen dichterbij zouden kunnen brengen in verdriet, acceptatie en mededogen. In plaats daarvan geven clowns als Voortman de voorkeur aan een paranormale uitleg, die schijnbaar wijst op een Hoger Iets, maar uiteindelijk uiterst banaal is. Dat wij zulke gelijklopende tragische ervaringen hebben, die inderdaad vragen kunnen oproepen, maakt ons net tot mensen. Dat toeschrijven aan het paranormale is een flagrante ontkenning van onze menselijkheid.

Brecht Decoene: Achterdocht tussen feit en fictie

COMPLOTTHEORIEEN_WEBSITEWe promoten hier zelden boeken, maar we hebben twee goede redenen om voor deze een uitzondering te maken: Achterdocht tussen feit en fictie. Kritisch omgaan met complottheorieën van Brecht Decoene. Het boek verschijnt vandaag, 20 juni 2016, bij uitgeverij ASP.

Het boek behandelt een uitgesproken skeptisch onderwerp: complottheorieën en samenzweringsdenken. En dat is de eerste goed reden.

Hoewel niet iedereen ze even serieus neemt, lijken complottheorieën toch meer op de voorgrond te treden. Blind voor complotten mogen we niet zijn, maar zoals alle theorieën moeten ook deze kritisch benaderd worden. Op een bevattelijke wijze geeft de auteur een inleiding tot de studie van complottheorieën. Decoene geeft ook enkele vuistregels mee om complotdenkers tegemoet te treden.

brecht decoeneBrecht Decoene (1980) is afkomstig van Roeselare, woont in Gent en studeerde daar Moraalwetenschappen. Hij is leraar Moraal, schrijft opiniestukken voor o.a. Knack.be en De Standaard, geeft geregeld lezingen over kritisch denken en is kernlid van Het Denkgelag.

De tweede goede reden is de reeks waarin het boek verschenen is: “De Skeptische Kijk”. Deze reeks komt tot stand in nauwe samenwerking met SKEPP. De hoofdredacteurs zijn Johan Braeckman en Tim Trachet.

Later dit jaar verschijnt nog een inleidend deel over creationisme wereldwijd door Stefaan Blancke (Ugent). Wij houden u uiteraard op de hoogte.

Groot debat: de zin, onzin en toekomst van homeopathische geneeskunde

Er is geen wetenschappelijk bewijs dat een homeopathisch middel meer is dan een placebo. Toch staat de regering op het punt om homeopathie te ‘erkennen’, evenwel enkel voor (tand)artsen en vroedvrouwen. Elke homeopaat zal een erkende opleiding moeten volgen, ook al weigeren Belgische universiteiten die voorlopig aan te bieden. Houden we klassieke en alternatieve geneeskunde best gescheiden, of kunnen ze hand in hand gaan?

debat homeo

 

Wetenschap en showbizz Luc

life spaceEigenlijk wilde ik er geen aandacht aan besteden, aan het zogenaamde nieuwe bewijs voor buitenaards leven, of beter, aan de sporen van vermeend buitenaards leven op een meteoriet. Eén langgerekte ‘Pffffffffff’ en één ‘dafuq’ zijn nu ook niet meteen degelijke taalkundige bouwsteentjes voor een geïnspireerd blogartikel.

Geen zin, dacht ik, ook niet nadat de heren van skepp.be mij het voortreffelijke, kritische artikel van volkssterrenwacht MIRA onder de ogen hadden schoven, Buitenaards leven ontdekt? Neen… (21 september 2013). In dat artikel wordt niet alleen korte metten wordt gemaakt met de claim van de Britse wetenschappers in casu, met hun (on)wetenschappelijke methodes en ook met Chandra Wickramasinghe, o.a. bezieler van Journal of Cosmology:

Wikramasinghe en medewerkers hebben de laatste twintig jaar met de regelmaat van de klok aangekondigd dat ze buitenaards leven ontdekt hebben, iedere keer blijkt echter vrij snel dat deze conclusie totaal niet ondersteund wordt door de door hen aangevoerde elementen.

Ach, waarom ook niet?

Even terug naar af. Men moet al op een stuk steen of ijs leven en dapper door het zwerk zoeven, daar waar nog niemand gezoefd heeft, om een variant van het volgende aardse bericht niet te hebben gelezen of gehoord: “The truth IS out there”. Dit schreef bijvoorbeeld de Britse The Independent op 19 september 2013, “British scientists claim to have found proof of alien life”. In De Morgen werd dat twee dagen later “Britse wetenschappers: ‘Bewijs van buitenaards leven gevonden'”.

Het Nederlandstalige artikel houdt het midden tussen een samenvatting en vertaling van het originele artikel uit The Independent. Er wordt uit de doeken gedaan, enfin, vertaald, wat er gevonden is, op welke manier etc. Ook het wetenschappelijke tijdschrift waarin de studie verschenen is, wordt vermeld: Journal of Cosmology. Aangezien geen van beide kwaliteitskranten het nodig vinden om een linkje naar de oorspronkelijke studie toe te voegen, doe ik het maar.

Er is wel een opvallend verschil tussen het artikel in De Morgen en in The Independent, en geen kleintje. In het online artikel van De Morgen wordt het volgende zinnetje niet vertaald, hoewel het artikel in The Independent hiermee afsluit:

Despite these fantastical claims, the Journal of Cosmology has had its reputation called into question more than once by other members of the scientific community.

Met andere woorden, terwijl de bron aangeeft dat Journal of Cosmology een zeer dubieuze reputatie geniet (toch geen detail, me dunkt), laat de journalist van De Morgen dit na om te vermelden. Hoe kan men dit missen? Hoe kan men dit niet even onderzoeken.

Of gewoon opzoeken.

Op internet, bijvoorbeeld.

’t Is maar een hint.

Een zeer eenvoudige zoektocht geeft inderdaad enkele indicaties dat het Journal of Cosmology niet echt het meest betrouwbare tijdschrift is.

Wikipedia, bijvoorbeeld:

The Journal of Cosmology describes itself as a peer-reviewed open access scientific journal of cosmology,[1] although the quality of the process has been questioned.[2][3][4][5][6][7] The journal was established in 2009 and is published byCosmology Science PublishersRudolph Schild is the Editor-in-Chief and Executive Editor.[1]

2. ^ Jump up to:a b Beall, Jeffrey. “Potential, possible, or probable predatory scholarly open-access journals”. Scholarly Open Access. Retrieved 2013-04-09.
3. ^ Jump up to:a b I. O’Neil (7 March 2011). “NASA Refutes Alien Discovery Claim”Discovery News. Retrieved 2011-03-07.
4. ^ Jump up to:a b c d P. Z. Myers (6 March 2011). “Did Scientists Discover Bacteria in Meteorites?”Pharyngula. Retrieved 2011-03-06.
5. ^ Jump up to:a b P. Plait (7 March 2011). “Followup Thoughts on the Meteorite Fossils Claims”Discover Magazine. Retrieved 2011-03-06.
6. ^ Jump up to:a b L. Battison (11 March 2011). “Microbes on a Moonbeam: Disentangling the Meteorite Microbe Claims”Science in Pen and Ink. Retrieved 2011-03-12.
7. ^ Jump up to:a b “‘Alien Life’ Claim Hampered by Journal’s Dubious Reputation”. Retrieved 2013-07-18.

En op 23 januari 2013 schreef Marc Lallanilla op de website LiveScience:

This isn’t the first time the Journal of Cosmology has been roundly criticized for publishing content lacking scientific merit: “It isn’t a real science journal at all, but is the ginned-up website of a small group of crank academics obsessed with the idea … that life originated in outer space and simply rained down on Earth,” P.Z. Myers, a biologist at the University of Minnesota, Morris, wrote in 2011 on his popular science blog Pharyngula.

Nog eentje: Life in meteorites? Not so fast… door John Prothero (23 januari 2013):

So no matter who is making the claim, it raises all sorts of red flags and sets off alarm bells by its very nature, and by the poor level of analysis and documentation. So it comes as no surprise when I reveal that the senior author in none other that N. Chandra Wickramasinghe. For those who are familiar with fringe scientists, this name should sound familiar. […]

Instead, the “Journal of Cosmology” has a long history of publishing crackpot and poorly substantiated claims that never survive once they are examined by reputable scientists.

De journo van De Morgen vindt nuance blijkbaar niet van deze wereld en gaat voluit voor het spectaculaire, zonder een greintje kritisch denken. En nee, kom niet af met de roep dat journalisten geen tijd meer hebben of krijgen van hun stoute chefs om hun bronnen te checken. Bovenstaande acht (8) citaten heb ik op tien (10) minuten bij elkaar ge-e-harkt. Trouwens, een kritische noot verdient sowieso wat extra tijd.

Nee, dit kan men niet missen. Hier lijkt slechte wil een grotere rol te spelen dan nonchalance of tijdgebrek. Of zijn hier andere (markt)mechanismen in het spel waar ondergetekende te naïef voor is?

Hoe dan ook, de journalist die er andermaal in slaagt (1) om zijn lezers voor debielen te houden en (2) om ongenuanceerde bladvulling op de wetenschapspagina’s van De Morgen te krijgen is Luc Beernaert. En deze man zijn we op deze blogpagina’s al eens tegengekomen. Luc Beernaert is chef showbizz van Het Laatste Nieuws en het onderwerp van een vorig artikel op deze blog, nu ruim vier maanden geleden. Toen schreven we over diezelfde journalist die op een gelijkaardige wijze al te kort door de bocht ging in zijn drang naar ongenuanceerd en spectaculair nieuws (Zotte De Morgen (of “Please, if you take this seriously, read the paper!”)).

Even terug naar het stuk van John Prothero:

So once again, we have an example of science “journalism” done wrong: a reporter takes someone’s press release on faith and perpetuates the claim without fact-checking or peer review. Instead, it falls on us in the scientific community who blog on such topics to be the critics and peer-reviewers, since there are so many claims put out there that won’t stand peer review, yet get promoted through an uncritical network of science media before they have met with any real scrutiny.

Met andere woorden: so once again, we have Luc Beernaert.

En, De Morgen, u benne ook bedankt!

[Ctrl-P] Ignace Demaerel: SKEPP, scepticisme en de chaos op de levensbeschouwelijke markt

IgnaceNormaal gezien wacht ik even bij het herposten van opiniestukken tot de initiële mediastorm is weggeëbd. Ik probeer via deze eerder marginale blog sommige artikels een tweede leven te geven, iets wat Ignace Demaerel, godsdienstleraar en opinieproducent voor Knack, vast wel begrijpt. Maar over de woestheid van de baren die zouden opgestuwd worden door deze column, waren mijn persoonlijke kaartlegster, koffiedikkijkster en het medium van de astrale projectie van mijn kwantumlichaam vorige week al heel formeel: nada.

Dus post ik ‘em nu al, terwijl ik spontaan — oh mysterie, ik weet niet waar het vandaan komt — de opwelling voel om een ouderwetse prijskamp uit te schrijven. De vraag is eenvoudig:

Hoeveel drogredenen en kromme redeneringen staan er in de tekst van de heer Demaerel?

Stuur een gele briefkaart naar skepfile·be en maak kans op een mooie prijs: mijn persoonlijk exemplaar van Leylijnen en leycentra in de Lage Landen. 200 heilige plaatsen in Nederland en Vlaanderen, u weet wel, dat boek met die mooie kerk op de cover. De winnaar wordt per kerende bekendgemaakt. Over de uitslag kan nog lang gediscussieerd en geschreven worden.

*  *  *

Ignace Demaerel: SKEPP, scepticisme en de chaos op de levensbeschouwelijke markt

In Knack-magazine nr. 27 (3-07-2013) staat een interessant experiment dat SKEPP recent uitvoerde. Voor wie het niet weet: ‘SKEPP’ is de ‘Studiekring voor Kritische Evaluatie van Pseudowetenschap en het Paranormale’ en heeft zich tot doel gesteld kwakzalverij, bijgeloof en paranormale zaken kritisch te evalueren en alle bedrog aan de kaak te stellen.

Nobele doelstelling, en ik heb goed en slecht nieuws voor SKEPP: ze zullen de eerste duizenden jaren niet zonder werk zijn. Elke dag verschijnen er immers nieuwe soorten therapieën en healing-methodes, en de goedgelovigheid van bepaalde mensen is ronduit verbluffend. Maar is SKEPP nu de vereniging die ‘de wereld gaat redden van alle bijgeloof’? En mag hun werk ook eens, volgens hun eigen principes, kritisch onder de loep gelegd worden? Is SKEPP zo ‘vrij van religieuze of politieke opvattingen’ als ze beweren? En wat hebben ze nu eigenlijk écht bewezen met hun experiment?

Maar eerst het positieve: SKEPP doet m.i. inderdaad een noodzakelijk werk in deze maatschappij. Sinds mensen massaal de kerk verlaten en God de rug toekeren, zoeken ze de leegte op te vullen met 1001 nieuwe wondermiddelen, meditatietechnieken, toekomstvoorspellers, mediums, kaartleggers en de laatste nieuwe messiassen. Op folders van paranormale beurzen lees je over handleeskunde naast vrijmetselarij en druïden naast de meest exotische healers.

De hele paranormale markt geeft een zeer dubbel gevoel: enerzijds is het de plaats waar mensen op zoek zijn naar spiritualiteit en naar ‘het hogere’, en zich dus niet tevreden stellen met het platte materialisme van huisje-boompje-beestje; er zit veel idealisme bij deze mensen. Maar anderzijds is het een ontstellend chaotische wereld waar iedereen alles kan beweren, en waar zonder twijfel sommigen veel geld verdienen aan opgeklopte lucht. Het is de bonte wereld van pseudowetenschap en pseudoreligie, waar geloof en bijgeloof, populaire wetenschap en mystieke fantasie onmerkbaar in elkaar overvloeien. Het is het walhalla van het levensbeschouwelijk populisme! Ze verkopen niet alleen gebakken lucht, maar ook gestoofde, geroosterde, gefrituurde en gepureerde lucht: voor elkeen wat wils, een god of religie op ieders maat en naar ieders behoefte van het moment. Sommige mensen zijn zo geestelijk uitgehongerd dat ze alles inslikken wat men hen voorschotelt.

De titel ‘therapeut’ is ook geen beschermde titel, dus iedereen mag zulke koperen plaat met een ronkende naam aan zijn deur hangen.

Wie denkt God te vinden via een ‘trucje’ of techniekje is even naïef als degene die denkt de ware levenspartner via een 1-2-3-methode op te sporen. Ook genezende stenen, kruiden of de juiste mantra’s zullen echt niet ‘alle wereldproblemen oplossen’.

Men noemt dit de ‘New Age’…, maar meestal gaat het juist om oude vormen van bijgeloof (bijv. horoscopen) die een nieuw kleedje krijgen. Als je kritische vragen stelt, is het antwoord steevast: ‘Je kunt dat niet met je verstand beredeneren, je moet dat voélen’, of ‘Het is misschien niet wetenschappelijk, maar ik voél me er goed bij’. Einde gesprek. Wie beweerde ooit dat de mens een rationeel wezen is? De moderne ‘feel good’-religie verkoopt als zoete broodjes. De bloei van religiositeit toont enerzijds de onuitroeibaarheid van onze ‘spirituele drive’, maar tegelijk de eindeloze versnippering en chaos die op de ‘levensbeschouwelijke markt’ heerst.

Maar nu eerst terug naar het bovenvernoemde experiment van SKEPP. SKEPP looft trouwens een prijs van één miljoen uit aan wie zijn paranormale gaven wetenschappelijk durft te laten testen (en hierin slaagt, natuurlijk). Op 29 juni was er een dappere in Limburg: hier werd iemand die beweerde aardstralen te kunnen voelen en neutraliseren, op het rooster gelegd. Het resultaat blijkt… nihil te zijn: de waarschijnlijkheidsgraad van zijn ‘aanvoelen’ was 50%. Interessant, leerrijk. Voor mij niets nieuws, want ik heb er nooit veel geloof aan gehecht en mij er nooit mee bezig gehouden.

Maar wat heeft SKEPP nu écht bewezen? Dat er helemaal geen bovennatuurlijke wereld bestaat? Dit is een toonbeeld van een logische redeneerfout. Heeft iemand al ooit het bestaan van ‘liefde’ bewezen, of een methode gevonden om te meten wat ‘échte vriendschap’ is? Wetenschap is geweldig en heeft al veel vooruitgang gebracht, maar op het geestelijk vlak kan ze ons geen millimeter verder helpen, net zoals je met een lintmeter geen ‘waarheid’ kan meten of met een fototoestel ‘God’ op de gevoelige plaat leggen. Als iemand bijv. 5 GB computergegevens naar zijn USB-stick kopieert, zal zijn stick geen microgram zwaarder wegen. Het gaat gewoon om een ander levensdomein, een andere dimensie.

Wie beweert dat hij wetenschappelijk kan bewijzen dat er geen geestelijke wereld bestaat, overschrijdt evenzeer een grens als iemand die beweert dat hij kan bewijzen dat die wel bestaat. M.a.w. filosofisch materialisme is evenzeer een (filosofisch) gelóóf als idealisme, en atheïsme even onbewijsbaar als theïsme. En toch blijft die scheefgetrokken vooronderstelling hardnekkig rondwaren in de hoofden van mensen, alsof atheïsten ‘nadenkend en intelligent zijn’ en gelovigen ‘naïef en onkritisch’. Ménsen, zowel gelovigen als niet-gelovigen, gebruiken hun verstand te weinig, en hebben allemaal irrationele, onbewijsbare vóóronderstellingen.

SKEPP’s pogingen om wantoestanden en misbruiken wetenschappelijk te ontkrachten mogen lovenswaardig zijn, zolang men beseft dat wetenschap sléchts iets over de zichtbare wereld kan vertellen, en nooit uitsluitsel kan geven over het geestelijke. Als elke wetenschapper bij zijn spreekwoordelijke leest zou blijven, zou er veel minder begripsverwarring zijn.

Scepticisme is bovendien véél minder rationeel dan het op het eerste zicht lijkt: sceptici zijn over het algemeen ‘selectief sceptisch’ (alle mensen zijn trouwens op een of ander gebied selectief doof en blind). Een scepticus gelooft a.h.w. in de onfeilbaarheid van zijn eigen kritische beoordelingsvermogen.

Scepticisme is trouwens geen levensbeschouwing, maar een filosofische methode of principe; het zegt gewoon: ‘alles kan/mag/moet in twijfel getrokken worden’. Filosofisch gezien is dit zelfs juist, maar het biedt dus geen antwoorden, geen alternatieven, geen richting, geen zingeving. Hmm… afbreken wat een ander zegt, is natuurlijk altijd eenvoudiger dan zelf een valabel alternatief bieden.

De diepe zucht van mensen naar het bovennatuurlijke zal SKEPP nooit kunnen uitroeien. Misschien zit religiositeit wel dieper in onze menselijke natuur dan dat we het kunnen verdringen of wegrationaliseren. ‘De mens leeft niet van brood alleen’, zei ooit een beroemd man, en het blijkt inderdaad in alle culturen en tijden dat mensen spiritueel op zoek zijn – atheïsme is op wereldhistorische schaal een zeer recent en zeer klein verschijnsel.

SKEPP pretendeert ‘vrij van religieuze opvattingen’ te zijn. Zulke claim mag wel onze wenkbrauwen doen fronsen. Ten eerste, alsof iemand überhaupt ‘levensbeschouwelijk neutraal’ kan zijn! En ten tweede: de SKEPP-bestuurders en –leden komen voornamelijk uit een zeer beperkte kring van intellectuelen rond de VUB (Brussel) en RUG (Gent), een kleine groep vrijzinnigen, atheïsten en agnosten: niet bepaald een breed maatschappelijk draagvlak of levensbeschouwelijk neutraal.

Een andere grote denkfout die SKEPP maakt is: omdat er zoveel vals bestaat, is alles vals. M.i. is de omgekeerde redenering veel meer terecht: als er vals bestaat, bestaat er ook écht. Er zou geen enkele reden zijn om iets te vervalsen als het geen grote waarde had. Waarom worden anders alleen dure merken nagemaakt? Net zoals in de economie de wereld van namaak en vervalsingen gigantisch is, is dat ook zo – en nog veel méér – in de geestelijke wereld. Als er vals godsgeloof bestaat, bestaat er ook écht.

In plaats van te zeggen: ‘we gooien al het bovennatuurlijke buiten’, zouden we ons beter afvragen: hoe komt het eigenlijk dat we in de onzichtbare wereld geen eensgezindheid vinden (in religies, levensbeschouwingen en ideologieën)? Zou het niet kunnen zijn dat het aan de méns ligt, aan onze eigen spirituele ongevoeligheid? Dat we ons innerlijk kompas kwijt zijn, aan geestelijke bijziendheid lijden, teveel eelt op ons hart hebben? ‘Wie heeft het juiste kompas voor de onzichtbare wereld?’, lijkt me een veel interessanter ‘vraag van één miljoen’. Wie durft het aan om deze prijs uit te loven?

Igance Demaerel

Bron: Knack

Aardstralen neutraliseren

wichelroede-grootRené heeft een probleem. Pal onder zijn huis bevindt zich een aardstraal en die bezorgt de vrouw van René heel wat ongemakken. Hij heeft ook een oplossing, als elektro-ingenieur is hij van geen kleintje vervaard. Jaren aan een stuk werkt hij aan een instrument om de aardstraal te onderbreken. Na de nodige experimenten heeft René een aardstraalneutralisator.

Johan en Jos hebben een probleem: zij discussiëren over het bestaan en oppikken van aardstralen, de meettechnieken (of het gebrek daaraan) en de mogelijkheid om de aardstraalenergie te manipuleren. Johan is skeptisch, Jos helpt René met diens onderzoek. En van het één komt uiteraard geen slaande ruzie, maar het ander: het idee om de neutralisator van René in de woordenstrijd te werpen. Een test. Zo doen beschaafde mensen dat: ze testen in het veld, of in de tuin.

René heeft nu een extra probleem. De man is gesteld op zijn rust – al jaren geniet-ie van zijn pensioen – en hij is niet voorzien op een test. Met zijn ideeën en technieken heeft hij al bevriende boeren geholpen, of beter, hun door aardstralen geteisterde varkens. Maar verder ziet hij er geen heil in om met zijn kennis, techniek en technologie al te veel in de media te komen. René is géén gewetenloze oplichter die uit is op financieel gewin, géén lijpe sjoemelaar die mensen bedriegt. Zijn kompaan Jos eveneens niet. En dat van die varkens: René is zélf de eerste om te zeggen dat de komst van een nieuwe, enthousiaste beer in de stal waarschijnlijk meer invloed had op de zeugen dan zijn advies omtrent aardstralen.

Ik heb geen probleem. Op zaterdagochtend, 29 juni om 8.19u,  neem ik de trein naar Limburg om te pottenkijken bij een test van minstens een voormiddag en hoogstens een miljoen euro. Het alternatief voor 58 minuten staren naar de Kempen heeft als titel Voor een echt succesvol leven en is van Bas Haring.

Wat als de test een succes is?

René vreest dat hij overrompeld wordt door pers en publiek wanneer hij de test tot een succesvol einde weet te brengen. Toch voert hij hem uit, vier uur lang, tot hij mentaal en fysiek uitgeput is. Om over te gaan naar de volgende fase van de test moet René 13/14 halen. Iets met statistiek en zo.

SKEPP, want dat is de organisatie die de test afneemt, vreest dat ze 500 euro in eerste instantie en 1.000.000 in tweede kan kwijtspelen, in ruil weliswaar voor een natuur-, wat zeg ik, een kosmisch fenomeen van formaat. Wat is de prijs die staat op nieuwe kennis? Een succesvolle test zou ook het skepticisme van de organisatie testen. Of dat wel kan, het skepticisme van een organisatie testen, en of dat wel een zinnige, euh, zin is, daar doet Bas Harings boekje mij enigszins aan twijfelen.

Een mislukte test, dat laat René niet aan zijn hart komen: hij weet wat hij weet en wat hij kan. Het 14 maal op- en afzetten (neutraliseren) van aardstralen, met een interval van 10 aardse minuten, is geen natuurlijk, geen kosmisch gegeven. René weet niet goed of dat wel getest kán worden, zegt hij voor hij aan de test begint.

Voor SKEPP betekent een mislukking, behalve een financiële, ook een ander soort opluchting waarvoor ik nu niet direct een adjectief vind: een ideologische? Nee. Een existentiële dan? Dat klinkt zwaar, maar het niet vinden van aardstralen geeft SKEPP een extra reden om als organisatie te blijven bestaan. En opnieuw ruist Bas Haring in mijn achterhoofd.

Wat zou een succesvolle test voor mij persoonlijk zijn? Zou het mijn skepticisme aantasten en hoe zou ik de resultaten rationaliseren? Hoe zou ik het zo ontstane sinkhole tussen mijn opvattingen dat aardstralen niet bestaan, en de nieuwe gegevens, dichten. Als gesjoemel van een particulier of als aanwijzing van de kosmos? Zou ik de eerlijkheid van René opofferen aan een groter fenomeen, gewoon om mijn vermeend skepticisme intact te houden? Wat als? Het houdt me even bezig.

Wanneer is de test een succes?

Wanneer een groep van 10 mensen ontvangen wordt met een Limburgse gastvrijheid die duidelijk maakt dat ‘Limburgse gastvrijheid’ geen lege frase is. Tussen de echte testmomenten door kunnen we in de mooie tuin kennis maken met René en Jos en hun talloze verhalen over Scherpenheuvel en Chartres, heilige plaatsen die stijf staan van de kosmische aardstralen, en over varkensstallen.

Wanneer we kennis kunnen maken met de fotograaf van dienst en diens boeiende verhalen over verre reizen in de rafels van de ex-Sovjet-Unie, over al dan niet zelfverklaarde republieken met wat lijkt op een verbazingwekkend hoog CCCP-gehalte.

Wanneer we kunnen praten met en luisteren naar twee beroepsjournalisten: charmant, boeiend en grappig-intelligent, open en positief, maar niet zonder de nodige, relativerende ironie. Hun carrièrepad, hun avonturen, hun aankomende artikels en reportages. Twee Kuifjes in esoterisch Limburg. Hergé zou zo blij zijn geweest.

En wanneer het hele gebeuren wordt afgesloten met net dat tikkeltje te veel aan warm gerecht en een koffie achteraf in een lokale taverne, eentje op Vlaamse wijze. Een maal zonder gebed, maar mét de skeptische mantra.

*  *  *

En nee, René slaagt niet voor de test. 8/14 scoort hij. Niemand komt terug in september. Even wordt het stil, maar al snel beseft iedereen dat niemands aannames aan het wankelen zijn gebracht. René en Jos blijven geloven in aardstralen, de SKEPP’ers zien geen reden om ze te accepteren.

Terug op de trein lees ik de laatste hoofdstukken van Bas Harings Voor een echt succesvol leven, waar hij op zijn relativerende manier het vermeende succes van de groep, de soort, plaatst tegenover het individuele geluk. En hoe het individuele ongeluk soms bijdraagt tot het succes van de anderen. Eigenlijk verdient dat boekje een echte bespreking, maar ik zou willen eindigen met de stelling dat zondag 29 juni op een detail na heel Bas Haring was. Wat Haring vergeet – omen is niet altijd omen – is dat de mens steeds omringd is door andere mensen en dus een heel sociaal wezen is, moet zijn.

*  *  *

Over de test door SKEPP en de resultaten kan u lezen in Knack en Het Belang van Limburg. Ook het Nederlandse populariserend wetenschappelijk maandblad Quest zal enkele pagina’s wijden aan de test, ergens in september of oktober. Meer informatie over SKEPPs Sisyphusprijs van €1.000.000 vindt u hier.