Boekvoorstelling: De platte aarde. Een rondleiding

Het Is er bijna. M’n boekje over het geloof in de platte aarde. Nog een paar dagen. Zonder Johan Braeckman, Tim Trachet en Marleen Finoulst was het er nooit gekomen. Ook een dikke merci aan SKEPP en natuurlijk aan ASP Editions. Brecht Decoene en Pieter Van Nuffel hebben mij op de juiste momenten de juiste djoefs in de goede richting gegeven. Ik ben ook blij dat ik de morele steun van Neda Nasrabadi gekregen heb.

Voor een live boekvoorstelling is het niet bepaald de meest geschikte periode. In deze tijden van corona heb ik dan maar gebruik gemaakt van het medium dat enkele jaren geleden de idee van de platte aarde een boost heeft gegeven: YouTube. In betere tijden kom ik het met alle plezier voorstellen in uw living of aan uw keukentafel.

Peak Doom Voorbij

Dit oudere artikel heb ik oorspronkelijk gepost op mijn vorige blog Book Liberation Movement. Het verscheen in licht gewijzigde vorm op BackCover.be. Het boek van Phillips is wat mij betreft nog steeds een must-read voor iemand die groen en links ter harte neemt.

* * *

“De klimaatsverandering is een te grote en te serieuze uitdaging om over te laten aan de groene politieke partijen.” Het is niet de eerste keer dat een dergelijke slagzin in een publicatie over ecologie en milieu opduikt. De filosoof Roger Scruton gebruikte een variant in zijn boek Groene filosofie (2012) en breide er een uitgesproken conservatief  tegenverhaal aan vast.

Voor Leigh Phillips, journalist voor onder meer Nature en The Guardian, is de boutade een startschot om het traditionele groene gedachtegoed te tackelen, maar dan vanaf de linkerzijde.

Peak Oil, Peak Phosphate, Peak Water. Volgens de paniekerige supportersschare van de Club van Rome hebben we deze keer echt wel de grenzen aan de groei bereikt, en dat ondertussen al zo’n 35 jaar lang. Ondanks Thomas Robert Malthus en Paul Ehrlich zijn er te veel mensen op deze planeet en we groeien, produceren en consumeren onszelf en het milieu kapot. We gaan er allemaal aan en technologie noch wetenschap kunnen ons redden. Integendeel, volgens heel wat mensen zijn zij net de hoofdverantwoordelijken voor de aanstormende ecologische apocalyps. Grootschaligheid is schadelijk, economische groei nefast. We moeten het kapitalisme en zijn nog gemenere neefje, het neoliberalisme, achter ons laten en teruggaan naar de knusse natuur, leven in kleine gemeenschappen die zichzelf kunnen voorzien in de geneugten van een eenvoudig, natuurlijk leven.

Phillips, zelf een rode rakker, maar dan van de traditioneel socialistische stempel, is ook
getroebleerd door de uitwassen van het kapitalisme en het neoliberalisme en dus door de afbraak van de staat en de publieke sector. Verder beseft hij ten volle dat de situatie op deze aardkloot precair aan het worden is. Zijn boek is een onverholen oproep om iets doen aan de ecologische puinhoop en de globale klimaatsverandering, en snel een beetje. Maar op berichten van hel en verdoemenis, van inkrimping en degrowth, van antiwetenschap en antitechnologie heeft hij het evenmin begrepen.

Leigh Phillips richt zijn pijlen op twee, drie schijnbare uitersten van eenzelfde
tegenbeweging, verschillende polen die elkaar aanvullen en aanzwengelen eerder dan
tegenspreken: de liefhebbers van wat hij donkergroene apocalypsporno noemt, militante voorstanders (en uitvoerders) van ecoterreur en de meestal iets minder proto-genocidaal geïnspireerde degrowth-menigte. Die laatste groep is het ruimst vertegenwoordigd, maar hun gedachtegoed wordt evenzeer gevoed door deep ecology denkers en de Deep Green Resistance-beweging, genre Derrick Jensen, en donkergroene anarchisten als een John Zerzan, elk met hun weinig menslievend wereldbeeld. Een van de meest populaire vertegenwoordigers van de degrowth-massa
is de ogenschijnlijk gematigdere Naomi Klein, die in Phillips’ boek dan ook een hoofdrol krijgt.

Om een ruw idee te geven van wat hier bedoeld wordt met antitechnologische en
antiwetenschappelijke denkbeelden: voor Derrick Jensen is het enige technologisch
aanvaardbare niveau dat van het stenen tijdperk, voor John Zerzan is de neolithische
landbouw de ground zero van het menselijke verval. Voor Zerzan was de ontwikkeling van het menselijk taalvermogen enkele tienduizenden jaren eerder al een veeg teken aan de grotwand dat het nooit zou goed komen met de Homo sapiens sapiens.

Naomi Klein daarentegen is dan weer iets gevarieerder, of rekbaarder zo u wil, wat het niveau betreft waarnaar degrowth ons moet brengen. Daalt u even mee af naar de krochten van de menselijke geschiedenis: in This Changes Everything (2014) wijst ze de jaren 1970 aan, de periode vóór de consumptiegekte van de jaren 1980. In hetzelfde boek wordt dat plots 1776, want vanaf dan hield de mensheid op met het volgen van “het natuurlijke ritme van het waterrad” ten voordele van steenkool. Eerder schreef ze dat de Wetenschappelijke Revolutie in de 17de eeuw onze erfzonde was, dat we moeten teruggaan naar het niveau van de middeleeuwen, of naar een mythisch Arcadia van voor de Judeo-Christelijke invloeden. Kort samengevat: de periode waarnaar we volgens Klein moeten degroeien, is het moment waarop het rabbit hole een emmer vol snot wordt, en een verwonderd meisje een gladde paling.

Maar volgens Phillips hebben de au fond anti-humanistische onheilsberichten van de Club van Malthus, Ehrlich, Rome, Jensen, Zerzan, Klein en ondertussen ook de Ploeg van ‘t Vaticaan geen plaats meer in de toekomst. Hij pleit ervoor om zowel de nuttige analyses en kritieken uit hun verhalen te halen, maar evenzeer moeten we beseffen dat het hoog tijd wordt om Peak Doom achter ons te laten. Phillips voert aan dat we dringend op een positieve, constructieve en democratische manier moeten leren om gaan met het tijdvak dat voor ons ligt, het antropoceen.

“De terugnaardenatuurdoctrine, overladen met waarden en emoties, religieus met een
neiging tot mystiek, zorgt af en toe voor mooie poëzie, maar wetenschap is het zeker
niet”, stelt Phillips. En volgens hem hebben we nu net meer wetenschap en technologie
nodig, en minder wollige feel good, om steeds meer mensen een bestaan te kunnen
verzekeren dat menswaardig is. Het gedachtegoed van de antitechnologische fractie
binnen de zogenaamde progressieve linksgroene beweging noemt hij een koekoeksei in het linkse nest.

Ook de doemgedachte van Malthus, de Britse pastor-econoom (er zijn te veel mensen
voor te weinig bronnen en middelen), veegt hij van de kaart en niet alleen met een
welgekozen citaatje van Friedrich Engels: “there still remains a third element which,
admittedly, never means anything to the economist [Malthus] – science – whose progress is as unlimited and at least as rapid as that of population”. Phillips vecht de idee aan dat er geen oneindige groei kan zijn op een eindige planeet. Decoupling (steeds minder grondstoffen per geproduceerde eenheid door technologisch ingrijpen) op zich kan leiden tot meer productie en meer vervuiling, althans in een kapitalistisch kader. In een democratisch geplande economie daarentegen, waarbij meer belang wordt gehecht aan de waarde die een product heeft voor de maatschappij, eerder dan voor de zelfvalorisatie van het kapitaal, is decoupling wél een waardevolle strategie.

Naomi Kleins degrowth-beweging verwijt hij gebrekkige ambities. Een socialist
daarentegen stopt volgens Phillips nooit met meer te eisen voor iedereen. Het mag dan
ook niet verbazen dat voor hem de idee van grenzen aan de groei een kenmerk is van een beperkende ideologie die zich uiteindelijk tegen mensen zal keren. Economische groei heeft het overgrote deel van de westerse bevolking uit het slop van een rits duistere tijdsvakken gehaald. En nu is niet de moment om te vergeten of te negeren dat er nog steeds miljarden mensen uitkijken naar een grotere materiële welstand. De-groei
is voor hen geen optie. Phillips maakt het ons bovendien heel duidelijk wie de eersten zijn die kunnen profiteren (of moet ik schrijven op adem komen) van een economische groei. Wasmachines, gasleidingen, stromend water en al die andere, schijnbaar triviale
huishoudtechnologieën hebben vrouwen in staat gesteld om de arbeidsmarkt te betreden en geld te verdienen, financieel onafhankelijk te worden. Wat dan weer geleid heeft tot kleinere gezinnen waar alle kinderen meer kansen krijgen, dus ook de meisjes.

De voorstellen van Phillips zijn van weinig waarde indien de staat niet sterker en
democratischer wordt. Voor hem hangt dit samen met een economisch systeem dat moet gezuiverd worden van de kapitalistische en neoliberale uitwassen, of zelfs maar
invloeden. De publieke sector is de drijvende kracht achter innovatie en implementatie van technologie, niet de kapitalistische roofbaronnen. Enkel een staat kan en wil grootse projecten opstarten die hele bevolkingsgroepen ten goede kunnen komen. En ook hier ziet hij de degrowth-beweging van Naomi Klein c.s. als een obstakel eerder dan als een bondgenoot. Hij verwijt hen zelfs gevangenen te zijn van het zogenaamde kapitalistisch-realisme, de idee dat er maar een werkelijk en mogelijk systeem is en dat een leefbaar alternatief onmogelijk is. De antipromethiaanse ideeën van links wordt eerder gekenmerkt door een melancholie naar verloren emancipatie dan door de wil om voor die emancipatie (terug) op te komen. Wat ons wordt opgedrongen, aldus Phillips, is een tegenstelling tussen technologisch roofkapitalisme enerzijds en een organisch, wollig primitivisme anderzijds. Phillips gaat nog een stap verder: de groen antimoderniteit bedreigt het neoliberalisme niet, het is er een uiting van! Het protest van Klein is een manifestatie van wat zij meent te bekampen. Volgens de auteur moet er dringend werk worden gemaakt van een modern, hoogtechnologisch antikapitalisme.

“Let’s take over the machine”. Niet de rem erop of de machine stilleggen. Overnemen,
bedachtzaam en doordacht, in de volle overtuiging dat vooruit de enige optie is voor
gezondere mensen op een gezondere planeet.

Leigh Phillips: Austerity ecology & the collapsporn addicts. A defence of growth,
progress, industry and stuff (2015)

John Zerzan: Against civilization

Andermaal een ouder artikel (maart 2016) uit de archieven van Book Liberation Movement, mijn vorige blog over vergeten en te vergeten boeken. Deze recensie verscheen ook op backcover.be.

* * *

Voorbije zaterdag (26 maart) was het weer zover: de @lternatieve (lees: anarchistische)
boekenbeurs in Gent. Het evenement gaat door in een gebouw dat onderhouden wordt
door de stad Gent en de Vlaamse Gemeenschap. Ergens zit daar genoeg materiaal in voor een, toegegeven, goedkope oprisping of twee.

Maar genoeg gelachen, er zijn namelijk zaken waar wij écht het zuur van krijgen. Van Against Civilization, bijvoorbeeld, een boekje dat ik daar tijdens een vorige aflevering gekocht heb. Weggegooid geld, aangezien het ook op de excellente website archive.org terug te vinden is. Against Civilization is een anthologie van wat samensteller en überanarchist John Zerzan beschouwt als primaire en primordiale, anarchistische, primitivistische, antirationalistische teksten.

Vier thema’s snijdt Zerzan aan om te illustreren dat de nobele, edele, anarchistische, natuurlijke en taalloze wilde gesmoord is geworden door de Beschaving, met hoofdletter. De titels van de thema’s spreken voor zich: “Outside Civilization”, “The coming of Civilization”, “The nature of Civilization” en “The pathology of Civilization”. Die vier thema’s vult Zerzan met een nogal disparate mengeling aan teksten van kleppers als Theodor Adorno, Sigmund Freud, Peter Sloterdijk, Jean-Jacques Rousseau, én van de knaller Theodore Kaczynski, beter bekend als de Unabomber. In de jaren 90 haakte Zerzan trouwens zijn wagentje aan de Unabomber en bereikte zo de status van semibekende Amerikaan. Een stelletje mindere anarchogoden zorgt voor de bladvulling.

Volgens Zerzan is rationeel, wetenschappelijk denken op zich al een aanslag op de primitieve, van oorsprong scharrelende mens. Civilisatie is een infantilisatieproces, wat Zerzan evenwel niet belet om de vrij kinderlijke en doorzichtige notie van de Gouden Tijd, de epoche van de nietgedomesticeerde én nietdomesticerende oermens, naar voor te schuiven (o.a. in “Elements of refusal”). En hier wordt dan ook heel duidelijk waarom hij wetenschappelijkheid zo laag inschat: feiten lopen nogal eens in de weg van dogmatisch geponeerde ideologie van de Gouden Tijd. Dat de ongeciviliseerde “wilde” niet zo nobel was en lichtjes bloeddorstiger dan de gemiddelde auteur in Against civilization wil laten uitschijnen, dat leest men maar even na in Steven Pinkers bloedstollende brik The better angels of our nature. The decline in violence in history and its causes (2011).

Mens en natuur is nog zo’n onderwerp waarbij nogal licht wordt omgesprongen met de innige, maar me dunkt weinig harmonieuze relatie tussen een vrolijk fluitende anarchistische gastheer of dame en pakweg een stel spoelwormen of aarsmaden. Voor die laatsten moeten het wel écht Gouden Tijden zijn geweest. Sla er eens de eerste hoofdstukken van Broos’ Over geneeskundigen en geneeskunst. De evolutie van het medisch denken door de eeuwen heen (2011) of Lindebooms Inleiding tot de geschiedenis der geneeskunde (1979) op na.

De combinatie feiten en ideologie, het resulteert zelden in een geslaagd huwelijk.

Soupe à l’iranienne

Een ouder artikel (rond 2014) dat ik opgeduikeld heb uit de archieven van mijn vorige blog “Book Liberation Movement. Over vergeten en te vergeten boeken”.

* * *

Teheran. Je kan er boeken kopen die je hier zelden vindt. Je kan er langs de grachten lopen. Maar met je haar los in de wind riskeer je er evenwel opgepakt te worden door de basij, de lokale zedenpolitie. Voor een man is lang, los haar te westers. Voor een vrouw is lang en los haar laakbaar, afkeurenswaardig, schadelijk, schandelijk, boosaardig, satanisch en demonisch. En ook wel te westers. En mocht u er ooit aan getwijfeld hebben, het is de medeoorzaak van menige aardbeving. Teheraanse hoeren is trouwens een kreet die niet door de Iraanse politie bestreden wordt, maar gebezigd én aangemoedigd.

* * *

Mortsel. Wanneer de Goddelijke Voorzienigheid ook het boekje Citaten van Ayatollah Khomeiny (1979) een tweede leven aanbiedt in de kringloopwinkel Opnieuw&Co, dan betaal ik daar met plezier een kwart euro voor. Zelfs als ik in het achterhoofd hou dat het een Nederlandse vertaling is van een Franse vertaling van teksten in het Arabisch, de tweede taal van Ruhollah Mostafavi Musavi Khomeini en gepubliceerd werd in tempo suspecto. Anderzijds was 1979 het jaar waarin hij door Time Magazine verkozen werd tot man van het jaar.

De achterflap belooft een sappige, spetterende inhoud, met antwoorden op “voor Westerlingen beklemmende vragen: bijvoorbeeld wat moet men doen als een bladzijde van de Koran in het toilet gevallen is en wat moet er gebeuren met een kameel waarmee een man aan zijn gerief is gekomen”. Urine en fecaliën, zweet en snot, met zaad-en andere lozingen, in of uit welke lichaamsopening dan ook, het zijn de onderwerpen van een schier eindeloze reeks voorschriften. En het dient gezegd: de weinig jolige regelneef Khomeini weet er raad mee. Schijnbaar moeiteloos schudt hij een pedante mix van religieuze en pseudo-hygiënische regels uit zijn mouw, waarbij hij de grens tussen obsessief en pathologisch obsessief vlotjes overstijgt.

Ik ben geneigd te geloven dat fascinatie met pissen, kakken en poepen van alle tijden is. Toch lijken mij dat nu niet echt de vragen zijn geweest die het Westen bezig hield de avond na het verdrijven van hun bondgenoot sjah Mohammad Reza Pahlavi, tevens de avond voor de oorlog tussen Iran en Irak van 1980-1988.

Gelukkig gaat het boekje ook over zaken die politiek gezien iets pertinenter zijn dan wat men zoal in een papieren zakdoekje kan doen. Hier en daar toont het enig inzicht in wat de Voogdij van de Islamitische Jurist, de Vilayate Faqih, inhoudt. Helaas, er zijn weinig redenen om vrolijk te worden van Khomeini’s politieke opvattingen, die even voorspelbaar zijn als gevaarlijk en geretardeerd. En daarbij zijn ze nog eens gelardeerd met verbluffend doorzichtige en goedkope newspeak.

Een islamitische staat kan niet totalitair of despotisch zijn, maar alleen constitutioneel en democratisch. In die democratie komen wetten echter niet uit de wil van het volk voort, doch uitsluitend uit de Koran en de Soenna. […] Hierin ligt het wezenlijke onderscheid tussen een islamitische staat en de verschillende koninkrijken en republieken, waarin de gekozenen, de vertegenwoordigers van het volk of van de staat, wetten voorstellen en aannemen, terwijl in de Islam het enig bevoegde Gezag de Almachtige en Zijn goddelijke wil is.

Totalitair, despotisch, islamitisch, democratisch: wat hoort volgens dit citaat eigenlijk niet in het rijtje thuis?

Blijkbaar is de Almachtige ook niet almachtig genoeg en moet Hij het stellen met een plaatsvervanger op aarde, de Twaalfde Imam. Maar ook die vertegenwoordiger heeft een probleem: hij is namelijk spoorloos verdwenen. Weg. En net zoals God is hij nergens te vinden. Maar echt nergens. En zolang de Twaalfde, de mehdi, niet terugkomt, wordt hij afgevaardigd door de ayatollah. Die ayatollah, Khomeini dus, machtigt nu zichzelf om via “islamitische” rechtbanken doodvonnissen te kunnen uitspreken tegen mensen die al te veel problemen hebben met God, de twaalfde Imam en diens ne’ib, vertegenwoordiger, Khomeini dus. De minst almachtige van de drie wordt zo plots de meest machtige, de meest gevaarlijke, en door huizenhoge portretten én paramilitaire bendes van hyperreligieuze baardapen zoals de basiji, de echte alomtegenwoordige. Nog een verschil: van de drie is (of was) hij de meest bestaande.

Politiek-religieus lijkt er weinig te zijn veranderd in het huidige Iran van Khamenei, op een letter of wat na. Hoewel, waar Khomeini nog stelde dat het leger “van een geestelijke moet afhankelijk zijn, wil het slagvaardig en nuttig zijn”, leek op het hoogtepunt van president Ahmadinejads macht even alsof de militaire fractie de geestelijke in zijn greep had of toch minstens een poging daartoe deed.

Op het gebied van de haat jegens Israël in de eerste plaats, jegens alle niet-moslims in de tweede en laatste plaats lijkt er au fond ook niet veel te zijn veranderd. Er zijn nog steeds imperialisten, verraderlijke en tirannieke heersers, vermaledijde gezanten van Satan, westerse missionarissen, christenen of atheïsten, oriëntalisten, Ba’ath ideologen (waarschijnlijk alleen de Iraakse†, niet de Syrische!). Verder nog afvalligen, autocraten, coloradokevers, ectoplasma’s, en … euh, nee, toch niet, da’s kapitein Haddock. Hoe dan ook, Khomeini’s waanideeën, samenzweringstheorieën en de scheldkanonnades zijn nog steeds courant in het alledaagse, of beter gezegd, in het vrijdagse parlando.

Maar toch wordt de ashe jow ook nu weer niet zo heet gegeten als-ie werd opgediend. Zelfs het rabiate antizionisme heeft een deukje gekregen, getuige de berichten van mei 2012 over de samenwerking tussen Turkse, Iraanse, Arabisch en Israëlische wetenschappers met betrekking tot een deeltjesversneller in Jordanië. Het zou domweg naïef zijn om dit nieuws te beschouwen als het bewijs dat de Wetenschap slaagt waar de politiek faalt, maar het gaat wel in tegen Khomeini’s idee dat samenwerking met zionisten absoluut uitgesloten is. En dat is op zich al een kort, zeer kort vreugdedansje waard.

Verder was het volgens Alt Med-Khomeini bewezen dat de westerse dokters “op het gebied van de beenderleer volstrekt onwetend zijn, terwijl er in de bazaars van Iran met succes operaties werden uitgevoerd”. Want, zoals we allemaal weten, was en is een overdekte markt de plaats bij uitstek om vorderingen in de theoretische beenderleer te vertalen naar de praktijk. Ouwe zot. Ook aan de sneer van de ayatollah naar de Europese geneeskunde, die de vorige “leiders zo bekoord heeft dat ze onze overgeërfde geneeskunst hebben vergeten”, is weinig gehoor gegeven. De Iraanse medische diensten, zeker in de stedelijke gebieden, en de universitaire faculteiten zijn van een zeer hoog niveau.

Naar de wetenschap “en haar wetten” ging eveneens weinig sympathie vanwege onze bebaarde vriend uit:

Wij hebben er niets op tegen dat er mensen over de maan lopen en dat er kerncentrales worden gebouwd. Maar ook wij hebben een opdracht: wij moeten de Islam dienen…

… en ondertussen ook kerncentrales bouwen en ruimteprogramma’s ontwikkelen, moet men gedacht hebben in post-Khomeinitijden. Laat er geen misverstand over bestaan: hedendaags Iran is op wetenschappelijk-technologisch gebied een zéér grote speler. De opvolgers van Khomeini hebben ook dit deel van de voorschriften onder het Perzisch carpet geschoffeld.

* * *

Als uitsmijter nog enkele uitspraken met betrekking tot filosofie. Van iemand die de Westerse denken ideeënwereld zo hard bekritiseert en fel bevecht, zou men toch een ietsje meer feitelijke kennis verwachten over die denk- en ideeënwereld. Pythagoras’ voorliefde voor wiskunde vat hij, maar wat de opperhadj ook beweert, de oude Griek leefde niet in de tijd van de legendarische(?) koning Salomon (conventioneel rond 950 v.o.t.).

Ook Khomeini’s uitleg over Socrates is aan de eerder bizarre kant:

Groot theoloog. Hij leerde filosofie van Pythagoras en legde zich geheel op theologie en ethiek. Hij gaf aardse genoegens op en trok zich terug in een berggrot, waar hij zich geheel aan de enige God wijdde. Hij trachtte zijn tijdgenoten ervan te overtuigen dat ze geen andere goden moesten aanbidden dan de ware God. Naar aanleiding van die woorden drong het volk er bij de Sultan (Koning) op aan Socrates ter dood te brengen. De Sultan werd hiertoe gedwongen en vergiftigde hem…

Theologie? De grot van Socrates? De immer discussiërende stadsmus Socrates in de bergen, ver weg van zijn kwetterende medeburgers? Nah, hiermee gaat de brave borst op een doorsnee examen geschiedenis van de Westerse wijsbegeerte teleurstellend weinig punten scoren, me dunkt.

Ook zijn ideeën over Aristoteles en Descartes lijken mij eerder troebel en beneveld dan klaar en distinct:

Avicenna heeft gezegd dat niemand ooit de stellingen van Aristoteles heeft kunnen weerleggen, maar de Fransman Descartes meende later dat hij er de gebreken in had ontdekt. Deskundigen kunnen echter gemakkelijk inzien hoe ongegrond en kinderlijk de pretenties van Descartes op het gebied van filosofie en theologie zijn! Wee ons, moslims, die zo door het Westen zijn verblind, dat wij een lage dunk hebben van onze eigen wetenschap, waaraan die westerlingen in geen duizend jaar zullen toekomen!

Citaten van Ayatollah Khomeiny. Over politieke, levensbeschouwelijke, sociale en godsdienstige vragen. Keuze citaten, inleiding en noten Jean-Marie Xavière. Prisma, 1979.