De rekbare databank. Over VDAB en partner

Een cursus Natural Farming volgen? Via afstandsonderwijs? Geen probleem. Ambieert u een carrière als babymasseur en wil u daar thuis voor studeren, zonder zelf ook maar één boreling van dichtbij te zien? Ga eens kijken in de online databank van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleidingen. In één klik krijgt u daar alle info. Het aantal kliks om deze cursussen te kunnen starten, hangt af van uw online bankapp.

Inleiding

Op 17 mei 2020 stuurde Hilde Crevits de volgende tweet de wereld in:

Geen reden tot feesten voor Jimmy Koppen (o.m. raadgever onderwijs Open Vld) en Ann Brusseel (o.m. ex-parlementariër voor dezelfde partij en momenteel Algemeen Directeur Erasmushogeschool Brussel), die al jarenlang een strijd leveren tegen enkele uitwassen waar het feestvarken óók voor verantwoordelijk is (en lees vooral het draadje van Koppen).

Mij deed deze nieuwe klachtenstorm terugdenken aan een artikel uit De Tijd van op de kop twee jaar geleden, Een cursusje grootoudercoach, iemand? (17 mei 2018), door Katleen Gabriels (assistant professor filosofie en ethiek TU Eindhoven), Frederik Anseel (professor organisatiepsychologie King’s College London), Johan Braeckman (hoogleraar wijsbegeerte UGent), Gustaaf Cornelis (lerarenopleiding VUB), Ann Dooms (professor wiskunde VUB), Wouter Duyck (voorzitter opleiding psychologie UGent), Jimmy Koppen (wetenschappelijk medewerker geschiedenis VUB), Patrick Loobuyck (moraalfilosoof UA en UGent), Jean Paul Van Bendegem (hoogleraar wijsbegeerte VUB), Bart Van Kerkhove (professor wetenschapsfilosofie VUB en UHasselt) en Sylvia Wenmackers (wetenschapsfilosoof KU Leuven).

Het afstandsonderwijs heeft honderden cursussen in de aanbieding. Talen en hobby’s, maar net zozeer bachbloesemtherapie, handlezen of grootouder­coaching. Deze privéscholen benadrukken dat ze gegarandeerde kwaliteit bieden. Al te vaak komen wij uit bij ‘docenten’ die zelf geen relevante opleiding genoten. Dit is fake education.

En dat is nog maar de inleiding. Katleen Gabriels werd naar aanleiding van de open brief uitgenodigd in de studio van het vrt-journaal.

In januari 2019 meldde meester Mario Van Essche, o.m. voorzitter van het Humanistisch Verbond, bij SKEPP dat op de website van de VDAB een cursus tarotkaartenlezen werd aangeboden. Ook EOS, De Standaard en vrt nws kwamen met aanklachten tegen de cursussen esoterie, kwakzalverij en pseudowetenschap op de website van de Vlaamse overheidsinstelling. Eos schreef “VDAB gaat opleidingen op de website kritisch doorlichten”, DS kopte “Ook VDAB vindt kaartlezen geen goed idee” en de grote letters op vrt nws lieten zich lezen als “Geen opleidingen kaartlezen en bachbloesemtherapie meer op website VDAB”. Ik kom op die drie aspecten terug.

Geprikkeld door al die berichten heb toen ik zelf eens in de databank van de VDAB rondgekeken, op zoek naar bizarre opleidingen en cursusbeschrijvingen. Ik heb er een korte reeks artikelen over geschreven in januari/februari 2019 en nog een artikel in september 2019. U vindt ze hier terug. Door de recente tweets van Jimmy Koppen en Ann Brusseel ben ik opnieuw in die oude artikelen gedoken.

Oh ja, deze al te lange inleiding wil ik afsluiten met nóg twee opmerkingen. Ten eerste, het verschil tussen ‘erkend’ en ‘niet erkend’ is cruciaal voor de VDAB én de cursist: het is namelijk een kwestie van centen:

volg je een door VDAB erkende opleiding? Dan kom je in aanmerking voor heel wat financiële voordelen.
https://www.vdab.be/erkende-opleiding/voordelen

Het is echter niet de focus van dit artikel. Het is ook mijn advies aan critici om zelf eerst even te kijken of de opleiding waarvan sprake effectief erkend wordt of niet. Het is ook niet altijd even duidelijk.

Ik wil ook een tweede misverstand wegwerken. Ik gebruik hier en elders de frase “de VDAB biedt (deze of gene) cursus aan”. Nee, voor zover ik kan zien, wordt geen enkele van de hieronder besproken opleidingen door mensen van de VDAB gegeven, in de lokalen van de VDAB. Met ‘aanbieden’ bedoel ik dan ook ‘aanbieden in de databank’.

De rekbare databank

En met die databank van de VDAB lijkt iets bijzonders aan de hand te zijn. Ik begrijp heel goed dat niet elke cursus op elk moment kan aangeboden worden, maar bepaalde opleidingen lijken uit de databank te verdwijnen wanneer ze in de media onder vuur komen te liggen. Neem de cursus Lenormand tarotkaartenlezen, die ook door EOS in januari 2019 op de korrel werd genomen. Deze cursus verdween diezelfde maand uit de databank.

De opleiding Alternatief Therapeut voor Dieren was in januari 2019 te vinden in de databank, in februari 2019 niet meer. Deze cursus hield het volgende in:

Of beter, houdt. Want dit is geen schermafbeelding van januari 2019, maar eentje van mei 2020. De cursus wordt opnieuw aangeboden via de VDAB.

Toevalstreffer? Het is mogelijk. Opnieuw, het aanbod van cursussen varieert. Ik sta zelf lang genoeg in het (modulaire) volwassenenonderwijs om dat te begrijpen. Ik heb dus nog enkele andere opleidingen opgezocht. Bewustzijnscoach (inclusief de zeer slecht onderbouwde Emotional Freedom Techniques): januari 2019 in de databank, februari 2019 ook, in september 2019 verdwenen. Om in mei 2020 terug in databank op te duiken. Een cursus doula (bevallingscoach): januari/februari 2019 in de databank. In september 2019 kon ik het niet meer terugvinden. Eerder deze week, mei 2020, staat deze afstandscursus (jawel) opnieuw te blinken op de website van de VDAB.

Zelfs op dit moment vecht ik tegen de al te menselijke drang om patronen te zien waar er misschien geen zijn. Maar ik moet toegeven dat dit zeer moeilijk wordt wanneer ik merk dat de opleidingen energetisch therapeut, feng shui, healing, lichaamstaalexpert datzelfde patroon volgen. In september 2019 onvindbaar, in mei 2020 worden ze terug vermeld in de databank. De opleiding voor naturopaat, die zijn ze blijkbaar vergeten terug te zetten. Ook in mei 2020 moeten kandidaten voor deze opleiding een andere zoekterm ingeven. Voor alle duidelijkheid: ik heb in september 2019 en mei 2020 gezocht, dat houdt uiteraard niet in dat deze cursussen in die maanden zijn verdwenen dan wel komen bovendrijven.

Een ander voorbeeld. “Geen opleidingen kaartlezen en bachbloesemtherapie meer op website VDAB”, schreef vrt nws. Dat klopt voor de helft. Zoals gezegd is de cursus tarotkaartenlezen inderdaad permanent verwijderd, en ook de zoekterm “bachbloesemtherapie” geeft geen resultaten. Maar hier moet men even creatief zijn als de aanbieder van de cursussen. Denk daaraan wanneer u de zoekterm ‘homeopaat’, of beter, ‘homeopathie’ ingeeft. Terug naar onze bloesems: “Bach” leidt ons naar de opleiding Gezondheidsconsulent en “Bach-bloesemtherapie” vormen daar een onderdeel van de cursus. U merkt dat ook ayurveda en chakra’s aan bod komen.

Dus, nee, Bachbloesems zijn niet uit de databank verdwenen.

En dan vraag ik mezelf af wat er door het hoofd van de twee VDAB-woordvoerders moet gaan. In januari 2019 verklaarde toenmalige woordvoerder Shaireen Aftab:

Enkele weken later wist haar opvolger Joke Van Bommel te melden:

Ik ben nog steeds niet zeker of de twee woordvoerders ondertussen voor choco staan, of dat ik hen volledig verkeerd begrepen heb.

Dat bepaalde opleidingen niet op de website van de VDAB horen, daar zijn de meesten het over eens. Ik kan ook vaststellen dat er inderdaad heel wat opleidingen die kwakzalverij promoten, verdwenen zijn. Maar er zijn er ook heel wat terug opgedoken. En hoe zit het met dat strenger kwaliteitskader? En zijn onderstaande opleidingen nu echt “arbeidsmarktgericht”? En zelfs als ze dat zouden zijn, moet een Vlaamse overheidsinstelling dit soort dubieuze kwakzalverij en pseudowetenschap faciliteren én legitimeren? En in sommige gevallen nog financieren ook.

En dan denk ik aan: alternatief therapeut voor dieren, alternatief voedingsdeskundige, aromatherapie, bachbloesemtherapeut, bewustzijnscoach, doula, energetisch therapeut, feng shui, fytologie, handreflexoloog, happiness coach, healing, kristaltherapie, lichaamstaalexpert, life coach, mindfulness coach, natural farming (in afstandsonderwijs!), natuurlijke geneeswijzen, natuurvoeding, orthomoleculaire voeding, voetreflexoloog.

Laat me nu even de opleiding healing erbij nemen (Code E29627). Eén klik en we zitten midden in esoterisch, pseudowetenschappelijk, alternatief-medisch Lalaland. We zweven naar een parallel universum waar chakra’s geopend en gesloten kunnen worden, energetische velden knetteren en waar dna-activatie mogelijk is, wat dat ook moge betekenen.

Idem dito voor de opleiding energetisch therapeut (Code E16609), hoewel ik hier moet doorklikken naar de website van de lesgever: ongefundeerde nonsens, punt per punt, u aangeboden via VDAB.

In welk kader precies past dit, VDAB? En wat bedoelt u eigenlijk met kwaliteit?

En dit zijn dan maar twee voorbeelden van verschrikkelijk onnozele (maar daarom niet onschuldige) kwakzalverij. Het echte probleem zit ‘em dan nog niet in deze opleidingen, maar in bijvoorbeeld bewustzijnscoach en kindercoach.

Hoe rijmt de VDAB dat met “strenger kwaliteitskader” en “#workinpogress”. Geen idee hoe de VDAB de toekomst bekijkt, maar ik hoop niet na een cursus “glazen bolkijken” aangeboden door het Centrum voor Afstandsonderwijs.

Centrum voor Afstandsonderwijs

In januari 2019 wist toenmalige woordvoerder van de VDAB het volgende te melden in EOS:

Opleidingsverstrekkers kunnen hun opleidingen vrij op onze website plaatsen.

Op zich niet onlogisch: er moeten heel wat werkuren kruipen in het up-to-date houden van de databank en de organisaties die de cursussen verstrekken hebben alle nodige gegevens. Het is het woordje ‘vrij’ dat mij nog steeds met verstomming slaat. De VDAB is geen kattenpis, dat zijn geen drie ouw’ venten die af een toe een vergaderingetje houden in de achterzaal van Café De Sportvriend en aan het neefje vragen om een website in elkaar te knoeften. Dat is een overheidsinstelling die – met het risico te klinken als een man van middelbare leeftijd met hangbuik (toegegeven, ben ik, heb ik) – draait op belastinggeld. Die VDAB biedt dubieuze verstrekkers van zo mogelijk nog dubieuzere cursussen niet alleen webruimte aan om promotie te maken voor de grofst denkbare afzetterij, voor puur kwakzalversbedrog. Nee, ze laten die instellingen zélf vrijelijk bepalen wat ze in de databank en dus op de website zetten, en blijkbaar ook wanneer en dan nog eens zonder controle!

En dat Centrum voor Afstandsonderwijs (en Avondonderwijs) is een constante, althans tijdens mijn zoektocht. Deze instelling was ook een van de doelwitten van Ann Brusseel, toen parlementariër tijdens een commissievergadering voor onderwijs op 3 mei 2018 aan – alsof er niets veranderd is – bevoegd minister Hilde Crevits (Vraag om uitleg over de handelswijzen van private instanties die afstandsonderwijs aanbieden).

Een instelling die tijdens een commissievergadering wordt aangewreven dat ze afstandscursussen geven voor beroepsopleidingen die daar niet mee gebaat zijn (apothekersassistent is een van de voorbeelden in de vraag), 1500 euro voor bepaalde opleidingen vragen (toen althans), en die bestempeld wordt als “verre van koosjer”, die instelling zit mee aan de knoppen van Vlaanderens databank voor werkzoekenden? Ik hou mijn hart vast in dit post-COVID-19-tijdperk met zijn talloze extra werklozen, met mensen die hun beroepsleven terug op de sporen willen krijgen en daarbij een beroep doen op de VDAB-website.

Met betrekking tot de lijst van opleidingen had Brusseel toen ook al de volgende opmerkingen en vragen:

Daar staan nog zaken in die voor mij echt niet kunnen omdat het een vrij aanzienlijke impact kan hebben. Die mensen gaan denken dat ze de gezondheid van anderen kunnen beoordelen. Het gaat ook om ‘advies in voeding’: kindervoedingsadviseur, natuurlijke geneeswijzen, orthomoleculaire voeding, sportcoaches, anatomie en fysiologie, burn-outcoach. Ik lees hier ook de vrolijkheden van: aromatherapie, astrologie, Bachbloesemtherapeut – jawel –, parapsychologie en kristaltherapie – echt waar.

Ik heb dit deze morgen ook al besproken met de minister van Werk en wetenschapsbeleid [Philippe Muyters]. Hij was niet zo heel erg blij met mijn vragen, omdat ik ervan uitging dat hij als minister van wetenschapsbeleid even bezorgd zou zijn over de inhoud van die cursussen als ik, maar hij is iets minder bezorgd en heeft veel vertrouwen in de mensheid. Misschien siert deze karaktertrek hem. Ik heb dat niet altijd, al dat vertrouwen in de mensheid. Het weze zo.

Twee dagen later verscheen in De Morgen het artikel Klachten over private opleidingscentra. TL;DR: “Ze verkopen cursussen met diploma’s die totaal waardeloos zijn” en ook het Centrum voor Afstandsonderwijs krijgt zijn plaatsje in het verslag.

Wie mest deze stal uit?

Eigenlijk moet de vraag zijn, na minstens twee jaar van aanklachten en kritische berichtgevingen, en van de vragen van een parlementariër die het onderwijs kent: wie mest deze stal niet uit en waarom niet? Wie wordt hier beter van?

Ik meen te hebben begrepen dat het dringen is, maar is er nog plaats in die Skeptische Put van jullie, SKEPP? Ik help ze er graag mee in. En ik kan enkel maar hopen dat ik ze er binnen afzienbare tijd mee terug uit kan helpen. Er is geen enkele reden waarom de huidige rotheid van de VDAB inzake het aanbod van nepopleidingen, fake onderwijs en vuige kwakzalverij, oplichterij en bedrog, een permanent gegeven moet zijn.

Tot slot een disclaimer: ik heb geen enkele affiliatie met open-VLD. Ik heb zeer zeker wél interesse in de ideeën op het gebied van onderwijs van Ann Brusseel en Jimmy Koppen, die ik trouwens niet persoonlijk ken. Ik ben geen lid van eender welke humanistische of vrijzinnige organisatie. Ik ben geen ontevreden (ex-)werknemer, cursist of wat dan ook van de VDAB. Ik ben betalend en zogenaamd werkend lid van SKEPP.

Bij de dood van ‘Mad’ Mike Hughes

“Darwin Award 2020”, “Hij is plat. De aarde niet.” (smiley face), lees ik in de commentaarsectie van SKEPPs Facebook-pagina onder een eerder gepost artikel over het overlijden van Mike Hughes. Dat op mijn Facebook-muur de instelling voor de commentaren staat op “most relevant”, maakt deze wrede, gevoelloze reacties van zelfverklaarde skeptici bij het overlijden van een oude man er niet minder schrijnend op. Witzen op de kap van een 64-jarig slachtoffer, uitlachproza niveau HLN. Blijkbaar is een minimale vorm van medemenselijkheid te hoog gegrepen voor sommige kritische denkers.

Zo, het tweede scheenbeen dan.

Het tragische nieuws dat Mad Mike Hughes omgekomen is bij de crashlanding van zijn raket, heeft ondertussen ook Belgenland bereikt, onder andere middels vrt nws. Net zoals de foute aannames en feiten die ook al in internationale artikelen werden gedebiteerd. Hoe dramatisch het voor Hughes’ naaste omgeving ook zal zijn, echt wereldnieuws is het niet. Anderzijds is het een van de uitzonderlijke gevallen waarin de titel wel overeenkomt met de inhoud van het krantenartikel, maar beide even fout zijn.

“Stuntman wil met raket bewijzen dat de aarde plat is, maar bekoopt dat met zijn leven”, staat er in grote letters. “Michael Hughes vatte vier jaar geleden het plan op om zelf een raket te bouwen”, begint de tekst. “Met dat tuig wilde hij zichzelf lanceren en vanop grote hoogte controleren of de aarde al dan niet rond is.” Twee, drie zinnen, even veel onnauwkeurigheden. Tussen haakjes, om een of andere duistere reden kreeg het vrt-artikel de tag ‘wetenschap’.

In de eerste plaats was Michael Hughes een stuntman, en dat is hij altijd gebleven. Reeds in 2014/15 probeerde hij de veertig jaar oude stunt van legende Evel Knievel met een raketachtig toestel te overtreffen.

Evel Knievel jumps Snake River Canyon

Artikelen uit die periode leggen de nadruk op de poging om Knievels oude record te breken. Bijvoorbeeld:

“Mad Mike” Hughes World Record Rocket Cycle Stunt. Evel Knievel Snake River Canyon Inspired Steam Rocket Jump Attempted Tuesday Aug 6 During Sturgis Motorcycle Rally.
https://www.buffalochip.com/EVENTS/Famous-Events/Mad-Mike-Rocket-Jump

en:

Stuntman “Mad Mike” Hughes to jump over St. Lawrence River. “It’s probably the most extreme stunt ever attempted,” says “Mad Mike” Hughes. https://www.cbc.ca/news/canada/ottawa/stuntman-mad-mike-hughes-to-jump-over-st-lawrence-river-1.2882973

In geen van de stukken uit die periode, ruwweg 2014, begin 2015 dus, lees ik iets over geloof in de platte aarde. Althans niet in degene die ik gevonden heb. Misschien vonden de journalisten of Hughes het niet nodig om dat te vermelden of in de verf te zetten. Dat is ook een mogelijkheid. In verschillende artikelen vind ik wel aanwijzingen dat hij aanhoudend op zoek was naar sponsors en geld om zijn gewaagde projecten te financieren.

Hughes wilde steeds grotere stunts uitvoeren, wilde steeds grotere raketten bouwen, had meer geld nodig. Pas vanaf 2017 begint hij te vermelden dat hij gelooft dat de aarde plat is. Dat is een beetje na de periode waarin de eerste de beste Amerikaan met een beetje naam en faam kon verklaren dat hij geloofde dat de aarde plat was, wat dan weer gretig werd overgenomen door de pers.

Voor iemand die steeds op zoek is naar meer geld, is dat wel een gemakkelijke manier om een nieuwe sponsors aan te spreken. De pers smult van lacherige artikelen over platte-aarders, internet zorgt ervoor dat ze wereldwijd verspreid geraken en overgenomen worden door andere broodschrijvers die meer heil vinden in een snelle vertaling dan in enig opzoekwerk. Anders gezegd: het werk van de schrijvende opportunist maakte de fondsenwerving van de andere opportunist plots veel gemakkelijker.

Het is mede dankzij giften vanuit de groeiende gemeenschap van platte-aarders dat Hughes zichzelf de lucht kon in schieten met steeds grotere en dus gevaarlijkere “stoomraketten”. Dat het slecht zou aflopen, is niet echt een verrassing, wel tragisch.

Ook De Standaard gaat de mist in. Hun bron is BBC, maar de beweringen in het DS-artikel zijn op z’n zachtst gezegd ongefundeerd. Zij nemen de verkoopspraatjes van Hughes en zijn team iets te letterlijk:

Hughes was een fervent flat-earther. Hij geloofde dus niet dat de aarde bol is. Om dat te bewijzen wou hij met zelfgebouwde raketten naar de ruimte vliegen om van daaruit foto’s te maken van de ‘platte’ aarde.

Het artikel van BBC.com is al iets meer gekleurd door feiten. De platte aarde wordt in het stuk kort vermeld, de titel is droogweg: “’Mad’ Mike Hughes dies after crash-landing homemade rocket”. Waarschijnlijk een reden voor de BBC-twitteraar van dienst om de zaken even te pimpen: “The daredevil, who lived in Apple Valley, made headlines internationally when he announced his intention to prove his theory that the Earth was flat.” Ik vermoed dat De Standaard een ander BBC-artikel heeft gebruikt als bron, hoewel ik dat niet direct terugvind.

De LA Times gooit het over een andere boeg: zij hebben zowaar contact opgenomen met de pr-agent van Hughes. Deze krant weet te melden dat ‘Mad’ Mike meer dan waarschijnlijk niet in een platte aarde geloofde (met dank aan Pepijn van Erp voor de link):

Shuster, who did not attend Saturday’s launch, said the flat Earth argument helped drum up publicity and sponsors for Hughes, who made his rockets at his home in Apple Valley. “I don’t think he believed it,” Shuster said. “He did have some governmental conspiracy theories. But don’t confuse it with that flat Earth thing. That was a PR stunt we dreamed up.”

Ook Mike West (van Metabunk) is dezelfde mening toegedaan (en klik vooral even door naar de mooie en serene tekst van West):

Flat Earth didn’t kill Mike. His death is not a cautionary tale of the dangers of weird conspiracy theories. He died following his passion and being blinded by optimism. Flat Earth was just something tacked on that gave him loads of publicity. Perhaps he came to think the world was possibly flat. When I talked with him he only said he was keeping an open mind. But he didn’t seem like a believer. His partner Waldo Sykes, who built the rocket, certainly was not a Flat Earther.

Het is ironisch dat de man die waarschijnlijk geen platte-aarder was, die wel de gemeenschapjes frequenteerde om geld bij elkaar te harken, na zijn finale exploot onterecht als een wordt weggezet in de media. En dat het die pers ook nog eens duizenden klikjes, likes, shares en commentaren, de meeste zeer onsmakelijk en respectloos, oplevert. En dat is goed voor de sponsors.

Ik had in de kranten liever iets gelezen over ouderwetse stuntmannen à la Mike Hughes en Evel Knievel. Wat hen drijft, wat hen zo moeilijk maakt om te begrijpen. In plaats daarvan hebben we journalistieke rommel gekregen tsjokol foute aannames en conclusies, tsjokvol platte aarde.

Hoe dan ook, ‘Mad’ Mike Hughes is niet meer. Dappere, dwaze vent.

RIP, champ.

TOEVOEGING 26/02/2020
Zelfs de Flat Earth Society heeft het begrepen!

Project Gutenberg, Pinterest vs antivaccinatie-activisme

pg58918.cover.mediumEerder deze week kondigde Project Gutenberg de e-publicatie aan van Alfred Russel Wallaces boek Vaccination a Delusion (1898). Project Gutenberg digitaliseert teksten die in de Verenigde Staten binnen het publieke domein vallen. Wallace is dan weer beroemd geworden door zijn briljante bijdragen aan de evolutietheorie zoals die uiteindelijk door Charles Darwin werd uitgeschreven.

Minder gekend is hij omwille van zijn geloof in allerlei dubieuze theorieën, waaronder spiritisme en zijn antivaccinatie-activisme. Vaccination a Delusion is dan ook een aanklacht tegen een artikel verschenen in de Lancet, het beroemde wetenschappelijke tijdschrift dat vaccinatie wél verdedigde.

Maar terug naar Project Gutenberg en de link naar Vaccination a Delusion die verscheen in dezelfde week dat Pinterest, de sociaalnetwerksite die fungeert als digitaal prikbord, aankondigde om “vaccination” als zoekterm te schrappen, net omdat er te veel fake informatie van antivaccinatie-activisten in de resultaten verscheen. Een kleine domper: de Nederlandse zoekterm “vaccinatie” is niet geblokkeerd.

Pinterest

Een tweede poging: terug naar Project Gutenberg en de link naar Vaccination a Delusion. Wat opvalt is de grandioze opmerking van de e-tekstbezorger van Project Gutenberg:

Transcriber’s Note: Vaccination is not a delusion. Thanks to vaccination, killer diseases such as small-pox, polio and tetanus have been more or less eliminated. The supposed link between vaccination and autism comes from one fraudulent study which actively falsified its data (BMJ 2011; 342:c7452). If you’re reading this with the aim of justifying not vaccinating yourself or members of your family, stop right there and go and read some modern-day science instead.

Uiteraard verwijst de tekstbezorger naar de affaire-Wakefield. Deze dokter pleegde onderzoeksfraude en stak de lont aan de moderne antivaccinatiegekte.

I <3 Project Gutenberg.

Wallace 02

Online zoeken, een snelcursus van de VDAB

In een vorig blogartikel had ik een lijstje opgesteld van de meest dubieuze opleidingen die aangeboden worden via de website van de VDAB. Ik ga deze lijst opnieuw onderzoeken, maar niet meer via Google, maar via de zoekmogelijkheden die de website van de VDAB aanbieden.

handlezen.jpg

De aanleiding van dit nieuw artikel is een tweet van @vdab_be, die ik deels besproken heb in het vorige artikel.

Katleen grootoudercoach 2

Voor mijn vorige artikelen heb ik louter gezocht via Google, bijvoorbeeld met de zoektermen “Bachbloessem” en “vdab”. Naar aanleiding van deze tweet hierboven heb ik mijn lijstje van meest dubieuze opleidingen door de zoekmotor van de VDAB zelf gehaald en gekeken naar de resultaten.

  • Alternatief Therapeut voor Dieren: deze opleiding lijkt niet meer in de databank te staan. Ik vind wel een cursus “Aan de slag met Dieren in de zorgsector”, georganiseerd door Centrum Voor Afstandsonderwijs. Op afstand. Dat Centrum voor Afstandsonderwijs haalde op 7 februari 2018 het vragenuurtje van het Vlaams Parlement.
  • Alternatief Voedingsdeskundige: strikt genomen vind ik deze cursus inderdaad niet meer terug in de databank. In vind wel tal van andere zeer twijfelachtige cursussen onder de noemer “voedingsdeskundige”. Mocht u benieuwd zijn hoe een voedingsdeskundige zich verhoudt tot een diëtist, dan raad ik van harte het artikel Er wordt gespeeld met de gezondheid van mensen aan (2 oktober 2014).
  • Aromatherapie: goed nieuws, niet terug te vinden via de website!
  • Bachbloesemtherapeut en Bachbloesemtherapeut voor Dieren: idem dito!
  • Bewustzijnscoach: slecht nieuws. Deze cursus wordt nog steeds aangeboden. Ik herhaal even de bezwaren die ik in een vorige post naar voren bracht.
    “Via Emotional Freedom Techniques verwerk je negatieve ervaringen en laat je destructieve gevoelens los (…)”, lezen we. Nou, dat zoeken we even op. “EFT, is een controversiële therapeutische interventietechniek gericht op desensitisatie. EFT is een van de methoden van de energiepsychologie, een van de alternatieve geneeswijzen.” (Wikipedia). Klinkt niet zo goed.
    “EFT is een vorm van emotionele acupressuur. (…) Bij EFT tik je met je vingertoppen op specifieke punten op je lichaam terwijl je je concentreert op je fysieke, emotionele of psychische pijn”, lees ik op de website van een promotor van EFT, en eerlijk gezegd, dat klinkt niet veel beter.
  • Doula: “Aan de slag als Doula/bevallingscoach (…) georganiseerd door Centrum Voor Afstandsonderwijs. We lezen verder: “Dankzij de flexibiliteit van een thuisstudie studeer je waar en wanneer je wil. Je krijgt een jaar lang begeleiding van een gepassioneerd docente en doorwinterd doula via een online platform. Deze geeft je praktijkgerichte oefeningen, uitgebreide feedback en tips uit haar carrière. Als je er klaar voor bent, leg je examen af op één van onze examenlocaties en als je slaagt, ontvang je het diploma!”
  • Energetisch Therapeut: wordt nog steeds aangeboden, “georganiseerd door Centrum Voor Afstandsonderwijs”.
  • Feng Shui: deze zoekterm leert ons vooral dat het mogelijk is om een controversiële term niet meer in de titel van de opleiding te zetten, maar om hem te verbergen in de beschrijving van de opleiding. Een les om te onthouden.
  • Fytologie: voor deze zoekterm geef ik de link naar de resultatenpagina. Interessant hier zijn de vermeldingen “Farmaceutische plantkunde en homeopathie (apothekersassistent)”.
  • Gemmotherapie: dit onderdeel van de zogenaamde Chinese Traditionele Geneeskunde staat niet meer in de databank. Via “Chinese” kom ik nog wel op een kwakcursus acupressuur. Het voordeel van de zoektocht via de website wordt duidelijk: men vindt ook zaken waar men niet op zoek naar is.
  • Handreflexoloog: bingo! “Handreflexologie is helemaal hot! Na deze hands-on thuiscursus heb jij de correcte technieken in handen om vrienden, collega´s, familie, je partner of klanten te ontstressen. In een letterlijke en figuurlijke handomdraai laat jij mensen terug bruisen van energie!” Het staat er echt, op de website van de VDAB. Om een of de andere bizarre reden wordt handreflexologie wel, maar voetreflexologie niet meer aangeboden.
  • Healing: “Georganiseerd door Centrum Voor Afstandsonderwijs”
  • Lichaamstaalexpert: ook deze opleiding wordt nog aangeboden.
  • Naturopaat: niet, voor homeopaat vind ik verschillende opleidingen terug.
  • Natuurlijke Geneeswijzen: blijkbaar niet meer in de databank.
  • Natuurvoeding: idem dito

Het dient gezegd, de resultaten van deze nieuwe zoektocht via de website lijken beter te zijn dan een zoektocht via Google. Maar heel bevredigend is dit niet: ik vind “voetreflexoloog” niet terug via de zoekmotor op de VDAB-website, maar wel via Google. En één klik later ben ik op de website van de aanbieder van de cursus (Centrum voor Afstandsonderwijs), nog een klik later kan ik mij registreren en inschrijven.

Het is natuurlijk vrij absurd om te suggereren dat men (1) niet mag googlen wanneer men naar een opleiding op de website van de VDAB zoekt, (2) dat men via Google “helaas” toch dubieuze cursussen op diezelfde website vindt, die (3) zogezegd niet meer aangeboden worden, (4) behalve wanneer me de inspanning doet om twee keer te klikken. En dit terwijl de echt absurde gevallen genre Lenormand-kaarten lezen wél helemaal verdwenen zijn! Ik kan me indeelden dat het Centrum voor Afstandsonderwijs blij is met wat lijkt op advertentieruimte op de website van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding.

Het is ook heel bijzonder dat bepaalde opleidingen niet meer opduiken, niet via Google, en ook niet via de website, en dat sommige resultaten alleen opduiken bij een google-zoektocht. Maar om dat te begrijpen moet ik misschien eens een geschikte cursus zoeken. 

Duitse Humanistische Partij: “Ngo’s zaaien angst”

Deze vertaling verscheen in het winternummer van Wonder en is gheen Wonder (2017), het ledenblad van SKEPP. De extra tekst is geschreven door Bart Coenen, hoofdredacteur van Backcover.be en mede-auteur van het boek Ecomodernise. Het nieuwe denken over groen en groei.

* * *

De heisa rond de beoordeling van de gevaren van het herbicide glyfosaat houdt burgers, politici en verschillende belangengroepen al jaren in de ban. “In deze controverse gaat het niet alleen om de effecten op mens, dier en milieu, maar zeker ook over de invloed van de industrie op de politiek”, schrijven Hans Ajiet Holkamp en zijn collega’s in een Positionspapier van de Duitse Partei der Humanisten.

Dat glyfosaat een relatief ongevaarlijk middel is, wordt ondertussen wetenschappelijk algemeen aanvaard. Er is voldoende aangetoond dat glyfosaat in vergelijking met andere onkruidverdelgers – ook degene die in de biolandbouw gebruikt worden – minder doorweegt op het milieu en de gezondheid én dat het veel effectiever is. Daardoor stijgt de productiviteit en de opbrengst van de landbouw. Als de wereldbevolking zoals verwacht aangroeit, dan zal ook de behoefte aan voedsel en dus de landbouwproductie stijgen. Een verhoging van de oogst gecombineerd met een minimalisering van de expansie van landbouwgronden heeft een positieve invloed op de biodiversiteit en de klimaatbescherming.

Vanuit wetenschappelijk oogpunt is het niet zinvol om glyfosaat te verbieden want dan moeten landbouwers naar middelen grijpen die schadelijker zijn voor mens en milieu, minder effectief zijn en de biodiversiteit sterker aantasten.

Dit hele debat gaat dus niet uitsluitend over de wetenschappelijke beoordeling van het middel, maar ook over de geloofwaardigheid en de onafhankelijkheid van de wetenschappers. Populisme of irrationele angst zou nochtans niemand mogen verleiden om wetenschappelijke bevindingen in de politieke besluitvorming te negeren. Voor ons vormen feiten, wetenschappelijke bevindingen en expertise de basis waarop wij onze politieke eisen ontwikkelen.

Glyfosaat is een herbicide dat inwerkt op de bebladering. Het wordt door alle groene delen van een plant geabsorbeerd en komt daarna terecht in de wortels. Daar blokkeert glyfosaat het enzym EPSPS, dat nodig is voor de groei van de plant. Het blokkeren van dit enzym onderbreekt de stofwisseling en veroorzaakt op die manier het afsterven van niet-resistente planten.

Effecten op planten en dieren

Deze specifieke stofwisseling (synthese en aanmaak van aminozuren door het enzym EPSPS) vindt alleen plaats in planten, schimmels en bacteriën. Het heeft geen betrekking op mensen, dieren of insecten. Glyfosaat onderscheidt zich door deze werkwijze van zo goed als alle andere onkruidverdelgers, die op dit gebied een aantoonbaar hogere toxiciteit vertonen.

Medische effecten

Glyfosaat wordt door de wetenschap overwegend geklasseerd als niet-kankerverwekkend en niet-genotoxisch. Tot deze evaluatie komt niet alleen het Bondsinstituut voor Risicoanalyse (BfR, als onafhankelijke, wetenschappelijke en partij-onafhankelijke instantie in 2002 door de rood-groene regering opgericht, meer bepaald op last van de Groene minister Renate Künast). Ook de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO), de Joint Meeting for Pesticide Residues (JMPR) en de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) zijn het na een evaluatie van de wetenschappelijke literatuur erover eens dat glyfosaat niet kankerverwekkend is.

Enkel het International Agency for Research on Cancer (IARC) klasseert glyfosaat als “waarschijnlijk kankerverwekkend”. Voor deze indeling hanteerde de organisatie een andere, naar onze mening onduidelijke schaal die een theoretisch eerder dan een reëel kankerrisico aangeeft. Volgens deze schaal betekent categorie 1 “kankerverwekkend”, categorie 2A “waarschijnlijk kankerverwekkend”, categorie 2B “mogelijk kankerverwekkend”, categorie 3 “niet in te delen” en categorie 4 “niet kankerverwekkend”.

Hieronder werden substanties samengebracht die in bepaalde gevallen kanker zouden kunnen veroorzaken, maar zonder dat de omstandigheden of de condities nader bepaald worden. Producten waaraan verschillende kankerrisico’s verbonden worden, kunnen daardoor in dezelfde categorie terecht komen. Tot groep 1 behoren onder andere bewerkt vlees, tabaksrook, asbest, uv-straling en alcoholische dranken. Glyfosaat wordt door het IARC in categorie 2A ondergebracht, samen met rood vlees, anabole steroïden en rook van een open haard. Deze inde ling is problematisch, omdat zij tot grote onzekerheid bij de consumenten leidt en geen wetenschappelijke informatie geeft omtrent werkelijke kankerrisico’s.

Gevolgen voor de bodem en het water

Na de behandeling met glyfosaat worden restanten door micro-organismen in het grondwater en de bodem afgebroken. In het grondwater is glyfosaat slechts in de kleinste hoeveelheden aantoonbaar, en zeker in vergelijking met andere bestrijdingsmiddelen tegen planten sneller in de bodem gebonden. Glyfosaat wordt in waterlopen binnen de maand afgebroken, net zoals in de akkerbodem. In bosgebieden gebeurt dat binnen het kwartaal.

Tijdens de behandeling met glyfosaat moet de akkerbodem minder geploegd worden. Dit zorgt voor minder bodemerosie, vermindert de CO2-uitstoot en verbetert de waterhuishouding. Het gaat ook een verlies van organisch materiaal en een verlies aan biodiversiteit tegen. Het drogen van geoogste granen wordt overbodig, waardoor het aantal werkuren sterk vermindert en minder machines nodig zijn. Door de verhoogde productiviteit kunnen landen onafhankelijker worden van import.

Verdamping van glyfosaat is door de geringe vluchtigheid te verwaarlozen. Ook de drift is zeer gering; uiteraard hangt dit af van het sproeigereedschap. Ondanks de in vergelijking geringere drift, moet er voor gezorgd worden dat het product precies wordt verspreid door middel van moderne sproeitechnieken. Dit om nabije velden te vrijwaren en het risico van schade aan niet-doelplanten te minimaliseren.

Effecten op de uitstoot van broeikasgassen

Hoe minder de bodem moet geploegd worden, hoe minder CO2 uit deze bodem vrijkomt. Bovendien kan de uitstoot van broeikasgassen aanzienlijk verminderen door de omzetting van gras- naar akkerland te elimineren en door het brandstofverbruik van het machinepark te verminderen. Bovendien leidt een verhoging van de opbrengst tot een vermindering van de kosten. Verder kan men er ook voor zorgen dat de bodem minder mechanisch bewerkt moet worden. Dat heeft dan weer als gevolg dat er minder brandstof, maar dus ook minder machines en minder arbeidskrachten moeten ingezet worden.

Productie en gebruik

In 2000 verliep het patent voor glyfosaat. Ondertussen zijn er meer dan 90 bedrijven die glyfosaat produceren, waarvan meer dan 50 in China, enkele in India en in de VSA. Wereldwijd wordt er meer dan 850.000 ton glyfosaat aangemaakt, waarvan meer dan 40% in China. In Duitsland wordt ongeveer 6000 ton op 40% van de landbouwgronden ingezet.

Natuurlijk moeten belangenconflicten onderzocht worden. Maar deze moeten niet alleen in onderzoeksinstituten, in de industrie of in ondernemingen gezocht worden, maar in de hele biobranche, onder anti-ggo-activisten en bij ngo’s. Wangedrag op grond van belangenconflicten kon aangewezen worden bij tegenstanders van het gebruik van genetische modificatie en glyfosaat. Zo waren er bij de studie van het IARC anti-ggoactivisten betrokken. Bij de heer Portier, een externe consulent voor het IARC die betrokken was bij de studie die glyfosaat categoriseerde als “waarschijnlijk kanker verwekkend”, werden overtuigende bewijzen gevonden van belangenverstrengeling. Het is bovendien nog maar de vraag of hij de nodige wetenschappelijke competenties had die nodig waren voor de opdracht. De studie van Gilles-Éric Séralini over het verband tussen glyfosaat en tumoren bij ratten die in 2012 openbaar werd gemaakt, werd teruggetrokken wegens methodologische gebreken.

Conclusie

Glyfosaat heeft een lagere toxiciteit voor mensen, insecten en andere dieren dan verschillende andere herbiciden. Het is zeer effectief, wordt sneller en gemakkelijker biologisch afgebroken dan traditionele onkruidverdelgers en beschermt de biodiversiteit omdat het slechts bij planten werkt, omdat de bodem niet omgeploegd moet worden en omdat theoretisch minder gebieden voor de landbouw moeten ingezet worden. Met glyfosaat kunnen velden het ganse jaar groenbemest worden zonder te ploegen en zonder dat het onkruid de overhand neemt. Daarom is het al bij al onverantwoord om een verbod tegen glyfosaat te eisen. Wij keuren politieke willekeur af. We mogen vooral niet toestaan dat wetenschappelijke gegevens en feiten genegeerd worden en vervangen worden door paniekzaaierij. Wetten kunnen we veranderen, natuurwetten niet.

De auteurs zijn actief in de Duitse Partei der Humanisten. Je vindt de originele tekst van dit standpunt op https://parteiderhumanisten.de.

* * *

Reacties op het EU-besluit (Bart Coenen)

>> “Hoewel velen dit zullen bestempelen als een overwinning voor de gewasbeschermingsindustrie, zijn wij toch teleurgesteld dat ondanks het overweldigende wetenschappelijk bewijs, de goedkeuring slechts verlengd wordt voor 5 jaar”, schreef de Belgische vereniging van de industrie vanewasbeschermingsmiddelen (Phytofar) in een mededeling. “Het wetenschappelijk procedé wordt ondermijnd door emotie en electorale overwegingen en dit is een verontrustende evolutie.”

>> Peter Jaeken, secretaris-generaal van Phytofar verduidelijkt: “Ontwikkelen van nieuwe producten om gewassen gezond te houden, vragen veel tijd en aanzienlijke investeringen. De Europese Unie en België hebben een zeer streng en uitgewerkt beleid om werkzame stoffen en producten op een onafhankelijke en wetenschappelijke basis te evalueren. Deze benadering is een basisvoorwaarde om een minimum aan rechtszekerheid te scheppen en vooruitgang te stimuleren. We roepen de diverse politieke overheden dan ook op om terug te keren naar een productbeleid dat hierop gebaseerd is. Dat is niet alleen in het belang van onze sector maar van de ganse agro-voedingsketen, inclusief de consument.”

>> Europees parlementslid Bart Staes (Groen) reageerde teleurgesteld: “Aan dit besluit zit een giftige angel. Ik vrees dat hier andere belangen dan de volksgezondheid en het leefmilieu worden verdedigd.” Staes beschuldigt het Duitse agentschap BfR van wetenschapsfraude: “De BfR kopieerde grote delen van het Glyphosate Task Force rapport zonder ernaar te verwijzen.” Volgens Staes spelen ook economische belangen mee: “Er is het belang van het Duitse chemiebedrijf Bayer, dat tientallen miljarden biedt om Monsanto over te nemen. Een verbod van glyfosaat zou dat bedrijf grotendeels waardeloos hebben gemaakt.”

>> Leo Neels, CEO van de denktank Itinera vroeg zich in een opiniestuk af waarom journalisten blijven schrijven dat glyfosaat mogelijk kankerverwekkend is: “Men valt nu de wetenschappers aan en haalt hun integriteit onderuit. Men maakt de procedure verdacht. Het verwijt wordt nu dat de beslissing rekening heeft gehouden met de door aanvrager Monsanto ingediende informatie die door wetenschappers is aangeleverd. Nochtans is het precies de taak van de EFSA en ECHA, om die studies en het hele aanvraagdossier net zo kritisch tegen het licht te houden als de studie die van een waarschijnlijk kankerrisico sprak. Nog meer bijzonder is dat niemand heeft aangetoond dat de analyses van Monsanto, EFSA en ECHA niet zouden beantwoorden aan de wetenschappelijke criteria. Het énige aanvaardbaar argument zou immers het bewijs zijn dat de studies waarop de beslissing rust niet aan de wetenschappelijke standaarden beantwoorden en de afweging niet correct verliep. Zulk bewijs is er niet, er zijn enkel  intentieprocessen, verdachtmakingen en insinuaties. Die kunnen geen deugdelijk antwoord zijn op wetenschappelijke evidentie. Milieubewegingen weten dat ook wel, maar de emotionele uitval bekt beter, doch dat is een zwaktebod. Journalisten horen zonder meer beter te weten, en zij zijn professioneel en deontologisch verplicht om dieper te graven dan deze emotionele bovenlaag.”

Keith Kloor: Journalistiek onder vuur 4/4

Deze vertaling verscheen in Wonder en is geen Wonder (Winter 2017), het ledenblad van SKEPP.

* * *

Wat gebeurt er wanneer je als wetenschapsjournalist schrijft over thema’s waarrond milieu-organisaties en andere ngo’s een verdienmodel hebben opgebouwd? “Afhankelijk van het onderwerp geldt in de wetenschapsjournalistiek dat hoe meer je rapporteert over feiten, hoe minder effect het lijkt te sorteren”, schrijft de Amerikaanse wetenschapsjournalist Keith Kloor. Tijdens zijn carrière als journalist en docent journalistiek raakte Kloor gefascineerd door de hardnekkigheid van bepaalde valse narratieven, zoals mythen rond vaccinatie of genetisch gemodificeerde organismen. “Het draait allemaal rond het verhaal en hoe sterk het gebracht wordt”, weet Kloor. Een paar jaar geleden kwam Kloor door een campagne van activisten tegen zijn persoon zelf in de problemen. Door zijn journalistieke werk dreigde hij niet alleen vrienden, maar ook zijn inkomen te verliezen. Of het dit allemaal waard was, is de centrale vraag in dit openhartige essay.

***

Karaktermoord

Het begon op een mooie dag in september, toen de anti-ggo-groep een reeks emails postte die door dat FOIA-verzoek waren vrijgegeven en waarin mijn naam stond, samen met die van andere journalisten, zoals Tamar Haspel van de Washington Post en Amy Harmon, die tweemaal een Pulitzerprijs heeft mogen ontvangen. Zij werkt nu voor de New York Times en publiceerde eerder een zeer gewaardeerde reeks over controverses in het ggo-debat. Het artikel met fragmenten uit de e-mails, gevolgd door commentaren en opmerkingen vanuit de actiegroep, kreeg de titel A Short Report on Journalists Mentioned in our FOIA Requests. De citaten uit de e-mails vermeldden niets over wat wij drieën gezegd of gedaan hadden. Tussen haakjes, wanneer een journalist regelmatig schrijft over een controversieel onderwerp en ook effectief gelezen wordt, dan kun je ervan op aan dat de naam van die journalist opduikt in e-mails van mensen die geïnteresseerd zijn in die onderwerpen. De enkele keren dat onze namen verschenen in het gekeuvel onder de universitaire wetenschappers, waren blijkbaar genoeg om de argwaan van de anti-ggo-groep te wekken. Zo wordt bijvoorbeeld mijn naam vernoemd in een e-mail van een academicus die uitgesproken pro-ggo is. Zijn boodschap, over geruchten dat er websites gehackt zouden zijn, werd verstuurd naar verschillende wetenschapscommunicatoren en vertegenwoordigers van de biotechindustrie. Mijn naam was één in een lange lijst van mensen die deze e-mail in cc toegestuurd kregen. Conclusie van de anti-ggo-groep: “Deze e-mail impliceert dat Kloor nauw samenwerkt met vooraanstaande vertegenwoordigers van de agro-chemische industrie.”

Enkele dagen later nam de eerder liberaal-progressieve website Alternet het ‘samenvattend rapport’ van de antiggo-groep letterlijk over, maar plaatste er wel een pakkende titel boven: 3 Journalists Who Are Disturbingly Cozy with the Agrichemical Industry. Vergeet niet dat er zelfs geen enkele e-mail van ons drieën tussen de hoop zit! Het is een opeenstapeling van gevolgtrekkingen, een verklaring van schuld-door-associatie louter op basis van een naamsvermelding. Niet lang daarna ontving ik een e-mail van Robert Kennedy Jr. Hij had mijn e-mailadres toegevoegd in een antwoord aan een anti-vaccinatieactivist die hem net had geïnformeerd dat er bekend was gemaakt dat ik een betaalde pion was voor de industrie. Kennedy’s bevestingsdrang deed de rest: “Klinkt aannemelijk. De eerste vraag die ik ooit aan Keith gesteld heb, was of hij betaald werd door de farmaceutische industrie. Het is te gek voor woorden dat een gast die zichzelf verkocht heeft als wetenschapsjournalist, de rommelwetenschap van die industrie zo hard promoot.” Binnen een paar weken zag ik mezelf beschreven als een “Monsantohoer” en een “onderkruiper van de industrie”.

Ik kon het mij niet al te hard aantrekken: mensen die online als een razende te keer gaan ondermijnen gewoonlijk heel snel hun eigen geloofwaardigheid. Maar in januari 2016 kwam de campagne om mijn professionele reputatie te beschadigen in een stroomversnelling terecht. Greenpeace, dat al heel lang gekant is tegen ggo’s en dat de wetenschappelijke consensus rond de veiligheid ervan verwerpt, maakte een pagina over mij aan op de website PolluterWatch. Het is een geslepen mix van feitelijk correcte biografische details, halve waarheden en complete verzinsels, zoals “Kloor heeft regelmatig verzoeken om informatie openbaar te maken afgekraakt. Een paar van die verzoeken betroffen zijn eigen communicatie omtrent ggo’s, door organisaties die de belangenvermenging onderzoeken tussen bedrijven en wetenschappers.” Voor deze claim worden er geen bewijzen aangevoerd. En al bij al is het uiterst absurd omdat ik zelf al FOIA-verzoeken heb ingediend om misdaden van de industrie te onthullen.

Dagen later verscheen een gelijkaardig bericht op de website Sourcewatch, een internetwaakhond die “groepen en mensen die PR-operaties uitvoeren voor bedrijven” screent. Tot op de dag van vandaag vinden mensen die mijn naam googelen die websites terug in de zoekresultaten. Wie niet vertrouwd is met mijn werk kan onmogelijk uitmaken wat nu correcte of foute informatie is. En dat is nu net de bedoeling. Dit is verontrustend in het digitale tijdperk waarin we leven. Mensen worden tegenwoordig sowieso al in de war gebracht door fake news en gladde politieke propaganda.

De reacties die ik ontving van collega’s van de Society of Environmental Journalists (SEJ) deden mij de moed zo mogelijk nog meer in de schoenen zinken. Nadat ik PolluterWatch en SourceWatch vermeldde op de e-maillijst van deze organisatie, liet een lid van SEJ weten: “Klinkt aannemelijk.” Een ander lid schreef in een privébericht: “Keith, alstublieft, zeg nu toch eens wie jouw salaris betaalt. Hoe kan je nu verder doen alsof je niet door de knieën bent gegaan voor de verlokkingen van de spindokters en hun verhaaltjes, die begonnen toen de varkensvleesindustrie dokters betaalden om de voordelen van varkenskadavers te eten, op te hemelen. Prijs je nu die technologieën aan waarvan nog niet bewezen is dat ze honderd procent veilig zijn of niet? SPREEK OP, MAN. Het wordt tijd dat je met jezelf in het reine komt”. Nadat ik van de verbazing bekomen was, bedacht ik: met zo’n collega’s, wie heeft er dan nog vijanden nodig?

Toen ik dit essay aan het afronden was ontving ik een e-mail van een wetenschapper aan een openbare universiteit die net die dag nog maar eens een FOIA-verzoek had ontvangen van dezelfde anti-ggo-groep die in de loop van het vorige jaar tal van zulke verzoeken had verstuurd naar tientallen collega’s in de V.S. en Canada. Dit verzoek verschilde van de vorige omdat het de correspondentie opeiste tussen de wetenschappers en iedereen die connecties heeft met de biotechindustrie. Dit keer ging het over de correspondentie over de drie laatste jaren tussen de wetenschapper in kwestie en drie journalisten: ik, Tamar Haspel van de Washington Post en Nathanael Johnson van Grist. Wij drieën hebben enorm veel geschreven over ggo’s, wij hebben verkeerde informatie gecorrigeerd en mythes ontkracht. Kortom, wij hebben bepaalde hardnekkige en valse verhalen omtrent de wetenschap van de agrarische biotechnologie aangevochten. Misschien vermoedt de anti-ggo-groep die onze e-mailcorrespondentie wil uitvlooien dat er genoeg aanwijzingen te vinden zullen zijn die onze namen kunnen besmeuren en bijgevolg onze berichtgeving over ggo’s.

Maar wat er ook gevonden wordt, ik zie alvast de schadelijke en schandelijke kop: “Wetenschapsjournalisten communiceren met wetenschappers”.

Keith Kloor
is freelance journalist en adjunctprofessor Journalistiek aan de New York University en de City University of New York Graduate School of Journalism.

Keith Kloor: Journalistiek onder vuur 3/4

Deze vertaling verscheen in Wonder en is geen Wonder (Winter 2017), het ledenblad van SKEPP.

* * *

Wat gebeurt er wanneer je als wetenschapsjournalist schrijft over thema’s waarrond milieu-organisaties en andere ngo’s een verdienmodel hebben opgebouwd? “Afhankelijk van het onderwerp geldt in de wetenschapsjournalistiek dat hoe meer je rapporteert over feiten, hoe minder effect het lijkt te sorteren”, schrijft de Amerikaanse wetenschapsjournalist Keith Kloor. Tijdens zijn carrière als journalist en docent journalistiek raakte Kloor gefascineerd door de hardnekkigheid van bepaalde valse narratieven, zoals mythen rond vaccinatie of genetisch gemodificeerde organismen. “Het draait allemaal rond het verhaal en hoe sterk het gebracht wordt”, weet Kloor. Een paar jaar geleden kwam Kloor door een campagne van activisten tegen zijn persoon zelf in de problemen. Door zijn journalistieke werk dreigde hij niet alleen vrienden, maar ook zijn inkomen te verliezen. Of het dit allemaal waard was, is de centrale vraag in dit openhartige essay.

***

De anti-ggo-bende

In 2012 schreef ik een stuk voor Slate met de openingszin: “Ik heb lang gedacht dat er niets kon tippen aan de desinformatie die uitgespuwd werd door klimaatontkenners en hun spindokters. Maar dan begon ik aandacht te schenken aan hoe anti-ggo-activisten de wetenschap omtrent genetisch gemodificeerde gewassen hebben vertekend en verdraaid. Men zou verrast zijn over hoeveel succes ze daarmee behaalden en over wie hen daarbij een handje heeft geholpen.” Op dat moment was ik amper bezig met biotechnologie. Het grootste deel van de jaren 2000 had ik het gezellig druk als redacteur bij een toonaangevend blad over milieu, met het schrijven van stukjes over fauna, milieubescherming, klimaatverandering en de zonden van de olie-, kolen-en gasindustrie. Ik ben nog steeds trots op mijn werk voor het tijdschrift van de National Audubon Society in die periode. Ik ben niet iemand die op een mooie dag is opgestaan en plots zijn carrièrekeuze of job van milieujournalist in vraag begon te stellen. Ik heb geen ideologisch of politiek kantelmoment doorgemaakt dat mij heeft doen besluiten, zoals de titel van het artikel stelde: “Ggo-opposanten zijn de klimaatontkenners van de linkerzijde”.

In 2009 werd ik een freelancer en moest ik voor mezelf een niche zoeken, terwijl ik de nuances van bepaalde onderwerpen in het milieu- en klimaatdebat onderzocht die te weinig aan bod kwamen in de media, of in sommige gevallen zelfs helemaal niet. Een onderwerp dat opviel omdat het zo onderbelicht werd door mijn collega’s, was het ggo-debat.

In de jaren 1990 en de vroege jaren 2000 was het wel even opgeflakkerd, maar tijdens de rest van het decennium smeulde het ergens ver op de achtergrond. Maar toen in de late jaren 2000 de beweging van voedselactivisten opstond, begon men een campagne om genetisch gemodificeerd voedsel te labelen (dat gebeurde eerst in de Verenigde Staten, maar later waaide het idee ook over naar Europa, nvdr.). Dit bracht de wetenschap van de agrarische biotechnologie terug onder de aandacht. Ik nam daar nota van. Gelukkig begon ik aan dat onderwerp met weinig vooroordelen of sterke emoties. Ik had voordien niet al te veel aandacht besteed aan het ggo-debat. Ik wilde dus eerst de wetenschap van de agrarische biotechnologie leren begrijpen. Ik leerde al snel dat het een moeilijke en ingewikkelde wetenschap is die voortgestuwd wordt door de industrie. En dat maakt zonder enige twijfel heel veel mensen al van in het begin argwanend. Zeer begrijpelijk, gezien de lange, goed gedocumenteerde historiek van desinformatie en karaktermoorden uitgevoerd door de chemische, tabaks-, en olie-industrieën, om enkel maar de meest gekende onfrisse voorbeelden aan te halen.

Maar ik ontdekte ook dat de angst voor “frankenfood”, wat de vroege tegenstanders van ggo’s sterk bezighield, nooit werkelijkheid werd. Prestigieuze wetenschappelijke instellingen hebben aan het einde van de jaren 2000 de verzamelde resultaten van onafhankelijke onderzoeksgroepen tegen het licht gehouden. Hun conclusie luidde dat biotechnologie bij eetbare gewassen veilig is. Er waren nog wel enkele netelige kwesties omtrent de milieu-impact bij enkele gewassen, bijvoorbeeld of ggo’s het gebruik van pesticides nu verminderden of vergrootten, maar alles samen genomen was er een consensus dat de wetenschap op een productieve manier door de landbouwers gebruikt werd zonder mens of fauna te schaden. Enigszins tot mijn verbazing gingen dezelfde milieubewegingen en bewakers van het algemeen belang die de wetenschappelijke consensus omtrent de verandering van het klimaat wel aanvaardden, deze keer niet akkoord. Zij verwierpen de wetenschappelijke consensus omtrent ggo’s. Het viel me ook op dat ze, om het publieke debat te vertroebelen, een tactiek gebruikten die de olie-, tabaks- en chemische industrie op punt hebben gesteld, namelijk de “handel in twijfel”. Er is bijvoorbeeld een klein netwerk van wetenschappers die de consensus afwijzen en zelfverklaarde experten in anti-ggo-middens die als het ware een weerspiegeling zijn van een soortgelijk netwerk onder klimaatontkenners. De laatste jaren hebben zij dubieuze wetenschappelijke papers en fikse boeken geproduceerd met welluidende titels als The GMO Deception, Altered Genes, Twisted Truth: How the Venture to Genetically Engineer Our Food has Subverted Science, Corrupted Government, and Systematically Deceived the Public. De meest hardnekkige aanhangers van de anti-ggo- en antivaccinatiebeweging en klimaatontkenners worden voortgedreven door een gelijkaardig complotdenken. Als je meer wilt vernemen over hoe dit alternatieve universum werd opgetrokken, lees dan zeker Will Saletans diepgravend stuk voor Slate, waarin hij concludeert: “De strijd tegen genetisch gemodificeerde organismen zit tjokvol paniekzaaierij, vergissingen, fouten en bedrog.”

Met mijn stuk voor Slate uit 2012 wilde ik daar ook de aandacht op vestigen: “Het emotioneel beladen, gepolitiseerd discours over ggo’s wordt verzopen in dezelfde koortsmoerassen die de wetenschap rond de klimaatverandering onherkenbaar aangetast hebben.” De verantwoordelijke partijen zijn milieu groepen, prominente voedselcolumnisten en invloedrijke progressieve schrijvers. Met mijn blog voor Discover (stopgezet in 2015) borduurde ik verder op dit thema. Ik belichtte de bijna constante stroom aan voorvallen waarin de wetenschap verkeerd werd voorgesteld door groene groepen en prominente individuen waarvan ik dacht dat ze beter zouden weten. Dit werd niet echt geapprecieerd door denkers aan de progressieve zijde, een kant die ik nochtans beschouw als mijn natuurlijke habitat.

Wat bedoel ik daarmee? Neem Julia Belluz, wetenschapsjournalist voor Vox die enkele keiharde stukken over Dr. Oz, alternatieve geneeskunde, dieetrages en dies meer heeft geschreven. In een recent stuk beschrijft zij de terugslag die ze heeft mogen ervaren; de titel ervan spreekt boekdelen: Why reporting on health and science is a good way to lose friends and alienate people (Waarom je door te schrijven over gezondheid en wetenschap vrienden verliest en mensen van je vervreemdt.) Dit is absoluut ook mijn ervaring bij mijn reportages over ggo’s. Het wordt zelfs erger wanneer de enige nieuwe vrienden die je maakt na een kritisch artikel over een ecoheilige zoals Vandana Shiva, het soort mensen zijn dat werkt in de labo’s van Monsanto’s hoofdzetel.

Mijn punt is dus: als je journalistieke werk opgevat wordt als een steuntje in de rug van het meest boosaardige bedrijf ter wereld, geloof me, dan riskeer je meer te verliezen dan vrienden alleen. Meer hierover later.

Zet jezelf ondertussen even in de plaats van voedselactivisten en groenen die tegen ggo’s zijn en die werkelijk geloven dat zij aan de kant van de engeltjes staan. Elke ochtend opnieuw ontwaken ze en gaan ze verder met het bestrijden van het Kwaad. Er zijn geen tinten grijs in deze zwart-witte wereld.

Bekijken we de wereld door hun bril: als CEO’s en wetenschappers verbonden aan de industrie bijna al mijn artikelen over hoe verheven progressieve woordvoerders het ggo-debat verdraaien, enthousiast delen op de sociale media, dan moet dat betekenen dat ik een vriend van Monsanto ben, toch? Als de Columbia Journalism Review in 2013 een artikel publiceert over hoe ik de belabberde en bevooroordeelde media-aandacht voor ggo’s zie, dan moet ik wel een slippendrager van de biotechnologische industrie zijn, niet? Als ik in 2015 bericht over hoe wetenschappers uit de openbare sector een verzoek krijgen om hun volledige correspondentie en andere informatie openbaar te maken zoals bepaald door de Freedom of Information Act (FOIA, een Amerikaanse wet op de openbaarheid van informatie, nvdr.) nog voordat de groep activisten achter dat verzoek hiermee in het openbaar willen komen, dan moet ik wel geknecht zijn door de industrie? Als ik de zaak opvolg en afkom met een nieuw exclusief artikel (niet vergeten, ik ben journalist) omtrent de inhoud van die FOIA-verzoeken nog voordat de anti-ggo-groep wil dat deze informatie openbaar wordt gemaakt, dan moet ik toch gewoon in loondienst zijn van de industrie?

Nee, toch niet. Mijn journalistiek werk wordt niet beïnvloed of tegen betaling besteld door de industrie. Ik heb de mythe van de Indiase boeren – de zogezegde link tussen ggo’s en zelfmoorden – zelf ontdekt. Ik heb nooit met Monsanto gesproken, laat staan overlegd, wanneer ik aan een artikel werkte. Wanneer ik voor het eerst schreef over de wijdverspreide foute voorstellingen van plantenbiotechnologie voor Slate in 2012, was ik zelfs amper beginnen praten met wetenschappers in het veld. Ik kon de omgekeerde wereld die de anti-ggo-activisten gecreëerd hadden, afleiden door deze gewoonweg te vergelijken met de wereld van echte wetenschap en gevestigde literatuurstudies. Sindsdien ben ik bekend geworden bij tal van wetenschappers in de publieke biotechsector. Ze vertrouwden erop dat ik over hen op een faire, open en onbevooroordeelde manier zou schrijven. Nadat een aantal van hen een FOIA-verzoek op hun bord kregen op instignatie van een anti-ggo-groep in 2015, lieten ze mij dat weten. Ik schreef er een rechttoe-rechtaan verhaal over voor Science in februari dat jaar. In privé-conversaties liet ik de wetenschappers en onderzoekers weten dat ik in principe, als journalist, geen probleem had met zulke FOIA-verzoeken, hoewel ik heel goed begreep waarom zij zich daardoor aangevallen voelden. Later dat jaar wezen wetenschappers me erop dat duizenden e-mails aan die anti-ggogroep waren vrijgegeven, het resultaat van een FOIA-verzoek aan één bepaalde onderzoeker. Ik rapporteerde over de inhoud van deze e-mails in het tijdschrift Nature, wat een onaangename verrassing was voor de anti-ggo-groep, omdat men al aan het samenwerken was met een andere journalist waarvan ze dachten dat hij waarschijnlijk hun ideologische interesse en filosofie wel zou delen.

Wat er toen gebeurde, was dan weer een onaangename verrassing voor mij.

Keith Kloor: Journalistiek onder vuur 2/4

Deze vertaling verscheen in Wonder en is geen Wonder (Winter 2017), het ledenblad van SKEPP.

* * *

Wat gebeurt er wanneer je als wetenschapsjournalist schrijft over thema’s waarrond milieu-organisaties en andere ngo’s een verdienmodel hebben opgebouwd? “Afhankelijk van het onderwerp geldt in de wetenschapsjournalistiek dat hoe meer je rapporteert over feiten, hoe minder effect het lijkt te sorteren”, schrijft de Amerikaanse wetenschapsjournalist Keith Kloor. Tijdens zijn carrière als journalist en docent journalistiek raakte Kloor gefascineerd door de hardnekkigheid van bepaalde valse narratieven, zoals mythen rond vaccinatie of genetisch gemodificeerde organismen. “Het draait allemaal rond het verhaal en hoe sterk het gebracht wordt”, weet Kloor. Een paar jaar geleden kwam Kloor door een campagne van activisten tegen zijn persoon zelf in de problemen. Door zijn journalistieke werk dreigde hij niet alleen vrienden, maar ook zijn inkomen te verliezen. Of het dit allemaal waard was, is de centrale vraag in dit openhartige essay.

***

Toen ik de bronnen onderzocht die Kennedy’s obsessie voedden, ontdekte ik een parallel universum van “feiten” en “wetenschap” dat zo’n tien, vijftien jaar geleden werd gecreëerd. Ik vond stapels boeken, documentaires, obscure artikelen en websites, de meeste het resultaat van noeste thuisarbeid, die Kennedy’s geloof versterkten in een “neurologische holocaust” veroorzaakt door vaccins en verborgen door het CDC. Kennedy was van streek omdat mijn artikel de “wetenschap” die hij met mij deelde, niet besprak. Omgekeerd waren er sommige wetenschappers die vonden dat ik hem te zacht had aangepakt. In de periode dat ik dit verhaal versloeg, ontmoette ik heel wat intelligente mensen die oprecht geloofden dat de federale overheid de waarheid omtrent vaccins en autisme verborgen houdt (wat trouwens niet het geval is). Ik betwijfel of zij hiervan zo zeker zouden geworden zijn zonder een overkoepelend verhaal van “de goeden tegen de slechten”: Big Pharma is de boosdoener, CDC de handlanger, Kennedy de moedige verkondiger van de waarheid.

In deze wereld heeft Andrew Wakefield de status van een rockster (Wakefield is de Britse dokter en auteur van een frauduleuze studie die in 1998 een golf van paniek veroorzaakte omtrent de inenting tegen de mazelen, de bof en de rode hond). Volgens verschillende peilingen wordt hij door een derde van alle Amerikaanse ouders op handen gedragen, door mensen die verkeerdelijk geloven dat er een link is tussen autisme en vaccinaties, wars van het feit dat Wakefields medische licentie ingetrokken werd en dat zijn werk grondig werd ontkracht door de wetenschappelijke wereld. Maar dat is natuurlijk gewoonweg méér bewijs van een grote samenzwering!

Trumps vurigste supporters leven net zoals de gepassioneerde fans van Kennedy en Wakefield in een eigen mediabubbel met een heel eigen verzameling aan waarheden. Beide bubbels koesteren een minachting voor verdiende reputaties van mensen en instituten. Objectieve feiten kunnen niet binnen dringen in deze afgesloten werelden. Of zoals Brian Stelter van CNN het onlangs verwoordde: “Een groot deel van het land heeft de journalistiek achter zich gelaten en geopteerd voor een alternatieve realiteit.” Het dient vermeld dat Wakefield en enkele medestanders een privé-ontmoeting van een uur met Trump hebben gehad voor de verkiezingsdag. Voordien had Trump zijn geloof in een verband tussen inentingen en autisme al verkondigd. Volgens het tijdschrift Science, dat berichtte over deze ontmoeting, gaf Wakefield aan Trump een kopie van een recente documentaire waaraan hij had meegewerkt, namelijk Vaxxed: From Cover-up to Catastrophe.

Een boosdoener genaamd Monsanto

Tijdens mijn carrière als journalist ben ik altijd gefascineerd geweest door de hardnekkigheid van bepaalde onware narratieven. In 2014 onderzocht ik voor Issues in Science & Technology de oorsprong en voedingsbodem van zo’n verhaal, namelijk dat over de honderdduizenden Indiase boeren die door Monsanto en zijn ggo’s tot zelfmoord zouden gedreven zijn. Dat dit verhaal niet waar was, was na enig onderzoek gemakkelijk aan te tonen. Maar wat mij choqueerde was hoe het verhaal ingebed werd in de media en onvoorwaardelijk voor waar aangenomen werd door zeer schrandere mensen. Ik wilde uitzoeken hoe dat in elkaar stak.

Laat er geen misverstand over bestaan: het leven van kleine Indiase boeren is kei- en keihard. Velen overleven met zeer kleine marges, zonder toegang tot irrigatie, overgeleverd aan een grillig klimaat. Zij hebben geen toegang tot geïnstitutionaliseerd krediet of oogstverzekeringen. Door een ingewikkelde mix van allerhande socio-politieke factoren eindigen al te veel kleine boeren met verpletterende schulden. Voor velen onder hen is zelfmoord de enige uitweg. Het is tragisch en reëel.

En ja, in de vroege jaren 2000 stond de Indiase regering Monsanto toe om genetisch gemodificeerd katoenzaad te verspreiden in het land, wat door heel wat boeren ten zeerste geapprecieerd werd. Maar de “agrarische crisis”, zoals deze in India genoemd wordt, dateert van voor de introductie van gg-katoen en de precaire situatie veranderde in de jaren 2000 amper of niet voor de kleine boeren. Wat wel veranderde was de aandacht die de zelfdodingen in de landbouwsector plots kregen. Een aantal dat, tussen haakjes, lager lag dan het aantal zelfmoorden onder niet-boeren. Hoewel India een eeuwenlange en diepgewortelde traditie heeft wat betreft sociale en genderongelijkheid, een traditie die teruggaat tot het kastensysteem, en hoewel systematische aanvallen en seksueel geweld op vrouwen ook al lang een sociaal probleem is, vonden midden de jaren 2000 activisten in de zelfdodingen hun nieuwe goede doel. Snel trok het de aandacht van de media en van universitaire denktanks. In ongeveer diezelfde periode werden Monsanto en het gg-katoen aangewezen als de voornaamste schuldigen voor de zelfdodingen onder de Indiase boeren. Zoals ik beschreef in mijn artikel “The GMO-Suicide Myth” heeft niemand zich meer ingespannen om dit verhaal te verspreiden en te bestendigen dan Vandana Shiva. Zij en haar organisatie publiceerden rapporten waarin het gg-product van Monsanto ‘zelfmoordzaad’ genoemd werd. Shiva verergerde de vermeende connectie tussen Monsanto en de zelfdodingen onder de Indiase boeren via opiniestukken, interviews en voordrachten. Haar verheven status in de wereld der groenen en haar invloed op vooraanstaande denkers hielpen het verhaal te legitimeren.

Maar dit verhaal kon enkel tot deze proporties uitgroeien in een bestaand en welomschreven kader. En daarin heette de op maat van de media geknipte snoodaard Monsanto of, zoals de tegenstanders het biotechbedrijf noemen, Monsatan. Deze meme, waarin Monsanto op het internet werd opgevoerd als het “meest boosaardige bedrijf ter wereld”, omdat het ’s werelds voedselbevoorrading zou willen overnemen en ‘frankenfoods’ door onze strot wil rammen, was al wijd en zijd bekend in de periode dat Vandana Shiva besliste om hieraan haar verhaal over de zelfdodingen vast te klinken. Ik heb thuis een schap vol boeken die Monsanto een algemene ontaarding van het landbouwbedrijf aanwrijven. Ik heb er documentaires over gezien. Iedereen haat Monsanto, toch? Of dit beeld cartoonesk is? Dat trekken we ons niet aan. Belangrijker is dat het ‘warig’ klinkt. Dus ja, de demonisering van het bedrijf was al aan de gang lang voordat Shiva het beschuldigde van de zelfdoding van 300.000 Indiase boeren. Velen waren al geconditioneerd om dit te geloven. Paul Ehrlich vermeldde het, Bill Moyers knikte gewichtig mee toen Shiva hem het verhaal deed. Dan was er nog de invloedrijke documentaire Bitter Seeds (2012), die Shiva mee in elkaar hielp steken en die door voedseljournalist en activist Michael Pollan de hemel in geprezen werd. De film ging rond in het festivalcircuit. Kijk naar de film, of naar de talloze fragmenten op YouTube, met huilende Indiase families die net een verwante verloren hebben door zelfmoord omwille van ggo’s, en zeg me dan nog eens dat Monsanto niet het pure kwaad belichaamt.

Het draait allemaal rond het narratief, het verhaal en hoe sterk het kan gemaakt worden. De ‘corrupte Hillary’ is een ‘crimineel’, een pediatrisch onderzoeker die van jetje geeft tegen bangmakerij door anti-vaccinatie-activisten, staat op gelijke voet met een nazi-kampbewaker, de wetenschappers van Monsanto hebben ‘zelfmoordzaden’ gecreëerd. Deze verhaallijnen zijn wis en waarachtig voor de mensen die er geloof aan hechten, omdat ze telkens opnieuw versterkt worden met nieuwe informatie, in de vorm van boeken, artikelen, films, voordrachten, segmenten van radioprogramma’s, alle gemaakt door vertrouwde, gelijkgezinde koppen.

In een ideale wereld onderzoeken journalisten en geleerden onbevreesd aannames en onderliggende ideologische verhalen die het beleid en het wetenschappelijk debat beïnvloeden. In de echte wereld, waar groepsidentiteit wel van belang is en reputaties beschermd dienen te worden tegen politiek geïnspireerde aanvallen, hebben sommigen besloten dat bepaalde narratieven best onaangeroerd blijven. Alan Levinovitz, professor religieuze studies aan de James Madison University, was zo iemand die nooit de verhaallijn ‘Monsanto is het pure kwaad’ in vraag had gesteld. Nadat hij een tekst had geschreven waarin hij zich volgens de anti-ggo-mensen te positief had uitgelaten over biotechnologie, werd hij ervan beschuldigd een betaalde pion te zijn in dienst van. In een reactie schreef hij droogweg:

“Zoals de meeste mensen wist ik precies hoe Monsanto was, zonder er ooit al te hard te hebben over nagedacht. Ik wist dat Monsanto boeren de vergetelheid in procedeerden, dat Monsanto aan de basis lag van een lange reeks zelfmoorden in India, dat Monsanto negatieve mediaberichten onderdrukte, dat Monsanto politici en wetenschappers betaalde om voor hen te liegen.
Maar er was één verhaal dat ik niet geloofde omdat ik wist dat het niet waar was: mij had Monsanto niet betaald. En dus deed ik wat elke academicus of journalist zou moeten doen, ik begon namelijk te lezen en te leren over het bedrijf dat me zogezegd op zijn loonlijst had staan.”

Levinovitz ging praten met wetenschappers van Monsanto en al snel werd het plaatje heel wat ingewikkeldder, namelijk dat van een grote multinational “die een grote verscheidenheid aan mensen in dienst heeft. Sommigen willen zo snel mogelijk zo veel mogelijk verdienen. De voornaamste zorg van anderen was dan weer om zo degelijk mogelijk wetenschappelijk onderzoek te doen.” Hij begon het idee te koesteren om een verguisd bedrijf dat volledig gedemoniseerd was – en met het bedrijf misschien wel een hele tak van de wetenschap – te vermenselijken. “Maar dan besefte ik dat ik dat verhaal nooit zou schrijven”, noteert Levinovitz in zijn essay. “Het sop was de kolen niet waard. Waarom zou ik mezelf, ook al is het maar even, associëren met de Duivel? Andere journalisten hebben me verteld dat ze hetzelfde ervaren.” Hij vermeldt bijvoorbeeld Nathanael Johnson, een journalist die voor Grist schrijft over voeding en landbouw, die ook zei: “Het heeft een verkrampende uitwerking op mij en daar ben ik niet trots op.”

Geen enkele journalist kijkt uit naar de slangenkuil die hem of haar onvermijdelijk wacht wanneer je bezig bent met onderwerpen in verband met gecontesteerde wetenschap. Als ik terugkijk op mijn eigen ervaringen van de laatste jaren, dan vraag ik me ook af of ik er niet beter aan gedaan had om bepaalde onderwerpen te mijden.

Wordt vervolgd

Thomas More Hogeschool en homeopathie

Vrijdag 7 juli 2017, een uur of 10 ’s morgens. Wetenschapsfilosoof en SKEPP’er Maarten Boudry vraagt via Twitter of de Katholieke Universiteit Leuven het normaal vindt dat hun partner, de Thomas More Hogeschool, permanente vorming en nascholingen homeopathie aanbiedt.

Onderstaande screenshots van de website http://www.thomasmore.be werden op diezelfde dag genomen en geven een idee van de inhouden.

Thomas More 1

Thomas More 2

Bij de lesgevers vinden we Anne Vervarcke terug, oprichtster van het Centrum voor Klassieke Homeopathie te Leuven. Van haar hand verscheen o.a. het boek 250 jaar na Hahnemann (Academia Press, 2005). In dit boekje schetst zij niet alleen de evolutie van het gebruik van geschud water sinds Hahnemann, maar zet ze zich ook nog eens af tegen de medische wetenschap, het newtoniaans wereldbeeld en het “troosteloze” neodarwinisme, dat volgens haar enkel kan leiden ofwel tot volledige losbandigheid ofwel tot zelfmoord (p. 9). In de kwantummechanica, oh verrassing, meent ze dan weer wel genoeg aanwijzingen te vinden die de beginselen van de homeopathie zouden ondersteunen.

Ook Dieter Decleene van het populariserende wetenschapstijdschrift EOS mengt zich in het Twitter-debat. Hij geeft de tip mee om zeker ook de website Klassieke homeopathie van Goedele De Nolf te bezoeken, een andere lesgeefster. Zij raadt o.a. homeopathische PC-middelen (Pill Source Resonances, PC Remedies) aan tegen o.a. aids, alcoholisme, kanker, lepra, lupus, sydroom van Down en “old age”, ouderdom. De volledige lijst vindt u hier terug.

De Nolf, zo leert ons dan weer de website van het CKH, is een  Bio-ingenieur in de Landbouw en Milieu-Economie en als Geaggregeerde voor het Onderwijs in de Toegepaste Biologische Wetenschappen aan de KULeuven. Vanaf 2001 volgde ze de opleiding Klassieke Homeopathie aan het CKH. Sinds november 2004 werkt ze in een groepspraktijk. In juni 2013 nam ze het roer van het CKH over. Ze startte in 2014 de opleiding vroedkunde aan de KHLeuven met de bedoeling het klassiek medisch kader en haar holistische visie te verzoenen en te integreren in haar werk.

Hilde Vanthuyne (1969) studeerde pedagogische en psychologische wetenschappen aan de KU Leuven en culturele agogiek aan de VUB. Ze volgde eveneens een lessenreeks Klassieke Homeopathie aan het Centrum voor Klassieke Homeopathie (CKH) en aan de School Voor Homeopathie. Ze werkte ze als woordvoerster van de Liga Homeopathica Classica en als Kamerlid binnen het ministerie voor volksgezondheid intensief mee aan de wetgeving op de homeopathie (Wet Colla). Ondertussen is ze al 11 jaar verbonden aan de Thomas More Hogeschool Campus Lier, waar ondertussen al ettelijke jaren (bij- en na-)scholingen homeopathie voor zorgverstrekkers worden gegeven.

Terug naar Twitter. Steeds meer mensen mengen zich en even verschuift de discussie naar de mutualiteiten. De Associatie KU Leuven, naar eigen zeggen “een netwerk van kwaliteitsvolle hogeronderwijsinstellingen verspreid over Vlaanderen en Brussel” en dus de koepel waartoe Thomas More behoort, mengt zich niet.

* * *

Vrijdag 7 juli 2017, een uur of vijf ’s avonds. MarCom Director @ Thomas More University College, Martine Taeymans, reageert verbouwereerd via Twitter en zorgt er meteen voor dat de webpagina met de aankondigingen off line worden gehaald. Waarvoor dank, veel dank.

Het weghalen van een pagina is natuurlijk niet hetzelfde als het weggommen van een “fabel” als homeopathie uit een opleiding enerzijds en het aanbieden van “evidence based onderwijs”, waarvan STEM-passionata Martine Taeymans een fervente voorstander lijkt te zijn, anderzijds. Maar haar snelle en kordate ingrijpen doet het beste vermoeden.

Wordt hopelijk niet vervolgd.

* * *

Geen vervolg, wel een update en eentje die doet vermoeden dat de twitteractie van Maarten Boudry een wel zeer positief gevolg zal hebben:

Algemeen directeur van Thomas More Machteld Verbruggen is duidelijk en formeel, waarvoor trouwens eveneens dank, heel veel dank:

The Food Babe: postergirl voor chemofoben

old_teacher“Als je het ingrediënt niet kan spellen of uitspreken, dan eet je het beter niet op.”

Zou u dit voedingsadvies accepteren van mij, oud-germanist en ex-boekenverkoper, en onderstaand voedingsproduct opeten? Ik vermoed van niet. Waarschijnlijk gaat u zich zelfs afvragen of ik wel geschikt ben voor mijn huidige job als leraar Nederlands.

*  *  *

food babe“When you look at the ingredients, if you can’t spell it or pronounce it, you probably shouldn’t eat it.”

Maar wanneer deze slogan vergezeld is van een stralende tandpastaglimlach die zich situeert in een mooi snoetje van een zelfverklaarde voedselactiviste en gezondheidsfreak, wie is dan nog bereid om dit advies even kritisch te evalueren?

*  *  *

Doe de test: kan u alle ingrediënten uitspreken en eet u dan de hele mik op?

chemische banaan a

*  *  *

old_teacherWaar waren we? Ja, kritische evaluatie. Ondanks de wurgende deadlines zou dit toch een vast en vertrouwd ingrediënt mogen zijn voor gedegen journalistiek. Helaas niet voor de Vlaamse journalisten Fernand Van Damme De ‘Food Babe’ lost het mysterie op: dit zit er in bier (De Morgen, 16 juni 2014), Sebastien Rousseau ‘Food Babe’ legt AB InBev over haar knie (De Tijd, idem) en ene rdc ‘Food Babe’ dwingt AB InBev op de knieën (Het Nieuwsblad, idem). Blijkbaar werken reeënogen groot en bruin op het vermogen om kritisch te denken. En neen, ik denk niet dat ik hier de seksistische toer opga door te verwijzen naar het uiterlijk van The Food Babe. De vrouw speelt haar schoonheid uit en maakt er een handelskenmerk van (met de nadruk op handel), waarmee ze zich plaatst naast die andere activiste die het niet zozeer moeten hebben van haar expertise maar van de looks, Nomi Carmona’s Babes against Biotech.

De drie journalisten wijzen terecht op de groeiende kracht van bepaalde bloggers en gebruikers van de sociale media. Zij leggen ook uit dat ze lijsten met álle ingrediënten verkiezen, en terecht. Maar zij laten het in hun artikels na om de figuur van The Food Babe te duiden.

The Food Babe, a.k.a. Vani Hari, is dus een Amerikaanse blogster die zichzelf de taak heeft opgelegd om de gevaren van de voedingsgiganten aan de kaak te stellen. Daarbij spitst ze zich toe op al dan niet volledige lijstjes met ingrediënten. Voor u denkt “klinkt goed”, wil ik u nog één detail meegeven dat alle drie de journalisten vergeten te vermelden. Wat Hari níet heeft, is namelijk enige achtergrond als diëtiste, chemicus of iets dat ook maar in de buurt komt van voedsel+deskundigheid of chemie+deskundigheid. Met andere woorden, zij is evenzeer een expert in de samenstelling van voeding als u en ik specialisten zijn in de samenstelling van de atmosfeer van exoplaneet MOA-2011-BLG-322L b. Dit belet journalist Van Damme niet om Hari’s halfbakken argumenten als “nutritioneel verantwoorde degens” te klasseren.

*  *  *

food babeMaar het dient gezegd, op relatief korte tijd heeft Hari het inderdaad gemaakt in het land van digitale berichten én van digitale betalingen. Want naast haar schrijfwerk runt mevrouw ook een online shop, waarin ze tal van producten verkoopt, van glazen bokalen en mixers over bio-shampoos en bio-lotions tot ipod-shuffles en Ezekiel 4:9 Organic Sprouted Grain Pasta toe. En dat moet gepromoot worden, daarvoor is aandacht nodig.

En die krijgt ze op een even simpele als geniale manier. Haar werkwijze en manier van argumenteren is even eenvoudig als doorzichtig. Neem een ingrediënt, zoek op of het schadelijk zou kunnen zijn, negeer daarbij het idee dat schadelijkheid afhangt van de dosis — en dat wisten de internetloze middeleeuwers sinds Paracelsus al — en trek dan alle registers én die bek blinkend witte tanden open.

*  *  *

old_teacher

Wat zij uit haar koker tovert, is heel makkelijk te illustreren aan de hand van amylose, een chemisch stofje waarvan de naam, geef maar toe, u toch een beetje angst inboezemt. Amylose, dus, (C6H10O5)n, is een onderdeel van amylum, wat u terugvindt in allerhande producten, waaronder tal van voedingsmiddelen die u nu, op dit eigenste moment, onder uw dak heeft staan. Gevaarlijk? Ach, het kan dermatitis veroorzaken en af en toe ontploft het zaakje.

Echt waar. Wees blij dus dat u nog dak boven uw hoofd hebt!

Maar waarschijnlijk valt u niet voor het simplistisch gebazel van een eerder norse germanist. En terecht. Er zijn weinig redenen om nu in paniek te bellen en uw zak met patatjes, blikje maïs of zo goed als elk product met zetmeel (want daarover gaat het) te laten ontmijnen. Ze gaan daar niet mee lachen, daar bij DOVO.

Oh, ik hoop dat mijn voorbeeld hierboven hout snijdt en dat u inderdaad geen instabiele, explosieve chemicaliën die huiduitslag kunnen veroorzaken, in uw keukenkast hebt staan.

*  * *

food babe

En dit is nu precies wat The Food Babe doet, tot groot jolijt van collega’s als Mike Adams, Dokter Oz, en Alex Jones, de Kwik, Kwek en Kwak van het Amerikaanse alternatieve circuit. Maar tegenwoordig ook van CNN, The New York Times en, iets bescheidener, De Tijd:

Zo schrapte broodjesketen Subway uit zijn sandwiches een chemisch product dat wordt gebruikt bij de productie van yogamatten. (De Tijd, de nadruk die op een alarmerende manier moet suggereren hoe schijnbaar absurd het is om een bepaalde chemische component, meer bepaald azodicarbonamide, in twee uiteenlopende eindproducten aan te treffen, zonder dat hij uitleg geeft over wat, hoe en waar, is van de journalist. )

We gaan hier niet te veel plaats wijden aan een artikel dat de zaken nuanceert, maar u vindt het hier, het is van Steven Novella en het begint met “This is the worst example of pseudoscientific fearmongering I have seen in a while, and that’s saying something.” Ook Hank Campbell, auteur van Science Left Behind en blogger op Science 2.0, spaart de grote woorden niet. In de context van haar bieravontuur heeft hij het over “Beer McCarthyism“.

*  *  *

old_teacher

“Kortom, drie kritiekloze berichten over een leep wicht dat ten strijde trekt onder het motto ‘Als je het niet kan uitspreken of schrijven, dan zou je het niet moeten opeten’, een slogan die resoneert bij steeds meer chemofoben”, las ik elders.

Ik kan het niet beter samenvatten. 

*  *  *

Oh ja: smakelijk! En neem eens een kijkje op de websites Food Hacks, waar ik de banaan gevonden heb, met tal van andere vruchten, en op Sense about Science, die info geven over chemicaliën. En over doses vindt de leek, net zoals mij, genoeg informatie in Steven Gilberts boek A Small Dose of Toxicology.

chemische banaan