Fanmail: Over Johannes Goropius Becanus

De redactie van Wonder is gheen Wonder mocht onderstaande brief ontvangen, en gaf mij de gelegenheid om te reageren en het een het ander uit te zoeken. Deze uitwisseling van gedachten verscheen in het herfstnummer.

* * *

Beste,

Van uw tijdschrift mag men wetenschappelijke accuratesse en objectiviteit verwachten. Het artikel “Fake Linguistics” ging evenwel zwaar gebukt onder het vervelende AMAAI-syndroom (Abominable Mentality Against Antwerp’s Imperialism). De taalkundige bias tegen het Antwerps sloeg dus weer eens toe. Hoe anders te verklaren dat een beslagen linguïst als Frank Verhoft nergens enige vermelding maakt van Jan van Gorp (1519-1573), beter bekend onder zijn verlatijnste naam Ioanus Becanus?

Abraham Ortelius was zijn eerste maar niet zijn laatste grote bewonderaar. Ook vandaag nog wordt hij algemeen aangezien als “de vader van de vergelijkende taalkunde”. Deze wetenschapper publiceerde in 1569 zijn meesterwerk “Origines Antverpianae”, uitgegeven door Plantin – niet het eerste het beste uitgeverijtje. Hierin toont hij onbetwistbaar aan dat Adam en Eva in het Paradijs sappig Antwerps spraken. Alle andere talen zijn daaruit ontstaan!

Wil deze rechtzetting opnemen in uw tijdschrift opdat uw lezers voortaan met kennis van zaken over deze materie zouden geïnformeerd zijn. Dank u.

[naam]

* * *

Beste professor emeritus,

Bedankt voor uw reactie op mijn artikel Fake linguistics. Hoewel ik de deels humoristische ondertoon van uw schrijven heus wel gevat heb, wil ik toch reageren op de onverholen kritiek die er uit sprak.

Brab bio 1_GOROPIUS_afb Groeningemuseum Brugge

De humanist Jan van Gorp (1519-1573) is beter bekend onder zijn correct gelatiniseerde naam Johannes Goropius Becanus.(1) Hij leeft verder in de vakterm goropisme, ‘een belachelijk slechte etymologie’ en dat geeft meteen een idee van zijn reputatie als taalvorser.(2) De voorbeelden die meestal genoemd worden, zijn Adam, volgens Goropius een samenstelling van de twee enkelvoudige (dus pure) woorden ‘haat’ + ‘dam’ en Eva, ‘eeuw’ + ‘vat’. In de toenmalige benaming voor het Nederlands, namelijk Nederduits of Duits, meende hij ‘douts’, ‘d’oudste (taal)’ te moeten terugvinden.

Voor hem, net zoals voor Plato,(3) diende etymologie om een denkbeeld of theorie te verduidelijken. In het geval van Goropius moesten zijn woordverklaringen eerder een heilsgeschiedenis uit de doeken doen dan een woordgeschiedenis.

Ik heb de alinea over Goropius geschrapt uit mijn tekst, wat minder te maken had met een gebrek aan “wetenschappelijke accuratesse”, dan met het feit dat ik ruim tweeduizend jaar linguïstiek en bakken pseudotaalkundige bagger moest persen in het beperkte aantal bladzijden dat voor een artikel gereserveerd wordt. Het heeft ook ‘ielemoal niks van doeng mé “het vervelende AMAAI-syndroom”. Ik vind trouwens dat folkloristisch Antwerps chauvinisme niet verward hoeft te worden met kritisch denken.(4)

De tweede reden waarom ik Goropius niet vermeld heb, is dat hij opduikt in zowat alle Nederlandstalige, populariserende artikelen over malle taaltheorieën. Wat mij betreft hoeft hij dan niet meer in Wonder te staan.

De derde reden is iets complexer en staat schijnbaar haaks op de tweede. Het is ook de aanleiding waarom ik deze repliek toch heb willen schrijven. De internationale, veeltalige intellectueel en koninklijke lijfarts Johannes Goropius Becanus verdient inderdaad beter dan afgeschilderd te worden als een malloot die maar wat aanmodderde in de taalkunde, een vakgebied dat oorspronkelijk niet het zijne was. Daar zijn velen het vandaag over eens. Anderzijds zijn wij, modernen, het aan Goropius verplicht zijn taaltheorieën accuraat weer te geven en dat gebeurt helaas nog veel te weinig. Mijn artikel was niet de geschikte plaats om die discussie uit de doeken te doen.

Maar kijk, Johannes Goropius Becanus wordt nu wél vermeld in dit tijdschrift en ik stel voor dat we dan maar in één ruk doorgaan tot we, met de woorden van Andreas Dunius, aan het gaatje zijn.

beca

In de inleiding van de Goropius’ biografie geeft Toon van Hal geen al te slechte reden waarom de taalkundige ideeën van Goropius waarschijnlijk zo vaak fout worden weergegeven: Van Hal heeft de scriptie van de te vroeg overleden Eddy Frederickx uitvoerig aangepast en uitgegeven en hij acht, enigszins humoristisch, de kans reëel dat Fredericks “wellicht de enige lezer is die de twee vuistdikke pillen van de Antwerpse arts heeft doorgewerkt”.(5) Hoewel het Latijn van Goropius best proper is, telt de eerste brik van twee, Origines Antwerpianae sive Cimmeriorum Becceselana, ruim 1000 bladzijden. Ik moet toegeven dat ik ook liever naar het mooie drukwerk kijk dan dat ik de Latijnse tekst effectief lees. Vandaar dat ik voor dit artikel mijn toevlucht heb genomen tot de gedeeltelijke vertaling zoals verschenen in Van Adam tot Antwerpen (2014) door Nico de Glas.(6)

En met de Origines Antwerpianae zijn we terug bij ons dubbel uitgangspunt: Goropius heeft nooit beweerd dat Adam en Eva in het aards paradijs Antwerps praatten en de idee dat alle andere talen uit het Antwerps, Brabants of Nederlands ontstaan zouden zijn, komt niet voor in zijn geschriften.

Deze foute voorstelling van Goropius’ theorieën kan geen enkele leek kwalijk genomen worden omdat ze ook nu nog opgevoerd wordt in populariserende werken over taal en taalkunde, zoals bijvoorbeeld in de verder uitstekende Atlas van de Nederlandse Taal uit 2017. Daarin wordt hij zelfs afgebeeld met een zotskap op zijn hoofd.(7) Het zou me niet verbazen dat de immer weerkerende voorbeelden geciteerd in de eerste alinea, Adam, Eva en Duits, die foute ideeën alleen maar versterken.

Cornelis_van_Haarlem_-_De_zondeval

Volgens Goropius was de eerste taal, die van Adam en Eva, de perfecte, de volmaakte. Hij situeerde hun Tuin van Eden echter in India! De boom van goed en kwaad was volgens hem de Indische vijgenboom en waar vind je meer slangen dan in India? Na de zondvloed zwermden de kinderen van Noah uit over de hele wereld. De nazaten van Noah’s zoon Japeth spraken nog steeds die perfecte taal, wat Goropius af en toe ook (Indo-)Scythisch noemde, en zij verspreidden zich over Europa. Op hun beurt stichtte een groep van hun nakomelingen, de Atuatuken, Antwerpen. Zij spraken een nauw verwante vorm van het Indoscythisch, namelijk het Cimbrisch, of Cimmerisch. Het is niet altijd even duidelijk wat hij nu net bedoelt met Cimbrisch; soms lijkt hij te praten over Nederduits, gesproken tussen de Schelde en het huidige Estland, soms specifiek over het Brabants dialect en heel zelden over het Antwerps. In bepaalde passages lijkt hij te mijmeren over het feit dat de Nederduitse dialecten uit elkaar lijken te groeien, wat hij dan weer linkt aan de groeiende religieuze verschillen tussen katholieken en de protestantse stromingen. We mogen echter niet al te veel consistentie verwachten in de geschriften van Becanus, die soms lijken op een ongecontroleerde stroom van halve gedachten en argumenten. Hoe dan ook, de oudste taal is zeker geen “sappig Antwerps” én de taal die in Antwerpen wordt gesproken is volgens Becanus de taal van immigranten.

Wat dan met de tweede bewering, namelijk dat alle talen uit de lokale Antwerpse taal zouden voortkomen? Goropius was een polyglot, hij kende zeker Latijn, Grieks en Hebreeuws. Als fervent boekenverzamelaar was hij vrijwel zeker op de hoogte van heel veel andere, wildvreemde talen die gesproken werden over een steeds groter wordende wereld en die gretig beschreven werden door Europese ontdekkingsreizigers. Hij zag overeenkomsten tussen deze en gene taal, maar hij besefte ook dat sommige talen helemaal niets met elkaar te maken konden hebben (of leken te hebben). Verder kende hij zijn klassieken en zijn Bijbel. Hij nam zich de vrijheid om op basis van klassieke teksten niet zozeer het Bijbelse verhaal tegen te spreken, dan wel subtiel of minder subtiel te modificeren. Goropius twijfelde niet aan het verhaal van de Toren van Babel: na dat akkefietje met het grootse bouwwerk zorgde God ervoor dat de mensen elkaar niet meer konden begrijpen. De verschillende talen, wij zouden nu min of meer taalfamilies zeggen, zijn dus niet gegroeid uit het Cimbrisch, Nederduits of Antwerps. Met de spreekwoordelijke knip van de goddelijke vingers veranderde Jahweh alle talen van de volkeren die aanwezig waren bij de bouw van de Toren. De Cimbriërs waren echter niet in Babel en om die reden wordt de eerste taal, d’oudste, volgens hem nog steeds gesproken, toevallig in zijn geboortestreek.

Zelf heb ik mij even verweten dat ik in mijn artikel “Fake linguistics” geen aandacht heb besteed aan de studie van het Gotisch in de Lage Landen, wat van enorm belang is geweest voor het ontstaan van de vergelijkende taalkunde van het Germaans in deze contreien. We schrijven midden 16de eeuw en later, inderdaad ook wat de taalwetenschap betreft een uiterst boeiende periode.(8) Als we al nood zouden hebben aan een vader van de vergelijkende taalkunde in de Nederlanden, dan moeten we hem volgens mij zoeken onder de vele vorsers uit die periode. Maar, zoals ik al impliceerde in mijn artikel, vind ik het concept “de vader van” te beperkend, te weinig productief.(9) Niet mijn ding. Goropius hééft zich zoals vele taalvorsers in de Lage Landen bezig gehouden met dat Gotisch, maar hij zag er eerder een oude vorm van het Nederlands gecorrumpeerd door het Grieks in, dan een aparte, oude Germaanse taal.

Johannes Goropius Becanus of de vader of de zatte nonkel van de vergelijkende taalkunde noemen, beide zouden even ongepast zijn. Hij heeft heel wat toenmalige heilige huisjes ingetrapt. Hoewel hij welwillend stond tegenover het Hebreeuws, voerde hij aan dat het niet de eerste, de oudste taal kon zijn. En dat op zich was in die periode vrij choquerend. Misschien heeft hij mensen aangezet om buiten de lijntjes te kleuren, om de platgetreden paden te verlaten en op zoek te gaan naar nieuwe inzichten, hoewel hij zelf duidelijk de weg kwijt was. En dat hoeft ons niet te verbazen: de taalonderzoekers waren nog maar net begonnen de taalwetenschap uit de grond te stampen.

Noten

  1. De letter “I” in de gelatiniseerde versie wordt normaliter getranscribeerd als “J”, net zoals de “V” weergegeven wordt met een “U”. De literatuur noch de titelpagina’s uit de drukkerij van Plantin vermelden “Ioanus”.
  2. “[Goropiser, c]’est que les étymologies étranges et souvent ridicules de Goropius Becanus” in Gottfried Wilhelm Leibniz, Nouveaux essais sur l’entendement humain (1762). Hier geraadpleegd in de editie van 1921, via https://archive.org/details/ nouveauxessaissu00leib.
  3. Voor een meer academische benadering van zijn etymologische methoden zie bijvoorbeeld R.A. Naborn: “Becanus’ etymological methods” dat te raadplegen is via de schitterende website van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL), http://www.dbnl.org/.
  4. Ter vergelijking: aantal Bruggelingen dat naar aanleiding van mijn stuk over pseudolinguïstiek en de geschiedenis van de taalkunde in Wonder en is gheen Wonder reclameerde dat, u voelde hem aankomen, Simon Stevin níet vermeld werd: nul.
  5. Eddy Frederickx (†) en Toon van Hal, Johannes Goropius Becanus (1519-1573). Brabants arts en taalfanaat. Hilversum, Uitgeverij Verloren, 2015, p. 11.
  6. Johannes Goropius Becanus, Van Adam tot Antwerpen. Een bloemlezing uit de Origines Antwerpianae en de Opera van Johannes Goropius Becanus. Hilversum, Uitgeverij Verloren, 2014. In deze context is het bijna helemaal vertaalde Boek V Indoscythia van belang. Op de website van de Vlaamse Erfgoedbibliotheek, Flandrica.be, vindt u een digitale kopie van het integrale drukwerk uit 1569.
  7. Fieke Van der Gucht e.a., Atlas van de Nederlandse Taal. Editie Vlaanderen. Lannoo, 2017, p. 125.
  8. Zie bijvoorbeeld R.G. Van de Velde, De studie van het Gotisch in de Nederlanden. Bijdrage tot een status quaestionis over de studie van het Gotisch en het Krimgotisch (1966). Het Museum Plantin-Moretus bezit én stelt daarvan meerdere gedrukte getuigen uit die periode tentoon.
  9. Zo wordt in de Engelstalige traditie vaak de Engelstalige sir William Jones opgevoerd als vader van, 16 jaar na het verschijnen van indrukwekkend goed taalkundig onderzoek in een taal die de meeste Angelsaksen niet machtig zijn. Lezers die op zoek zouden zijn naar nóg meer vaders in de taalkunde, beveel ik het boek A Short History of Linguistics van R.H. Robbins aan. De 280 pagina’s dat het uitstekende werk dik is, bulken ervan.

Ecomoe

Dit al wat oudere artikel verscheen in Wonder en is gheen Wonder, het blad van Skepp (zomer 2016).

* * *

Wat doet een mens wanneer-ie het afgedankte Ecomamaboek. Groen en bewust leven met kids (2009) terugvindt in de uitverkoopbakken van de Gentse bibliotheek? Kopen voor een habbekrats of laten recycleren?

Het was de achterflap van het “zapboek voor de ecolicious mama van nu” die me deed beslissen om dit pareltje van alternaïef denken te redden van de papiermachéfabriek: “Ze schrijven met kennis van zaken en humor over onderwerpen die hen na aan het hart liggen”, verzekerde de flap.

Dat treft, ik ook.

De eco lifestylegids beslaat de ganse activiteitenwaaier van de moderne en dus drukbezette ecomama (m/v) waaronder shoppen, beleggen, reizen, managen en relaxen in wellnesscentra. Elk van die onderwerpen wordt rijkelijk voorzien van bakstenen en elektronische adressen. Beide auteurs raden winkels aan die hun hoge normen beantwoorden, ze verwijzen door naar grote en kleine handelszaken die ze ethisch even hoogstaand achten en geven lovende besprekingen van boetiekjes voor duurzame parafernalia allerhande.

Mij doet het een beetje denken aan Elsschots Lijmen, waarin het hoofdpersonage op zoek gaat naar adverteerders om de publicatie te financieren. Het verschil hier is dat niet de goedgelovige adverteerders met volledige oplagen aan bedrukt papier blijven zitten, wel de openbare bibliotheken.

Onderwerpen te over dus en van sommige heb ik echt geen kaas gegeten, Elsschotiaanse pun not intended. Geldzaken zijn niet mijn sterkste kant en daarom zal de skepticus in mij het vertikken om commentaar te geven op de voorgestelde geldmeditatie: “gewoon op je stoel blijven zitten en mediteren dat het geld naar je toestroomt”. De germanist in mij wil er wel op te wijzen dat “mediteren” hier niet de klassieke betekenis heeft van “in zichzelf keren om de diepste werkelijkheid te ervaren”.

Hoe dan ook, ik ga me in dit stuk concentreren op twee onderwerpen die míj “na aan het hart liggen”, namelijk voeding en gezondheid.

Voeding

“Bio staat voor biologisch”, lees ik in het eerste hoofdstuk. “Simpelweg betekent het dat als je een biologisch product koopt, je zeker weet dat het geteeld is zonder kunstmest en giftige bestrijdingsmiddelen.” Het eerste deel van het citaat klopt, bio staat inderdaad voor biologisch, dat van die kunstmest is ook waar. Vanaf dan lijkt het mij inderdaad nogal simpel én misleidend.

Biolandbouw is een vlag die een wel zeer diverse lading dekt. Men heeft de zogenaamde biodynamische landbouw, gebaseerd op de ideeën van Rudolf Steiner, waarbij een met mest gevulde koeienhoorn die een dertigtal centimeters onder de grond moet begraven worden, de hoofdrol speelt. En waarbij ik moet vermelden dat Herr Steiner een even groot pedagoog was als landbouwkundige.

Ook de zogenaamde Anastasialandbouw wordt gerekend tot de biologische landbouw. “Zaad kan naast interne informatie ook informatie uit de omgeving, bijvoorbeeld van de mens, opnemen. Dit weerspiegelt zich in de vruchten van de uit het zaad groeiende plant, die kunnen dan als heelmaker dienen,” aldus een enthousiaste Anastasiaboer in de vakliteratuur [1].

Bent u er nog?

Hoe dan ook, om discussie over de Ware BioSchot te vermijden, houd ik het bij de versie die de Europese Unie in gedachten, en Delhaize en Carrefour in de rekken hebben.

Is een bioproduct echt wel geteeld “zonder […] giftige bestrijdingsmiddelen”? Dat lijkt mij een kwestie van semantiek en dosis. De bacterie Bacillus thuringiensis (Bt) mag in de biolandbouw gebruikt worden omdat het een zogenaamd natuurlijk bestrijdingsmiddel is. Het wordt dan ook algemeen beschouwd als een zeer veilig pesticide. Voor mensen althans. Voor insecten is het schadelijk, anders was het geen bestrijdingsmiddel. Diezelfde bacterie Bacillus thuringiensis wordt ook gebruikt in de gg-maïsteelt, maar dan is het volgens tal van bio-adepten plots wél een vergif.

Anderzijds is Bordeauxse pap, een mengeling van kopersulfaat en gebluste kalk, toegestaan in de biolandbouw als preventief, schimmelwerend middel. Franse biowijnboeren gebruiken het nog steeds. Nochtans vindt Europa dat koperverbindingen “voldoen aan de criteria om als persistente en toxische stoffen te worden beschouwd.”[2] David Zaruks lijstje, “Dirty Dozen – 12 highly toxic pesticides approved for use in organic farming”[3] doet nog meer afbreuk aan de stelling dat de biologische landbouw vrij van gevaarlijke bestrijdingsmiddelen is.

Een niemendalletje in groene drukinkt voor hippe ecomama’s waarin producten én winkels aangeraden en gepromoot worden, mogen we natuurlijk niet verdenken van al te veel inzicht en nuance. Anderzijds is het tergend en weinig ethisch dat de twee auteurs hun geliefkoosde producten menen te moeten slijten met behulp van onduidelijke en zelfs ongefundeerde claims. Vergelijken we de uitspraak dat bioproducten gezonder zijn, met enkele regels uit het rapport Voedselkwaliteit, veiligheid en gezondheid van biologische producten, uit 2009[4]:

Mogelijke gezondheidseffecten die in verband worden gebracht met biologische voeding zijn: effect op het immuunsysteem, waaronder allergische klachten, vruchtbaarheid, overgewicht, en als afgeleide hiervan een lager risico op hart- en vaatziekten en kanker. Echter, het aantal studies dat gezondheidseffecten heeft onderzocht is gering. Er zijn enkele studies bij mensen uitgevoerd en daarnaast bestaan er een aantal studies met dieren of in vitro modellen. Het is daarom voorbarig om nu conclusies te trekken op het gebied van gezondheid.

Of bio groen en duurzaam is, zelfs daarover zijn de meningen verdeeld. Het rapport hierboven is een van de vele dat lovend is voor biolandbouw. Iemand als Louise Fresco, hoogleraar aan een rits universiteiten en gespecialiseerd in duurzame ontwikkeling in een internationale context, staat er dan weer iets kritischer tegenover. Zij reduceert ‘biologische’ landbouw tot een kwestie van louter juridische kaders en certificatenmolens waarbij elk voordeel (bijvoorbeeld geen kunstmest) zijn nadeel heeft (groter ruimtebeslag).

Mij lijkt het hierboven geciteerde rapport vrij evenwichtig: het staat enerzijds zeker positief ten opzichte van de biolandbouw, maar het gaat de caveats en eventuele problemen niet uit de weg. Ook Fresco is zeer genuanceerd in haar uitleg: puur praktisch is het onderscheid biologische versus niet-biologische volgens haar volstrekt overbodig. Zij pleit voor de best mogelijke landbouw, met de best mogelijke praktijken, waar die ook ontstaan zijn. U kan het rustig nalezen in de klepper Hamburgers in het Paradijs. Voedsel in tijden van schaarste en overvloed (2012).

Het is nu net dit gebrek aan nuance en kritische reflectie dat me mateloos ergert bij het lezen van eco lifestyle boekjes, dito websites, schotschriftjes van veldvertrappelende eco warriors en verklaringen van groene politieke partijen.

Gezondheid

In het deeltje ‘Schone handen en gezondheid’ loopt het pas echt goed mis; het leest als een hoofdstukje ‘Hoe blind slikgedrag aanmoedigen’. ”Veel homeopathische middelen worden biologisch verbouwd”, weten de ecomama’s. Deze zin doet mij vermoeden dat de auteurs evenwel niet weten wat homeopathie is, en dat ze alle kruidengeneeskunde en andere ‘alternatieve’ geneeswijzen op een hoopje smijten. Verder vinden zij biologische slash homeopathische middeltjes die de “weerstand opvijzelen” toppie. Nog groener natuurlijk is het om die homeopathische rommel niet te kopen: de milieukosten voor het produceren, verpakken, transporteren van fake geneesmiddelen, zijn gewoonweg veel te hoog.

Ze raden bijvoorbeeld ook salie(thee) aan tegen een verkoudheid als “natuurlijk antibioticum” (en we gaan hier zelfs niet moeilijk doen over antibioticum v.a.v. virale infecties). Ja, zowat elke warme, niet-alcoholische drank doet deugd bij een lastige verkoudheid, en nee, saliethee steekt er nu niet bepaald bovenuit. Het valt me trouwens op dat de meest groene remedie tegen de gewone verkoudheid niet vermeld wordt, namelijk rusten. Misschien denk ik nu te veel vanuit een traditioneel Westers medisch kader. Anderzijds, de eerlijkheid gebiedt me te vermelden dat de auteurs aanraden om een dokter te raadplegen wanneer het ernstig wordt.

Wat het geteem over yin en yang komt doen in een boekje over groen leven is me eveneens een raadsel. Ik bespaar u het gebruikelijke pseudo-oosters gejengel. Evenals het gehannes over ayurveda, waarmee we trouwens terug in de buurt komen van de zware metalen. Loodvergiftiging door ayurvedische middelen, hoe natuurlijk lood (Pb) ook is, is niet echt een aanrader. En een massage, dat is zelfs niet groen of altmed. Zelf zou ik behoorlijk gespannen geraken van de spirituele, esoterische uitleg over Thaise sea holistic stempelmassages, maar dat geheel terzijde.

Terwijl u zich afvraagt wat dit alles nu te maken heeft met groen en bewust leven, zwatelen de dames verder over de geestelijke gezondheid. Een van hun suggesties is floaten, drijven in een “spaceachtige, eivormige cabine… op zeer zout water”. En dat werkt ontspannend, aldus de auteurs, waarbij ze zich niet kunnen onthouden van de freudiaans geïnspireerde gedachte dat het ook een terugkeer is naar het baarmoedergevoel. Wat hébben pseudopsycholo’s toch verloren, daar in die baarmoeder?

Het hele boekje flirt met de gedachte dat trendy mama het beter weet, net en alleen omdat ze een moeder is. Het idee dat moeder het beter weet dan vader, daar kan ik inkomen. Dat ze beter op de hoogte is van epidemiologische, medische, agrarische, biotechnologische onderwerpen dan epidemiologische, medische, agrarische, biotechnologische specialisten, dat is mij een brug te ver.

De platitudes en halve waarheden die beide dames debiteren in een poging om “hip en verantwoord” te zijn, beginnen al snel tegen te steken. Ik vraag me af in welke mate er hier belangen vermengd worden. Groen leven, graag en snel een beetje, maar moet dat nu echt gepaard gaan met pseudo-spirituele, alternatief-medische en hard core esoterische nonsens? Alsof het allemaal niet zo serieus genomen moet worden en alsof groen een modieus detail is, een extra argumentje om de alternatieve kassa te laten rinkelen.

Besluit: het meest groene aan Het Ecomamaboekje is de groene inkt waarin het hele gedrocht gedrukt is.

Elma Sitzinger en Froukje Wattel, Het Ecomamaboek. Groen en bewust leven met kids, Truth&Dare, 2009

 

[1] Frens Schuring, “Anastasia en Vedische landbouw”, in: Dynamisch Perspectief, nr. 5, 2007, p.1012 http://edepot.wur.nl/116167
[2] Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408 van de Commissie van 11 maart 2015 inzake uitvoering van artikel 80, lid 7, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot vaststelling van een lijst van stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen http://eurlex.europa.eu/legalcontent/NL/TXT/?uri=uriserv%3AOJ.L_.2015.067.01.0018.01.NLD
[3] David Zaruk, “The RiskMonger’s Dirty Dozen – 12 highly toxic pesticides approved for use in organic farming”, The Risk Monger, 2015
https://riskmonger.com/2016/04/13/theriskmongersdirtydozen12highlytoxicpesticidesapprovedforuseinorganicfarming/
[4] Lucy van de Vijver, Ron Hoogenboom, Machteld Huber, Voedselkwaliteit, veiligheid en gezondheid van biologische producten Update van de literatuur, Wageningen, Institute of Food safety, 2009
http://www.louisbolk.org/downloads/2123.pdf

Alternatieve vrijdenkerij

Dit stuk verscheen eerder in Wonder en is gheen Wonder (lentenummer 2016), het ledenblad van SKEPP.

* * *

In mijn denkwereld geen Alwetende God of Opperbouwmeester. Eerder een Almachtige Letterzetter, met hoog in het zwerk de Elysische Boekerijen en diep onder de zoden een Eeuwige Cursus ‘Creatief met papier-maché’. Maar zolang mijn tijd niet gekomen is, stel ik het met wat uit de werkplaatsen van de ondermaanse boekenproducenten rolt, ook al is dat niet altijd even beklijvend.

Neem nu Zo heb je de Bijbel nog nooit gelezen van Mauro Biglino (2016). Afgaand op de cover gaan we het boek niet beoordelen, zelfs al schreeuwt-ie ons toe dat het “de bestseller uit Italië” is die “[in-] sloeg als een bom in de Italiaanse boekenwereld”. Blijkbaar heeft men daar de dood van Umberto Eco nog steeds niet verwerkt. Over de inhoud kunnen we eveneens kort zijn: het boek is een flauw afkooksel van wat zo’n dertig jaar geleden in de moosput van de alternatieve denkerij is achtergebleven.

De moderne mens als alienslaaf

“Komen onze goden van de sterren?”, vraagt Biglino zich nóg maar eens af. Niet alleen leert de wet van Betteridge dat het antwoord op vragende (onder-) titels veelal negatief is, ook de decennia-oude en afdoende kritiek op soortgelijke confabulaties van onder andere Zecharia Sitchin en Erich von Däniken doet vermoeden dat het verhaal weinig meer dan een ongeïnteresseerde geeuw kan opwekken.

De auteur beweert de Bijbel opnieuw te hebben vertaald, woord voor woord, en claimt dat hij nieuwe bewijzen gevonden heeft voor een wel héél speciale creatie. De moderne mens is het resultaat van genetische manipulatie door buitenaardsen. De Homo habilis werd ge-ggo’d tot de Homo sapiens, een mensensoort die beter geschikt was om voor die E.T.’s het zware graafwerk in de goudmijnen van zuidelijk Afrika uit te voeren. Neem gerust uw tijd om de vorige zin te herlezen. Ik ben er nog niet uit wie in mijn verbeelding het felst naar adem hapt: de gemiddelde evangelische pastor die de Bijbel ook woord na woord gelezen heeft, of de verzamelde top van Monsanto.

Een open en pure geest

Boeiender dan de cover én het boek is de titelpagina, waarop ons verzekerd wordt dat het werk “EEN ZOEKTOCHT VOOR VRIJDENKERS!!” is. En bij die gedachte willen we wél even stilstaan. Een vrijdenker, schrijft de uitgever-redacteur in het voorwoord, is iemand die “met een open en pure geest” de wereld benadert. En dat is naar het schijnt van belang voor “de ontwikkelingscyclus”. Volgens diezelfde redacteur smoort de maatschappij met haar religies, ideologieën en vastgeroeste ideeën het vermogen van kinderen “om spontaan existentiële vragen te stellen”. Als de mensheid zich kan ontdoen van die beperkende factoren zal “de evolutie […] resulteren in de ontwikkeling van het bewustzijn, dat zal acteren (sic) als een gewetensvol fenomeen, terwijl we tot nu toe alleen maar hebben rondgedoold in de modder van de onwetendheid.” Wat een alternatieve vrijdenker dus blijkbaar zeker niet moet doen, is coherente gedachten uitdrukken in verstaanbare zinnen.

De idee van een “open en pure geest” is alomtegenwoordig in de wereld van alternatieve denkers, genezers, complotdenkers en andere zelfverklaarde waarheidszoekers. Mij lijkt het in de eerste plaats een perverse uitloper te zijn van het nepdebat over nature versus nurture. De boze nurture omhult de pure geest als een dichte mist en pas als die mistbanken verdwenen zijn, of beter, verdreven zijn met de hulp van een spirituele lichtwerker, kan er overgegaan worden tot het verwerven van Diepere Kennis en Dito Inzichten. De pure geest is de meest natuurlijke staat, de kinderlijk onbevangen toestand, vrij van de erfzonde van het kritisch en rationeel denken en vrij van de last van reeds verworven kennis.

In de tweede plaats wordt hiermee de troop van het derde oog en de zesde chakra weer opgegraven en in een nieuw jasje gestoken. Dat derde oog is in bepaalde delen van Lalaland dé manier om tot Ongefilterd Weten te komen. Het alternatieve woordenboek geeft ‘instinct’ en ‘intuïtie’ als mogelijke synoniemen. Hét criterium om elke conclusie gebaseerd op zo’n onbevangen waarnemingen te beoordelen, is dan weer kinderlijk eenvoudig: komt het overeen met de voorgestelde alternatieve theorie? Twee mogelijke antwoorden: (1) ja: proficiat, u bent ontwaakt of (2) nee: het spijt me, u hebt nog te veel last van “vastgeroeste ideeën” en u zal het proces moeten herhalen tot u uitkomt bij antwoord (1).

Van straffe ideeën naar Ware Inzichten

Maar dit is een boekenrubriek en geen analyse van een cursus ‘creatief omspringen met de alternatieve werkelijkheid of toegepast postmodernisme’. Het pad dat Mauro Biglino in zijn boek voor de vrijdenker uitstippelt om tot diepere inzichten te komen, is niet bepaald een yellow brick road. Eerder is het een soort bricolage van argumenten die in de kringen van alternatieve denkers populair lijken te zijn: wilde speculaties (niet te verwarren met hypothesen) worden opgebouwd uit een disparate mengeling van wetenschappelijke ideeën of valabele (niet te verwarren met valide) wetenschappelijke hypothesen, feitjes, foute interpretaties en insinuerende vragen. In dit specifieke boek komen daar nog foute etymologieën en vertalingen bij van woorden uit zo ongeveer elke taal die tussen 3000 v.Chr en 300 n.Chr. in Tweestromenland en omstreken geschreven werd.

Bij wijze van voorbeeld: NASA laat weten dat verschillende astronomen vermoeden dat er zich in ons zonnestelsel een negende planeet bevindt, planeet X of planeet Negen. Het agentschap vermeldt dat dit momenteel wordt onderzocht. Voor Biglioni is dit het uitgangspunt voor tal van suggestieve vragen genre ‘Wat houdt NASA achter voor ons?’ en ‘Hadden de Soemeriërs dan toch gelijk over planeet Niburu?’ om over te gaan naar een foute vertaling van het Soemerische woord Niburu (wat eigenlijk Akkadisch is) en dan maar te concluderen dat planeet Niburu bestaat en dat de “goden” mogelijk van Niburu kwamen. Dit laatste aspect wordt dan weer “onderzocht” in een volgende rollercoaster van straffe ideeën die opnieuw leidt tot een Waar Inzicht.

Geen stof voor boeken- en taalminnaars

Uiteindelijk is het meest verbazingwekkende aan dit boek dat het gepubliceerd werd. Anno nu is er inderdaad nog steeds een Nederlandstalige uitgeverij te vinden die het tot haar taak rekent de niche van overbodige boeken op te vullen: uitgeverij Aspekt. Deze boekenfirma grossiert in pseudowetenschappelijke uitgaven en dito geschiedkundige teksten waarvan het lettertype zeer groot is en de lay-out heel ruim uitgemeten. En dat maakt hun boeken te dik en dus te duur. Bij Aspekt worden boekenliefhebbers niet bepaald verwend.

Taalminnaars evenmin. Aspekt is bij mijn weten de enige uitgeverij in de Lage Landen waarvan de redacteur (“de editor” in het eigen patois) de taalvaardigheid heeft van een gemiddelde samenzweringsdenker op Facebook. Het aantal correcte Nederlandse zinnen is op één hand te tellen, het aantal mystificerende puntjes in het gemiddelde beletselteken (…) niet. Samenstellingen vertonen symptomen van die andere Hollandse ziekte: “samenstellingsfobie”, volgens taaldokter en schrijfster Ann De Craemer, “de angst om woorden aan elkaar te schrijven”. Iemand zou de brave man moeten vertellen dat het gebruik van een “basis woordenboek” (sic) niets te maken heeft met binnen of buiten “de box” (sic) denken ……. (sic).

In het boek verwijst de schrijver naar enkele Latijnse auteurs, maar zij krijgen de Engelse namen toebedeeld, zoals “Hesiod” en “Ovid”, en een enkele keer zelfs de Italiaanse (“Guiseppe Flavio”, inderdaad Josephus Flavius). Het boek Zo hebt u de Bijbel nog nooit gelezen is dan ook een vertaling van de Engelse vertaling van de originele Italiaanse tekst. En dat geeft een betoog waarin vertalingen een cruciale rol zouden spelen, een extra dimensie. Eentje waarvan ik, met mijn vier ogen, geen dogmavrij vrijdenkersorgasme, maar wel een zeurderige hoofdpijn krijg.

Geschiedenis als koortsdroom

Op 11 september 2016 gaf antroposofische complotdenker Loek Dullaert een lezing over de aanslagen van 11 september 2001. Dit artikel is een korte samenvatting van zijn lezing. Eerder verscheen dit stuk in Wonder en is gheen wonder, winter 2016.

* * *

Volgens Loek Dullaart is de wereldgeschiedenis een multigenerationeel supercomplot, een eeuwige strijd tussen Luciferische krachten en spirituele impulsen die de mens naar een hoger bewustzijnsniveau moeten tillen. Dat hypercomplot, waarbij 9/11 slechts één episode is, ontrafelt hij met behulp van Rudolf Steiners politieke en spirituele theorieën.

Zijn lezing over 11 september 2001 begint in 1913, het jaar waarin de Amerikaanse Federal Reserve wordt opgericht en de staat in handen valt van een machtige groep Joodse bankiers. Via false flagoperaties en andere manipulaties bepalen zij de geschiedenis. Ze financieren de Eerste Wereldoorlog en stimuleren het Bolsjevisme. In 1916 wordt de Lusitania tot zinken gebracht, volgens historici door een Duitse U-boot, volgens Dullaart door de Amerikanen zelf. In 1941 vallen ze het eigen Pearl Harbor aan. Beide incidenten markeren het begin van de Amerikaanse deelname aan een wereldoorlog. Na het vermeende incident in de Golf van Tonkin (1964) sturen de VS soldaten naar Vietnam. Het plan voor een aanslag op een eigen schip voor de kust van Cuba wordt tegengehouden door John F. Kennedy. Waar die voorkeur voor schepen vandaan komt, weet Dullaart niet te vertellen.

Maar terug naar Steiner en de naweeën van Wereldoorlog I. Tijdens de onderhandelingen die leiden naar het Verdrag van Versailles (1919), worden de voorstellen van Steiner om het Centraal Europese spirituele gedachtengoed te redden van het Anglo-Amerikaanse materialisme door de eigen diplomaten genegeerd. Steiner is dan ook niet de enige Oostenrijker die de daaropvolgende vernedering van Versailles tot in het diepst van zijn ziel zal voelen. En dat is toevallig dezelfde plaats waar hij een verklaring vindt: Woodrow Wilson, de Amerikaanse president in die periode, is een incarnatie van een van de vroegste volgelingen van Mohammed. En we weten allemaal hoe zeer die oude Moslims erop gebrand waren om (Oost-) Europa te vernietigen.

Na de Koude Oorlog, een strijd tussen het Anglo-Amerikaans conglomeraat en het Oost-Europese spiritualisme, moet een nieuwe vijand gezocht worden. En dat vinden de Luciferianen van Wall Street in een ánder opkomend oosters spiritualisme: de islam. In de honderd jaar tussen Wilson en de 20ste eeuw heeft er zich namelijk een Steineriaanse omkering voorgedaan. Terwijl de vroege moslims uit waren op de vernietiging van het Oost-Europese spiritualisme, willen de huidige Westerse materialisten korte metten maken met het Oosterse islamspiritualisme. Vandaar o.a. 9/11, de Golfoorlogen en de oprichting van IS, ook een Amerikaanse operatie.

Dullaart zelf vermeldt verschillende keren dat deze versie van de recente wereldgeschiedenis binnen de Nederlandse antroposofische kringen op zeer weinig bijval kan rekenen. Een magere troost.