Ethische bank in wording neemt een bocht – 2

Enige tijd geleden kreeg ik volgend bericht via Facebook Messenger. Geen aanspreking, geen aan- of inleiding, gewoon dit bericht:

Oorspronkelijk document uit 1489 als brief van Constantinopel, aangepast in 1776 naar de Protocollen van de wijzen van Sion en vertaald naar het Nederlands in 1933. Spreekt boekdelen. Heeft niets te maken met anti Joodse toestanden… vraagt enkel wat opzoekingswerk.

Afzender: Michael Sabbe.

Dhr. Sabbe is lid van het team van de Blije B, tegenwoordig ook B of Joy, “een coöperatieve fairtrade pro-life bank in oprichting”. Ik heb hier op deze pagina’s al verschillende stukken over de Blije B geschreven en meer bepaald over hun gebruik van antisemitische teksten tijdens lezingen en (promo-)interviews (Ronald Bernard over De Blije B en de Lijpe J, De al iets minder Blije B en Ethische bank in wording volhardt – 1) en over hun voorliefde voor allerhande complottheorieën. Volgens de webpagina van de Blije B is Michael Sabbe econoom van opleiding. Zelf noemt de Vlaamse secondant van Bernard zich “Ambassador at the B of Joy”.

In dit artikel wil ik het bovenstaande bericht snel uit elkaar vijzen, maar (nog) niet duiden of uitspitten. Nee, de boekdelen ga ik later laten spreken. Ik ben er mij van bewust dat de kans bestaat dat ik te veel lees in zijn berichten; heel duidelijk was dhr. Sabbe hoegenaamd niet. Duidelijkheid en coherentie spelen trouwens iemand die goochelt met complottheorieën, zelden in het voordeel. Onduidelijkheid is een preventieve immunisatiestrategie, onduidelijkheid is als de klodder snot waarin de paling zich veilig waant, ook al bevindt hij zich gevangen in een emmer.

Dhr. Sabbe lijkt te beweren dat de beruchte Protocollen van de Wijzen van Sion (ca. 1905) werden ge- of herschreven in 1776 (en hier verwijst hij meer dan waarschijnlijk naar de Illuminati). Dit eveneens beruchte genootschap, dat opduikt in tal van historische en recente complottheorieën, zou De Protocollen (her)scheven hebben op basis van laat-15de-eeuwse documenten zoals bijvoorbeeld “de brief van Constantinopel“.

Daarop spoort de man mij in onvervalste (Vlaamse) complotdenkersstijl aan om “wat opzoekingswerk” te doen.

Enerzijds is zulk een verzoek vaak de zoveelste fase in een oneindige en schijnbaar onwinbare variant van het spelletje whack-a-mole. Dat De Protocollen een vervalsing is, staat al bijna 100 jaar buiten kijf, dat de Illuminati echt bestaan hebben en opgedoekt werden in 1785 is eveneens minzaam bekend en over de zogenaamde brief (of brieven) van Constantinopel bestaat een vrij uitgebreide wetenschappelijke literatuur die overtuigend kan aantonen dat het vervalsingen zijn bedoeld om de vurige haat ten opzichte van joden aan te wakkeren. Het lijkt het mij hic et nunc niet opportuun om deze drie onderdelen uit te spitten. Het is ook niet zó moeilijk om dat terug te vinden in de respectievelijke vakliteratuur (1).

Toch duikt deze theorie, die reeds verkondigd werd in 1982, namelijk in de bestseller Het Heilige Bloed en de Heilige Graal van Michael Baigent, Richard Leigh en Henry Lincoln, met de regelmaat van de klok op. Het mag geen verrassing zijn dat deze ideeën verspreid werden door David Icke en soortgelijke figuren (2), vaak heren die beweren niet antisemitisch te zijn, maar dezelfde overtuigingskracht hebben als een kind met een nutella-baard dat zegt geen chocopasta te lusten. En nu dus ook door de koekenbakkers van de Blije B.

Anderzijds, het ingaan op de uitnodiging of uitdaging om het te onderzoeken en het voorleggen van bevindingen die de complottheorie tegenspreken, lijken veel op het gewillig aandragen van brandstof die de complotgedachte mede draaiende houdt. Het doet mij enigszins terugdenken aan een gesprekje dat ik als student ooit gevoerd heb met een kleuter die naar de zoo was geweest, daar haaien had gezien die wel zeer agressief gedrag vertoonden. Bij elke knik van mijn hoofd, bij elke “echt waar?” (of bij elk ander teken van aandacht), deed hij er een schepje bovenop. Het verhaal van de vrolijke bengel eindigde dan ook in een beschrijving van een spectaculair en episch gevecht tussen beren en haaien in het “zwembad van de dolfijnen”. Dit schattige fake news kon ik toen niet gebruiken voor mijn paper, maar het is wel de enige van alle babbels met die kleuters die mij na ruim 25 jaar is bijgebleven, wat uiteraard ook wel iets zegt over de werking van mijn geheugen en mijn hang naar verhalen.

Terug naar de grote kinderen. Hoe stevig een argument ook in feiten vervat zit, als het de complotgedachte niet bevredigend ondersteunt, zal het voor een onderlegde complotdenker geen moeite kosten om dat argument tot brandhout te herleiden en te verteren (3). Soms door boudweg de argumenten te negeren, hier in dit geval door het aanbrengen van een nieuwe verhaallijn, een nieuwe couche. Hoe dan ook, de gegeven aandacht, eerder dan de gegeven argumenten, zet aan tot meer geconspireer.

In de nieuwe versie van Sabbe en Bernard werden de Illuminati niet opgeheven, maar zijn ze ondergronds gegaan. Ze hebben zich over de wereld verspreid en zetten hun eeuwenoude satanische werk verder vanuit de verborgenheid waarvan u en ik niets afweten (omdat het geheim is en wij niet genoeg ontwaakt zijn) maar de complotdenkers wel (ondanks het feit dat het geheim is, maar zij zijn dan wel ontwaakt en gegroeid, woke as fuck, zoals dat tegenwoordig in het vakjargon heet). En daarvoor hoeft men geen feiten of onderbouwde argumenten aan te dragen, eenvoudigweg omdat het hen daarover niet gaat. Trouwens, de stelling dat de Illuminati al eeuwenlang (onder andere namen) hun geheime werk verrichten, om eind 18de eeuw even hun kop te laten zien en dan weer in de coulissen van het wereldgebeuren te verdwijnen, wordt nu ook niet bepaald onderbouwd in de nieuwe versie. Maar opnieuw, dat wordt niet als belangrijk ervaren. En dat heeft dhr. Sabbe m.i. nu net gedemonstreerd met het openingsbericht.

Na maandenlang de Joden geblameerd te hebben voor de crisis en het algemene verderf, voor de overweldigende verrotting in de wereld van de banken en het geld, zijn het plots de mysterieuze, ongrijpbare Illuminati die de Joden al eeuwenlang misbruikt hebben. Het zijn dus niet de eeuwige geldzieke en machtsgeile Joden die ons, arme schaapkens, bedreigen. Het zijn de Illuminati die de brave Joodjes als zondebokken aanreiken, het zijn de Illuminati die er eeuwenlang in slagen om de Joden met afschuwwekkend enthousiasme te laten afslachten door de onwetende massa’s waarboven dhr. Sabbe en het opperhoofd van de Blije B zich mijlenver verheven wanen. Maar zulke flinterdunne argumenten kunnen de nutella-baarden van de jokkende Blije B’ers uiteraard niet overtuigend genoeg verbergen. Een deel van de promotie voor die bank blijft trouwens bestaan uit geflirt met antisemitische literatuur en halfslachtige, weinig overtuigende verontschuldigingen daarvoor.

Dit is wat de Blije B zo boeiend maakt als studie-object, die constante tegenstellingen en spanningen die ze zelf oproepen in hun eigen “theorieën”. Je ziet als het ware voor de eigen ogen een complottheorie groeien, veranderen en opgeslokt worden door een eigen, nieuwe complottheorie, die de complotgedachte minstens zo goed in stand houdt en de oudere schijnbaar ontdoet van hinderlijke beschuldigingen van ranzig antisemitisme. Verder hebben ze niet alle sporen van hun vorige versie (de Joden zijn de slechteriken) weten uit te wissen.

Over hun motieven wil ik zelf niet speculeren. Zelf beweren ze nog steeds een bank te willen oprichten, een moreel hoogstaand financieel instituut, een ethisch baken. En daarvoor vragen ze geld, veel geld. En al bij al ben ik maar een simpele germanist, ik ben beter op de hoogte van Nederlandse spreekwoorden genre “als de vos de passie preekt, boer let op je kippen”, dan van financiële constructies.

* * *

Opnieuw moet en wil ik de Nederlandse skepticus Pepijn van Erp (o.a. Stichting Skepsis en kloptdatwel.nl) bedanken voor zijn hulp, informatie en verwijzingen naar bronnen en artikelen. Ik had Pepijn gevraagd of hij iets afwist van een “document uit 1489” en als antwoord stuurde hij een reeks links en referenties door die me de rest van de week hebben bezig gehouden. Bedankt, Pepijn!

(1) Hic et nunc betekent hier en nu. Waarschijnlijk zal ik elders en later de drie onderdelen van deze complottheorie zoals deze nu gepropageerd wordt door leden van de Blije B in detail bespreken. De kans is niet klein dat men deze complotverhalen later opnieuw zal aanpassen als dat de complotgedachte beter ondersteunt.

(2) Zie “Anatomie van een vervalsing” door Peter Zegers (Skepter, september 2001).

(3) Ik gebruik hier doelbewust het begrip complotgedachte, eerder dan het woord complottheorie. Een complottheorie lijkt mij ook een onderdeel te zijn dat opofferbaar is aan de hogere complotgedachte. Dat lijkt mij trouwens ook een reden dat verschillende complotdenkers, ondanks de woeste in-fights in die kringen, vaak elkaar (deels) tegensprekende complottheorieën toch kunnen omarmen.

Stephen Hawking (8 januari 1942 – π-dag 2018)

Digimores debatwedstrijd 2018

Een dubbele boeking op slaapdag zondag overkomt me zelden. Eergisteren wel: of een tweede dag zetelen in de jury van de Gentse voorselecties van de Digimores Debatwedstrijd georganiseerd door de Humanistische Jongeren, of naar het Beleg van Antwerpen door de Nederlandse creationisten van het Logos Instituut (en hun Belgische acolieten), waarover ik eerder schreef. Eeuwenoude ideeën van een stelletje religieuzen versus verbale schermutselingen én pret door jongeren met een maatschappelijk engagement?

Niet echt een keuze. Geen dag des Heeren voor deze heiden:

Deelnemers en jury van de Gentse voorrondes van de Digimores Debatwedstrijd 2018
(c) HuJo

De Digimores Debatwedstrijd is een gratis debatcompetitie waarin jongeren uit de 3de graad het in duo verbaal tegen elkaar opnemen rond actuele thema’s. De twee hoofdthema’s dit jaar waren ‘jong kapitaal’ en ‘democratie’.

De finale gaat door op zaterdag 17 maart 2018 in het Vlaams Parlement te Brussel. De moderator is Jens Dendoncker.

Meer informatie vindt u uiteraard op debatwedstrijd.be.

Ethische bank in wording volhardt – 1

Stel, ik vertegenwoordig een bank in oprichting en ik wil een boodschap verkondigen waarin ik mijn toekomstig financieel instituut wil afschilderen als een solide instelling én als een moreel baken in de corrupte, verrotte en gevaarlijke wereld van de haute finance.

Stel, ik vind het niet voldoende om aan te geven waar het banksysteem volgens mij in de fout is gegaan om zo de oprichting van mijn bank te legitimeren, ik wil ook nog eens één bepaalde groep mensen met de ultieme, hoogste schuld opzadelen waarom de financiële wereld zo ontspoord is. Ik vraag me niet af of dat nuttig is, of dat mijn geloofwaardigheid vergroot en evenmin of dat mijn morele normen naar het beoogde niveau kan tillen. Nee. Ik kies daarentegen – even nadenken, het gaat over banken, veel geld en zéér foute toestanden – ik kies dus voor, oh ja, wie anders dan de joden.

Blijft u nog even volgen, we graven onze put twee scheppen dieper.

Stel, ik verdedig mijn toch wel zware en dubieuze aantijgingen aan de hand van een beruchte anti-Joodse tekst uit het begin van vorige eeuw. Ik negeer het feit dat een kleine 100 jaar geleden voor de eerste keer afdoende werd aangetoond dat het geschrift in kwestie, De Protocollen van de Wijzen van Sion, een vervalst verslag was van een fictieve vergadering waarbij Joodse Wijzen of Ouderen niet minder dan de wereldoverheersing zouden hebben bedisseld. Ik wil ook geen belang hechten aan het feit dat deze tekst het antisemitische klimaat in nazi-Duitsland mee heeft helpen vormgeven en dat nog steeds doet in bepaalde kringen in het Midden-Oosten.

Stel, tot slot, dat ik opmerkingen en vragen rond het gebruik van De Protocollen in de promotiecampagne wil counteren en verantwoorden aan de hand van nog oudere anti-Joodse geschriften, o.a. de zogenaamde “Carta de los Judios de Constantinopla”, waarvan ik beweer dat niemand minder dan de sinsterere Illuminati ze gebruikt hebben om De Protocollen van de Wijzen van Sion op te stellen, maar waarvan eveneens onomstotelijk aangetoond is dat het vervalsingen zijn.

Komt nu mijn vraag: hoe ethisch, op een schaal van 1 tot 6.000.000, denkt u, beste klant, dat mijn bank uw geld gaat beleggen en beheren?

* * *

In een volgend deel bespreek ik een reeks berichten die ik heb mogen ontvangen van een lid van het team van De Blije B (tegenwoordig B of Joy), waarin deze het gebruik van De Protocollen tracht te verantwoorden door te verwijzen naar oudere, vervalste documenten, naar de Illuminati en de vrijmetselaars, kortom, naar een narratief dat al decennialang enorm goed scoort bij mensen die joden en Joden niet bepaald een warm hart toedragen, bij mensen die er een extreemrechts gedachtegoed op na houden dat gelardeerd is met dito complottheorieën.

Duitse Humanistische Partij: “Ngo’s zaaien angst”

Deze vertaling verscheen in het winternummer van Wonder en is gheen Wonder (2017), het ledenblad van SKEPP. De extra tekst is geschreven door Bart Coenen, hoofdredacteur van Backcover.be en mede-auteur van het boek Ecomodernise. Het nieuwe denken over groen en groei.

* * *

De heisa rond de beoordeling van de gevaren van het herbicide glyfosaat houdt burgers, politici en verschillende belangengroepen al jaren in de ban. “In deze controverse gaat het niet alleen om de effecten op mens, dier en milieu, maar zeker ook over de invloed van de industrie op de politiek”, schrijven Hans Ajiet Holkamp en zijn collega’s in een Positionspapier van de Duitse Partei der Humanisten.

Dat glyfosaat een relatief ongevaarlijk middel is, wordt ondertussen wetenschappelijk algemeen aanvaard. Er is voldoende aangetoond dat glyfosaat in vergelijking met andere onkruidverdelgers – ook degene die in de biolandbouw gebruikt worden – minder doorweegt op het milieu en de gezondheid én dat het veel effectiever is. Daardoor stijgt de productiviteit en de opbrengst van de landbouw. Als de wereldbevolking zoals verwacht aangroeit, dan zal ook de behoefte aan voedsel en dus de landbouwproductie stijgen. Een verhoging van de oogst gecombineerd met een minimalisering van de expansie van landbouwgronden heeft een positieve invloed op de biodiversiteit en de klimaatbescherming.

Vanuit wetenschappelijk oogpunt is het niet zinvol om glyfosaat te verbieden want dan moeten landbouwers naar middelen grijpen die schadelijker zijn voor mens en milieu, minder effectief zijn en de biodiversiteit sterker aantasten.

Dit hele debat gaat dus niet uitsluitend over de wetenschappelijke beoordeling van het middel, maar ook over de geloofwaardigheid en de onafhankelijkheid van de wetenschappers. Populisme of irrationele angst zou nochtans niemand mogen verleiden om wetenschappelijke bevindingen in de politieke besluitvorming te negeren. Voor ons vormen feiten, wetenschappelijke bevindingen en expertise de basis waarop wij onze politieke eisen ontwikkelen.

Glyfosaat is een herbicide dat inwerkt op de bebladering. Het wordt door alle groene delen van een plant geabsorbeerd en komt daarna terecht in de wortels. Daar blokkeert glyfosaat het enzym EPSPS, dat nodig is voor de groei van de plant. Het blokkeren van dit enzym onderbreekt de stofwisseling en veroorzaakt op die manier het afsterven van niet-resistente planten.

Effecten op planten en dieren

Deze specifieke stofwisseling (synthese en aanmaak van aminozuren door het enzym EPSPS) vindt alleen plaats in planten, schimmels en bacteriën. Het heeft geen betrekking op mensen, dieren of insecten. Glyfosaat onderscheidt zich door deze werkwijze van zo goed als alle andere onkruidverdelgers, die op dit gebied een aantoonbaar hogere toxiciteit vertonen.

Medische effecten

Glyfosaat wordt door de wetenschap overwegend geklasseerd als niet-kankerverwekkend en niet-genotoxisch. Tot deze evaluatie komt niet alleen het Bondsinstituut voor Risicoanalyse (BfR, als onafhankelijke, wetenschappelijke en partij-onafhankelijke instantie in 2002 door de rood-groene regering opgericht, meer bepaald op last van de Groene minister Renate Künast). Ook de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO), de Joint Meeting for Pesticide Residues (JMPR) en de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) zijn het na een evaluatie van de wetenschappelijke literatuur erover eens dat glyfosaat niet kankerverwekkend is.

Enkel het International Agency for Research on Cancer (IARC) klasseert glyfosaat als “waarschijnlijk kankerverwekkend”. Voor deze indeling hanteerde de organisatie een andere, naar onze mening onduidelijke schaal die een theoretisch eerder dan een reëel kankerrisico aangeeft. Volgens deze schaal betekent categorie 1 “kankerverwekkend”, categorie 2A “waarschijnlijk kankerverwekkend”, categorie 2B “mogelijk kankerverwekkend”, categorie 3 “niet in te delen” en categorie 4 “niet kankerverwekkend”.

Hieronder werden substanties samengebracht die in bepaalde gevallen kanker zouden kunnen veroorzaken, maar zonder dat de omstandigheden of de condities nader bepaald worden. Producten waaraan verschillende kankerrisico’s verbonden worden, kunnen daardoor in dezelfde categorie terecht komen. Tot groep 1 behoren onder andere bewerkt vlees, tabaksrook, asbest, uv-straling en alcoholische dranken. Glyfosaat wordt door het IARC in categorie 2A ondergebracht, samen met rood vlees, anabole steroïden en rook van een open haard. Deze inde ling is problematisch, omdat zij tot grote onzekerheid bij de consumenten leidt en geen wetenschappelijke informatie geeft omtrent werkelijke kankerrisico’s.

Gevolgen voor de bodem en het water

Na de behandeling met glyfosaat worden restanten door micro-organismen in het grondwater en de bodem afgebroken. In het grondwater is glyfosaat slechts in de kleinste hoeveelheden aantoonbaar, en zeker in vergelijking met andere bestrijdingsmiddelen tegen planten sneller in de bodem gebonden. Glyfosaat wordt in waterlopen binnen de maand afgebroken, net zoals in de akkerbodem. In bosgebieden gebeurt dat binnen het kwartaal.

Tijdens de behandeling met glyfosaat moet de akkerbodem minder geploegd worden. Dit zorgt voor minder bodemerosie, vermindert de CO2-uitstoot en verbetert de waterhuishouding. Het gaat ook een verlies van organisch materiaal en een verlies aan biodiversiteit tegen. Het drogen van geoogste granen wordt overbodig, waardoor het aantal werkuren sterk vermindert en minder machines nodig zijn. Door de verhoogde productiviteit kunnen landen onafhankelijker worden van import.

Verdamping van glyfosaat is door de geringe vluchtigheid te verwaarlozen. Ook de drift is zeer gering; uiteraard hangt dit af van het sproeigereedschap. Ondanks de in vergelijking geringere drift, moet er voor gezorgd worden dat het product precies wordt verspreid door middel van moderne sproeitechnieken. Dit om nabije velden te vrijwaren en het risico van schade aan niet-doelplanten te minimaliseren.

Effecten op de uitstoot van broeikasgassen

Hoe minder de bodem moet geploegd worden, hoe minder CO2 uit deze bodem vrijkomt. Bovendien kan de uitstoot van broeikasgassen aanzienlijk verminderen door de omzetting van gras- naar akkerland te elimineren en door het brandstofverbruik van het machinepark te verminderen. Bovendien leidt een verhoging van de opbrengst tot een vermindering van de kosten. Verder kan men er ook voor zorgen dat de bodem minder mechanisch bewerkt moet worden. Dat heeft dan weer als gevolg dat er minder brandstof, maar dus ook minder machines en minder arbeidskrachten moeten ingezet worden.

Productie en gebruik

In 2000 verliep het patent voor glyfosaat. Ondertussen zijn er meer dan 90 bedrijven die glyfosaat produceren, waarvan meer dan 50 in China, enkele in India en in de VSA. Wereldwijd wordt er meer dan 850.000 ton glyfosaat aangemaakt, waarvan meer dan 40% in China. In Duitsland wordt ongeveer 6000 ton op 40% van de landbouwgronden ingezet.

Natuurlijk moeten belangenconflicten onderzocht worden. Maar deze moeten niet alleen in onderzoeksinstituten, in de industrie of in ondernemingen gezocht worden, maar in de hele biobranche, onder anti-ggo-activisten en bij ngo’s. Wangedrag op grond van belangenconflicten kon aangewezen worden bij tegenstanders van het gebruik van genetische modificatie en glyfosaat. Zo waren er bij de studie van het IARC anti-ggoactivisten betrokken. Bij de heer Portier, een externe consulent voor het IARC die betrokken was bij de studie die glyfosaat categoriseerde als “waarschijnlijk kanker verwekkend”, werden overtuigende bewijzen gevonden van belangenverstrengeling. Het is bovendien nog maar de vraag of hij de nodige wetenschappelijke competenties had die nodig waren voor de opdracht. De studie van Gilles-Éric Séralini over het verband tussen glyfosaat en tumoren bij ratten die in 2012 openbaar werd gemaakt, werd teruggetrokken wegens methodologische gebreken.

Conclusie

Glyfosaat heeft een lagere toxiciteit voor mensen, insecten en andere dieren dan verschillende andere herbiciden. Het is zeer effectief, wordt sneller en gemakkelijker biologisch afgebroken dan traditionele onkruidverdelgers en beschermt de biodiversiteit omdat het slechts bij planten werkt, omdat de bodem niet omgeploegd moet worden en omdat theoretisch minder gebieden voor de landbouw moeten ingezet worden. Met glyfosaat kunnen velden het ganse jaar groenbemest worden zonder te ploegen en zonder dat het onkruid de overhand neemt. Daarom is het al bij al onverantwoord om een verbod tegen glyfosaat te eisen. Wij keuren politieke willekeur af. We mogen vooral niet toestaan dat wetenschappelijke gegevens en feiten genegeerd worden en vervangen worden door paniekzaaierij. Wetten kunnen we veranderen, natuurwetten niet.

De auteurs zijn actief in de Duitse Partei der Humanisten. Je vindt de originele tekst van dit standpunt op https://parteiderhumanisten.de.

* * *

Reacties op het EU-besluit (Bart Coenen)

>> “Hoewel velen dit zullen bestempelen als een overwinning voor de gewasbeschermingsindustrie, zijn wij toch teleurgesteld dat ondanks het overweldigende wetenschappelijk bewijs, de goedkeuring slechts verlengd wordt voor 5 jaar”, schreef de Belgische vereniging van de industrie vanewasbeschermingsmiddelen (Phytofar) in een mededeling. “Het wetenschappelijk procedé wordt ondermijnd door emotie en electorale overwegingen en dit is een verontrustende evolutie.”

>> Peter Jaeken, secretaris-generaal van Phytofar verduidelijkt: “Ontwikkelen van nieuwe producten om gewassen gezond te houden, vragen veel tijd en aanzienlijke investeringen. De Europese Unie en België hebben een zeer streng en uitgewerkt beleid om werkzame stoffen en producten op een onafhankelijke en wetenschappelijke basis te evalueren. Deze benadering is een basisvoorwaarde om een minimum aan rechtszekerheid te scheppen en vooruitgang te stimuleren. We roepen de diverse politieke overheden dan ook op om terug te keren naar een productbeleid dat hierop gebaseerd is. Dat is niet alleen in het belang van onze sector maar van de ganse agro-voedingsketen, inclusief de consument.”

>> Europees parlementslid Bart Staes (Groen) reageerde teleurgesteld: “Aan dit besluit zit een giftige angel. Ik vrees dat hier andere belangen dan de volksgezondheid en het leefmilieu worden verdedigd.” Staes beschuldigt het Duitse agentschap BfR van wetenschapsfraude: “De BfR kopieerde grote delen van het Glyphosate Task Force rapport zonder ernaar te verwijzen.” Volgens Staes spelen ook economische belangen mee: “Er is het belang van het Duitse chemiebedrijf Bayer, dat tientallen miljarden biedt om Monsanto over te nemen. Een verbod van glyfosaat zou dat bedrijf grotendeels waardeloos hebben gemaakt.”

>> Leo Neels, CEO van de denktank Itinera vroeg zich in een opiniestuk af waarom journalisten blijven schrijven dat glyfosaat mogelijk kankerverwekkend is: “Men valt nu de wetenschappers aan en haalt hun integriteit onderuit. Men maakt de procedure verdacht. Het verwijt wordt nu dat de beslissing rekening heeft gehouden met de door aanvrager Monsanto ingediende informatie die door wetenschappers is aangeleverd. Nochtans is het precies de taak van de EFSA en ECHA, om die studies en het hele aanvraagdossier net zo kritisch tegen het licht te houden als de studie die van een waarschijnlijk kankerrisico sprak. Nog meer bijzonder is dat niemand heeft aangetoond dat de analyses van Monsanto, EFSA en ECHA niet zouden beantwoorden aan de wetenschappelijke criteria. Het énige aanvaardbaar argument zou immers het bewijs zijn dat de studies waarop de beslissing rust niet aan de wetenschappelijke standaarden beantwoorden en de afweging niet correct verliep. Zulk bewijs is er niet, er zijn enkel  intentieprocessen, verdachtmakingen en insinuaties. Die kunnen geen deugdelijk antwoord zijn op wetenschappelijke evidentie. Milieubewegingen weten dat ook wel, maar de emotionele uitval bekt beter, doch dat is een zwaktebod. Journalisten horen zonder meer beter te weten, en zij zijn professioneel en deontologisch verplicht om dieper te graven dan deze emotionele bovenlaag.”

9/11, zwart op wit

Het overkomt mij zelden, reacties van mensen die zichzelf “ervaren rechercheur” noemen of lezers die vragen naar mijn inzicht. Eerder deze maand werd mij echter de volgende vraag gesteld door een ervaren rechercheur zowaar: “Graag uw inzicht over de feiten en mogelijke discrepanties van de officiële versie aub (9/11)”. Double whammy!

Helaas verscheen deze eis in de commentaarsectie van de rubriek Over mij. Zoals de titel aangeeft, gaat die rubriek over mij. Ik verwacht in die sectie lofbetuigingen omtrent mijn blog, mijn fysieke verschijning, lucratieve deals of vette boekencontracten, maar geen vraag naar inzicht omtrent 9/11. Even eigenaardig als helaas verscheen deze vraag net onder de regels “Ik ben, behalve germanist, ex-boekenverkoper en lesgever, ook een boekengek en veellezer.” In geen enkele van deze hoedanigheden heb ik kennis opgedaan van (invliegende) tuigen of van (brandende/instortende) architectuur. Verder heb ik op deze pagina’s niet zo bijster veel geschreven over 9/11, op een aankondiging voor een debat en een bespreking van een congres na.

Hoe dan ook, ik heb de correspondentie overgebracht naar deze blogpost. Kwestie van de commentaarsecties proper te houden (dat is mijn beperkte vorm van OCD) en kwestie van een ervaren rechercheur kond te laten doen van zijn expertise inzake 9/11.

* * *

Stefan Schamp schreef op 17 februari 2018:

Graag uw inzicht over de feiten en mogelijke discrepanties van de officiële versie aub (9/11). Bespiegelingen over de “complotdenkers” zelf zijn niet interessant. Ik stel keer op keer vast dat men op “de man speelt” om het dan niet meer over de feiten en “bewijzen” te moeten hebben. Zo komt men nergens. Is dan het dan gewoon allemaal onzin? Ik zie het je graag zwart op wit neerpennen.

 

Mijn reactie op 17 februari 2018:

Beste Stefan,

Bedankt voor uw bericht. Vier opmerkingen echter:

1. Ik begrijp het eerste deel van uw vraag niet, vooral omdat daar het woord ‘discrepanties’ op een heel eigenaardige gebruikt wordt (en ik kan er niets van maken).
2. Er zijn ondertussen tal van websites die zich bezighouden met complottheorieën en (of versus) de officiële versie omtrent 9/11. Ik heb daar weinig aan toe te voegen.
3. Ik ben zelf meer geïnteresseerd in bespiegelingen over de “complotdenkers” en in het fenomeen complotdenken dan in het zeer grote aantal specifieke complottheorieën met elk hun eigen dada’s, schier eindeloze nuances en dan in eindeloze welles-nietes-spelletjes tussen believers en debunkers. Ik vind dat trouwens een beetje saai. Zie verder ook punt 2.
4. Hoewel ik uw interesse heus apprecieer, doe ik geen verzoeknummers. Ik heb m’n eigen onderwerpen en daar blijf ik bij.

 

Stefan Schamp schreef op 2 maart 2018:

Beste Frank,

Dat is nu net het probleem. Ik merk dat veel skeptici niet eens de moeite doen om te kijken naar de feiten. Welles-nietes-spelletjes interesseren mij in het geheel niet. Maar als ik mij als rationeel mens een mening probeer te vormen, kan ik er toch niet aan onderuit, dat 9/11 toch een aantal serieuze vragen opwerpt. Als ervaren rechercheur kan ik je met de hand op het hart zeggen: dit klopt echt niet. Het verbaast mij dan ook iedere keer, dat men er in sommige gevallen in slaagt om toch het licht van de zon te ontkennen. Men kan dan naast een studie over de “complotdenkers” evengoed eens het fenomeen bekijken van personen die skeptisch zijn … gewoon omdat ze skeptisch willen zijn. Maar het is uiteraard uw volste recht om bij je eigen onderwerpen te blijven. Net zoals het mijn volste recht is om die in vraag te stellen. PS: ik zal het woord discrepanties hier niet meer gebruiken, alhoewel het mij duidelijk leek.

 

Frank schreef op 3 maart 2018:

Nou, beste Stefan, u hebt uw oordeel wel héél snel klaar wat betreft “moeite doen”.

Wat mijn interesse in complottheorieën betreft: die is niet zozeer ruimer dan 9/11, maar anders. Ik ben al enige tijd geïnteresseerd in oudere complotten en samenzweringstheorieën, historische broederschappen, organisaties e.d. die nog steeds figureren in moderne complotverhalen en in de uitgebreide literatuur omtrent complotdenken. Dus, nee, echt diepgaand speurwerk naar 9/11 gaat u in mijn blog niet vinden. Ik vind het evenwel eigenaardig dat mijn interesse in het ene, en mijn gebrek aan interesse in het andere aanleiding kan zijn tot uw diatribe aan het adres van skeptici. Er zijn nochtans genoeg skeptici die zich wél bezighouden met 9/11, het uitpluizen van officiële rapporten en alternatieve versies.

Wat 9/11 betreft, verlaat ik mij op bronnen zoals nist.gov en het 9/11 Commission Report, twee lijvige documenten samengesteld door teams van naar ik denk experts in hun vakgebied. Net omdat die bronnen zo uitgebreid zijn, lees ik die in kleine stukjes en sporadisch. Verder zijn er nog tal van bronnen waarin allerhande deskundigen kritiek geven op deze of gene complottheorie omtrent 9/11. Wat complottheorieën en -denkers op zich betreffen, laat ik me leiden door psychologen, sociologen en anderen die onderzoek op dat gebied verricht hebben. U lijkt dat te klasseren als “niet eens de moeite doen om te kijken naar de feiten”. Ik vind dat andermaal een vorm van terughoudendheid: ik kan geen expertise claimen in vakgebieden die ik niet bestudeerd heb en dus vertrouw ik in zekere mate op experts die naar de feiten gekeken hebben en die interdisciplinair kunnen samenwerken.

Ik weet niet hoe ik uw beschrijving van uw eigen kwaliteiten, namelijk “ervaren rechercheur” moet inschatten. Ik neem aan dat u politierechercheur bent. Indien deze veronderstelling correct is, dan ben ik enorm benieuwd naar hoe u uw vakkennis aanwendt op het gebied van 9/11. Maar vooraleer u mij gaat verblijden met uw resultaten van uw ongetwijfeld diepgaande en baanbrekende onderzoeken aangaande 9/11 vanuit uw expertise, heb ik twee reeksen vragen.

1. Ik heb een groot gebrek aan deskundigheid in het hele 9/11-verhaal, maar ik kijk ernaar uit om bijgeschoold te worden door een ervaren rechercheur. Ik hoop dat u begrijpt dat ik evenwel iets meer nodig heb om daarvan overtuigd te geraken dan een ongetwijfeld goedbedoeld hand op het hart.
Kan u mij inlichten omtrent uw methodologie, hoe u wat, waar en wanneer onderzocht hebt aangaande 9/11. Wanneer was u daar, welk instituut heeft u die opdracht gegeven? Of hebt u eigen middelen aangewend? Waar hebt u uw bevindingen omtrent 9/11 neergeschreven, waar en wanneer werden uw rapporten gepubliceerd, wie waren uw medewerkers?

2. U weet, net zoals ik, dat er heel wat tegenstrijdige complottheorieën de ronde doen. Kan u, gewoon voor de aardigheid, een theorie nemen die u niet aanhangt, en mij uitleggen wat daar precies de problemen mee zijn. Ik vermoed namelijk heel sterk dat we iets gemeenschappelijks hebben: namelijk het feit dat we niet alle complottheorieën geloven.

 

Stefan schreef op 3/3/2018:

Beste Frank,

We hebben beiden, zoals je zegt, waarschijnlijk wel gemeen dat we niet zomaar in alle complot-theorieën geloven.

Mijn reactie is een beetje ingegeven door het feit dat mensen zoals Coen Vermeeren (voormalig ruimtevaart-ingenieur bij TU Delft), en auteur van “Ufo’s bestaan” én “9/11 is gewoon een complot”, geridiculiseerd worden door eigen collega’s en skeptici, geïnformeerd of niet.

Sommige complotten lijken gewoon te gek om waar te zijn, en soms is dit zo. Dat was ook mijn initieel idee toen het over 9/11 ging. Mijn ongeloof was zo groot dat ik daar jaren niets mee gedaan heb. Behalve mezelf afvragen waarom mensen hun reputatie te grabbel gooien om zo’n wilde verhalen rond te strooien. Hoon was hun deel. Coen Vermeeren heeft dan ook nog eens het grote nadeel dat hij ook nog eens zegt dat UFO’s bestaan. Die twee topic’s samenbrengen in één interview, zoals reguliere media plachten te doen is … te veel. De man is nu een “running gag” geworden. Iets wat ik ten zeerste betreur.

Uiteindelijk ben ik mij wat beginnen verdiepen in de materie. Inderdaad. Op het internet circuleert enorm veel onzin. Maar het is absoluut nodig om daar je “onderzoek” te starten. Nu reeds een paar jaar geleden.

De officiële versie 9/11 neem je natuurlijk mee.

Maar daarnaast heb je ook nog “Architecten en ingenieurs” die een eigen versie hebben. Wat bezielt honderden mensen met een reputatie om iets op tafel te gooien dat zo sterk afwijkt van de officiële versie? Wat bezielt voormalige FBI/CIA-agenten om het land rond te reizen en te zeggen dat “men wist dat de aanslag op 9/11” ging plaats vinden en waar? Waarom zijn de twin-towers luttele maanden voor de aanslag zwaar verzekerd tegen “vernietiging” door de nieuwe eigenaar? Waarom werd de onderscheppings-ratio van 100% voor gekaapte vliegtuigen voor de aanslagen herleid naar 0% op de dag van de aanslag? Wat te zeggen vd talloze getuigen die een ontploffing gehoord hebben in de kelder van het gebouw voor de vliegtuigen het gebouw raakten? Waarom werden explosieven gevonden op de crash-site? Waarom waren er duidelijk verdachte beursbewegingen op de beurs voor de aanslagen? Waarom werd de crash-site in ijltempo ontruimd? (is eigenlijk een misdrijf), Waarom spendeerde men meer dollars aan een onderzoek op de jurk van Monica Lewinski dan aan het officiële onderzoek voor 9/11? Waarom wilde Bush initieel geen onderzoekscommissie? Waarom zijn er geen brokstukken terug te vinden van het passagiers-vliegtuig dat in het Pentagon zou gevlogen zijn? Waarom zeggen piloten dat het voor een piloot ern onmogelijke opgave is om in dit bepaald traject in het Pentagon te vliegen? Waarom was net dit deel van het Pentagon verstevigd tegen invliegende projectielen? Waarom was dit deel van de vleugel net ontruimd? Waarom is er nog een derde toren ingestort die niet geraakt werd? enz enz

Je ziet. Honderden vragen kan je stellen die geen of afdoende antwoorden krijgen in de officiële versie.

Het is zo duidelijk. Maar niemand wil dit weten. Ik eerst ook niet.

Mijn methode? Gezond boerenverstand.

Mijn medewerkers? Geen.

Mijn publicaties? Geen

I have a day and night-job, thank you ;-).

Maar ik verlaat me op de bevindingen van wetenschappers, piloten, architecten, FBI/CIA-agenten, … feiten en in tweede orde op getuigen/bevindingen van “gewone mensen”, zoals ik er ééntje ben. Ik leg dit naast de officiële versie en kom tot bepaalde vragen. Als er zoveel discrepanties zijn (ik durf het woord haast niet meer gebruiken), dan kan je veilig stellen … dat er iets niet juist is. En dat is een understatement.

Creationistische Logos Instituut komt naar Vlaanderen

De Nederlandse creationisten van het Logos Instituut willen Vlaanderen veroveren en brengen op 7 april 2018 hun kanonnen in stelling voor een tweede beleg van Antwerpen. Althans, dat lijkt de afbeelding, twee moordwapens aan de oever van een rivier, die de online aankondiging voor het Logos-congres in Vlaanderen illustreert, te suggereren. Het gebruik van oorlogsiconografie om een religieus congres te promoten, dat is vrij apart. [Edit: ondertussen is deze oorlogszuchtige afbeelding vervangen door de foto van een vlinder.]

De aankondiging lijkt eveneens te suggereren
(1) dat de heren de Bijbel beschouwen als het fundament waarop wetenschappelijke uitspraken kunnen gebaseerd worden (“Wat kunnen we vanuit de Bijbel hierop als antwoord formuleren.”);
(2) dat ze denken dat “(e)en God die de aarde in zes dagen heeft gemaakt of Eén die heeft gewerkt middels evolutie” de enige opties zijn;
(3) dat dit debat een plaats heeft binnen de wetenschappelijke wereld;
(4) dat er in dit religieus debat blijkbaar geen plaats is voor vrouwen achter het rostrum.

Op zaterdag 7 april 2018 organiseert het Logos Instituut in Antwerpen dus haar religieus congres rond de thema’s betrouwbaarheid van de Bijbel, geloof en wetenschap en schepping of evolutie. In een kerk. Inschrijven kan u hier.

Het Logos Instituut beschouwt een letterlijke lezing van de Bijbel als het fundament voor opvoeding, onderwijs en onderzoek, en wordt daarin gul gesteund door de Nederlandse overheid. Het is een zogenaamde ANBI-organisatie (Algemeen nut beogende instelling) en giften zijn fiscaal aftrekbaar.

Keith Kloor: Journalistiek onder vuur 4/4

Deze vertaling verscheen in Wonder en is geen Wonder (Winter 2017), het ledenblad van SKEPP.

* * *

Wat gebeurt er wanneer je als wetenschapsjournalist schrijft over thema’s waarrond milieu-organisaties en andere ngo’s een verdienmodel hebben opgebouwd? “Afhankelijk van het onderwerp geldt in de wetenschapsjournalistiek dat hoe meer je rapporteert over feiten, hoe minder effect het lijkt te sorteren”, schrijft de Amerikaanse wetenschapsjournalist Keith Kloor. Tijdens zijn carrière als journalist en docent journalistiek raakte Kloor gefascineerd door de hardnekkigheid van bepaalde valse narratieven, zoals mythen rond vaccinatie of genetisch gemodificeerde organismen. “Het draait allemaal rond het verhaal en hoe sterk het gebracht wordt”, weet Kloor. Een paar jaar geleden kwam Kloor door een campagne van activisten tegen zijn persoon zelf in de problemen. Door zijn journalistieke werk dreigde hij niet alleen vrienden, maar ook zijn inkomen te verliezen. Of het dit allemaal waard was, is de centrale vraag in dit openhartige essay.

***

Karaktermoord

Het begon op een mooie dag in september, toen de anti-ggo-groep een reeks emails postte die door dat FOIA-verzoek waren vrijgegeven en waarin mijn naam stond, samen met die van andere journalisten, zoals Tamar Haspel van de Washington Post en Amy Harmon, die tweemaal een Pulitzerprijs heeft mogen ontvangen. Zij werkt nu voor de New York Times en publiceerde eerder een zeer gewaardeerde reeks over controverses in het ggo-debat. Het artikel met fragmenten uit de e-mails, gevolgd door commentaren en opmerkingen vanuit de actiegroep, kreeg de titel A Short Report on Journalists Mentioned in our FOIA Requests. De citaten uit de e-mails vermeldden niets over wat wij drieën gezegd of gedaan hadden. Tussen haakjes, wanneer een journalist regelmatig schrijft over een controversieel onderwerp en ook effectief gelezen wordt, dan kun je ervan op aan dat de naam van die journalist opduikt in e-mails van mensen die geïnteresseerd zijn in die onderwerpen. De enkele keren dat onze namen verschenen in het gekeuvel onder de universitaire wetenschappers, waren blijkbaar genoeg om de argwaan van de anti-ggo-groep te wekken. Zo wordt bijvoorbeeld mijn naam vernoemd in een e-mail van een academicus die uitgesproken pro-ggo is. Zijn boodschap, over geruchten dat er websites gehackt zouden zijn, werd verstuurd naar verschillende wetenschapscommunicatoren en vertegenwoordigers van de biotechindustrie. Mijn naam was één in een lange lijst van mensen die deze e-mail in cc toegestuurd kregen. Conclusie van de anti-ggo-groep: “Deze e-mail impliceert dat Kloor nauw samenwerkt met vooraanstaande vertegenwoordigers van de agro-chemische industrie.”

Enkele dagen later nam de eerder liberaal-progressieve website Alternet het ‘samenvattend rapport’ van de antiggo-groep letterlijk over, maar plaatste er wel een pakkende titel boven: 3 Journalists Who Are Disturbingly Cozy with the Agrichemical Industry. Vergeet niet dat er zelfs geen enkele e-mail van ons drieën tussen de hoop zit! Het is een opeenstapeling van gevolgtrekkingen, een verklaring van schuld-door-associatie louter op basis van een naamsvermelding. Niet lang daarna ontving ik een e-mail van Robert Kennedy Jr. Hij had mijn e-mailadres toegevoegd in een antwoord aan een anti-vaccinatieactivist die hem net had geïnformeerd dat er bekend was gemaakt dat ik een betaalde pion was voor de industrie. Kennedy’s bevestingsdrang deed de rest: “Klinkt aannemelijk. De eerste vraag die ik ooit aan Keith gesteld heb, was of hij betaald werd door de farmaceutische industrie. Het is te gek voor woorden dat een gast die zichzelf verkocht heeft als wetenschapsjournalist, de rommelwetenschap van die industrie zo hard promoot.” Binnen een paar weken zag ik mezelf beschreven als een “Monsantohoer” en een “onderkruiper van de industrie”.

Ik kon het mij niet al te hard aantrekken: mensen die online als een razende te keer gaan ondermijnen gewoonlijk heel snel hun eigen geloofwaardigheid. Maar in januari 2016 kwam de campagne om mijn professionele reputatie te beschadigen in een stroomversnelling terecht. Greenpeace, dat al heel lang gekant is tegen ggo’s en dat de wetenschappelijke consensus rond de veiligheid ervan verwerpt, maakte een pagina over mij aan op de website PolluterWatch. Het is een geslepen mix van feitelijk correcte biografische details, halve waarheden en complete verzinsels, zoals “Kloor heeft regelmatig verzoeken om informatie openbaar te maken afgekraakt. Een paar van die verzoeken betroffen zijn eigen communicatie omtrent ggo’s, door organisaties die de belangenvermenging onderzoeken tussen bedrijven en wetenschappers.” Voor deze claim worden er geen bewijzen aangevoerd. En al bij al is het uiterst absurd omdat ik zelf al FOIA-verzoeken heb ingediend om misdaden van de industrie te onthullen.

Dagen later verscheen een gelijkaardig bericht op de website Sourcewatch, een internetwaakhond die “groepen en mensen die PR-operaties uitvoeren voor bedrijven” screent. Tot op de dag van vandaag vinden mensen die mijn naam googelen die websites terug in de zoekresultaten. Wie niet vertrouwd is met mijn werk kan onmogelijk uitmaken wat nu correcte of foute informatie is. En dat is nu net de bedoeling. Dit is verontrustend in het digitale tijdperk waarin we leven. Mensen worden tegenwoordig sowieso al in de war gebracht door fake news en gladde politieke propaganda.

De reacties die ik ontving van collega’s van de Society of Environmental Journalists (SEJ) deden mij de moed zo mogelijk nog meer in de schoenen zinken. Nadat ik PolluterWatch en SourceWatch vermeldde op de e-maillijst van deze organisatie, liet een lid van SEJ weten: “Klinkt aannemelijk.” Een ander lid schreef in een privébericht: “Keith, alstublieft, zeg nu toch eens wie jouw salaris betaalt. Hoe kan je nu verder doen alsof je niet door de knieën bent gegaan voor de verlokkingen van de spindokters en hun verhaaltjes, die begonnen toen de varkensvleesindustrie dokters betaalden om de voordelen van varkenskadavers te eten, op te hemelen. Prijs je nu die technologieën aan waarvan nog niet bewezen is dat ze honderd procent veilig zijn of niet? SPREEK OP, MAN. Het wordt tijd dat je met jezelf in het reine komt”. Nadat ik van de verbazing bekomen was, bedacht ik: met zo’n collega’s, wie heeft er dan nog vijanden nodig?

Toen ik dit essay aan het afronden was ontving ik een e-mail van een wetenschapper aan een openbare universiteit die net die dag nog maar eens een FOIA-verzoek had ontvangen van dezelfde anti-ggo-groep die in de loop van het vorige jaar tal van zulke verzoeken had verstuurd naar tientallen collega’s in de V.S. en Canada. Dit verzoek verschilde van de vorige omdat het de correspondentie opeiste tussen de wetenschappers en iedereen die connecties heeft met de biotechindustrie. Dit keer ging het over de correspondentie over de drie laatste jaren tussen de wetenschapper in kwestie en drie journalisten: ik, Tamar Haspel van de Washington Post en Nathanael Johnson van Grist. Wij drieën hebben enorm veel geschreven over ggo’s, wij hebben verkeerde informatie gecorrigeerd en mythes ontkracht. Kortom, wij hebben bepaalde hardnekkige en valse verhalen omtrent de wetenschap van de agrarische biotechnologie aangevochten. Misschien vermoedt de anti-ggo-groep die onze e-mailcorrespondentie wil uitvlooien dat er genoeg aanwijzingen te vinden zullen zijn die onze namen kunnen besmeuren en bijgevolg onze berichtgeving over ggo’s.

Maar wat er ook gevonden wordt, ik zie alvast de schadelijke en schandelijke kop: “Wetenschapsjournalisten communiceren met wetenschappers”.

Keith Kloor
is freelance journalist en adjunctprofessor Journalistiek aan de New York University en de City University of New York Graduate School of Journalism.

Keith Kloor: Journalistiek onder vuur 3/4

Deze vertaling verscheen in Wonder en is geen Wonder (Winter 2017), het ledenblad van SKEPP.

* * *

Wat gebeurt er wanneer je als wetenschapsjournalist schrijft over thema’s waarrond milieu-organisaties en andere ngo’s een verdienmodel hebben opgebouwd? “Afhankelijk van het onderwerp geldt in de wetenschapsjournalistiek dat hoe meer je rapporteert over feiten, hoe minder effect het lijkt te sorteren”, schrijft de Amerikaanse wetenschapsjournalist Keith Kloor. Tijdens zijn carrière als journalist en docent journalistiek raakte Kloor gefascineerd door de hardnekkigheid van bepaalde valse narratieven, zoals mythen rond vaccinatie of genetisch gemodificeerde organismen. “Het draait allemaal rond het verhaal en hoe sterk het gebracht wordt”, weet Kloor. Een paar jaar geleden kwam Kloor door een campagne van activisten tegen zijn persoon zelf in de problemen. Door zijn journalistieke werk dreigde hij niet alleen vrienden, maar ook zijn inkomen te verliezen. Of het dit allemaal waard was, is de centrale vraag in dit openhartige essay.

***

De anti-ggo-bende

In 2012 schreef ik een stuk voor Slate met de openingszin: “Ik heb lang gedacht dat er niets kon tippen aan de desinformatie die uitgespuwd werd door klimaatontkenners en hun spindokters. Maar dan begon ik aandacht te schenken aan hoe anti-ggo-activisten de wetenschap omtrent genetisch gemodificeerde gewassen hebben vertekend en verdraaid. Men zou verrast zijn over hoeveel succes ze daarmee behaalden en over wie hen daarbij een handje heeft geholpen.” Op dat moment was ik amper bezig met biotechnologie. Het grootste deel van de jaren 2000 had ik het gezellig druk als redacteur bij een toonaangevend blad over milieu, met het schrijven van stukjes over fauna, milieubescherming, klimaatverandering en de zonden van de olie-, kolen-en gasindustrie. Ik ben nog steeds trots op mijn werk voor het tijdschrift van de National Audubon Society in die periode. Ik ben niet iemand die op een mooie dag is opgestaan en plots zijn carrièrekeuze of job van milieujournalist in vraag begon te stellen. Ik heb geen ideologisch of politiek kantelmoment doorgemaakt dat mij heeft doen besluiten, zoals de titel van het artikel stelde: “Ggo-opposanten zijn de klimaatontkenners van de linkerzijde”.

In 2009 werd ik een freelancer en moest ik voor mezelf een niche zoeken, terwijl ik de nuances van bepaalde onderwerpen in het milieu- en klimaatdebat onderzocht die te weinig aan bod kwamen in de media, of in sommige gevallen zelfs helemaal niet. Een onderwerp dat opviel omdat het zo onderbelicht werd door mijn collega’s, was het ggo-debat.

In de jaren 1990 en de vroege jaren 2000 was het wel even opgeflakkerd, maar tijdens de rest van het decennium smeulde het ergens ver op de achtergrond. Maar toen in de late jaren 2000 de beweging van voedselactivisten opstond, begon men een campagne om genetisch gemodificeerd voedsel te labelen (dat gebeurde eerst in de Verenigde Staten, maar later waaide het idee ook over naar Europa, nvdr.). Dit bracht de wetenschap van de agrarische biotechnologie terug onder de aandacht. Ik nam daar nota van. Gelukkig begon ik aan dat onderwerp met weinig vooroordelen of sterke emoties. Ik had voordien niet al te veel aandacht besteed aan het ggo-debat. Ik wilde dus eerst de wetenschap van de agrarische biotechnologie leren begrijpen. Ik leerde al snel dat het een moeilijke en ingewikkelde wetenschap is die voortgestuwd wordt door de industrie. En dat maakt zonder enige twijfel heel veel mensen al van in het begin argwanend. Zeer begrijpelijk, gezien de lange, goed gedocumenteerde historiek van desinformatie en karaktermoorden uitgevoerd door de chemische, tabaks-, en olie-industrieën, om enkel maar de meest gekende onfrisse voorbeelden aan te halen.

Maar ik ontdekte ook dat de angst voor “frankenfood”, wat de vroege tegenstanders van ggo’s sterk bezighield, nooit werkelijkheid werd. Prestigieuze wetenschappelijke instellingen hebben aan het einde van de jaren 2000 de verzamelde resultaten van onafhankelijke onderzoeksgroepen tegen het licht gehouden. Hun conclusie luidde dat biotechnologie bij eetbare gewassen veilig is. Er waren nog wel enkele netelige kwesties omtrent de milieu-impact bij enkele gewassen, bijvoorbeeld of ggo’s het gebruik van pesticides nu verminderden of vergrootten, maar alles samen genomen was er een consensus dat de wetenschap op een productieve manier door de landbouwers gebruikt werd zonder mens of fauna te schaden. Enigszins tot mijn verbazing gingen dezelfde milieubewegingen en bewakers van het algemeen belang die de wetenschappelijke consensus omtrent de verandering van het klimaat wel aanvaardden, deze keer niet akkoord. Zij verwierpen de wetenschappelijke consensus omtrent ggo’s. Het viel me ook op dat ze, om het publieke debat te vertroebelen, een tactiek gebruikten die de olie-, tabaks- en chemische industrie op punt hebben gesteld, namelijk de “handel in twijfel”. Er is bijvoorbeeld een klein netwerk van wetenschappers die de consensus afwijzen en zelfverklaarde experten in anti-ggo-middens die als het ware een weerspiegeling zijn van een soortgelijk netwerk onder klimaatontkenners. De laatste jaren hebben zij dubieuze wetenschappelijke papers en fikse boeken geproduceerd met welluidende titels als The GMO Deception, Altered Genes, Twisted Truth: How the Venture to Genetically Engineer Our Food has Subverted Science, Corrupted Government, and Systematically Deceived the Public. De meest hardnekkige aanhangers van de anti-ggo- en antivaccinatiebeweging en klimaatontkenners worden voortgedreven door een gelijkaardig complotdenken. Als je meer wilt vernemen over hoe dit alternatieve universum werd opgetrokken, lees dan zeker Will Saletans diepgravend stuk voor Slate, waarin hij concludeert: “De strijd tegen genetisch gemodificeerde organismen zit tjokvol paniekzaaierij, vergissingen, fouten en bedrog.”

Met mijn stuk voor Slate uit 2012 wilde ik daar ook de aandacht op vestigen: “Het emotioneel beladen, gepolitiseerd discours over ggo’s wordt verzopen in dezelfde koortsmoerassen die de wetenschap rond de klimaatverandering onherkenbaar aangetast hebben.” De verantwoordelijke partijen zijn milieu groepen, prominente voedselcolumnisten en invloedrijke progressieve schrijvers. Met mijn blog voor Discover (stopgezet in 2015) borduurde ik verder op dit thema. Ik belichtte de bijna constante stroom aan voorvallen waarin de wetenschap verkeerd werd voorgesteld door groene groepen en prominente individuen waarvan ik dacht dat ze beter zouden weten. Dit werd niet echt geapprecieerd door denkers aan de progressieve zijde, een kant die ik nochtans beschouw als mijn natuurlijke habitat.

Wat bedoel ik daarmee? Neem Julia Belluz, wetenschapsjournalist voor Vox die enkele keiharde stukken over Dr. Oz, alternatieve geneeskunde, dieetrages en dies meer heeft geschreven. In een recent stuk beschrijft zij de terugslag die ze heeft mogen ervaren; de titel ervan spreekt boekdelen: Why reporting on health and science is a good way to lose friends and alienate people (Waarom je door te schrijven over gezondheid en wetenschap vrienden verliest en mensen van je vervreemdt.) Dit is absoluut ook mijn ervaring bij mijn reportages over ggo’s. Het wordt zelfs erger wanneer de enige nieuwe vrienden die je maakt na een kritisch artikel over een ecoheilige zoals Vandana Shiva, het soort mensen zijn dat werkt in de labo’s van Monsanto’s hoofdzetel.

Mijn punt is dus: als je journalistieke werk opgevat wordt als een steuntje in de rug van het meest boosaardige bedrijf ter wereld, geloof me, dan riskeer je meer te verliezen dan vrienden alleen. Meer hierover later.

Zet jezelf ondertussen even in de plaats van voedselactivisten en groenen die tegen ggo’s zijn en die werkelijk geloven dat zij aan de kant van de engeltjes staan. Elke ochtend opnieuw ontwaken ze en gaan ze verder met het bestrijden van het Kwaad. Er zijn geen tinten grijs in deze zwart-witte wereld.

Bekijken we de wereld door hun bril: als CEO’s en wetenschappers verbonden aan de industrie bijna al mijn artikelen over hoe verheven progressieve woordvoerders het ggo-debat verdraaien, enthousiast delen op de sociale media, dan moet dat betekenen dat ik een vriend van Monsanto ben, toch? Als de Columbia Journalism Review in 2013 een artikel publiceert over hoe ik de belabberde en bevooroordeelde media-aandacht voor ggo’s zie, dan moet ik wel een slippendrager van de biotechnologische industrie zijn, niet? Als ik in 2015 bericht over hoe wetenschappers uit de openbare sector een verzoek krijgen om hun volledige correspondentie en andere informatie openbaar te maken zoals bepaald door de Freedom of Information Act (FOIA, een Amerikaanse wet op de openbaarheid van informatie, nvdr.) nog voordat de groep activisten achter dat verzoek hiermee in het openbaar willen komen, dan moet ik wel geknecht zijn door de industrie? Als ik de zaak opvolg en afkom met een nieuw exclusief artikel (niet vergeten, ik ben journalist) omtrent de inhoud van die FOIA-verzoeken nog voordat de anti-ggo-groep wil dat deze informatie openbaar wordt gemaakt, dan moet ik toch gewoon in loondienst zijn van de industrie?

Nee, toch niet. Mijn journalistiek werk wordt niet beïnvloed of tegen betaling besteld door de industrie. Ik heb de mythe van de Indiase boeren – de zogezegde link tussen ggo’s en zelfmoorden – zelf ontdekt. Ik heb nooit met Monsanto gesproken, laat staan overlegd, wanneer ik aan een artikel werkte. Wanneer ik voor het eerst schreef over de wijdverspreide foute voorstellingen van plantenbiotechnologie voor Slate in 2012, was ik zelfs amper beginnen praten met wetenschappers in het veld. Ik kon de omgekeerde wereld die de anti-ggo-activisten gecreëerd hadden, afleiden door deze gewoonweg te vergelijken met de wereld van echte wetenschap en gevestigde literatuurstudies. Sindsdien ben ik bekend geworden bij tal van wetenschappers in de publieke biotechsector. Ze vertrouwden erop dat ik over hen op een faire, open en onbevooroordeelde manier zou schrijven. Nadat een aantal van hen een FOIA-verzoek op hun bord kregen op instignatie van een anti-ggo-groep in 2015, lieten ze mij dat weten. Ik schreef er een rechttoe-rechtaan verhaal over voor Science in februari dat jaar. In privé-conversaties liet ik de wetenschappers en onderzoekers weten dat ik in principe, als journalist, geen probleem had met zulke FOIA-verzoeken, hoewel ik heel goed begreep waarom zij zich daardoor aangevallen voelden. Later dat jaar wezen wetenschappers me erop dat duizenden e-mails aan die anti-ggogroep waren vrijgegeven, het resultaat van een FOIA-verzoek aan één bepaalde onderzoeker. Ik rapporteerde over de inhoud van deze e-mails in het tijdschrift Nature, wat een onaangename verrassing was voor de anti-ggo-groep, omdat men al aan het samenwerken was met een andere journalist waarvan ze dachten dat hij waarschijnlijk hun ideologische interesse en filosofie wel zou delen.

Wat er toen gebeurde, was dan weer een onaangename verrassing voor mij.

Keith Kloor: Journalistiek onder vuur 2/4

Deze vertaling verscheen in Wonder en is geen Wonder (Winter 2017), het ledenblad van SKEPP.

* * *

Wat gebeurt er wanneer je als wetenschapsjournalist schrijft over thema’s waarrond milieu-organisaties en andere ngo’s een verdienmodel hebben opgebouwd? “Afhankelijk van het onderwerp geldt in de wetenschapsjournalistiek dat hoe meer je rapporteert over feiten, hoe minder effect het lijkt te sorteren”, schrijft de Amerikaanse wetenschapsjournalist Keith Kloor. Tijdens zijn carrière als journalist en docent journalistiek raakte Kloor gefascineerd door de hardnekkigheid van bepaalde valse narratieven, zoals mythen rond vaccinatie of genetisch gemodificeerde organismen. “Het draait allemaal rond het verhaal en hoe sterk het gebracht wordt”, weet Kloor. Een paar jaar geleden kwam Kloor door een campagne van activisten tegen zijn persoon zelf in de problemen. Door zijn journalistieke werk dreigde hij niet alleen vrienden, maar ook zijn inkomen te verliezen. Of het dit allemaal waard was, is de centrale vraag in dit openhartige essay.

***

Toen ik de bronnen onderzocht die Kennedy’s obsessie voedden, ontdekte ik een parallel universum van “feiten” en “wetenschap” dat zo’n tien, vijftien jaar geleden werd gecreëerd. Ik vond stapels boeken, documentaires, obscure artikelen en websites, de meeste het resultaat van noeste thuisarbeid, die Kennedy’s geloof versterkten in een “neurologische holocaust” veroorzaakt door vaccins en verborgen door het CDC. Kennedy was van streek omdat mijn artikel de “wetenschap” die hij met mij deelde, niet besprak. Omgekeerd waren er sommige wetenschappers die vonden dat ik hem te zacht had aangepakt. In de periode dat ik dit verhaal versloeg, ontmoette ik heel wat intelligente mensen die oprecht geloofden dat de federale overheid de waarheid omtrent vaccins en autisme verborgen houdt (wat trouwens niet het geval is). Ik betwijfel of zij hiervan zo zeker zouden geworden zijn zonder een overkoepelend verhaal van “de goeden tegen de slechten”: Big Pharma is de boosdoener, CDC de handlanger, Kennedy de moedige verkondiger van de waarheid.

In deze wereld heeft Andrew Wakefield de status van een rockster (Wakefield is de Britse dokter en auteur van een frauduleuze studie die in 1998 een golf van paniek veroorzaakte omtrent de inenting tegen de mazelen, de bof en de rode hond). Volgens verschillende peilingen wordt hij door een derde van alle Amerikaanse ouders op handen gedragen, door mensen die verkeerdelijk geloven dat er een link is tussen autisme en vaccinaties, wars van het feit dat Wakefields medische licentie ingetrokken werd en dat zijn werk grondig werd ontkracht door de wetenschappelijke wereld. Maar dat is natuurlijk gewoonweg méér bewijs van een grote samenzwering!

Trumps vurigste supporters leven net zoals de gepassioneerde fans van Kennedy en Wakefield in een eigen mediabubbel met een heel eigen verzameling aan waarheden. Beide bubbels koesteren een minachting voor verdiende reputaties van mensen en instituten. Objectieve feiten kunnen niet binnen dringen in deze afgesloten werelden. Of zoals Brian Stelter van CNN het onlangs verwoordde: “Een groot deel van het land heeft de journalistiek achter zich gelaten en geopteerd voor een alternatieve realiteit.” Het dient vermeld dat Wakefield en enkele medestanders een privé-ontmoeting van een uur met Trump hebben gehad voor de verkiezingsdag. Voordien had Trump zijn geloof in een verband tussen inentingen en autisme al verkondigd. Volgens het tijdschrift Science, dat berichtte over deze ontmoeting, gaf Wakefield aan Trump een kopie van een recente documentaire waaraan hij had meegewerkt, namelijk Vaxxed: From Cover-up to Catastrophe.

Een boosdoener genaamd Monsanto

Tijdens mijn carrière als journalist ben ik altijd gefascineerd geweest door de hardnekkigheid van bepaalde onware narratieven. In 2014 onderzocht ik voor Issues in Science & Technology de oorsprong en voedingsbodem van zo’n verhaal, namelijk dat over de honderdduizenden Indiase boeren die door Monsanto en zijn ggo’s tot zelfmoord zouden gedreven zijn. Dat dit verhaal niet waar was, was na enig onderzoek gemakkelijk aan te tonen. Maar wat mij choqueerde was hoe het verhaal ingebed werd in de media en onvoorwaardelijk voor waar aangenomen werd door zeer schrandere mensen. Ik wilde uitzoeken hoe dat in elkaar stak.

Laat er geen misverstand over bestaan: het leven van kleine Indiase boeren is kei- en keihard. Velen overleven met zeer kleine marges, zonder toegang tot irrigatie, overgeleverd aan een grillig klimaat. Zij hebben geen toegang tot geïnstitutionaliseerd krediet of oogstverzekeringen. Door een ingewikkelde mix van allerhande socio-politieke factoren eindigen al te veel kleine boeren met verpletterende schulden. Voor velen onder hen is zelfmoord de enige uitweg. Het is tragisch en reëel.

En ja, in de vroege jaren 2000 stond de Indiase regering Monsanto toe om genetisch gemodificeerd katoenzaad te verspreiden in het land, wat door heel wat boeren ten zeerste geapprecieerd werd. Maar de “agrarische crisis”, zoals deze in India genoemd wordt, dateert van voor de introductie van gg-katoen en de precaire situatie veranderde in de jaren 2000 amper of niet voor de kleine boeren. Wat wel veranderde was de aandacht die de zelfdodingen in de landbouwsector plots kregen. Een aantal dat, tussen haakjes, lager lag dan het aantal zelfmoorden onder niet-boeren. Hoewel India een eeuwenlange en diepgewortelde traditie heeft wat betreft sociale en genderongelijkheid, een traditie die teruggaat tot het kastensysteem, en hoewel systematische aanvallen en seksueel geweld op vrouwen ook al lang een sociaal probleem is, vonden midden de jaren 2000 activisten in de zelfdodingen hun nieuwe goede doel. Snel trok het de aandacht van de media en van universitaire denktanks. In ongeveer diezelfde periode werden Monsanto en het gg-katoen aangewezen als de voornaamste schuldigen voor de zelfdodingen onder de Indiase boeren. Zoals ik beschreef in mijn artikel “The GMO-Suicide Myth” heeft niemand zich meer ingespannen om dit verhaal te verspreiden en te bestendigen dan Vandana Shiva. Zij en haar organisatie publiceerden rapporten waarin het gg-product van Monsanto ‘zelfmoordzaad’ genoemd werd. Shiva verergerde de vermeende connectie tussen Monsanto en de zelfdodingen onder de Indiase boeren via opiniestukken, interviews en voordrachten. Haar verheven status in de wereld der groenen en haar invloed op vooraanstaande denkers hielpen het verhaal te legitimeren.

Maar dit verhaal kon enkel tot deze proporties uitgroeien in een bestaand en welomschreven kader. En daarin heette de op maat van de media geknipte snoodaard Monsanto of, zoals de tegenstanders het biotechbedrijf noemen, Monsatan. Deze meme, waarin Monsanto op het internet werd opgevoerd als het “meest boosaardige bedrijf ter wereld”, omdat het ’s werelds voedselbevoorrading zou willen overnemen en ‘frankenfoods’ door onze strot wil rammen, was al wijd en zijd bekend in de periode dat Vandana Shiva besliste om hieraan haar verhaal over de zelfdodingen vast te klinken. Ik heb thuis een schap vol boeken die Monsanto een algemene ontaarding van het landbouwbedrijf aanwrijven. Ik heb er documentaires over gezien. Iedereen haat Monsanto, toch? Of dit beeld cartoonesk is? Dat trekken we ons niet aan. Belangrijker is dat het ‘warig’ klinkt. Dus ja, de demonisering van het bedrijf was al aan de gang lang voordat Shiva het beschuldigde van de zelfdoding van 300.000 Indiase boeren. Velen waren al geconditioneerd om dit te geloven. Paul Ehrlich vermeldde het, Bill Moyers knikte gewichtig mee toen Shiva hem het verhaal deed. Dan was er nog de invloedrijke documentaire Bitter Seeds (2012), die Shiva mee in elkaar hielp steken en die door voedseljournalist en activist Michael Pollan de hemel in geprezen werd. De film ging rond in het festivalcircuit. Kijk naar de film, of naar de talloze fragmenten op YouTube, met huilende Indiase families die net een verwante verloren hebben door zelfmoord omwille van ggo’s, en zeg me dan nog eens dat Monsanto niet het pure kwaad belichaamt.

Het draait allemaal rond het narratief, het verhaal en hoe sterk het kan gemaakt worden. De ‘corrupte Hillary’ is een ‘crimineel’, een pediatrisch onderzoeker die van jetje geeft tegen bangmakerij door anti-vaccinatie-activisten, staat op gelijke voet met een nazi-kampbewaker, de wetenschappers van Monsanto hebben ‘zelfmoordzaden’ gecreëerd. Deze verhaallijnen zijn wis en waarachtig voor de mensen die er geloof aan hechten, omdat ze telkens opnieuw versterkt worden met nieuwe informatie, in de vorm van boeken, artikelen, films, voordrachten, segmenten van radioprogramma’s, alle gemaakt door vertrouwde, gelijkgezinde koppen.

In een ideale wereld onderzoeken journalisten en geleerden onbevreesd aannames en onderliggende ideologische verhalen die het beleid en het wetenschappelijk debat beïnvloeden. In de echte wereld, waar groepsidentiteit wel van belang is en reputaties beschermd dienen te worden tegen politiek geïnspireerde aanvallen, hebben sommigen besloten dat bepaalde narratieven best onaangeroerd blijven. Alan Levinovitz, professor religieuze studies aan de James Madison University, was zo iemand die nooit de verhaallijn ‘Monsanto is het pure kwaad’ in vraag had gesteld. Nadat hij een tekst had geschreven waarin hij zich volgens de anti-ggo-mensen te positief had uitgelaten over biotechnologie, werd hij ervan beschuldigd een betaalde pion te zijn in dienst van. In een reactie schreef hij droogweg:

“Zoals de meeste mensen wist ik precies hoe Monsanto was, zonder er ooit al te hard te hebben over nagedacht. Ik wist dat Monsanto boeren de vergetelheid in procedeerden, dat Monsanto aan de basis lag van een lange reeks zelfmoorden in India, dat Monsanto negatieve mediaberichten onderdrukte, dat Monsanto politici en wetenschappers betaalde om voor hen te liegen.
Maar er was één verhaal dat ik niet geloofde omdat ik wist dat het niet waar was: mij had Monsanto niet betaald. En dus deed ik wat elke academicus of journalist zou moeten doen, ik begon namelijk te lezen en te leren over het bedrijf dat me zogezegd op zijn loonlijst had staan.”

Levinovitz ging praten met wetenschappers van Monsanto en al snel werd het plaatje heel wat ingewikkeldder, namelijk dat van een grote multinational “die een grote verscheidenheid aan mensen in dienst heeft. Sommigen willen zo snel mogelijk zo veel mogelijk verdienen. De voornaamste zorg van anderen was dan weer om zo degelijk mogelijk wetenschappelijk onderzoek te doen.” Hij begon het idee te koesteren om een verguisd bedrijf dat volledig gedemoniseerd was – en met het bedrijf misschien wel een hele tak van de wetenschap – te vermenselijken. “Maar dan besefte ik dat ik dat verhaal nooit zou schrijven”, noteert Levinovitz in zijn essay. “Het sop was de kolen niet waard. Waarom zou ik mezelf, ook al is het maar even, associëren met de Duivel? Andere journalisten hebben me verteld dat ze hetzelfde ervaren.” Hij vermeldt bijvoorbeeld Nathanael Johnson, een journalist die voor Grist schrijft over voeding en landbouw, die ook zei: “Het heeft een verkrampende uitwerking op mij en daar ben ik niet trots op.”

Geen enkele journalist kijkt uit naar de slangenkuil die hem of haar onvermijdelijk wacht wanneer je bezig bent met onderwerpen in verband met gecontesteerde wetenschap. Als ik terugkijk op mijn eigen ervaringen van de laatste jaren, dan vraag ik me ook af of ik er niet beter aan gedaan had om bepaalde onderwerpen te mijden.

Wordt vervolgd