Complotten, doofpotten en een handvol luidruchtige zotten: Vermeeren vs. Boudry over 9/11

Volgend artikel van Brecht Decoene en mij verscheen in De Geus van mei 2018, het blad van de vrijzinnig humanisten van Gent en omstreken.

* * *

Op woensdag 20 maart 2018 vond in in de gebouwen van de Ugent een debat over de aanslagen van 11 september 2001 plaats tussen wetenschapsfilosoof Maarten Boudry en de Nederlandse ingenieur Coen Vermeeren. De organisatie was in handen van Peter Vereecke, ex-CD&V-burgemeester van Evergem en Vlaanderens bekendste complotdenker. Moderator van dienst, nu ja, was Rob Vanoudenhoven.

Maarten Boudry was tot voor kort verbonden aan de Ugent en is momenteel zelfstandig filosoof-schrijver. Samen met Johan Braeckman schreef hij De ongelovige Thomas heeft een punt. Een handleiding voor kritisch denken (2011) waarin ze onder meer op zoek gingen naar mogelijke verklaringen voor het immer populairder wordende complotdenken. Coen Vermeeren was tot 2012 docent Materialen, Productietechnieken en Constructies aan de Technische Universiteit van Delft en later hoofd van de Studium Generale aldaar. In 2017 verliet hij Delft en verkaste naar Breda. Vermeeren schreef het boek 9/11 is gewoon een complot (2016) en lijkt zich de laatste jaren aan steeds woestere complottheorieën te wagen. Hoogstwaarschijnlijk maakte dat zijn positie aan de TU Delft onhoudbaar.

De keuze om al dan niet een inhoudelijke confrontatie aan te gaan met complotdenkers, of creationisten, negationisten, aanhangers van alternatieve geneeskunde en aanverwanten, mondt hoe dan ook uit in een dilemma. Enerzijds zou een weigering om in discussie te treden aantonen dat bepaalde afwijkende ideeën te gevaarlijk of te bedreigend zouden zijn voor de academische wereld, voor de gevestigde orde. De vrije meningsuiting zou beknot worden en men lijkt de (waan)gedachte te bevestigen dat er iets te verbergen valt. Indien men daarentegen toch de handschoen opneemt, verleent men voorstanders van pseudowetenschappen een vorm van geloofwaardigheid waarnaar ze zo hard snakken.

En dat besefte de organisator van het 9/11-debat zeer goed: de grote winnaar van het debat was niet “de waarheid”, zoals een al te pompeuze Peter Vereecke zichzelf en zijn publiek probeerde wijs te maken, maar Peter Vereecke zelf. Hij heeft er per slot van rekening voor gezorgd dat “de moeder aller aanslagen” werd “besproken door twee universitaire experts”, zoals hij triomfantelijk meldde in zijn nieuwsbrieven voor en na. En dat voor een zo goed als eigen publiek in de universiteitsgebouwen: double whammy. Dat u en ik morgen ook een debat kunnen laten doorgaan in diezelfde gebouwen over het seksleven van tuinkabouters, het geheugen van water of bijna eender welk onderwerp naar keuze is een detail dat in deze context gemakshalve achterwege wordt gelaten. De huur van een universiteitsaula is een logistieke aangelegenheid, geen academische. De inhoud van het evenement wordt principieel zo weinig mogelijk beoordeeld door de Ugent.

Maarten Boudry besefte wel degelijk de hieraan verbonden nadelen en daarom kwam hij af met een beter idee. Als er niet veel te winnen valt in een debat met een complotdenker, omdat deze toch eerder via retorische trucs op de emoties van het publiek inspeelt dan op wetenschappelijke bevindingen, dan moet de winst op een ander gebied gezocht worden. Boudry vroeg aan de organisator een dubbele gage en stortte dat meteen door naar een goed doel, namelijk Against Malaria Foundation, een organisatie die binnen de Effective Altruism-beweging als één van de meest efficiënte in zijn soort wordt beschouwd. Op die manier worden honderden kinderen geholpen.

Coen Vermeeren koos eveneens een goed doel uit: de Studium Generale Breda, opgericht door een stichting die voorgezeten wordt door Vermeeren zelf. Dat men naar aanleiding van een lezing of debat een gage vraagt, is niet meer dan normaal. Sprekers mogen, moeten verloond worden. Dat men zichzelf daarvoor in een goed doel vermomt als een SG met opnieuw heel wat complotdenkers op het programma, dat is deugnieterij.

Over de eerste ronde van de avond, de presentaties, kunnen we kort zijn: Boudry gaf eerst een lezing Over 9/11 Truthers en andere complotdenkers. De begeleidende PowerPoint-presentatie zette hij online. We onthielden vooral zijn recept om zelf een complottheorie te ontwikkelen en de drie voorspellingen waarmee hij zijn lezing samenvatte. Ten eerste zou zijn tegenstander die avond zich beperken tot het zeer selectief uitkiezen van echte en schijnbare eigenaardigheden, ten tweede zou Vermeeren zich verbergen achter zogezegd kritische vragen en tot slot zou hij het nalaten een valabele tegentheorie te formuleren, ondanks het feit dat we ondertussen zeventien jaar verder zijn en dat er duizenden zelfverklaarde “onafhankelijke onderzoekers” actief zijn in de beweging van de zogenaamde 9/11 Truthers.

Vermeeren van zijn kant toonde zich in zijn presentatie erg kritisch tegenover de officiële versie, pikte anomalieën uit de rapporten, stelde kritische vragen, en – u raadt het – slaagde er niet in om een stevige theorie neer te poten die zou kunnen concurreren met de officiële.

Vermeeren biechtte bij aanvang op dat dit zijn eerste debat was, aangezien niemand het aandurft. Volgens hem was Maarten dus heel moedig. Deze vreemde en stoere opening ging gepaard met een licht bevende stem. Ook op andere momenten gaf de gewoonlijk lichtjes arrogante Coen een tamelijk nerveuze indruk. Hoewel, na het prijzen van Maarten volgde enkel nog misprijzen. “Dit zijn dingen die ze niet begrijpen als ze geen ingenieur zijn. Dat kan ik ze niet kwalijk nemen.” Of “Wat er die dag gebeurde, is vreemd. Nogmaals, je kan heel moeilijk met wetenschapsfilosofen over instortende gebouwen praten.” Wanneer Maarten zijn redenering aan het opbouwen is: “Hoe lang moeten we hier nog naar luisteren? Zijn punt is al duidelijk.” Waarom ingaan op de uitnodiging van Peter Vereecke, maar dit denigrerend inzetten als argument tegen Maarten Boudry? Dat ontglipt ons.

Boudry eindigde zijn betoog met de vraag welk mogelijk bewijs Vermeeren zou kunnen overtuigen van zijn ongelijk, een verwijzing naar het inzicht van wetenschapsfilosoof Karl Popper die stelde dat elke (wetenschappelijke) overtuiging open moet staan voor mogelijke weerleggingen. Met andere woorden, men zou zélf voorwaarden kunnen aangeven of een situatie bedenken waarbij de eigen overtuiging onder vuur komt te liggen of zelfs opgegeven dient te worden. Een theorie die hier niet kan aan voldoen, die dus niet falsifieerbaar is, is dan juist noch fout. Anders gezegd, men kan er geen zinnige uitspraken over doen.

Boudry gaf zelf enkele voorbeelden. Zo zou hij ernstig overwegen dat er iets grondig fout zit, indien een groot aantal mensen en terroristen die in die vliegtuigen hadden moeten zitten, plots te voorschijn zouden komen. Of indien iemand van de legerleiding met een stapel officiële verslagen komt aandraven die een weergave geven van wat er besproken werd tijdens de bijeenkomsten. Of stukken bedrading van het ontstekingsmechanisme van de controlled demolition. Maar wat zou Coen Vermeeren van gedachten kunnen doen veranderen? Hij bleef de zaal een afdoend antwoord schuldig.

Het eigenlijke debat nadien werd gevoerd aan de hand van vragen uit het talrijk opgekomen publiek, dat voor het grootste deel bestond uit supporters van Team Vereecke/Vermeeren en dat zich opmerkelijk rumoerig en zelfs ronduit agressief gedroeg wanneer Maarten Boudry aan het woord was. Onder de vele zogenaamde waarheidszoekers en supporters van Vermeeren leek de gedachte dat 9/11 wel eens geen inside job zou zijn geweest ondenkbaar én onverdraaglijk. Hun korte lontjes dreigden meermaals het debat op te blazen. Ongecontroleerd. De moderator leek het ondertussen nodig te vinden om zijn tergend gebrek aan ervaring te moeten compenseren met tooghumor, onderbroekenlol en absurde oneliners waarmee hij schijnbaar op het debat inpikte. Hij kreeg er de reeds luidruchtige lachers mee op de hand, dat wel, maar zijn schamele tussenkomsten waren niet bepaald een meerwaarde en kalmeerden de zaal veel te weinig.

Hoewel Coen Vermeeren in het begin van het debat Maarten Boudry bedankte om met hem discussiëren, liet Vermeeren meermaals vallen dat hij liever met een vakgenoot, een ingenieur dus, van gedachten zou wisselen en dat een wetenschapsfilosoof hem te min was, met al “die psychologie en zo”. Als we de giftige angel uit zijn sneer halen, dan kunnen we ons inderdaad afvragen waarom organisator Vereecke geen technisch gekwalificeerde tegenstander heeft uitgenodigd, een architect of een ingenieur met expertise in onder andere hoogbouw, wat Vermeeren trouwens ook niet heeft. Ons lijkt het eerder een zeer evidente kwestie van naamsbekendheid: de naam Boudry lokt waarschijnlijk meer mensen naar een universiteitsaula dan eender welke bouwkundige. Misschien een gemiste kans.

Coen Vermeeren daarentegen haalde maar al te graag aan dat er bijna 3000 ingenieurs zijn, broeders en zusters in de bouwkunde, die het officiële verhaal betwisten, de zogenaamde Architects & Engineers for 9/11 Truth. Maar dat lijkt ons een populistische drogreden: niet het schijnbaar grote aantal experts op zich is voldoende om het eigen en dus grote gelijk aan te tonen. Belangrijker dan de kwantiteit is de kwaliteit van de bewijsvoering en de argumentatie. Zo stelde Maarten Boudry dat men op het wereldwijde web met het grootste gemak 3000 biologen kan vinden die de evolutietheorie in twijfel trekken of 3000 al dan niet zelfverklaarde experts die hetzelfde doen op het gebied van de klimaatverandering.

Hoewel het argument van de 3000 experts niet echt geldig was, kunnen we evenwel niet onvermeld laten dat er zich in die groep van bouwkundige experts, die Vermeeren zo gretig naar voren bracht, onder meer theologen bevinden (met expertise in de bouwkundige aspecten van de vernietiging van die toren te Babel?), docenten religieuze studies (o.a. ene Graeme MacQueen) en landschapsarchitecten (zoals Sarah Chaplin, die zich bezighoudt met feministische visuele cultuur). Een grondige screening van de groep Architects & Engineers for 9/11 Truth, eveneens dankzij het internet, toont aan dat slechts een vijftigtal mensen voldoende deskundigheid hebben. Dat is één zestigste van 3000 en dus andere koek. Het mogelijke tegenargument dat er honderdduizenden ingenieurs zijn die het officiële verhaal wél bevestigen, heeft op zich eveneens geen meerwaarde. Het toont enkel aan dat zulke populistische schijnargumenten geen plaats verdienen in een ernstig debat.

Maar ons leek dat er al bij al niet heel veel bouwkundige uitleg nodig was om Vermeerens argumenten, of beter, “kritische vragen”, te pareren. Met andere woorden, Boudry was voldoende op de hoogte van de gebruikelijke literatuur en stond meer dan zijn mannetje in de technische discussies. Zijn “psychologie en zo” gaf de broodnodige meerwaarde aan de hele discussieavond.

Op de vraag uit het publiek of Vermeeren twijfelt aan de integriteit van collega’s die de officiële versie wél aanhangen, voerde hij ontwijkend aan dat er heel veel vakgenoten zijn die zich niet verdiept hebben in de materie, of niet voldoende. Anderzijds zijn het gekwalificeerde ingenieurs en architecten die het duizenden pagina’s tellende (en grotendeels in gerenommeerde vaktijdschriften gepeerreviewde) officiële NIST-rapport hebben samengesteld, bijna-vakgenoten van Vermeeren dus. En het is net onder meer met dit rapport dat Vermeeren problemen heeft.

Toch leek deze vraag en het non-antwoord van Vermeeren aan te tonen dat er een punt was waar ze zich min of meer akkoord konden verklaren. Beiden vonden, zij het om heel uiteenlopende redenen, dat er niet genoeg wetenschappelijk onderlegde experts zijn die zich willen bezighouden met dit soort controversiële onderwerpen. Voor Boudry was dit een aanleiding om een oproep te doen naar de academische wereld, en niet alleen naar ingenieurs en architecten in het geval van 9/11, om zich meer te werpen op pseudo- en randwetenschappen.

Andere, misschien wel belangrijkere debatten over gezondheid (onder andere vaccinatie, zogenaamde alternatieve geneeskunde), landbouw, voedselveiligheid en voeding (onder andere ggo’s, biologische producten, dieetrages en voedselhypes) hebben meer nood aan wetenschappelijk onderlegde experts die zich doen gelden op het publieke forum. Ook de enige en niet alleen daarom dierbare skeptische organisatie in Vlaanderen zou zich iets actiever en vooral eloquenter mogen mengen in heel wat meer (pseudocontroversiële) debatten, voegen wij daar aan toe. Rand- en pseudowetenschappen, die steeds meer hand in hand lijken te gaan met complotdenken, zijn niet weg te denken in onze maatschappij, ook niet weg te roepen. Maar voorstanders van dat soort ongein mogen wel op tijd en stond, en liefst vaker, van een wetenschappelijk en doordacht weerwoord gediend worden.

En dat deed wetenschapsfilosoof Maarten Boudry in de universiteitsaula van de Ugent.

Met verve.

9/11, zwart op wit

Het overkomt mij zelden, reacties van mensen die zichzelf “ervaren rechercheur” noemen of lezers die vragen naar mijn inzicht. Eerder deze maand werd mij echter de volgende vraag gesteld door een ervaren rechercheur zowaar: “Graag uw inzicht over de feiten en mogelijke discrepanties van de officiële versie aub (9/11)”. Double whammy!

Helaas verscheen deze eis in de commentaarsectie van de rubriek Over mij. Zoals de titel aangeeft, gaat die rubriek over mij. Ik verwacht in die sectie lofbetuigingen omtrent mijn blog, mijn fysieke verschijning, lucratieve deals of vette boekencontracten, maar geen vraag naar inzicht omtrent 9/11. Even eigenaardig als helaas verscheen deze vraag net onder de regels “Ik ben, behalve germanist, ex-boekenverkoper en lesgever, ook een boekengek en veellezer.” In geen enkele van deze hoedanigheden heb ik kennis opgedaan van (invliegende) tuigen of van (brandende/instortende) architectuur. Verder heb ik op deze pagina’s niet zo bijster veel geschreven over 9/11, op een aankondiging voor een debat en een bespreking van een congres na.

Hoe dan ook, ik heb de correspondentie overgebracht naar deze blogpost. Kwestie van de commentaarsecties proper te houden (dat is mijn beperkte vorm van OCD) en kwestie van een ervaren rechercheur kond te laten doen van zijn expertise inzake 9/11.

* * *

Stefan Schamp schreef op 17 februari 2018:

Graag uw inzicht over de feiten en mogelijke discrepanties van de officiële versie aub (9/11). Bespiegelingen over de “complotdenkers” zelf zijn niet interessant. Ik stel keer op keer vast dat men op “de man speelt” om het dan niet meer over de feiten en “bewijzen” te moeten hebben. Zo komt men nergens. Is dan het dan gewoon allemaal onzin? Ik zie het je graag zwart op wit neerpennen.

 

Mijn reactie op 17 februari 2018:

Beste Stefan,

Bedankt voor uw bericht. Vier opmerkingen echter:

1. Ik begrijp het eerste deel van uw vraag niet, vooral omdat daar het woord ‘discrepanties’ op een heel eigenaardige gebruikt wordt (en ik kan er niets van maken).
2. Er zijn ondertussen tal van websites die zich bezighouden met complottheorieën en (of versus) de officiële versie omtrent 9/11. Ik heb daar weinig aan toe te voegen.
3. Ik ben zelf meer geïnteresseerd in bespiegelingen over de “complotdenkers” en in het fenomeen complotdenken dan in het zeer grote aantal specifieke complottheorieën met elk hun eigen dada’s, schier eindeloze nuances en dan in eindeloze welles-nietes-spelletjes tussen believers en debunkers. Ik vind dat trouwens een beetje saai. Zie verder ook punt 2.
4. Hoewel ik uw interesse heus apprecieer, doe ik geen verzoeknummers. Ik heb m’n eigen onderwerpen en daar blijf ik bij.

 

Stefan Schamp schreef op 2 maart 2018:

Beste Frank,

Dat is nu net het probleem. Ik merk dat veel skeptici niet eens de moeite doen om te kijken naar de feiten. Welles-nietes-spelletjes interesseren mij in het geheel niet. Maar als ik mij als rationeel mens een mening probeer te vormen, kan ik er toch niet aan onderuit, dat 9/11 toch een aantal serieuze vragen opwerpt. Als ervaren rechercheur kan ik je met de hand op het hart zeggen: dit klopt echt niet. Het verbaast mij dan ook iedere keer, dat men er in sommige gevallen in slaagt om toch het licht van de zon te ontkennen. Men kan dan naast een studie over de “complotdenkers” evengoed eens het fenomeen bekijken van personen die skeptisch zijn … gewoon omdat ze skeptisch willen zijn. Maar het is uiteraard uw volste recht om bij je eigen onderwerpen te blijven. Net zoals het mijn volste recht is om die in vraag te stellen. PS: ik zal het woord discrepanties hier niet meer gebruiken, alhoewel het mij duidelijk leek.

 

Frank schreef op 3 maart 2018:

Nou, beste Stefan, u hebt uw oordeel wel héél snel klaar wat betreft “moeite doen”.

Wat mijn interesse in complottheorieën betreft: die is niet zozeer ruimer dan 9/11, maar anders. Ik ben al enige tijd geïnteresseerd in oudere complotten en samenzweringstheorieën, historische broederschappen, organisaties e.d. die nog steeds figureren in moderne complotverhalen en in de uitgebreide literatuur omtrent complotdenken. Dus, nee, echt diepgaand speurwerk naar 9/11 gaat u in mijn blog niet vinden. Ik vind het evenwel eigenaardig dat mijn interesse in het ene, en mijn gebrek aan interesse in het andere aanleiding kan zijn tot uw diatribe aan het adres van skeptici. Er zijn nochtans genoeg skeptici die zich wél bezighouden met 9/11, het uitpluizen van officiële rapporten en alternatieve versies.

Wat 9/11 betreft, verlaat ik mij op bronnen zoals nist.gov en het 9/11 Commission Report, twee lijvige documenten samengesteld door teams van naar ik denk experts in hun vakgebied. Net omdat die bronnen zo uitgebreid zijn, lees ik die in kleine stukjes en sporadisch. Verder zijn er nog tal van bronnen waarin allerhande deskundigen kritiek geven op deze of gene complottheorie omtrent 9/11. Wat complottheorieën en -denkers op zich betreffen, laat ik me leiden door psychologen, sociologen en anderen die onderzoek op dat gebied verricht hebben. U lijkt dat te klasseren als “niet eens de moeite doen om te kijken naar de feiten”. Ik vind dat andermaal een vorm van terughoudendheid: ik kan geen expertise claimen in vakgebieden die ik niet bestudeerd heb en dus vertrouw ik in zekere mate op experts die naar de feiten gekeken hebben en die interdisciplinair kunnen samenwerken.

Ik weet niet hoe ik uw beschrijving van uw eigen kwaliteiten, namelijk “ervaren rechercheur” moet inschatten. Ik neem aan dat u politierechercheur bent. Indien deze veronderstelling correct is, dan ben ik enorm benieuwd naar hoe u uw vakkennis aanwendt op het gebied van 9/11. Maar vooraleer u mij gaat verblijden met uw resultaten van uw ongetwijfeld diepgaande en baanbrekende onderzoeken aangaande 9/11 vanuit uw expertise, heb ik twee reeksen vragen.

1. Ik heb een groot gebrek aan deskundigheid in het hele 9/11-verhaal, maar ik kijk ernaar uit om bijgeschoold te worden door een ervaren rechercheur. Ik hoop dat u begrijpt dat ik evenwel iets meer nodig heb om daarvan overtuigd te geraken dan een ongetwijfeld goedbedoeld hand op het hart.
Kan u mij inlichten omtrent uw methodologie, hoe u wat, waar en wanneer onderzocht hebt aangaande 9/11. Wanneer was u daar, welk instituut heeft u die opdracht gegeven? Of hebt u eigen middelen aangewend? Waar hebt u uw bevindingen omtrent 9/11 neergeschreven, waar en wanneer werden uw rapporten gepubliceerd, wie waren uw medewerkers?

2. U weet, net zoals ik, dat er heel wat tegenstrijdige complottheorieën de ronde doen. Kan u, gewoon voor de aardigheid, een theorie nemen die u niet aanhangt, en mij uitleggen wat daar precies de problemen mee zijn. Ik vermoed namelijk heel sterk dat we iets gemeenschappelijks hebben: namelijk het feit dat we niet alle complottheorieën geloven.

 

Stefan schreef op 3/3/2018:

Beste Frank,

We hebben beiden, zoals je zegt, waarschijnlijk wel gemeen dat we niet zomaar in alle complot-theorieën geloven.

Mijn reactie is een beetje ingegeven door het feit dat mensen zoals Coen Vermeeren (voormalig ruimtevaart-ingenieur bij TU Delft), en auteur van “Ufo’s bestaan” én “9/11 is gewoon een complot”, geridiculiseerd worden door eigen collega’s en skeptici, geïnformeerd of niet.

Sommige complotten lijken gewoon te gek om waar te zijn, en soms is dit zo. Dat was ook mijn initieel idee toen het over 9/11 ging. Mijn ongeloof was zo groot dat ik daar jaren niets mee gedaan heb. Behalve mezelf afvragen waarom mensen hun reputatie te grabbel gooien om zo’n wilde verhalen rond te strooien. Hoon was hun deel. Coen Vermeeren heeft dan ook nog eens het grote nadeel dat hij ook nog eens zegt dat UFO’s bestaan. Die twee topic’s samenbrengen in één interview, zoals reguliere media plachten te doen is … te veel. De man is nu een “running gag” geworden. Iets wat ik ten zeerste betreur.

Uiteindelijk ben ik mij wat beginnen verdiepen in de materie. Inderdaad. Op het internet circuleert enorm veel onzin. Maar het is absoluut nodig om daar je “onderzoek” te starten. Nu reeds een paar jaar geleden.

De officiële versie 9/11 neem je natuurlijk mee.

Maar daarnaast heb je ook nog “Architecten en ingenieurs” die een eigen versie hebben. Wat bezielt honderden mensen met een reputatie om iets op tafel te gooien dat zo sterk afwijkt van de officiële versie? Wat bezielt voormalige FBI/CIA-agenten om het land rond te reizen en te zeggen dat “men wist dat de aanslag op 9/11” ging plaats vinden en waar? Waarom zijn de twin-towers luttele maanden voor de aanslag zwaar verzekerd tegen “vernietiging” door de nieuwe eigenaar? Waarom werd de onderscheppings-ratio van 100% voor gekaapte vliegtuigen voor de aanslagen herleid naar 0% op de dag van de aanslag? Wat te zeggen vd talloze getuigen die een ontploffing gehoord hebben in de kelder van het gebouw voor de vliegtuigen het gebouw raakten? Waarom werden explosieven gevonden op de crash-site? Waarom waren er duidelijk verdachte beursbewegingen op de beurs voor de aanslagen? Waarom werd de crash-site in ijltempo ontruimd? (is eigenlijk een misdrijf), Waarom spendeerde men meer dollars aan een onderzoek op de jurk van Monica Lewinski dan aan het officiële onderzoek voor 9/11? Waarom wilde Bush initieel geen onderzoekscommissie? Waarom zijn er geen brokstukken terug te vinden van het passagiers-vliegtuig dat in het Pentagon zou gevlogen zijn? Waarom zeggen piloten dat het voor een piloot ern onmogelijke opgave is om in dit bepaald traject in het Pentagon te vliegen? Waarom was net dit deel van het Pentagon verstevigd tegen invliegende projectielen? Waarom was dit deel van de vleugel net ontruimd? Waarom is er nog een derde toren ingestort die niet geraakt werd? enz enz

Je ziet. Honderden vragen kan je stellen die geen of afdoende antwoorden krijgen in de officiële versie.

Het is zo duidelijk. Maar niemand wil dit weten. Ik eerst ook niet.

Mijn methode? Gezond boerenverstand.

Mijn medewerkers? Geen.

Mijn publicaties? Geen

I have a day and night-job, thank you ;-).

Maar ik verlaat me op de bevindingen van wetenschappers, piloten, architecten, FBI/CIA-agenten, … feiten en in tweede orde op getuigen/bevindingen van “gewone mensen”, zoals ik er ééntje ben. Ik leg dit naast de officiële versie en kom tot bepaalde vragen. Als er zoveel discrepanties zijn (ik durf het woord haast niet meer gebruiken), dan kan je veilig stellen … dat er iets niet juist is. En dat is een understatement.

Geschiedenis als koortsdroom

Op 11 september 2016 gaf antroposofische complotdenker Loek Dullaert een lezing over de aanslagen van 11 september 2001. Dit artikel is een korte samenvatting van zijn lezing. Eerder verscheen dit stuk in Wonder en is gheen wonder, winter 2016.

* * *

Volgens Loek Dullaart is de wereldgeschiedenis een multigenerationeel supercomplot, een eeuwige strijd tussen Luciferische krachten en spirituele impulsen die de mens naar een hoger bewustzijnsniveau moeten tillen. Dat hypercomplot, waarbij 9/11 slechts één episode is, ontrafelt hij met behulp van Rudolf Steiners politieke en spirituele theorieën.

Zijn lezing over 11 september 2001 begint in 1913, het jaar waarin de Amerikaanse Federal Reserve wordt opgericht en de staat in handen valt van een machtige groep Joodse bankiers. Via false flagoperaties en andere manipulaties bepalen zij de geschiedenis. Ze financieren de Eerste Wereldoorlog en stimuleren het Bolsjevisme. In 1916 wordt de Lusitania tot zinken gebracht, volgens historici door een Duitse U-boot, volgens Dullaart door de Amerikanen zelf. In 1941 vallen ze het eigen Pearl Harbor aan. Beide incidenten markeren het begin van de Amerikaanse deelname aan een wereldoorlog. Na het vermeende incident in de Golf van Tonkin (1964) sturen de VS soldaten naar Vietnam. Het plan voor een aanslag op een eigen schip voor de kust van Cuba wordt tegengehouden door John F. Kennedy. Waar die voorkeur voor schepen vandaan komt, weet Dullaart niet te vertellen.

Maar terug naar Steiner en de naweeën van Wereldoorlog I. Tijdens de onderhandelingen die leiden naar het Verdrag van Versailles (1919), worden de voorstellen van Steiner om het Centraal Europese spirituele gedachtengoed te redden van het Anglo-Amerikaanse materialisme door de eigen diplomaten genegeerd. Steiner is dan ook niet de enige Oostenrijker die de daaropvolgende vernedering van Versailles tot in het diepst van zijn ziel zal voelen. En dat is toevallig dezelfde plaats waar hij een verklaring vindt: Woodrow Wilson, de Amerikaanse president in die periode, is een incarnatie van een van de vroegste volgelingen van Mohammed. En we weten allemaal hoe zeer die oude Moslims erop gebrand waren om (Oost-) Europa te vernietigen.

Na de Koude Oorlog, een strijd tussen het Anglo-Amerikaans conglomeraat en het Oost-Europese spiritualisme, moet een nieuwe vijand gezocht worden. En dat vinden de Luciferianen van Wall Street in een ánder opkomend oosters spiritualisme: de islam. In de honderd jaar tussen Wilson en de 20ste eeuw heeft er zich namelijk een Steineriaanse omkering voorgedaan. Terwijl de vroege moslims uit waren op de vernietiging van het Oost-Europese spiritualisme, willen de huidige Westerse materialisten korte metten maken met het Oosterse islamspiritualisme. Vandaar o.a. 9/11, de Golfoorlogen en de oprichting van IS, ook een Amerikaanse operatie.

Dullaart zelf vermeldt verschillende keren dat deze versie van de recente wereldgeschiedenis binnen de Nederlandse antroposofische kringen op zeer weinig bijval kan rekenen. Een magere troost.