[Ctrl-P] Nathanael Johnson: een andere kijk op ggo’s

JohnsonHet onderwerp blijft mij fascineren. Waarschijnlijk omdat het bij mezelf na twee jaar nog steeds een spanning oproept tussen immer kleiner wordende restjes instinctieve afkeer en wetenschappelijk gefundeerd denken, tussen ecologische noodzaak en economische belangen, tussen irrationalisme, idealisme, ideologie en pragmatiek.

Het spreekt vanzelf dat ik onwetend ben als het gaat over de technische en technologische aspecten van de verschillende en wel zeer diverse genetisch gemodificeerde organismen. Dat gat zal ik nooit meer kunnen dichtrijden.

Het tweede beste dat ik dus kan doen, is kritisch nadenken. Proberen rekening te houden met de wetenschappelijk consensus en me baseren op de manier waarop de auteur haar verhaal uitlegt, haar argumenten onderbouwt en hoe zij redeneert. Op zoek gaan naar andere wetenschappers, hun bevindingen. En dan maar hopen dat ik als leek, niet gehinderd door al te veel bagage, daar betekenis kan uit puren. Vrij passief en frustrerend bij momenten: ik moet steeds weer op diverse wetenschappers vertrouwen, en op “de wetenschap, dat abstracte monster. En hoewel ik een grote fan ben, is dat niet altijd even evident voor iemand met een klein beetje historisch besef.

Maar om Berthold Brecht te parafraseren: eerst komt de wetenschap, dan de ideologie. Zeker niet andersom. Wel, nu ik toch aan het nadenken ben, de originele “Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral” is ook wel een mogelijk goed citaat in deze context.

Ik was dus wat blij met de teksten van Nathanael Johnson voor Grist.org. Grist is een Amerikaans online magazine dat zich toelegt op berichtgeving omtrent milieu, landbouw en groen, duurzaam leven. Het staat niet bekend om zijn ggo-vriendelijke standpunten en dan druk ik me zacht uit. Nathanael Johnson is een Amerikaanse blogger, journalist en voedseldeskundige. Momenteel is hij bezig met het schrijven van een boeiende reeks over ggo’s en landbouw. Zelfs Jon Entine van het big business magazine Forbes was onder de indruk en schreef het artikel Grist Challenges Its Own Shaky Crop Biotechnology Reporting, Sets Stage For GMO Science Journalism Conclave.

De eerste afleveringen (voorlopig van drie) leken mij bijzonder genuanceerd en dus interessant. Een verademing in deze drukkende tijden. Van bij het begin probeert Johnson het kaf van het koren te scheiden, de ideologie van de feiten. Hij lijkt daarbij niet al te veel medelijden te hebben met monomane tegenstanders én voorstanders. Anders gezegd: “The problem. It’s not a yes-or-no question.” En dat is nu net wat bijvoorbeeld ook de ideeën van Louise Fresco zo aantrekkelijk maakt. Schrijven over ggo’s (en toch wel tegen ggo’s), het kan dus ook op een niet-hysterische manier!

Ik wil hier enkel de inleiding van het eerste deel kopiëren, Johnsons invitatie om zo onbevangen mogelijk naar het probleem te kijken. Zoals steeds hoop ik dat u het doorgeefluik dat skepfile·be is, achter u laat en dat u zo snel mogelijk naar de bron zelf gaat.

 *  *  *

Deel 1: The genetically modified food debate: Where do we begin?

I’ve lingered at the fringes of the debate over genetically modified foods since the ’90s, hoping that some solid fact would filter out and show me clearly who was in the right. But that hasn’t happened. Every shred of information, it seems, is contested, and all this turbulence keeps the water muddy.

Now the debate is coming to a head again. Britain is reconsidering its restrictive position. Here in the U.S., bills to require the labeling of GM foods were introduced to the legislatures in 28 states this year. Now that I’m writing on food for Grist, I can’t keep waiting on the sidelines for someone else to clear this up. I’m going to have to figure it out for myself.

A project like this requires humility. Many people — including, I’m sure, many of you — may have greater expertise in this area than I do. If so, let me know where you think I should be pointing the searchlight. Or, if you’re like me, and just want to get reliable information from someone who’s not bent on convincing you one way or the other, well, come along for the ride.

Lees hier verder.

*  *  *

Mind the nuance: Louise O. Fresco

Fresco Hamburgers in het paradijsOp zaterdag 2 maart werd prof. dr. ir. Louise O. Fresco in het kader van Mind the Book in de Antwerpse deSingel op de rooster gelegd door Alma De Walsche. Zij interviewde Fresco naar aanleiding van het boek Hamburgers in het paradijsVoedsel in tijden van schaarste en overvloed. En voor een gesprek over die brik van ruim 500 pagina’s kregen beide dames helaas amper een uur toegemeten.

Louise Fresco werkte voor de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties en is momenteel verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Haar aandacht gaat uit naar de grondslagen van duurzame ontwikkeling in internationaal perspectief. Zij is lid van o.a. Académie d’agriculture de France en van de Royal Swedish Academy of Agriculture and Forestry.

De Walsche is journaliste bij MO*, waar zij vooral schrijft over Latijns-Amerika, de landbouw en ecologie.

Een boeiend gesprek onder het waakzame oog van angry bird Peter Mertens, opperkuif van de pvda. Of beter, in de weinig subtiele schaduw van de cover van zijn strategisch gepositioneerd boek. Niet echt een verrassing wanneer men in gedachten houdt dat de Antwerpse boekhandel de Groene Waterman, stiefzusje van zowel de donkerrode uitgeverij EPO (Education Prolétaire/Proletarische Opvoeding) als van e-krant De Wereld Morgen, exclusief de eerder eenzijdige boekenbeurshandel openhield.

Gelukkig was er op het podium meer ruimte voor nuance. “Zo eenvoudig ligt dat niet”, “het is niet of of”, “ik wil daar toch ook wel bij opmerken dat…” De pertinente weigering van Fresco om mee te gaan in een al te eenzijdig en simplistisch zwart-witverhaal zonder kanttekeningen of nuances maakte van haar deel van het interview boeiende kost. Het ging dus over “en en”, niet over “of of”, en dat inclusieve denken kenmerkte heel haar betoog.

Het paradijs uit de titel van haar boek refereerde aan de mythische plaats van inspanningsloze overvloed, luilekkerland, quoi, waarin de vruchten van de landbouw geen ecologische kosten met zich meebrengen en geen inspanning vragen. Blijkbaar een mythe die in min of meerdere mate nog steeds gekoesterd wordt, zowel door de reclamewereld als door bepaalde stadsgroenen. Maar nee, landbouw is altijd disruptief, altijd slecht voor het milieu én voor de rug van de hardwerkende boer, klein en groot, daar liet Fresco weinig misverstanden over bestaan.

Wat de overvloed betreft was ze ook duidelijk: nog nooit in de geschiedenis van de mensheid is voedsel zo goedkoop geweest en zo overvloedig aanwezig. Met heel wat negatieve gevolgen van dien voor de gezondheid en de ecologie. Maar de pogingen van De Walsche om die overvloed en het misbruik dat dit veroorzaakt louter in de schoenen te schuiven van de groot-industrie lukte maar half. Fresco voerde aan dat niet alleen de verkoopdrift van Big Food een rol speelt, maar óók de koopdrift van de klanten.

Fresco liet verder heel wat kritische geluiden horen ten aanzien van biologische landbouw, die beweert “lokaal, biologisch en gezond” te zijn. Onder het motto “ik moet als wetenschapper objectief zijn”, hield ze de aspecten van de biolandbouw onder de loep die niet zo gezond en duurzaam zijn, zoals extra grondverbruik, tal van chemicaliën en dubieuze metaalverbindingen. Biomest is vaak een haard van bacteriële besmettingen en antibiotica mogen trouwens óók gebruikt worden in het bioboerenbedrijf, zij het enkel curatief en niet preventief.

Bij het idee “lokaal verbouwen, lokaal kopen” plaatste ze eveneens enkele vraagtekens: in Vlaanderen en Nederland zou lokaal verbouwen per definitie onmogelijk zijn en wat bijvoorbeeld fruit betreft, zouden wij ons in deze contreien tevreden moeten stellen met een appel hier en een kers daar. Ook voor enkel lokaal geteeld veevoeder zou hier geen plaats zijn. Verder sluit nadruk op lokale producten handel uit en dat betekent volgens Fresco kans op schaarste. Boontjes uit Kenia, asperges uit Peru. Een serieuze belasting, daar niet van, maar niet kopen houdt armoede in stand.

En ook wat het aspect handel betreft, komt Fresco met een inclusief verhaal. We moeten ons geen illusies maken, zowel lokale als globale handel zijn noodzakelijke blijvertjes. Handel op grote schaal is trouwens een eeuwenoud fenomeen. En grootschalige handel heeft ook positieve effecten op de regulering en de controle van de producten.

Ook de eerder modieuze en hippe stadslandbouw ontsnapte niet aan haar genuanceerde en gefundeerde kritiek. Als kwantitatieve bron van voedsel is het niet serieus te nemen, o.a. omdat het bebouwbare oppervlakte veel te klein is. Zelfs een gemiddeld Vondelpark zou slechts zo’n voetbalveld landbouwgrond opleveren. Illusies over stadslandbouw moeten we ons niet maken. Maar het kan wel een educatieve en dus een zeer positieve functie hebben, het kan een manier zijn om te laten zien hoe de voedselproductie werkt.

Fresco sloot dit deel af met de idee dat moderne landbouw gebruik zou moeten maken van de beste aspecten en technieken van eender welke soort landbouw, aangepast aan de gewassen, de geografie en de omstandigheden. Voor haar is geen enkele techniek op zich sacrosanct. In haar pragmatisme is er geen plaats voor ideologie.

Uiteraard passeerden tijdens het interview ook de ggo’s de revue en opnieuw toonde Fresco zich geen blinde voor- of tegenstander. De medische risico’s zijn volgens de huidige stand van zaken zo goed als nihil, de ecologische effecten van bepaalde ggo’s zijn evenwel nog niet volledig gekend, dus voorzichtigheid is inderdaad geboden. Fresco voerde aan dat genen tot het gemeenschappelijk erfgoed behoren, zonder voorbij te gaan aan de economische realiteit en noodzaak van patenten. Anderzijds bestaat er geen gevaar voor zogenaamde “ontsnappende genen” en zijn er toepassingen die meer dan gerechtvaardigd zijn, bijvoorbeeld in het geval van ziektegevoelige, want gecloneerde cassave.

In dezelfde week dat ere-doctor De Keersmaker ggo’s afbranddepleitte de échte doctor Fresco andermaal en genuanceerd voor een intelligente introductie van gg-gewassen. Het is enorm tekenend voor het debat, nu ja, dat het De Keersmakers speech was die “het ‘patattendebat’ heropende”, volgens Mathijs van de Sande in De Standaard. En hoewel Fresco stelde dat er te hard wordt ingegrepen tegen anti-ggo-activisten, vroeg zij die activisten en tegenstanders alstublieft ruimte te laten voor een debat, een echt debat. De rode draad in haar betoog — maar dat heeft u waarschijnlijk reeds begrepen — was dat het a priori uitsluiten van technieken die gerechtvaardigd zouden kunnen zijn, voor niets goed is.

Zelden was een uur zo kort. Maar als u niet genoeg krijgt van deze dame, dan verwijs ik u graag door naar haar website, tjokvol lezingen, artikels, video’s en hersenvitamientjes.

Louise O. Fresco: Hamburgers in het paradijsVoedsel in tijden van schaarste en overvloed. Bert Bakker, 2012.