Keith Kloor: Journalistiek onder vuur 4/4

Deze vertaling verscheen in Wonder en is geen Wonder (Winter 2017), het ledenblad van SKEPP.

* * *

Wat gebeurt er wanneer je als wetenschapsjournalist schrijft over thema’s waarrond milieu-organisaties en andere ngo’s een verdienmodel hebben opgebouwd? “Afhankelijk van het onderwerp geldt in de wetenschapsjournalistiek dat hoe meer je rapporteert over feiten, hoe minder effect het lijkt te sorteren”, schrijft de Amerikaanse wetenschapsjournalist Keith Kloor. Tijdens zijn carrière als journalist en docent journalistiek raakte Kloor gefascineerd door de hardnekkigheid van bepaalde valse narratieven, zoals mythen rond vaccinatie of genetisch gemodificeerde organismen. “Het draait allemaal rond het verhaal en hoe sterk het gebracht wordt”, weet Kloor. Een paar jaar geleden kwam Kloor door een campagne van activisten tegen zijn persoon zelf in de problemen. Door zijn journalistieke werk dreigde hij niet alleen vrienden, maar ook zijn inkomen te verliezen. Of het dit allemaal waard was, is de centrale vraag in dit openhartige essay.

***

Karaktermoord

Het begon op een mooie dag in september, toen de anti-ggo-groep een reeks emails postte die door dat FOIA-verzoek waren vrijgegeven en waarin mijn naam stond, samen met die van andere journalisten, zoals Tamar Haspel van de Washington Post en Amy Harmon, die tweemaal een Pulitzerprijs heeft mogen ontvangen. Zij werkt nu voor de New York Times en publiceerde eerder een zeer gewaardeerde reeks over controverses in het ggo-debat. Het artikel met fragmenten uit de e-mails, gevolgd door commentaren en opmerkingen vanuit de actiegroep, kreeg de titel A Short Report on Journalists Mentioned in our FOIA Requests. De citaten uit de e-mails vermeldden niets over wat wij drieën gezegd of gedaan hadden. Tussen haakjes, wanneer een journalist regelmatig schrijft over een controversieel onderwerp en ook effectief gelezen wordt, dan kun je ervan op aan dat de naam van die journalist opduikt in e-mails van mensen die geïnteresseerd zijn in die onderwerpen. De enkele keren dat onze namen verschenen in het gekeuvel onder de universitaire wetenschappers, waren blijkbaar genoeg om de argwaan van de anti-ggo-groep te wekken. Zo wordt bijvoorbeeld mijn naam vernoemd in een e-mail van een academicus die uitgesproken pro-ggo is. Zijn boodschap, over geruchten dat er websites gehackt zouden zijn, werd verstuurd naar verschillende wetenschapscommunicatoren en vertegenwoordigers van de biotechindustrie. Mijn naam was één in een lange lijst van mensen die deze e-mail in cc toegestuurd kregen. Conclusie van de anti-ggo-groep: “Deze e-mail impliceert dat Kloor nauw samenwerkt met vooraanstaande vertegenwoordigers van de agro-chemische industrie.”

Enkele dagen later nam de eerder liberaal-progressieve website Alternet het ‘samenvattend rapport’ van de antiggo-groep letterlijk over, maar plaatste er wel een pakkende titel boven: 3 Journalists Who Are Disturbingly Cozy with the Agrichemical Industry. Vergeet niet dat er zelfs geen enkele e-mail van ons drieën tussen de hoop zit! Het is een opeenstapeling van gevolgtrekkingen, een verklaring van schuld-door-associatie louter op basis van een naamsvermelding. Niet lang daarna ontving ik een e-mail van Robert Kennedy Jr. Hij had mijn e-mailadres toegevoegd in een antwoord aan een anti-vaccinatieactivist die hem net had geïnformeerd dat er bekend was gemaakt dat ik een betaalde pion was voor de industrie. Kennedy’s bevestingsdrang deed de rest: “Klinkt aannemelijk. De eerste vraag die ik ooit aan Keith gesteld heb, was of hij betaald werd door de farmaceutische industrie. Het is te gek voor woorden dat een gast die zichzelf verkocht heeft als wetenschapsjournalist, de rommelwetenschap van die industrie zo hard promoot.” Binnen een paar weken zag ik mezelf beschreven als een “Monsantohoer” en een “onderkruiper van de industrie”.

Ik kon het mij niet al te hard aantrekken: mensen die online als een razende te keer gaan ondermijnen gewoonlijk heel snel hun eigen geloofwaardigheid. Maar in januari 2016 kwam de campagne om mijn professionele reputatie te beschadigen in een stroomversnelling terecht. Greenpeace, dat al heel lang gekant is tegen ggo’s en dat de wetenschappelijke consensus rond de veiligheid ervan verwerpt, maakte een pagina over mij aan op de website PolluterWatch. Het is een geslepen mix van feitelijk correcte biografische details, halve waarheden en complete verzinsels, zoals “Kloor heeft regelmatig verzoeken om informatie openbaar te maken afgekraakt. Een paar van die verzoeken betroffen zijn eigen communicatie omtrent ggo’s, door organisaties die de belangenvermenging onderzoeken tussen bedrijven en wetenschappers.” Voor deze claim worden er geen bewijzen aangevoerd. En al bij al is het uiterst absurd omdat ik zelf al FOIA-verzoeken heb ingediend om misdaden van de industrie te onthullen.

Dagen later verscheen een gelijkaardig bericht op de website Sourcewatch, een internetwaakhond die “groepen en mensen die PR-operaties uitvoeren voor bedrijven” screent. Tot op de dag van vandaag vinden mensen die mijn naam googelen die websites terug in de zoekresultaten. Wie niet vertrouwd is met mijn werk kan onmogelijk uitmaken wat nu correcte of foute informatie is. En dat is nu net de bedoeling. Dit is verontrustend in het digitale tijdperk waarin we leven. Mensen worden tegenwoordig sowieso al in de war gebracht door fake news en gladde politieke propaganda.

De reacties die ik ontving van collega’s van de Society of Environmental Journalists (SEJ) deden mij de moed zo mogelijk nog meer in de schoenen zinken. Nadat ik PolluterWatch en SourceWatch vermeldde op de e-maillijst van deze organisatie, liet een lid van SEJ weten: “Klinkt aannemelijk.” Een ander lid schreef in een privébericht: “Keith, alstublieft, zeg nu toch eens wie jouw salaris betaalt. Hoe kan je nu verder doen alsof je niet door de knieën bent gegaan voor de verlokkingen van de spindokters en hun verhaaltjes, die begonnen toen de varkensvleesindustrie dokters betaalden om de voordelen van varkenskadavers te eten, op te hemelen. Prijs je nu die technologieën aan waarvan nog niet bewezen is dat ze honderd procent veilig zijn of niet? SPREEK OP, MAN. Het wordt tijd dat je met jezelf in het reine komt”. Nadat ik van de verbazing bekomen was, bedacht ik: met zo’n collega’s, wie heeft er dan nog vijanden nodig?

Toen ik dit essay aan het afronden was ontving ik een e-mail van een wetenschapper aan een openbare universiteit die net die dag nog maar eens een FOIA-verzoek had ontvangen van dezelfde anti-ggo-groep die in de loop van het vorige jaar tal van zulke verzoeken had verstuurd naar tientallen collega’s in de V.S. en Canada. Dit verzoek verschilde van de vorige omdat het de correspondentie opeiste tussen de wetenschappers en iedereen die connecties heeft met de biotechindustrie. Dit keer ging het over de correspondentie over de drie laatste jaren tussen de wetenschapper in kwestie en drie journalisten: ik, Tamar Haspel van de Washington Post en Nathanael Johnson van Grist. Wij drieën hebben enorm veel geschreven over ggo’s, wij hebben verkeerde informatie gecorrigeerd en mythes ontkracht. Kortom, wij hebben bepaalde hardnekkige en valse verhalen omtrent de wetenschap van de agrarische biotechnologie aangevochten. Misschien vermoedt de anti-ggo-groep die onze e-mailcorrespondentie wil uitvlooien dat er genoeg aanwijzingen te vinden zullen zijn die onze namen kunnen besmeuren en bijgevolg onze berichtgeving over ggo’s.

Maar wat er ook gevonden wordt, ik zie alvast de schadelijke en schandelijke kop: “Wetenschapsjournalisten communiceren met wetenschappers”.

Keith Kloor
is freelance journalist en adjunctprofessor Journalistiek aan de New York University en de City University of New York Graduate School of Journalism.