Creationisme en Wetenschap (4): brildragers onder elkaar

Op zaterdag 7 april ging het eerste congres van het Logos Instituut in Vlaanderen door onder de naam “Bijbel en wetenschap. Scheppingsgeloof onder vuur”. Locatie: de kerk van de Vrije Evangelische Gemeente Antwerpen. In het vierde deel van mijn verslag bespreek ik de minder geslaagde lezingen van Gert-Jan van Heugten en Jos Philippaerts. Ik zal ook de steeds zenuwachtiger wordende woordvoerder van het Logos Instituut een beetje ter wille zijn: hij vindt nu al dat ik te veel aandacht heb besteed aan het congres. Een korte bespreking dus; enkel de hoogtepunten, quoi.

* * *

De lezing van chemisch ingenieur Gert-Jan van Heugten was niet bijster interessant. Eerst en vooral kwam ook deze handelaar zijn “eigen bedrijfje” voorstellen in de tempel, waaromschepping.nl. Er moet blijkbaar heel wat verkocht worden op zo’n creationistische congres.

Vervolgens warmde hij enkele oude theorieën op die zouden aantonen dat dino’s en mensen tegelijkertijd leefden, onder meer gebaseerd op archeologische afbeeldingen waarop dino’s zouden staan (genre palet van Narmer, de Ta Prohm tempel in Cambodja) en de obligate voetafdrukken van dino’s en mensen naast elkaar. Oude kost, reeds genoeg besproken en ontkracht, maar dus nog steeds zeer populair onder creationisten. Hiervoor heb ik echt geen tijd.

Of toch eentje, wat mij betreft het komische hoogtepunt van de dag. Fossielen van vissen zijn een feit, Van Heugten heeft zelfs een fraai voorbeeld bij dat hij met zichtbare trots toont. Nee, dat soort aanstekelijk enthousiasme faket men niet. Leuk om zien: de man houdt werkelijk van zijn fossielen.

Maar hoe ontstaat nu een fossiel van een vis? Een scherp denkende Van Heugten merkt op dat een gemiddelde vis in een viskom niet zinkt, maar boven drijft. Voor een creationist is de stap tussen viskom en oceaan snel gezet. Hij is trouwens niet de eerste die zo’n banale vergelijkingen maakt die dag. Zondvloedgeoloog Heerema had al eerder verwezen naar het graven van een greppeltje aan de ene kant van een voetbalveld, waarna door middel van een snok aan de losgekomen grasmat de doelpalen aan de andere kant van het terrein verschuiven. Dat vergeleek hij met een traditionele verklaring van een of ander geologisch fenomeen. Met dit soort koekenbakkers moesten we het dus stellen, die zaterdagnamiddag. Het contrast met de oudere, academisch opgeleide intellectuelen die de twee ochtendlezingen voor hun rekening namen, is groot. Blijkbaar is er een evolutie in de verschillende generaties creationisten: minder waardigheid, meer platte commercie, simplistischere vergelijkingen en kinderachtigere voorbeelden. Zou het creationisme aan het verkindsen zijn onder impuls van het Logos Instituut?

Terug naar onze vis. Deze kan dus niet sterven en vervolgens op de bodem fossiliseren, er moet minstens iets als een modderlaag zijn die met heel veel kracht de nog levende, zwemmende vis bedekt. En dat is enkel mogelijk in omstandigheden die gewelddadig en catastrofaal te noemen zijn. Pakweg een wereldwijde zondvloed zoals beschreven in de Bijbel. Kiest u zelf maar tussen “Tadaaa!” en “Tja!”.

Boeiender was het inkijkje dat de joviale Nederlander ons opnieuw bood in de gedachtegang van een fundamentalistische creationist. Voor hem zijn evolutionair denken en creationistisch denken gewoon twee brillen die men kan opzetten, niet meer, niet minder; op het eerste zicht dus inwisselbaar en schijnbaar evenwaardig. Een halve zin verder blijkt dat de evolutionaire bril volgens hem de foute focus heeft, wat had u gedacht? Verder gaat hij er ook van uit dat “als het meest onwaarschijnlijke deel van de Bijbel waar is, dan zal de rest ook wel waar zijn”. Dat het waarheidsgehalte van de Bijbel vooral aangetoond wordt omdat het in de Bijbel staat, is een circulaire gedachte die hij niet uitspreekt. En nee, verwijzingen naar pseudowetenschappelijke theorieën, bieden geen soelaas.

Op naar Jos Philippaerts, voorzitter van CreaBel, die zich toelegt op kosmologie, meer bepaald op plasmakosmologie. Niet echt mijn ding, dus ik ga me hier iets meer op de vlakte houden. Wat ik begrepen heb is dat hij het model van Newton niet volgt, dat hij betwijfelt of (Newtoniaanse) zwaartekracht wel overal op dezelfde manier speelt.

De revolutie in de kosmologie die werd ingezet door de waarnemingen van Edwin Hubble en werd uitgewerkt door onder meer Georges Lemaître en Albert Einstein, is volgens hem te veel gebaseerd op rekenwerk. Verder doet hij de moderne kosmologie, met “zwarte energie”, “zwarte materie”, “hyperruimte” af als een sprookje, als een slechte episode uit de Star Wars-reeks. “Je moet eigenlijk een hele dag bezig zijn om die kosmologie te begrijpen”, is zijn vernietigend oordeel.

Volgens hem is de zwaartekracht veel te zwak (waarvoor-ie te zwak is, wordt niet geheel duidelijk) en kijkt hij naar sterkere krachten, naar elektriciteit en magnetisme. Op naar de plasmakosmologie, het onderwerp van zijn praatje. Enfin, dat had ik gedacht; slechts hier en daar begrijp ik een zin van een lezing die, naarmate ze vordert, steeds incoherenter wordt. Ik zit nochtans als leek in het publiek om bij te leren. Het lukt mij evenwel niet om deze man te volgen. Ik zie in mijn notities alleen nog “onze zon is een bolbliksem” en “Velikovsky”. Dit laatste maakt me terug iets wakkerder en alerter.

Velikovsky beschreef in een van zijn bekendste boeken Werelden in botsing hoe een brok materie werd losgeslagen uit Jupiter en hoe die ruimteklomp die wij nu Venus noemen, zich een weg baande naar haar huidige plaats, maar niet zonder eerst gebotst te hebben met Mars. Dit traject zou volgens Velikovsky beschreven worden in tal van oude bronnen. Wat deze man nu met het eigenlijke onderwerp te maken heeft, wordt niet uitgelegd (of heb ik gemist).

Wat eveneens niet duidelijk wordt tijdens de lezing (ik vind het nu toevallig terug in het Wikipedia-artikel over Velikovsky), is de connectie tussen hem en David Rohl, een “onafhankelijke onderzoeker” die dr. Dirkzwager eerder die dag aanhaalde in zijn lezing waarin hij de Egyptische chronologie zo masseerde dat ze overeenkwam met de Bijbelse chronologie. De link tussen mensen als Velikovsky, Rohl en andere “onafhankelijke onderzoekers” die de consensus in hun vakgebieden afwijzen, is best interessant en vraagt misschien meer leeswerk mijnentwege.

Verder legde Philippaerts uit dat de Egyptische piramides gebouwd werden om bescherming te bieden tegen het kosmische geweld en dat de elites door de eeuwen heen tunnels en ondergrondse steden hebben uitgegraven met hetzelfde doel. Jammer genoeg moet hij met deze hints naar grootse complotten de lezing afsluiten.

Al bij al gaf Philippaerts een vrij onduidelijke lezing, voer voor mensen die zich op zijn niveau bevonden. Voor hemzelf dus.