De Grote Brand van Londen – Robertje moet hangen

Dit is het tweede deel over de Grote Brand van Londen. Voor het eerste deel, “Prelude”, klikt u hier.

* * *

1666

Hoewel Engeland in 1666 enkel met Nederland en Frankrijk in een reeks oorlogen verwikkeld was, werden tijdens en na de Grote Brand gemakshalve alle buitenlanders en papisten, Rooms-Katholieken dus, geviseerd. Verder behoorden ook presbyterianen, quakers, seekers, ranters, en oude, puriteinse aanhangers van Cromwells regime bij elke tegenslag tot de usual suspects.

Reeds tijdens de ramp werden vreemdelingen en katholieken opgepakt die verdacht werden van complotten, represailles of wraakacties voor deze of gene Engelse oorlogsdaad. Er circuleerden al snel verhalen waarin snode Fransmannen en dito Nederlanders de stad rondgingen met handgranaten, brandbommen en lucifers, een reden voor de “echte” Londenaars om de jacht te openen. Dat men inderdaad explosieven gebruikte in slecht gecoördineerde pogingen de brand onder controle te brengen, moet bijgedragen hebben tot de verwarring. Acute paniek en diepgewortelde achterdocht waren ook toen slechte raadgevers.

En nog tijdens de Grote Brand vond men tal van mogelijke daders: het huis van een Franse schilder werd geplunderd omdat hij ervan verdacht werd het vuur verder te willen verspreiden. Een andere Fransman werd bewerkt met een ijzeren staaf, nog eentje werd ei zo na uit elkaar gereten door een opgejutte massa. Cornelius Rietveldt, een Nederlandse bakker, zag zijn winkel en werkruimte vernietigd. Hij werd ternauwernood gered door de Hertog van York die toevallig passeerde. Een Zweedse vrouw werd de borsten afgesneden omdat men ze voor vuurballen hield. Deze en andere voorbeelden van blind geweld vond ik terug in het excellente boek van Neil Hanson, The Dreadful Judgement. The true story of the great fire of London (2001).

gazette

Ook The London Gazette van 3 tot 10 september 1666 – en ja, dat fantastische archief is gratis online raadpleegbaar – maakt gewag van arrestaties van vreemdelingen:

Divers Strangers, Dutch and French were, during the fire, apprehended, upon suspicion that they contributed mischievously to it, who are all imprisoned and Informations prepared to make a severe inquisition here upon my Lord Chief Justice Keeling, assisted by some of the Lords of the Privy Council; and some principal Members of the City […]

Zelfs de Fransman die verantwoordelijk was voor de “fireworks” van de koning werd aanvankelijk gearresteerd en later weer vrijgelaten. Hij zorgde niet voor de ooh’s en aah’s bij vuurwerk tijdens de betere pensenkermis; als de buskruit- een vuurwapenspecialist in dienst van de koning bekleedde hij een vertrouwenspositie. Ik vermeld dit ook om aan te geven dat 17de-eeuws Engeland waarschijnlijk even xenofoob was als cultureel en religieus divers.

Na de brand ging men op zoek naar eigenaardigheden: een defect waterpomphuis in de buurt van de hoofdbrandhaard werd gezien als een anomalie en niet als het gevolg van jarenlange en goedgedocumenteerde verwaarlozing van de binnenstad. Men zocht en vond connecties tussen disparate stukjes informatie. Op het moment dat de brand uitbrak, was het eb en dat kón geen toeval zijn: de daders wisten namelijk dat het moeilijker zou zijn om water uit de rivier te halen, wat de kans op succes vergrootte. Zelfs koning Karel II werd ervan verdacht wraak te willen nemen op de Londenaars voor de onthoofding van zijn vader. Later zou ook de Hertog van York genoemd worden als een mogelijke dader of aanstoker.

Die andere verklaring, die ook al in The London Gazette te lezen was, namelijk dat het wel eens een ongeluk kon zijn in een groezelige binnenstad waarvan de ontvlambaarheid met enkele factoren gestegen was na een wekenlange droogte, werd opzijgeschoven:

[…] notwithstanding which suspicion, the manner of the burning all along in a Train, and so blowen forwards in all its way by strong Winds, make us conclude the whole was an effect of an unhappy chance, or to speak better, the heavy hand of God upon us for our sins, shewing us the terrour of his Judgement in thus raising the Fire, and immediately after his miraculous and never to be acknowledged Mercy, in putting a stop to it when we were in the last despair, and that all attempts for quenching it however industriously pursued seemed insufficient.

 

Van alle complottheorieën die de ronde deden, was die van Robert Hubert de meest bizarre. Hubert was een Fransman die jarenlang in Londen woonde en terug in Londen aankwam met een Zweeds schip, twee dagen na het begin van de brand. Een week later, op 11 september, werd hij aangehouden en begon hij verklaringen af te leggen. In zijn complottheorie was hij vreemd genoeg een van de 22 originele aanstokers van de brand. Zelf zou hij benaderd zijn geweest door de Fransman Stephen Piedloe om tegen betaling brandbommen rond te strooien, te beginnen bij Westminster. Toen hij vernam dat het daar zelfs niet gebrand had, wijzigde hij zijn verhaal. Ook de som geld die hij ontvangen zou hebben, wijzigde bij elk verhoor. Uiteindelijk zou hij het ook op 3 daders houden. Van Stephen Piedloe was toen zelfs het bestaan niet meer zeker. Ook van een zekere Graves, een getuigen die heel bezwarende verklaringen aflegde, is niets van terug te vinden.

hubertOndanks de gaten in de verschillende verslagen en dus in onze kennis, vermelden de forensische psychologen van de blog History of Forensic Psychology Robert Hubert als het eerste opgetekende geval van iemand die vrijwillig een valse bekentenis aflegt. De meeste tijdgenoten en historici zijn het er namelijk over eens dat zijn bekentenissen niet louter het gevolg waren van de zware verhoren. Wat de ondervragers hem ook voorlegden, hij bekende het. Hij zou zelfs zijn ondervragers geleid hebben naar de plaats waar hij de brand gesticht had. Een hele prestatie in een stad waar mensen niet meer met zekerheid de plaats van hun eigen straat, laat staan hun eigen huis konden aanwijzen. Of zoals bisschop Burnet schreef:

Papists were generally charged with it. One Hubert, a French Papift, was seized in Essex as he was getting out of the way in great confusion. He confessed, he had begun the fire, and persisted in his confession to his death for he was hanged on no other evidence but that of his own confession. It is true, he gave so broken an account of the whole matter, that he was thought mad. Yet he was blindfolded, and carried to severai places of the City: And then, his eyes being opened, he was asked, if that was the place: And he being carried to wrong places, after he looked round about for fome time, he said, that was not the place: But when he was brought to the place where it fire broke out, he affirmed that was the true place.

Andere bronnen vermelden dan weer dat er tijdens de tocht door Londen al mensen stonden te wachten op de plaats waarvan men dacht dat het de originele brandhaard was. Maar ook aartsdeken Laurence Echard was duidelijk: “My Lord Hollis gave evidence that he was a lunatic, so did Dr Durell, the late Dean of Windsor, the French church of Stockholm gave the same testimony” (geciteerd uit Hanson The Dreadful Judgement, p. 281).

Ondertussen werd ook een andere onderzoekspiste afgesloten: de bakker Thomas Farriner zwoer een dure eed dat zijn zijn gebouw enkel door externe factoren of malafide praktijken vuur had kunnen vatten. Dat zijn bakkersoven nog brandde en dat hij graag een pint dronk, ontkende hij in alle toonaarden. Zijn buren waren minder overtuigd. Hoe dan ook, zijn verklaringen onder eed werden geloofd.

the-tyburn-treeHubert werd uiteindelijk schuldig bevonden aan brandstichting. Hij werd berecht en vervolgens geëxecuteerd: een mentaal zwakbegaafde en lichamelijk gehandicapte man die zelfs niet aanwezig was bij het begin van de brand, ook niet in het getroffen gebied, en in wiens schuld zelfs de rechters niet geloofden. Zijn berechting had dus weinig te maken met wrong time, wrong place, maar met het feit dat hij Fransman was en katholiek.

Het kon de autoriteiten niet zoveel schelen: de verhoren waren niet gericht op de waarheid, maar op genoeg bewijs voor een veroordeling. Ook de jury wilde een makkelijke veroordeling: een Fransman die spontane bekentenissen aflegde, veroordeeld wilde worden, mentaal te zwak was om zich op een coherente manier te verdedigen, als hij al besefte wat er gaande was. Komt daarbij dat er volgens verschillende bronnen drie familieleden van de bakker Farriner in die jury zetelden. Er was sowieso een enorme tweespalt in Engeland na de brand: vele mensen bleven geloven in een aanslag, terwijl anderen ervan overtuigd waren dat het een ongeluk was, net zoals de vele stadsbranden in vroeger jaren.

Er zijn nog vele markante verhalen te vertellen in de marge van de Grote Brand, twee wil ik hier nog vermelden: de Zweedse kapitein die Hubert in Londen had afgezet, was in 1666 eigenlijk op weg naar Rouen. Daar wachtte hem een beloning van de ouders van Hubert omdat hij hem terug uit Zweden had gebracht. In Rouen vernam de schipper dat Hubert geëxecuteerd was op beschuldiging van brandstichting. Vijftien jaar later arriveerde diezelfde zeeman terug in Londen en toen gaf hij zijn getuigenis en vertelde onder andere dat Hubert pas twee dagen na het begin van de Brand in Londen gearriveerd was, althans, zo gaat het verhaal.

The_Monument_1750Zelfs dat mocht niet baten, Huberts onschuld sprak de katholieke fractie in Engeland niet vrij van de brandstichting: het Monument dat in 1677 werd opgericht ter nagedachtenis van de ramp werd in die periode dan ook niet aangepast. Hoewel de originele opschriften in de loop der tijden verdwenen zijn en de overgeleverde transcripties verschillen, wordt aangenomen dat onderstaand citaat vrij dicht in de buurt komt van een van de originele platen, die pas in 1830, tijdens de zogenaamde Catholic emancipation, verdwenen van het monument:

This pillar was set up in perpetual remembrance of the most dreadful burning of this protestant city, begun and carried on by the treachery and malice of the popish faction, in the beginning of September, in the year of our Lord M.DC.LXVI, in order to their effecting their horrid plot for the extirpating the protestant religion and English liberties, and to introduce popery and slavery.

Nog in de jaren 1680 zou Titus Oates, een complotbedenker pur sang, de katholieke Hertog van York beschuldigen: de hertog zou Robert Hubert ingehuurd hebben om de stad in as te leggen. Hoe het hem verging, is het onderwerp van mijn laatste reeks over Engeland in de 17de eeuw.

* * *

Geraadpleegde bronnen

Boeken

  • Peter ACKROYD, History of Engeland. Volume II Tudors, London, Pan Books, 2014
  • Peter ACKROYD, History of Engeland. Volume III Civil War, London, Pan Books, 2015
  • Gilbert BURNET, Bishop Burnet’s history of his own time : from the restoration of King Charles II, to the conclusion of the Treaty of Peace at Utrecht, in the reign of Queen Anne, London, Printed for A. Millar, 1753
    https://archive.org/details/bishopburnetshis01burn
  • Neil HANSON, The Dreadful Judgement. The true story of the Great Fire of London, London, Transworld Publishers, 2001
  • D.H. PENNINGTON, Europe in the Seventeenth Century, London, Longman, 1989

Documentaires

  • Simon SCHAMA, A History of Britain – The British Wars: 1603-1776. Episodes 8 & 9, London, BBC, 2001

Online pubicaties

De Grote Brand van Londen – Prelude

Dit is het tweede deel in een reeks artikelen over 17de-eeuwse complotteurs en complotdenkers. Een overzicht van de andere onderwerpen vindt u hier.

* * *

fire of londen

Some of our mayds sitting up late last night to get things ready against our feast to-day, Jane called us up about three in the morning, to tell us of a great fire they saw in the City. So I rose and slipped on my nightgowne, and went to her window, and thought it to be on the backside of Marke-lane at the farthest; but, being unused to such fires as followed, I thought it far enough off; and so went to bed again and to sleep.

Op 2 september 1666, de Dag des Heren, maakte Londenaar Samuel Pepys zich in zijn dagboek nog niet al te veel zorgen over wat op dat moment de zoveelste Londense stadsbrand leek te zijn. Later op de dag zou sir Thomas Bludworth, de burgemeester van Londen, nog gesnauwd hebben dat een vrouw het vuur zou kunnen uitpissen. Van een brandje meer of minder keek men toen niet op.

Uitslaande branden waren nochtans zowel de ergst denkbare nachtmerries voor de inwoners van elke Europese stad als schering en inslag. In Londen bestonden er wel bouwverordeningen die gekoppeld waren aan straffe boetes, maar deze werden straal genegeerd door wethouders en bewoners. Met een gemiddelde levensverwachting van 20 jaar (arm) tot 35 (rijk) is het onwaarschijnlijk dat de branden van 1630 en 1633 nog al te vers in iemands geheugen lagen. Die van 1633 en 1649 herinnerde men zich wel, die van 1663 uiteraard ook. Elk van deze calamiteiten had de geschiedenis kunnen ingaan als de Grote (of toch Redelijk Grote) Brand van Londen, mochten de autoriteiten op dezelfde kordate manier ingegrepen hebben als na die van 1666.

Pepys zou trouwens nog een belangrijke rol spelen in de dagen die daarop volgden, althans volgens zijn zeer lezenswaardige dagboeken. De burgemeester, daarentegen, gaf er na enkele zeer dubieuze beslissingen de brui aan en liet zich de rest van de week niet meer zien op het terrein.

great-fire-of-london-tuesdayVijf dagen lang woedde de Grote Brand in Londen, de kleinere nabranden niet meegerekend. 5/6 van de stad werd in as gelegd, een gebied van pakweg 2,4 km². Officieel noteerde men 6 dodelijke slachtoffers, maar rekening met slachtoffers uit de laagste klasse of de middelklasse hield men niet. Dat ene zinnetje uit The London Gazette van 3 tot 10 september 1666 klinkt er des te onheilspellender door:

It must be observed, that this fire happened in a part of the Town, where tho the Commodities were not very rich, yet there were so bulky that they could not well be removed […]

De schade wordt geschat op £10.000.000, zo’n 1,1 miljard moderne Britse ponden, aldus de uitstekende website The Great Fire of London. Meer overweldigende cijfers: 13.200 huizen werden vernietigd, 100.000 inwoners moesten de stad verlaten. Uiteindelijk zouden 80.000 mensen hun woonst verliezen.

King-charles-ii-king-charles-ii-25010100-333-400Vóór de Grote Brand circuleerden er tal van voorspellingen omtrent rampen die Londen zouden overkomen. Een Goddelijke Straf zou de stad treffen, onder andere omwille van het al te liederlijke leven van koning Karel II en zijn hofhouding, het schandelijke gedrag van tal van laffe geestelijken tijdens de Grote Plaag en eigenlijk omwille van het zondige gedrag van welke Londenaar dan ook. Astrologen lieten zich eveneens niet onbetuigd: William Lilly, Engelands meest succesrijke astroloog, mocht zich na de brand komen verantwoorden voor een vermeende voorspelling omtrent 3 september eerder dat jaar. Waarschijnlijk wist hij zelf niet goed wat hij precies voorspeld had, maar zijn geval bespreek ik in een volgend artikel.

Tijdens en direct na de Brand waren er al minder Londenaars geneigd te geloven in de Goddelijke Voorzienigheid, laat staan in een ongeluk. Tal van getroffen inwoners gingen snel op zoek naar mogelijke daders, complotteurs en brandstichters. Sommigen werden ter plaatste afgestraft en zelfs gelyncht, anderen door rechters verhoord. Verdachten waren er trouwens genoeg: de tijden waren bar en gevaarlijk.

In continentaal Europa woedden onder meer de Tachtigjarige, de Dertigjarige Oorlog en de Frans-Spaanse Oorlogen (u bent één klik verwijderd van een uitgebreider lijstje). Als religie, en meer bepaald de explosief groeiende tegenstelling katholiek versus protestant, al geen aanleiding was, dan was het er wel de brandstof voor. En andersom. Ook op de Britse Eilanden liepen religieuze en andere spanningen hoog op in deze periode. Sinds het begin van de Engelse Reformatie in de jaren 1530 vormden de Engelse katholieken een zwaar verdrukte minderheid. In één generatie verloor het katholieke establishment zijn gezag en aanzien: de vroegere machthebbers werden sociale paria’s en dat ging niet zonder strubbelingen. De ene samenzwering volgde op de andere en het is niet ondenkbaar dat verregaande achterdocht een overlevingsmechanisme werd, of reeds lange, lange tijd was.

Engelse Rooms-Katholieken hadden het in 1583 gemunt op koningin Elizabeth I in het zogenaamde Throckmorton Plot. In 1603 werden de vermeende samenzweerders van het Main Plot tegen James I terechtgesteld, samen met die van het Bye Plot. Beide samenzweringen zouden financieel gesteund zijn door het katholieke Spanje. Op 5 november 1605 werd een aanslag op de koning en de aristocratie verijdeld, bekend als het Buskruitverraad, het onderwerp van een vorige artikelenreeks. De katholieke samenzweerders, waaronder Guy Fawkes, werden terechtgesteld en op vakkundige wijze uit elkaar gedraaid en gehakt.

exec charlesTussen 1639 en 1651 gingen de Britse Eilanden door een periode van interne strijd die samengevat wordt als de Britse Burgeroorlogen of als Oliver Cromwell, een van de klassieke liedjes van Monty Python. Overwegend Anglicaanse Royalisten vochten en verloren van de puriteinse Roundheads onder leiding van Cromwell. Later nam de koning het op tegen de aanhangers van het Rompparlement, maar “the King lost again, silly thing – stupid git” (aldus MP). Zoals steeds waren de meeste oorlogsslachtoffers niet soldaten die sneefden op de velden enzovoort, maar burgers en boeren in de steden en dorpen die omkwamen door ziekten en hongersnoden.

Uiteindelijk werd in 1660 de monarchie hersteld en kon Karel II zijn eerder onthoofde vader Karel I opvolgen. De nieuwe koning trad hardhandig op onder andere tegen de Vijfde Monarchisten, een Puriteinse sekte waarvan enkele leiders medeverantwoordelijk waren voor de onthoofding van Karel I. Een vijftigtal leden werden eerst opgehangen, vervolgens van geslachtsdelen en darmen ontdaan om uiteindelijk gevierendeeld te worden. Beulen namen hun werk heel serieus. Enkele maanden voor de Grote Brand werd een groep ex-soldaten eveneens gearresteerd op verdenking van samenzwering met de Nederlanders tegen de Engelse Kroon. In 1664 tenslotte, ruim een jaar voor de Brand, werd Londen slachtoffer van wat we nu kennen als de Grote Pestepidemie, the Great Plague of London. Op een geschatte bevolking van 460.000 stierven er officieel 68.596 mensen, maar waarschijnlijk dubbel zoveel. Opnieuw, mensen uit de lagere klassen telden niet mee. Onnodig te zeggen dat ook deze epidemie aanleiding gaf tot heel wat sociale onrust, vervolgingen van vooral Joden, die bij zowat elke pestepidemie in Europa de zwarte piet toegeschoven kregen.

Wat men in 1666 al vermoedde, wordt nu algemeen aangenomen: een niet gedoofde bakkersoven in Pudding Lane, een schamele wijk in centrum Londen, had de brand veroorzaakt. Nochtans werd één persoon gearresteerd, ondervraagd én geëxecuteerd. Na bekentenissen. Eén, een akelig klein getal in alle numerieke ellende van de Grote Brand van Londen. Nog akeliger: zelfs de rechters beseften dat hij zowel onschuldig was als de perfecte zondebok. Absurditeit, evenals ellende, laat zich moeilijk kwantificeren.

Deel 2: De Grote Brand van Londen – Robertje moet hangen