Titus Oates, leugenaar

Dit is het tweede deel over het Paaps Complot. Het eerste deel, “Titus Oates, complotbedenker”, vindt u hier.

* * *

jesuitTitus Oates, man van God, had geen internet of Facebook nodig om zijn dodelijke complottheorieën, zijn Paapse Complot, te verspreiden. Oates beschuldigde vooraanstaande katholieken en jezuïeten van een zoveelste complot tegen koning Karel II van Engeland. Zijn theorieën leken aanvankelijk bot te vangen, maar één man, de Hertog van York, zag er evenwel een manier in om enkele van zijn politieke tegenstanders een hak te zetten. Hij bracht het geval voor de Staatsraad, de zogenaamde Privy Council en in een stroomversnelling.

De getuigenis van Israel Tongue voor die raad had tot gevolg dat hij algemeen als ontoerekeningsvatbaar en stekezot werd beschouwd. Die van Oates maakte wél indruk, en nog geen klein beetje. Oates presenteerde zich als de man die de informatie aan Tongue had doorgespeeld. Zijn kennis van het dossier, de opsomming van de namen van de verdachten, vermeldingen van omkoopsommen, de mensen die het geld overhandigden en ontvingen, wekten bewondering op. In 1678 was er niemand die net door de overvloed aan details durfde bevroeden dat Oates alles verzonnen had. De verhoren zorgden voor een golf van onrust en opwinding in de hoofdstad en Oates’ naam kreeg bekendheid.

In zijn boek A Selection of Cases from the State Trials. Volume II, Part II. Trials for Treason. The Popish Plot (1678-1681) vermeldt J.W. Willis-Bund een lijst van namen, twee en een halve pagina lang, en vermeldt dan droog dat dat nog maar Oates’ eerste opsomming was (pp. 460-462). Hij laat ook weten hoe onwaarschijnlijk die lijst op zich was:

It has only to be examined to shew its worthlessness. That a person of Oates’ position should be trusted to deliver commissions to the noblemen and gentlemen named in the list is of itself incredible; that the persons mentioned in it should have chosen Oates as their confidant is if possible more so.

Willis-Bund gaat nog een stap verder en voert aan dat de geruchtenmolen van Oates waarschijnlijk tot stilstand zou gekomen zijn, mochten twee incidenten geen extra duwtje hebben gegegeven. Bij Edward Coleman, ex-jezuïet en biechtvader van de Hertog van York ontdekte men een uitgebreide correspondentie met buitenlandse katholieke hoogwaardigheidsbekleders en met de biechtvader van de Franse koning, Père La Chaise. Zij schreven over de herbekering van Engeland tot het ware, katholieke geloof en pacten met Frankrijk.

godfreyHet tweede incident was de moord op Sir Edmund Berry Godfrey, de magistraat die Oates had ingezworen tijdens de verhoren. Godfrey werd gevonden in een sloot, gewurgd en afgemaakt met zijn eigen zwaard. Ik laat nogmaals Willis-Bund aan het woord:

As his death could not be easily accounted for, the cry at once arose that he had been murdered by the Catholics ; this was looked upon as another corroboration of Gates’ fabrications. The people at once lost what little reasoning power they had left. All parties immediately united against the Catholics, all distinctions of politics were forgotten, the nation was divided into two great factions Protestant and Catholic ; to be a Catholic was synonymous in the eyes of a Protestant, that is in the eyes of the nation, with being a traitor.

De discriminatie van katholieken kende een nieuw hoogtepunt en ze werden daarbij andermaal gedwongen om een eed van loyaliteit te zweren aan de koning van Engeland, sinds Hendrik VIII het hoofd van de Anglicaanse staatskerk. Zo’n eed druiste voor katholieken in, althans formeel, tegen de suprematie van de Paus van Rome. Wie de moord op Godfrey pleegde, blijft een raadsel, wie ervoor moest boeten niet. Drie katholieke ambachtsmannen werden door een andere verdachte onder tortuur beschuldigd. Zij werden op de gebruikelijke manier geëxecuteerd. De gemartelde trok later zijn gedwongen bekentenissen in.

whitehallTitus Oates werd de Redder des Vaderlands, het parlement droeg hem voor bij de koning, die hem onderbracht in een riante woning te Whitehall, met persoonlijke bodyguards, en hem een toelage verzekerde van 1200 pond per jaar. Oates bleef niet op zijn lauweren rusten: samen met Tongue onthulde hij nieuwe complotten, met steeds wijdere en diepere vertakkingen. Beide heren kwamen zelfs af met bewijzen dat de Grote Brand van Londen dan toch een groots opgezet katholiek complot was. Hun beschuldiging van vijf katholieke Lords, daarentegen, vond zelfs de koning ongeloofwaardig.

hang drawnHet succes van Oates en de dankbaarheid van de natie bleef niet onopgemerkt. William Bedloe, een schimmige figuur uit de Londense onderwereld, rook zijn kans en kwam zelf met verhalen die de beschuldigingen van Oates leken te onderbouwen en uit te breiden. Maar niet enkel criminelen wilden een graantje meepikken, ook hoogwaardigheidsbekleders zagen een mooie kans in deze tijden van hysterie en paranoia om hun politieke vijanden te beschadigen. Hun getuigenissen gaven de beschuldigingen van Oates op cruciale momenten de broodnodige geloofwaardigheid.

Ondertussen boekte Oates de eerste dubieuze successen met de veroordeling van verschillende hoogwaardigheidsbekleders en dat gaf hem en Bedloe moed om een stap verder te gaan en zowaar de koningin te beschuldigen. De relatie met zijn eega was niet echt denderend, maar de koning weigerde “to see an innocent woman abused” en liet Oates arresteren. Op voorspraak van het parlement werd hij terug vrijgelaten.

Popish plot playing cardRuim twee jaar lang kon Oates de aandacht voor zijn Paapse complottheorieën gaande houden, waarbij hij steeds nieuwe plots en subplots verzon. Het succes mag niet al te veel verwonderen, na 150 jaar godsdienstige verdeeldheid, katholieke complotten, religieus gemotiveerde burgeroorlogen en niet te vergeten een nog langere periode van oorlogen met het katholieke Frankrijk en Spanje, en met de protestantse Nederlanden. Verder kreeg hij op cruciale momenten steun van edelen (én van straatcriminelen) die in de gelegenheid te baat namen om zich te ontdoen van hun politieke tegenstanders en om mee te profiteren van het aanzien dat Oates genoot.

De omgang met complottheorieën doet denken aan de situatie in het moderne Midden-Oosten zoals beschreven door Matthew GrayConspiracy Theories in the Middle East: Sources and Politics (2010): economische crisis, religieuze scherpslijperij, oorlog en burgeroorlog, onlusten en sectaire agressie. Externe vijanden bij de vleet, een regering die enerzijds niet kan verhelpen dat de ene complottheorie na de andere opduikt, en er soms zelf van profiteert of er eentje verzint wanneer het politiek uitkomt.

De onthullingen van Oates kenden drie peilers, drie verhaallijnen die hij zeer goed beheerste en uitbuitte. De eerste was de vernietiging van het koningschap van Karel II, een idee dat volledig uit de lucht gegrepen was en waaraan ook niet zoveel geloof gehecht werd, zeker niet door de koning zelf. De tweede was de ontbinding van de regering en dat was al iets minder onwaarschijnlijk. De herinvoering van het rooms-katholieke geloof als staatsreligie was duidelijk het streefdoel van de Engelse katholieken in de 17de eeuw, de Jezuïeten voorop.

De gevolgen waren amper te overzien: paranoia vulden harten met angst en de straten met gewapende mannen. Het parlementsgebouw werd angstvallig doorzocht; men wilde een tweede Buskruitverraad vermijden. Katholieken werden uit Londen verdreven, nieuwe verdachten werden opgepakt, tot in Ierland toe, en ruim twintig mensen werden geëxecuteerd. Voor de Jezuïeten waren de gevolgen rampzalig: negen werden er geëxecuteerd, twaalf stierven er in gevangenschap, minstens drie werden gelyncht. Ze verloren hun hoofdkwartier in Wales. De algemene antikatholieke wetgeving werd pas in 1829 versoepeld (Roman Catholic Relief Act). Politiek werd het nog langer gebruikt.

Vanaf 1680 begon Oates’ deuken te vertonen. De religieus eerder tolerante koning was nooit een fan geweest van de antikatholieke hysterie die Oates had opgepookt. De beschuldiging van de koningin kon op weinig bijval rekenen en wanneer Oates vijf katholieke edelen als verdachten aanwees, groeide het ongeloof: twee konden elkaar niet luchten en spraken al jaren niet meer met elkaar en een derde zo ziek was dat hij amper boven van onder kon onderscheiden. De publieke opinie begon het zowaar op te vallen dat alle, maar dan ook alle beschuldigden fanatiek aan hun onschuld bleven vasthouden. Ook andere hoofdrolspelers in de berechting van de verdachten begonnen zich vragen te stellen.

titus leugenaar

Stilaan maakten de slachtoffer van Oates’ complottheorieën zowaar meer kans om niet meer ter dood veroordeeld te worden. Het zogenaamde Complot van Barnbow, een nieuwe poging van Oates om katholieke hoogwaardigheidsbekleders te elimineren, deze keer in Yorkshire, liep uit op een sisser: de protestantse jurie weigerde de verdachten te berechten en te veroordelen. Ook een andere voorwaarde voor een vlotte afhandeling richting galg viel weg: de rechters begonnen zich steeds onpartijdiger op te stellen.
Uiteindelijk werd Oates uit zijn luxueuze appartement te Whitehall gezet, gearresteerd en beboet. James II, de opvolger van Karel II, beschuldigde Oates van meineed en trok hem voor het gerecht. De doodstraf bestond niet voor dit soort misdaden en toch was het verdict harder dan het op het eerste zicht leek. Oates werd zijn religieuze status afgenomen, hij werd twee maal publiekelijk aan de schandpaal gezet, veroordeeld tot levenslang én tot een jaarlijkse afranseling die zo ernstig was dat het in de dood kon eindigen.

Drie jaar bracht Oates door in de gevangenis. Toen Willem van Oranje de troon besteeg, kreeg hij clementie en een pensioen van uiteindelijk 300 pond per jaar. In 1705 stierf Oates, vergeten door het publiek dat hem op handen had gedragen als de redder de vaderlands. Bedloe, een van zijn handlangers, stierf een natuurlijke dood, een hele prestatie voor een beroepscrimineel.

In 1705 luidde de officiële versie dat het Paaps Complot waar en waarachtig was.

* * *

Lijst van geraadpleegde bronnen

Boeken

  • Peter ACKROYD, History of Engeland. Volume II Tudors, London, Pan Books, 2014
  • Peter ACKROYD, History of Engeland. Volume III Civil War, London, Pan Books, 2015
  • D.H. PENNINGTON, Europe in the Seventeenth Century, London, Longman, 1989
  • Philip SIDNEY, A History of the Gunpowder Plot. The Conspiracy and its Agents, London, The Religious Tract Society, 1905
    https://archive.org/details/cu31924028038390
  • Thomas SECCOMBE (ed.), Lives of Twelve Bad Men, original studies of eminent scoundrels by various hands, ed. by Thomas Seccombe, London, T. Fisher Unwin, 1894
    https://archive.org/details/cu31924029870874
  • J.W. WILLIS-BUND, A Selection of Cases from the State Trials. Volume II, Part II. Trials for Treason. The Popish Plot (1678-1681), Cambridge, At the University Press, 1882
    https://archive.org/details/pt2selectionofca02willuoft

Artikelen

Podcast

Titus Oates, complotbedenker

Dit is het derde deel in een reeks artikelen over 17de-eeuwse complotteurs en complotdenkers. Een overzicht van de andere onderwerpen vindt u hier.

* * *

In 1678 werd het zoveelste katholieke complot in Engeland verijdeld. De klokkenluider deze keer was ene meneer Oates. Zijn onthullingen legden zo’n immens grote samenzwering bloot dat het ruim twee jaar zou duren, tot 1681, om alle complotteurs, plannen en vertakkingen te onderzoeken. De inzet was dan ook groot: niemand minder dan de toenmalige koning Karel II was het belangrijkste doelwit van het katholieke verraad. Oates’ informatie leidde rechtstreeks naar de executie van minstens 22 samenzweerders, waaronder 5 jezuïeten. De geschiedenisboeken vatten deze manier van interreligieuze problem solving samen als het Popish Plot, wat ik hier zal vertalen als het Paaps Complot.

Wat de geschiedenisboeken ons verder ook vertellen is dat het hele Paaps Complot bij elkaar gelogen werd door Titus Oates. Na zijn dood verdiende hij er een plaats mee in het boek Lives of Twelve Bad Men uitgegeven door Thomas Seccombe (1894). Tijdens zijn leven verdween hij van het middelpunt van de belangstelling via het schandblok en de gevangenis naar de vergetelheid. Hoewel, koning Willem III van Oranje, die in 1689 de Engelse troon besteeg, vergat hem niet. Deze protestantse vorst haalde hem uit de gevangenis en bleef hem een pensioen uitbetalen tot aan zijn dood.

In dit artikel wil ik eerst een stap terug zetten en kort de situatie in het Engeland van de 17de eeuw schetsen om dan over te gaan naar het Paaps Complot zelf.

Zoals elk Europees christelijk land heeft Engeland eeuwenlang zijn besognes gehad met hervormers en andersdenkenden; meestal waren dat vrij lokale gebeurtenissen. Met de komst van de boekdrukkunst én een pak decennia later de hervormingen van Maarten Luther (vanaf 1517) op het vasteland en Hendrik VIII in Engeland (vanaf de jaren 1530), sloeg de vlam pas echt in de pan. De paus verloor een groot deel van zijn gezag in de afvallige gebieden en de Soldaten van de Paus, de jezuïeten werden in het leven geroepen.

In Engeland verloor de katholieke kerk op één generatie tijd haar machtsbasis. Schotland bleef katholiek, wat door de verwevenheid van beide koningshuizen om de haverklap dodelijke spanningen op de Britse Eilanden opleverde. De late 16de en de 17de eeuw werden gekenmerkt door de religieuze, veelal katholieke complotten en keiharde staatsrepressie. Elke echte of vermeende samenzwering werd gevolgd door executies en lynchpartijen en zelfs een burgeroorlog of twee.

Ik heb in deze reeks over complotten en samenzweringen in 17de-eeuws Engeland het reeds uitgebreid gehad over het Buskruitverraad, een mislukte samenzwering van enkele katholieke edelen, waarbij later de Britse jezuïeten geïmpliceerd werden, waarschijnlijk ten onrechte. Ook de trieste lotgevallen van de Franse katholiek Robert Hubert na de Grote Brand van Londen heb ik besproken. Hoewel heel wat edelen en parlementairen openlijk katholiek konden blijven, werd het katholieke deel van de rest van de bevolking als tweederangsburgers beschouwd.

* * *

Titus Oates werd geboren in 1649, in volle burgeroorlog, waarin koningsgezindheid en religie belangrijke drijfveren waren. Zijn vader laveerde van de ene christelijke gezindte naar de andere. Hij voerde gewetensvragen aan, anderen verweten hem plat opportunisme. Zoon Titus werd na een halfmislukte schoolcarrière vicaris van een parochie in Kent en later vervoegde hij zijn vader als kapelaan in Hastings. Daar vond zoon Oates het nodig om een lokale schoolmeester aan te klagen wegens sodomie, toen een misdaad waarop de doodstraf stond. De rechtbank vond de aanklacht ongegrond en bestrafte Titus Oates voor meineed. Oates vluchtte naar Londen, waar hij inscheepte als aalmoezenier op een schip van de Royal Navy in 1677. De zeelucht deed hem weinig goed en al snel kreeg Oates op zijn beurt een beschuldiging van sodomie naar zich toegeschoven. Hij ontsnapte aan de straf door zijn status als man van de kerk.

In 1677 werd hij huishouder bij de katholieke hertog van Norfolk, liet hij zich opnemen in de katholieke kerk, schreef hij samen met Israel Tongue, ook een geestelijke, een reeks straffe antikatholieke pamfletten, werd hij toegelaten tot verschillende Jezuïetenhuizen in Frankrijk en Spanje en keerde hij zich af van het rooms-katholieke geloof. Terug in Engeland begon hij samen met Israel Tongue aan de geschriften die zouden leiden tot het Paaps Complot. Zijn verrassende bekering en uitstap naar Jezuïetenland deed af als een poging tot infiltratie van de rangen van de katholieke vijand.

kirby-warning-charles-ii-of-the-assassination-plot-1678-the-popish-B6YB67Het verhaal kent zijn varianten, maar het lijkt vast te staan dat Tongue een bundel documenten overmaakte aan ene Kirby, een apotheker met connecties, waarin een katholiek complot beschreven was. Kort samengevat: de paus had de Jezuïeten bevolen om de Zwarte Bastaard, koning Karel II, te vermoorden. Door zijn connecties kon hij de koning verwittigen en zowel hij als Tongue werden ondervraagd. Zelf beweerde Tongue dat het paket onder zijn deur was geschoven. Volgens hem waren er ook papieren bij van de aartsvijanden van de Engelse staat, de Jezuïeten zelf. Zijn verhaal stak zo knullig in elkaar dat de hoogwaardigheidsbekleders die gebriefd werden, er niet al te veel geloof aan hechtten.

En hier had het verhaal over het Paaps complot moeten stoppen. De opzet was naïef, de verhaallijn ongeloofwaardig en er was amper iemand die het verhaal serieus nam. Eén man van aanzien, de Hertog van York, zag er evenwel een manier in om enkele van zijn politieke tegenstanders een hak te zetten en bracht het geval voor de Staatsraad, de zogenaamde Privy Council. Zijn opportunisme bracht het hele bedenksel van Titus Oates naar een hoger en dodelijker niveau.

Deel 2: Titus Oates, leugenaar

 

De Grote Brand van Londen – Robertje moet hangen

Dit is het tweede deel over de Grote Brand van Londen. Voor het eerste deel, “Prelude”, klikt u hier.

* * *

1666

Hoewel Engeland in 1666 enkel met Nederland en Frankrijk in een reeks oorlogen verwikkeld was, werden tijdens en na de Grote Brand gemakshalve alle buitenlanders en papisten, Rooms-Katholieken dus, geviseerd. Verder behoorden ook presbyterianen, quakers, seekers, ranters, en oude, puriteinse aanhangers van Cromwells regime bij elke tegenslag tot de usual suspects.

Reeds tijdens de ramp werden vreemdelingen en katholieken opgepakt die verdacht werden van complotten, represailles of wraakacties voor deze of gene Engelse oorlogsdaad. Er circuleerden al snel verhalen waarin snode Fransmannen en dito Nederlanders de stad rondgingen met handgranaten, brandbommen en lucifers, een reden voor de “echte” Londenaars om de jacht te openen. Dat men inderdaad explosieven gebruikte in slecht gecoördineerde pogingen de brand onder controle te brengen, moet bijgedragen hebben tot de verwarring. Acute paniek en diepgewortelde achterdocht waren ook toen slechte raadgevers.

En nog tijdens de Grote Brand vond men tal van mogelijke daders: het huis van een Franse schilder werd geplunderd omdat hij ervan verdacht werd het vuur verder te willen verspreiden. Een andere Fransman werd bewerkt met een ijzeren staaf, nog eentje werd ei zo na uit elkaar gereten door een opgejutte massa. Cornelius Rietveldt, een Nederlandse bakker, zag zijn winkel en werkruimte vernietigd. Hij werd ternauwernood gered door de Hertog van York die toevallig passeerde. Een Zweedse vrouw werd de borsten afgesneden omdat men ze voor vuurballen hield. Deze en andere voorbeelden van blind geweld vond ik terug in het excellente boek van Neil Hanson, The Dreadful Judgement. The true story of the great fire of London (2001).

gazette

Ook The London Gazette van 3 tot 10 september 1666 – en ja, dat fantastische archief is gratis online raadpleegbaar – maakt gewag van arrestaties van vreemdelingen:

Divers Strangers, Dutch and French were, during the fire, apprehended, upon suspicion that they contributed mischievously to it, who are all imprisoned and Informations prepared to make a severe inquisition here upon my Lord Chief Justice Keeling, assisted by some of the Lords of the Privy Council; and some principal Members of the City […]

Zelfs de Fransman die verantwoordelijk was voor de “fireworks” van de koning werd aanvankelijk gearresteerd en later weer vrijgelaten. Hij zorgde niet voor de ooh’s en aah’s bij vuurwerk tijdens de betere pensenkermis; als de buskruit- een vuurwapenspecialist in dienst van de koning bekleedde hij een vertrouwenspositie. Ik vermeld dit ook om aan te geven dat 17de-eeuws Engeland waarschijnlijk even xenofoob was als cultureel en religieus divers.

Na de brand ging men op zoek naar eigenaardigheden: een defect waterpomphuis in de buurt van de hoofdbrandhaard werd gezien als een anomalie en niet als het gevolg van jarenlange en goedgedocumenteerde verwaarlozing van de binnenstad. Men zocht en vond connecties tussen disparate stukjes informatie. Op het moment dat de brand uitbrak, was het eb en dat kón geen toeval zijn: de daders wisten namelijk dat het moeilijker zou zijn om water uit de rivier te halen, wat de kans op succes vergrootte. Zelfs koning Karel II werd ervan verdacht wraak te willen nemen op de Londenaars voor de onthoofding van zijn vader. Later zou ook de Hertog van York genoemd worden als een mogelijke dader of aanstoker.

Die andere verklaring, die ook al in The London Gazette te lezen was, namelijk dat het wel eens een ongeluk kon zijn in een groezelige binnenstad waarvan de ontvlambaarheid met enkele factoren gestegen was na een wekenlange droogte, werd opzijgeschoven:

[…] notwithstanding which suspicion, the manner of the burning all along in a Train, and so blowen forwards in all its way by strong Winds, make us conclude the whole was an effect of an unhappy chance, or to speak better, the heavy hand of God upon us for our sins, shewing us the terrour of his Judgement in thus raising the Fire, and immediately after his miraculous and never to be acknowledged Mercy, in putting a stop to it when we were in the last despair, and that all attempts for quenching it however industriously pursued seemed insufficient.

 

Van alle complottheorieën die de ronde deden, was die van Robert Hubert de meest bizarre. Hubert was een Fransman die jarenlang in Londen woonde en terug in Londen aankwam met een Zweeds schip, twee dagen na het begin van de brand. Een week later, op 11 september, werd hij aangehouden en begon hij verklaringen af te leggen. In zijn complottheorie was hij vreemd genoeg een van de 22 originele aanstokers van de brand. Zelf zou hij benaderd zijn geweest door de Fransman Stephen Piedloe om tegen betaling brandbommen rond te strooien, te beginnen bij Westminster. Toen hij vernam dat het daar zelfs niet gebrand had, wijzigde hij zijn verhaal. Ook de som geld die hij ontvangen zou hebben, wijzigde bij elk verhoor. Uiteindelijk zou hij het ook op 3 daders houden. Van Stephen Piedloe was toen zelfs het bestaan niet meer zeker. Ook van een zekere Graves, een getuigen die heel bezwarende verklaringen aflegde, is niets van terug te vinden.

hubertOndanks de gaten in de verschillende verslagen en dus in onze kennis, vermelden de forensische psychologen van de blog History of Forensic Psychology Robert Hubert als het eerste opgetekende geval van iemand die vrijwillig een valse bekentenis aflegt. De meeste tijdgenoten en historici zijn het er namelijk over eens dat zijn bekentenissen niet louter het gevolg waren van de zware verhoren. Wat de ondervragers hem ook voorlegden, hij bekende het. Hij zou zelfs zijn ondervragers geleid hebben naar de plaats waar hij de brand gesticht had. Een hele prestatie in een stad waar mensen niet meer met zekerheid de plaats van hun eigen straat, laat staan hun eigen huis konden aanwijzen. Of zoals bisschop Burnet schreef:

Papists were generally charged with it. One Hubert, a French Papift, was seized in Essex as he was getting out of the way in great confusion. He confessed, he had begun the fire, and persisted in his confession to his death for he was hanged on no other evidence but that of his own confession. It is true, he gave so broken an account of the whole matter, that he was thought mad. Yet he was blindfolded, and carried to severai places of the City: And then, his eyes being opened, he was asked, if that was the place: And he being carried to wrong places, after he looked round about for fome time, he said, that was not the place: But when he was brought to the place where it fire broke out, he affirmed that was the true place.

Andere bronnen vermelden dan weer dat er tijdens de tocht door Londen al mensen stonden te wachten op de plaats waarvan men dacht dat het de originele brandhaard was. Maar ook aartsdeken Laurence Echard was duidelijk: “My Lord Hollis gave evidence that he was a lunatic, so did Dr Durell, the late Dean of Windsor, the French church of Stockholm gave the same testimony” (geciteerd uit Hanson The Dreadful Judgement, p. 281).

Ondertussen werd ook een andere onderzoekspiste afgesloten: de bakker Thomas Farriner zwoer een dure eed dat zijn zijn gebouw enkel door externe factoren of malafide praktijken vuur had kunnen vatten. Dat zijn bakkersoven nog brandde en dat hij graag een pint dronk, ontkende hij in alle toonaarden. Zijn buren waren minder overtuigd. Hoe dan ook, zijn verklaringen onder eed werden geloofd.

the-tyburn-treeHubert werd uiteindelijk schuldig bevonden aan brandstichting. Hij werd berecht en vervolgens geëxecuteerd: een mentaal zwakbegaafde en lichamelijk gehandicapte man die zelfs niet aanwezig was bij het begin van de brand, ook niet in het getroffen gebied, en in wiens schuld zelfs de rechters niet geloofden. Zijn berechting had dus weinig te maken met wrong time, wrong place, maar met het feit dat hij Fransman was en katholiek.

Het kon de autoriteiten niet zoveel schelen: de verhoren waren niet gericht op de waarheid, maar op genoeg bewijs voor een veroordeling. Ook de jury wilde een makkelijke veroordeling: een Fransman die spontane bekentenissen aflegde, veroordeeld wilde worden, mentaal te zwak was om zich op een coherente manier te verdedigen, als hij al besefte wat er gaande was. Komt daarbij dat er volgens verschillende bronnen drie familieleden van de bakker Farriner in die jury zetelden. Er was sowieso een enorme tweespalt in Engeland na de brand: vele mensen bleven geloven in een aanslag, terwijl anderen ervan overtuigd waren dat het een ongeluk was, net zoals de vele stadsbranden in vroeger jaren.

Er zijn nog vele markante verhalen te vertellen in de marge van de Grote Brand, twee wil ik hier nog vermelden: de Zweedse kapitein die Hubert in Londen had afgezet, was in 1666 eigenlijk op weg naar Rouen. Daar wachtte hem een beloning van de ouders van Hubert omdat hij hem terug uit Zweden had gebracht. In Rouen vernam de schipper dat Hubert geëxecuteerd was op beschuldiging van brandstichting. Vijftien jaar later arriveerde diezelfde zeeman terug in Londen en toen gaf hij zijn getuigenis en vertelde onder andere dat Hubert pas twee dagen na het begin van de Brand in Londen gearriveerd was, althans, zo gaat het verhaal.

The_Monument_1750Zelfs dat mocht niet baten, Huberts onschuld sprak de katholieke fractie in Engeland niet vrij van de brandstichting: het Monument dat in 1677 werd opgericht ter nagedachtenis van de ramp werd in die periode dan ook niet aangepast. Hoewel de originele opschriften in de loop der tijden verdwenen zijn en de overgeleverde transcripties verschillen, wordt aangenomen dat onderstaand citaat vrij dicht in de buurt komt van een van de originele platen, die pas in 1830, tijdens de zogenaamde Catholic emancipation, verdwenen van het monument:

This pillar was set up in perpetual remembrance of the most dreadful burning of this protestant city, begun and carried on by the treachery and malice of the popish faction, in the beginning of September, in the year of our Lord M.DC.LXVI, in order to their effecting their horrid plot for the extirpating the protestant religion and English liberties, and to introduce popery and slavery.

Nog in de jaren 1680 zou Titus Oates, een complotbedenker pur sang, de katholieke Hertog van York beschuldigen: de hertog zou Robert Hubert ingehuurd hebben om de stad in as te leggen. Hoe het hem verging, is het onderwerp van mijn laatste reeks over Engeland in de 17de eeuw.

* * *

Geraadpleegde bronnen

Boeken

  • Peter ACKROYD, History of Engeland. Volume II Tudors, London, Pan Books, 2014
  • Peter ACKROYD, History of Engeland. Volume III Civil War, London, Pan Books, 2015
  • Gilbert BURNET, Bishop Burnet’s history of his own time : from the restoration of King Charles II, to the conclusion of the Treaty of Peace at Utrecht, in the reign of Queen Anne, London, Printed for A. Millar, 1753
    https://archive.org/details/bishopburnetshis01burn
  • Neil HANSON, The Dreadful Judgement. The true story of the Great Fire of London, London, Transworld Publishers, 2001
  • D.H. PENNINGTON, Europe in the Seventeenth Century, London, Longman, 1989

Documentaires

  • Simon SCHAMA, A History of Britain – The British Wars: 1603-1776. Episodes 8 & 9, London, BBC, 2001

Online pubicaties