Keith Kloor: Journalistiek onder vuur 3/4

Deze vertaling verscheen in Wonder en is geen Wonder (Winter 2017), het ledenblad van SKEPP.

* * *

Wat gebeurt er wanneer je als wetenschapsjournalist schrijft over thema’s waarrond milieu-organisaties en andere ngo’s een verdienmodel hebben opgebouwd? “Afhankelijk van het onderwerp geldt in de wetenschapsjournalistiek dat hoe meer je rapporteert over feiten, hoe minder effect het lijkt te sorteren”, schrijft de Amerikaanse wetenschapsjournalist Keith Kloor. Tijdens zijn carrière als journalist en docent journalistiek raakte Kloor gefascineerd door de hardnekkigheid van bepaalde valse narratieven, zoals mythen rond vaccinatie of genetisch gemodificeerde organismen. “Het draait allemaal rond het verhaal en hoe sterk het gebracht wordt”, weet Kloor. Een paar jaar geleden kwam Kloor door een campagne van activisten tegen zijn persoon zelf in de problemen. Door zijn journalistieke werk dreigde hij niet alleen vrienden, maar ook zijn inkomen te verliezen. Of het dit allemaal waard was, is de centrale vraag in dit openhartige essay.

***

De anti-ggo-bende

In 2012 schreef ik een stuk voor Slate met de openingszin: “Ik heb lang gedacht dat er niets kon tippen aan de desinformatie die uitgespuwd werd door klimaatontkenners en hun spindokters. Maar dan begon ik aandacht te schenken aan hoe anti-ggo-activisten de wetenschap omtrent genetisch gemodificeerde gewassen hebben vertekend en verdraaid. Men zou verrast zijn over hoeveel succes ze daarmee behaalden en over wie hen daarbij een handje heeft geholpen.” Op dat moment was ik amper bezig met biotechnologie. Het grootste deel van de jaren 2000 had ik het gezellig druk als redacteur bij een toonaangevend blad over milieu, met het schrijven van stukjes over fauna, milieubescherming, klimaatverandering en de zonden van de olie-, kolen-en gasindustrie. Ik ben nog steeds trots op mijn werk voor het tijdschrift van de National Audubon Society in die periode. Ik ben niet iemand die op een mooie dag is opgestaan en plots zijn carrièrekeuze of job van milieujournalist in vraag begon te stellen. Ik heb geen ideologisch of politiek kantelmoment doorgemaakt dat mij heeft doen besluiten, zoals de titel van het artikel stelde: “Ggo-opposanten zijn de klimaatontkenners van de linkerzijde”.

In 2009 werd ik een freelancer en moest ik voor mezelf een niche zoeken, terwijl ik de nuances van bepaalde onderwerpen in het milieu- en klimaatdebat onderzocht die te weinig aan bod kwamen in de media, of in sommige gevallen zelfs helemaal niet. Een onderwerp dat opviel omdat het zo onderbelicht werd door mijn collega’s, was het ggo-debat.

In de jaren 1990 en de vroege jaren 2000 was het wel even opgeflakkerd, maar tijdens de rest van het decennium smeulde het ergens ver op de achtergrond. Maar toen in de late jaren 2000 de beweging van voedselactivisten opstond, begon men een campagne om genetisch gemodificeerd voedsel te labelen (dat gebeurde eerst in de Verenigde Staten, maar later waaide het idee ook over naar Europa, nvdr.). Dit bracht de wetenschap van de agrarische biotechnologie terug onder de aandacht. Ik nam daar nota van. Gelukkig begon ik aan dat onderwerp met weinig vooroordelen of sterke emoties. Ik had voordien niet al te veel aandacht besteed aan het ggo-debat. Ik wilde dus eerst de wetenschap van de agrarische biotechnologie leren begrijpen. Ik leerde al snel dat het een moeilijke en ingewikkelde wetenschap is die voortgestuwd wordt door de industrie. En dat maakt zonder enige twijfel heel veel mensen al van in het begin argwanend. Zeer begrijpelijk, gezien de lange, goed gedocumenteerde historiek van desinformatie en karaktermoorden uitgevoerd door de chemische, tabaks-, en olie-industrieën, om enkel maar de meest gekende onfrisse voorbeelden aan te halen.

Maar ik ontdekte ook dat de angst voor “frankenfood”, wat de vroege tegenstanders van ggo’s sterk bezighield, nooit werkelijkheid werd. Prestigieuze wetenschappelijke instellingen hebben aan het einde van de jaren 2000 de verzamelde resultaten van onafhankelijke onderzoeksgroepen tegen het licht gehouden. Hun conclusie luidde dat biotechnologie bij eetbare gewassen veilig is. Er waren nog wel enkele netelige kwesties omtrent de milieu-impact bij enkele gewassen, bijvoorbeeld of ggo’s het gebruik van pesticides nu verminderden of vergrootten, maar alles samen genomen was er een consensus dat de wetenschap op een productieve manier door de landbouwers gebruikt werd zonder mens of fauna te schaden. Enigszins tot mijn verbazing gingen dezelfde milieubewegingen en bewakers van het algemeen belang die de wetenschappelijke consensus omtrent de verandering van het klimaat wel aanvaardden, deze keer niet akkoord. Zij verwierpen de wetenschappelijke consensus omtrent ggo’s. Het viel me ook op dat ze, om het publieke debat te vertroebelen, een tactiek gebruikten die de olie-, tabaks- en chemische industrie op punt hebben gesteld, namelijk de “handel in twijfel”. Er is bijvoorbeeld een klein netwerk van wetenschappers die de consensus afwijzen en zelfverklaarde experten in anti-ggo-middens die als het ware een weerspiegeling zijn van een soortgelijk netwerk onder klimaatontkenners. De laatste jaren hebben zij dubieuze wetenschappelijke papers en fikse boeken geproduceerd met welluidende titels als The GMO Deception, Altered Genes, Twisted Truth: How the Venture to Genetically Engineer Our Food has Subverted Science, Corrupted Government, and Systematically Deceived the Public. De meest hardnekkige aanhangers van de anti-ggo- en antivaccinatiebeweging en klimaatontkenners worden voortgedreven door een gelijkaardig complotdenken. Als je meer wilt vernemen over hoe dit alternatieve universum werd opgetrokken, lees dan zeker Will Saletans diepgravend stuk voor Slate, waarin hij concludeert: “De strijd tegen genetisch gemodificeerde organismen zit tjokvol paniekzaaierij, vergissingen, fouten en bedrog.”

Met mijn stuk voor Slate uit 2012 wilde ik daar ook de aandacht op vestigen: “Het emotioneel beladen, gepolitiseerd discours over ggo’s wordt verzopen in dezelfde koortsmoerassen die de wetenschap rond de klimaatverandering onherkenbaar aangetast hebben.” De verantwoordelijke partijen zijn milieu groepen, prominente voedselcolumnisten en invloedrijke progressieve schrijvers. Met mijn blog voor Discover (stopgezet in 2015) borduurde ik verder op dit thema. Ik belichtte de bijna constante stroom aan voorvallen waarin de wetenschap verkeerd werd voorgesteld door groene groepen en prominente individuen waarvan ik dacht dat ze beter zouden weten. Dit werd niet echt geapprecieerd door denkers aan de progressieve zijde, een kant die ik nochtans beschouw als mijn natuurlijke habitat.

Wat bedoel ik daarmee? Neem Julia Belluz, wetenschapsjournalist voor Vox die enkele keiharde stukken over Dr. Oz, alternatieve geneeskunde, dieetrages en dies meer heeft geschreven. In een recent stuk beschrijft zij de terugslag die ze heeft mogen ervaren; de titel ervan spreekt boekdelen: Why reporting on health and science is a good way to lose friends and alienate people (Waarom je door te schrijven over gezondheid en wetenschap vrienden verliest en mensen van je vervreemdt.) Dit is absoluut ook mijn ervaring bij mijn reportages over ggo’s. Het wordt zelfs erger wanneer de enige nieuwe vrienden die je maakt na een kritisch artikel over een ecoheilige zoals Vandana Shiva, het soort mensen zijn dat werkt in de labo’s van Monsanto’s hoofdzetel.

Mijn punt is dus: als je journalistieke werk opgevat wordt als een steuntje in de rug van het meest boosaardige bedrijf ter wereld, geloof me, dan riskeer je meer te verliezen dan vrienden alleen. Meer hierover later.

Zet jezelf ondertussen even in de plaats van voedselactivisten en groenen die tegen ggo’s zijn en die werkelijk geloven dat zij aan de kant van de engeltjes staan. Elke ochtend opnieuw ontwaken ze en gaan ze verder met het bestrijden van het Kwaad. Er zijn geen tinten grijs in deze zwart-witte wereld.

Bekijken we de wereld door hun bril: als CEO’s en wetenschappers verbonden aan de industrie bijna al mijn artikelen over hoe verheven progressieve woordvoerders het ggo-debat verdraaien, enthousiast delen op de sociale media, dan moet dat betekenen dat ik een vriend van Monsanto ben, toch? Als de Columbia Journalism Review in 2013 een artikel publiceert over hoe ik de belabberde en bevooroordeelde media-aandacht voor ggo’s zie, dan moet ik wel een slippendrager van de biotechnologische industrie zijn, niet? Als ik in 2015 bericht over hoe wetenschappers uit de openbare sector een verzoek krijgen om hun volledige correspondentie en andere informatie openbaar te maken zoals bepaald door de Freedom of Information Act (FOIA, een Amerikaanse wet op de openbaarheid van informatie, nvdr.) nog voordat de groep activisten achter dat verzoek hiermee in het openbaar willen komen, dan moet ik wel geknecht zijn door de industrie? Als ik de zaak opvolg en afkom met een nieuw exclusief artikel (niet vergeten, ik ben journalist) omtrent de inhoud van die FOIA-verzoeken nog voordat de anti-ggo-groep wil dat deze informatie openbaar wordt gemaakt, dan moet ik toch gewoon in loondienst zijn van de industrie?

Nee, toch niet. Mijn journalistiek werk wordt niet beïnvloed of tegen betaling besteld door de industrie. Ik heb de mythe van de Indiase boeren – de zogezegde link tussen ggo’s en zelfmoorden – zelf ontdekt. Ik heb nooit met Monsanto gesproken, laat staan overlegd, wanneer ik aan een artikel werkte. Wanneer ik voor het eerst schreef over de wijdverspreide foute voorstellingen van plantenbiotechnologie voor Slate in 2012, was ik zelfs amper beginnen praten met wetenschappers in het veld. Ik kon de omgekeerde wereld die de anti-ggo-activisten gecreëerd hadden, afleiden door deze gewoonweg te vergelijken met de wereld van echte wetenschap en gevestigde literatuurstudies. Sindsdien ben ik bekend geworden bij tal van wetenschappers in de publieke biotechsector. Ze vertrouwden erop dat ik over hen op een faire, open en onbevooroordeelde manier zou schrijven. Nadat een aantal van hen een FOIA-verzoek op hun bord kregen op instignatie van een anti-ggo-groep in 2015, lieten ze mij dat weten. Ik schreef er een rechttoe-rechtaan verhaal over voor Science in februari dat jaar. In privé-conversaties liet ik de wetenschappers en onderzoekers weten dat ik in principe, als journalist, geen probleem had met zulke FOIA-verzoeken, hoewel ik heel goed begreep waarom zij zich daardoor aangevallen voelden. Later dat jaar wezen wetenschappers me erop dat duizenden e-mails aan die anti-ggogroep waren vrijgegeven, het resultaat van een FOIA-verzoek aan één bepaalde onderzoeker. Ik rapporteerde over de inhoud van deze e-mails in het tijdschrift Nature, wat een onaangename verrassing was voor de anti-ggo-groep, omdat men al aan het samenwerken was met een andere journalist waarvan ze dachten dat hij waarschijnlijk hun ideologische interesse en filosofie wel zou delen.

Wat er toen gebeurde, was dan weer een onaangename verrassing voor mij.

[Ctrl-P] Het groene doel heiligt de middelen?

Op 17 en 18 september bracht Vandana Shiva, momenteel ecostrijdster op wereldtournee, een bezoekje aan het Europees Parlement en Gent, respectievelijk op uitnodiging van de Europese Groenen en Oikos. Maar over mevrouw Shiva hebben we ondertussen al genoeg geschreven, o.a. in het stuk Het spook van de reductionistische journalistiek en Vandana Shiva’s armoedige levensvisie.

In dit artikel gooi ik het over een andere boeg: eerst komt mevrouw Shiva zélf aan het woord. Skepfile·be zorgt voor evenwicht en laat de andere zijde, hoe moreel failliet, kortzichtig en gevaarlijk ook, aan het woord. Hieronder vindt u haar toespraak in Brussel, een video die we schaamteloos geript hebben en op het Book Liberation Movement Youtube Filmpkes Channel hebben geplaatst. For future reference.

*  *  *

In het tweede deel hieronder heb ik de reactie gekopieerd van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie, het VIB. De originele tekst verscheen als opiniestuk in Het Belang Van Limburg, deze link leidt u naar de website van het VIB zelf.

*  *  *

Gent – 23 September 2013 – Vorige week was de Indiase milieuactiviste Vandana Shiva in het land. Ze was hier op uitnodiging van de groene beweging om mee de strijd aan te gaan tegen een nieuw wetsvoorstel van de Europese Commissie om de zaadmarkt sterker te reguleren. De Groene fractie vreest echter dat dit negatief zal uitpakken voor landbouwers die hun eigen zaaizaad gebruiken, dat het zal leiden tot een verdere machtsconcentratie van multinationals en tot een vermindering van de genetische diversiteit binnen gewassen. Als onderzoekers uit de publieke sector zijn we vragende partij om de diversiteit zo groot mogelijk te houden, zowel in het aanbod van zaaizaad als in het aantal aanbieders. Waar we ons echter tegen verzetten is het schaamteloos verspreiden van foute informatie rond genetisch gewijzigde gewassen in de strijd tegen een grootschalige landbouw.

Shiva ijvert voor een kleinschalige, lokale landbouw en zet zich af tegen de grootschalige, geïndustrialiseerde landbouw. Los van de vraag of deze strategie haalbaar is om voldoende voedsel en plantaardige producten te produceren, is dat haar goed recht. Visies kunnen verschillen, maar mensen koste wat kost proberen te overtuigen van een bepaald landbouwmodel op de kap van een beloftevolle technologie is intellectueel oneerlijk. In plaats van de voordelen van kleinschaligheid centraal te stellen, kiest Shiva ervoor, zoals bij haar lezing in Gent, om het publiek angst aan te jagen met onjuiste horrorverhalen over GGO’s. GGO’s zouden kanker veroorzaken, zouden leiden tot een hoger gebruik van pesticiden die verantwoordelijk zouden zijn voor geboorteafwijkingen bij Argentijnse kinderen, zouden schuldig zijn aan de bijensterfte en GGO-katoen zou aan de basis liggen van de zelfmoorden bij Indiase landbouwers.

Wij dagen Vandana Shiva en alle groene bewegingen uit om op zoek te gaan naar wetenschappelijke feiten die hun beweringen staven en ermee voor de dag te komen. Door het verspreiden van angst voor GGO’s zorgen anti-globalistische bewegingen voor ongegronde onrust. Dit leidt tot politieke besluiteloosheid en onnodige verstrenging van de regelgeving. De kosten voor de registratieprocedure lopen nu al op tot 30 miljoen euro. Publieke onderzoeksinstellingen en KMO’s beschikken niet over deze budgetten. Beschermen de antiglobalistische bewegingen ons dan tegen de globalisering, of werken ze net de alleenheerschappij van multinationals in de hand?

GGO’s vertegenwoordigen geen landbouwmodel en bieden geen mirakeloplossing. De GGO-technologie is wel een technologie die in staat is de impact van de intensieve landbouw op het milieu te verminderen. Bovendien kan ze de biologische landbouw ondersteunen in haar missie om het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen te weren. Het Field Liberation Movement roept naar aanleiding van het aardappelproces op om zo veel mogelijk anti-GGO propaganda te verspreiden naar het voorbeeld van Shiva. Aan de groene bewegingen de keuze: ofwel de demagogische paniekzaaierij steunen, ofwel de feiten onder ogen durven zien en de echte groene belangen laten spelen door de GGO-technologie een eerlijke kans te geven in het creëren van een duurzame landbouw.

Dit opiniestuk werd mede ondertekend door:
Geert Angenon (VUB) – Han Asard (UA) – Stefaan Blancke (UGent) – Wout Boerjan (VIB/UGent) – Maarten Boudry (UGent) – Johan Braeckman (UGent) – Jo Bury (VIB) – Bruno Cammue (KULeuven) – Jeroen Crappé (UGent) – Geert De Jaeger (VIB/UGent) – Lieve Gheysen (UGent) – Wim Grunewald (VIB) – Dirk Inzé (VIB/UGent) – Greet Riebbels (ILVO) – Rony Swennen (KULeuven) – Erik Van Bockstaele (ILVO) – Nathalie Verbruggen (ULB)

07/06/2013: Een GGO vrij Vlaanderen? Workshop met een aantal activisten van het Field Liberation Movement

Een aantal activisten van het Field Liberation Movement (FLM) organiseren een interactieve discussie over de basisargumenten tegen GGO’s en meer duurzame manieren van voedselproductie. De discussie zal ondersteund worden door een expositie van hun foto’s en actiemateriaal! Ben je in voor een actie om veldproeven of GGO veevoer te stoppen of wil je graag jouw ideeën over activiteiten in het verleden of plannen voor de toekomst delen? Kom en brainstorm dan mee over mogelijke actie en campagne middelen voor een GGO vrij Vlaanderen!

Laat de zin even bezinken: “een interactieve discussie over de basisargumenten tegen ggo’s”.

Nu, voor dit soort initiatieven ben ik volledig te vinden: een interactieve discussie over ggo’s, de argumenten tegen, wat automatisch ook een discussie over de argumenten voor betekent, toch?

Leren beargumenteren waarom de studies van Séralini, de affaire Pusztai, de films van Geoffrey Smith, de vrouwonvriendelijke “theorieën” van hindutva Vandana Shiva níet kunnen gebruikt worden in een discussie over ggo’s. Wetenschappelijke studies leren lezen, ontrafelen, een basiscursus gentechstatistiek. Ik weet als geen ander hoe liberating dat kan zijn. Niets is goed genoeg om de bevolking te informeren, een extra push te geven richting bewuste, verantwoorde, nadenkende en groene consumptie.

Vandana Shiva’s armoedige levensvisie

Vandana Shiva - fotoHalve natuurkundige, zelfverklaarde ecofeministe en hele zondagsfilosofe met een al te hoog Deepak Chopra-gehalte Dr. Vandana Shiva reageerde ook op Mark Lynas‘ voordracht met een tweet die heel wat wenkbrauwen de hoogte hebben ingestuwd:

 

Vandana Shiva - tweetHier gaan we weinig woorden aan vuilmaken. De frases “ethisch failliet” en “moreel dieptepunt” werden mij ingefluisterd en deze klinken inderdaad kernachtiger, beschaafder en minder vanuit de onderbuik dan wat ik in gedachten had (“Walgelijk! Wat een afgrijselijk vals takkewijf dat blijkbaar elke dag meer werk heeft met het goud van de tengels te schrapen dan aarde”). We gaan het dus bij de eerste twee kwalificaties houden.

Reacties via Twitter op vindt u hier. Ook in de blogosphere lieten de reacties niet op zich wachten (o.a. Robert Wilson in Carbon Counter, Keith Kloor in Discover).

Vandana “Ik Praat Hindutva Extreem-Rechts In India Even Vlot Naar De Mond Als Ik Esoterisch Links In Het Westen Paai” Shiva’s ideeën passen uiteraard in het ecofeminisme dat ze al jaar en dag promoot. Een snelle verwijzing naar het Wikipedia-artikel vindt u hier, een verwijzing naar het verwarde boek Ecofeminism (samen met de sociologe Maria Miels) vindt u hier, een zeer recente uitleg door Shiva zelf hier.