Creationisme en Wetenschap (1): Laat ons bidden

Op zaterdag 7 april ging het eerste congres van het Logos Instituut in Vlaanderen door onder de naam “Bijbel en wetenschap. Scheppingsgeloof onder vuur”. Locatie: de kerk van de Vrije Evangelische Gemeente Antwerpen. Dit is het eerste deel van mijn verslag.

* * *

De ontvangst is net iets te hartelijk, de ochtendkoffie eerlijker maar flauw. Het pand, een herenhuis op het hipsterchique Zuid, is ingericht als een kerk, zeer sober en zonder enige opsmuk. De elektrische piano staat achteraan. In de Evangelische Gemeente heeft beeld al lang geleden plaats moeten ruimen voor klank. Ik tel slechts 70 zitjes, waarvan er bij aanvang zo’n 50 bezet zijn. Dat is net iets meer dan de helft van de optimistisch aangekondigde 90 plaatsen. Een overrompeling is het dus niet, die eerste conferentie van het Logos Instituut in Vlaanderen.

Spreker Jan van Meerten zal later op de dag vertellen dat het Instituut zich wil profileren als een Nederlandstalige, eerder dan Nederlandse, interkerkelijke locomotief waaraan andere, soortgelijke organisaties en kerkgemeenschappen hun wagentje kunnen hangen. Het Instituut wil leiden en stroomlijnen, en dat kost geld. Van Meerten en andere gezanten van het Logos Instituut wijzen die dag dan ook meermaals op de mogelijkheid om de organisatie financieel te steunen middels donaties of abonnementen op het populair christelijk-wetenschappelijke tijschrift Weet.

Om 10.00 uur heet Ton de Mik ons welkom in Vlaanderen en vervolgens begint hij de dienst, of de conferentie zo u wil, met een gebed. De Heer wordt op de eerste warme lentedag van 2018 aanroepen om de aanwezige sprekers te inspireren met Zijn wijsheid. Ik kan me evenwel de hele dag niet van de indruk ontdoen dat Hij niet thuis geeft. Waarschijnlijk heeft Hij, net zoals zowat de meerderheid van de stadsbezoekers, Zijn goddelijke kont op een zonnige en hippe terrasstoel geploft, glimlach en dichtgeknepen ogen richting zon, Oostindisch doof voor het lawaai van het verkeer en het gejengel van enkele van Zijn aandachtszoekende volgelingen twee deuren verderop.

Na het gebed tovert de spreker een Bijbel tevoorschijn en begint hij de eerste verzen van Genesis, een van de scheppingsverhalen in het Heilig Boek, af te haspelen. Ik ben plots een van de weinigen in de zaal die niet neusdiep in een beduimeld exemplaar van het Schrift zit; zo goed had ik me dus niet voorbereid. Op een minuut of wat wordt het hele probleem van de schepping uitgelegd, of beter voorgelezen. En hiermee is de conferentie eigenlijk afgelopen. Deze voorleessessie bevat zowat alles wat een mens moet en kan weten over de Schepping.

Toch gaat Ton, net zoals de dag, verder. De evolutietheorie wordt wereldwijd verspreid en daardoor ligt het geloof in een eenmalige goddelijke creatie, 6000 jaar geleden, onder vuur. Het topos van slachtofferrol waarin de Ware Gelovigen gedrukt worden door het seculiere evolutiedenken, wordt de hele dag herhaald. En dat terwijl het creationisme niet alleen logischer is dan de goddeloze wetenschap, maar moreel gezien veel beter. In de evolutietheorie, dat het recht van de sterkste propageert, aldus De Mik, wordt de dood gezien als een nodig en noodzakelijk mechanisme voor evolutie. In de evolutietheorie is de dood onomkeerbaar.

Voor het Logos Instituut en zijn acolieten is de dood de straf voor de (erf)zonde. En deze theologische verklaring van het Instituut is beter, omdat theologisch de woorden theo[s] bevat en logisch. Adam, liet De Mik ons weten, was de eerste mens; was hij de eerste mens niet, dan was hij niet Adam. Ik hap naar adem. Het feit dat Jezus uit de dood is opgestaan maakt dus één van de premissen van het evolutiedenken ongeldig, wat de zondeval logisch verklaart. De herrijzenis van Jezus is op zijn beurt logischer omwille van de zondeval.

We zijn ondertussen 10.15 u. Zo vroeg in de ochtend valt deze woordsalade zwaar op een nuchtere geest. Het wordt een lange, donkere dag.