Verkeerde signalen

zendmastDe krant Het Laatste Nieuws wist vandaag, 13 juni 2014, te melden dat de stad Gent wifi bant uit kleuterscholen en crèches (Geen wifi in kleuterscholen). Volgens de schepen voor Onderwijs, Opvoeding en Jeugd Elke Decruynaere (Groen) heeft internet voor zulke jonge kinderen geen enkel nut. Lijkt mij een zéér verdedigbare positie, waar ik mij, gedreven door mijn buikgevoel, zelfs achter zou kunnen scharen.

Mocht u nu denken dat mevrouw Decruynaere de pedagogisch gemotiveerde pro’s en cons op een rijtje zet, vergelijkt en afweegt, dan komt u evenwel bedrogen uit. Pedagogie is namelijk geen issue in het artikel, omdat blijkt dat mevrouw de schepen het vooral gemunt heeft op draadloos internet. En dat betekent straling en straling betekent angst! Euh, ik bedoel, gevaar!!

“Uit een rapport van de Vlaamse Overheid en contacten met wetenschappers blijkt dat we omzichtig moeten omgaan met de blootstelling aan straling veroorzaakt door draadloos internet of ‘wifi’. Zeker bij jonge kinderen wordt aangeraden hen niet voortdurend aan sterke straling bloot te stellen en dat willen we dan ook garanderen in alle klassen. Het aantal scholen met wifi is trouwens vrij beperkt.”

Het rapport waarnaar Decruynaere verwijst, is Verantwoord omgaan met Wi-Fi en gsm-straling op school, waarbij alvast uit de inleidende regels op de website zelf blijkt dat “[s]cholen steeds vaker geconfronteerd [worden] met ouders, leraren, … die zich ongerust maken over elektromagnetische straling”. De frase “zich ongerust maken” benadruk ik zelf.

Maar wat staat nu in dat rapport? Staat er iets in waaruit, volgens de Gentse schepen, “blijkt dat we omzichtig moeten omgaan met de blootstelling aan straling veroorzaakt door draadloos internet”? Neen, het rapport vermeldt geen enkele reden waarom we dat zouden moeten doen!

2.1 Wat zegt wetenschappelijk onderzoek over mogelijke gezondheidseffecten?
Als rapporten van experten worden samengelegd, dan is de conclusie dat wetenschappelijk onderbouwd onderzoek niet kan bewijzen dat elektromagnetische straling van toepassingen zoals gsm, zendantennes, draadloos internet en draadloze telefoons (zgn. DECT-telefoons) schadelijk is, op voorwaarde dat de normen niet overschreden worden.

Een paragraaf verder lees ik:

2.2 Hoe omgaan met de conclusies uit wetenschappelijk onderzoek?
Uit de wetenschappelijke literatuur blijkt dat er zowat in alle studiedomeinen (epidemiologie, in vitro en in vivo studies …) resultaten zijn die effecten aantonen en resultaten die geen effecten bewijzen. Het risico bestaat dan dat enkel die studieresultaten gebruikt worden die passen binnen de eigen overtuiging. De wetenschappelijke aanpak voor het beoordelen van mogelijke gezondheidsschade bestaat echter uit het samenleggen van alle beschikbare gegevens, zowel de studies die wijzen op schadelijke effecten als de studies die daar niet op wijzen. Die aanpak maakt het mogelijk om te beoordelen of dit type straling schadelijk is of niet, gebaseerd op alle wetenschappelijke informatie en niet op één of enkele studies. De conclusie van het samenleggen van al het wetenschappelijk onderzoek levert geen bewijs dat elektromagnetische straling van mobiele communicatiesystemen de gezondheid schaadt. Deze stelling geldt enkel op voorwaarde dat de normen ook gerespecteerd worden.

Wij van KritischeMassa.be willen de vuilnisbelt van de geschiedenis niet opgaan als de zoveelste dolle brievenschrijver, maar het verschil tussen het rapport zelf en de interpretatie daarvan door Elke Decruynaere lijkt me vrij groot. Anderzijds heb ik wel het lichtjes fantastische boek The Geek Manifesto gelezen, waarin auteur Mark Henderson netjes uitlegt dat politici en kiezers ook ná een verkiezing (en vooral dan) een dialoog zouden moeten aangaan.

Heb ik dan ook gedaan, via de contactpagina op de webiste van mevrouw de schepen, http://elkedecruynaere.be/contacteer_ons:

Dat er pedagogische redenen zijn om tabletten en computers en dus wifi te beperken in kleuterklassen, wil ik nog begrijpen en accepteren, en graag zelfs. Maar dat u zich hierbij beroept op medische en gezondheidsredenen, doet bij mij toch enkele vraagtekens rijzen. Uiteraard impliceert uw uitspraak hierboven dat ouders hun jonge kinderen thuis in gevaar brengen indien ze gebruik maken van wifi. Meer nog, dat ook de buren met wifi een gezondheidsrisico betekenen voor de kleine spruiten. Ik denk dat u hierbij toch een verkeerd signaal stuurt, pun not intended.

Terwijl ik vol spanning uitkijk naar een antwoord harentwege, heeft Groene schepen Elke Decruynaere al lik op stuk gekregen van haar even Groene collega Wouter Vanhove, die via Twitter liet weten dat we ons daarover niet al te druk moeten maken. Een echte politicus zoals Vanhove maakt zich druk over relevantere zaken dan draadloos internet. Het kan hem ook weinig schelen dat een collega van Groen andermaal mensen angsten aanpraat door middel van een populaire mythe.

Vanhove twitter 1

Hoe dan ook, mijn gok is dat mevrouw Decruynaere zich gaat beroepen op de eeuwige joker van Groen, het voorzorgsprincipe, wat ruim ter sprake komt in het rapport. Dat principe is van onschatbare waarde, maar kan ook makkelijk misbruikt worden. In naam van het voorzorgsprincipe creëren sommige mensen graag angst, zelfs wanneer er geen gevaar is. Het voorzorgsprincipe is bij Groen even populair als het kruisen van de wijsvingers door de middeleeuwse Roemeense plattelandsbevolking tegen het vermeende gevaar van vampieren. Fear is en blijft a liar, en overal waar mensen angst hebben, staan er politici klaar om op die gevoelens in te spelen en er munt uit te slaan. Populisme heet zoiets.

Wordt vervolgd.

[Ctrl-P] Roy & Sandberg: The seven deadly sins of health and science reporting

science health reporting

Als ik de Google-zoekmolen mag geloven, wordt er heel wat bewezen door dé wetenschap. Als wetenschappers al niet “met verstomming geslagen zijn”, dan “bewijzen” dit of dat. 

Niet alleen bedrijven en pr-bureaus maken daar dankbaar gebruik van, getuige daarvan bijvoorbeeld de blog Bad PR, waar al te lovende reclameboodschappen gehuld in “wetenschappelijke bewijzen” ongenadig gefileerd worden. Af en toe laat ook de Nederlandstalige pers zich niet onbetuigd. Een voorbeeld van zulke Bad PR vonden we terug in het (zeer kritische) VK-artikel Is de purpura bacca-bes uit de Andes het nieuwe afslankwonder?:

Intussen prijst het bedrijf Bioshape een Afrikaans mangosupplement aan met framboos ketonen. De bron van succes? Een studie van de Universiteit van Kameroen onder 102 proefpersonen moet het bewijzen: 51 namen het supplement, de andere helft kreeg een placebo. De deelnemers volgden geen dieet of extra lichaamsbeweging. De mangogroep verloor gemiddeld 28 kilo.

Toch even vermelden dat de auteur geen spaander heel laat van de claims over de purperen besjes. Uiteraard zijn er andere journo’s die de blokletters niet schuwen wanneer er iets bewezen werd, althans in de ogen van de schrijver (zie bijvoorbeeld het artikel Wetenschap en showbizz Luc). 

We zijn dan ook van mening dat er niet genoeg artikels zoals The seven deadly sins of health and science reporting geschreven en verspreid kunnen worden.

*  *  *

Avi Roy en Anders Sandberg: The seven deadly sins of health and science reporting

Benjamin Franklin said two things are certain in life: death and taxes. Another one we could add to this list is that on any given news website and in almost all print media there will be articles about health and nutrition that are complete garbage.

Some articles that run under the health and nutrition “news” heading are thought provoking, well researched and unbiased, but unfortunately not all. And to help you traverse this maze – alongside an excellent article about 20 tips for interpreting scientific claims – we will look at seven clichés of improper or misguided reporting.

If you spot any of these clichés in an article, we humbly suggest that you switch to reading LOLCats, which will be more entertaining and maybe more informative too.

1. “Scientists have proven that” or “it has been scientifically proven that”

Why?: In science we never prove something, we can only improve our confidence in a hypothesis or find flaws with it.

Details: Sometimes it is possible to disprove something confidently, but that mainly works in domains like physics. Medicine is notoriously messy because it deals with changeable, complex and individual bodies. There are potential exceptions to nearly anything, and the link between two things is generally statistical, rather than clear-cut “if X then Y” relationships.

Health and nutrition is even worse because it deals with how we interact with our equally messy environment. We know about most of the big contributory causes of bad health such as starvation, disease, parasites and poisoning so arguably many new findings are smaller refinements that are hard to pick out from the “noise” of individual variation and habits. We know plenty of things, just beware of absolute certainty.

Takeaway: Discount the findings of any health or nutrition article with “scientists prove that…” by 80%.

2. X causes cancer, so it must be bad

Why?: There are no good or bad substances. Even water can kill you if you drink too much of it.

Details: There are a surprising number of things associated with slightly increased or decreased risks of getting cancer. We tend to think of things as pure/good/healthy or impure/evil/harmful, but in practice there’s no distinction. Many medications are poisonous, but they are helpful because they are more poisonous to infections or cancer cells than to the rest of the body.

Sometimes it’s the dose that makes the poison. So sleeping a lot or a little is associated with higher mortality (even when you control for depression and sickness, which of course also affect how much you want or can sleep). There can also be trade-offs between risks and benefits. Moderate alcohol intake can be good for heart health (in middle aged men, at least), but it increases the risk of pancreatic cancer and accidents. Whether something is good for you may depend on who you are, what you do and other risk factors.

Takeaway: As Oscar Wilde said, “everything in moderation, including moderation”; it is probably better to eat a diverse diet than to try to only eat “good” things.

Lees hier verder.

[Ctrl-P] Rabinowitz & Dennis: Hype of wetenschap in de media?

Wetenschap is alomtegenwoordig en het heeft impact op ieders leven. Een van de doelen van de blog The Incubator is daarom het stimuleren van discussies over wetenschap. En dat liefst duidelijk, met zo weinig mogelijk jargon. Elementaire wetenschapscommunicatie, quoi.

Ik heb hier een artikel van Gabrielle Rabinowitz en Emily Dennis gekopieerd, Hype of wetenschap in de media? (5 Steps to Separate Science from Hype, No PhD Required). De vertaling heb ik zelf gemaakt en verscheen eerder op de website van skepp.be.

*  *  *

Gabrielle Rabinowitz en Emily Dennis: Hype of wetenschap in de media?

Vermindert flossen de kans op hartaandoeningen? Veroorzaakt aluminium de ziekte van Alzheimer? Zou ik het paleodieet moeten volgen? Wetenschappers zoals wij krijgen constant zulke vragen. En hoewel we opgeleid worden om uiteenlopende ideeën te beoordelen op hun wetenschappelijkheid, heeft men heus geen doctoraatsopleiding nodig om een onderscheid te maken tussen de nieuwste hype in de media en de laatste wetenschappelijke bevindingen. Met deze vijf stappen kan je zelf aan de slag.

1. Maak een onderscheid tussen verkooppraatje en wetenschap

Bijna iedereen probeert tegenwoordig iets te verkopen. Zelfs in krantenartikels over wetenschap staat de verkooppraat dikwijls in of net onder de titel. Naar de wetenschappelijke argumenten zelf zoekt de lezer vaak tevergeefs.

Ga in het krantenartikel op zoek naar een citaat van een wetenschapper. Lees dat citaat en negeer het verhaaltje van de journalist. Maar vergeet niet dat ook de wetenschapper zelf bevooroordeeld kan zijn. Wees trouwens skeptisch tegenover wetenschappers die de grenzen van hun eigen onderzoek niet kennen en die vergeten om alternatieve verklaringen te suggereren. Controleer ook welke organisatie het onderzoek betaald heeft: ook deze kunnen een verborgen agenda hebben.

Kortom, lees de krantenartikels zeer zorgvuldig en probeer uit te maken of de claims die gemaakt worden gebaseerd zijn op de feiten die ze presenteren.

2. Ga op zoek naar de juiste gegevens

Sommige journalisten gaan verder dan gewoon citeren en beschrijven zowaar de wetenschappelijke papers achter de claims. Wanneer ze dat niet doen, of wanneer je toch meer wil vernemen, dan kan je steeds terecht op Google Scholar om zelf de originele bron, de eigenlijke wetenschappelijke paper op te zoeken. Je kan zoeken aan de hand van alle informatie die je krijgt: de namen van de wetenschappers, hun onderzoeksinstelling, het onderwerp van hun onderzoek.

Je gaat ongetwijfeld zonder problemen wetenschappelijke papers vinden die je gratis kan raadplegen en die zeer begrijpbaar zijn, maar voor de meeste moet je betalen. Daarenboven zijn ze niet altijd eenvoudig om te lezen. Maar zelfs als je de volledige wetenschappelijke paper niet kan vinden of als je de paper niet volledig begrijpt, dan kan je nog uitzoeken of het gepubliceerd werd in een degelijk wetenschappelijk tijdschrift.

Je kan bijvoorbeeld zoeken op de “impactfactor” van het tijdschrift. De impactfactor is een cijfer dat alleen aan tijdschriften gegeven wordt die al 3 jaar bestaan en het geeft aan hoe vaak naar de papers verwezen werd door collega-wetenschappers. Een wetenschappelijk betrouwbaar tijdschrift heeft een impactfactor van 5 of hoger. Je kan eenvoudig online zoeken op “(naam van het tijdschrift) + impact factor”. Dit cijfer is vooral relevant voor tijdschriften over biomedische en biologische onderwerpen. Tijdschriften met betrekking tot andere wetenschappelijke onderwerpen kunnen minder aanhalingen hebben, maar dat wil niet noodzakelijk zeggen dat het tijdschrift onbetrouwbaar is. De impactfactor alleen bepaalt niet de waarde van het tijdschrift. Meer uitleg en details vind je in dit artikel.

3. Evalueer de gegevens

Nadat je de paper en de gegevens hebt gevonden, is het tijd om te evalueren. Probeer uit te zoeken of de schrijvers van de paper, of een andere groep van wetenschappers, het experiment hebben herhaald, liefst met gelijkaardige resultaten. Het is ook beter dat ze honderden of duizenden mensen (of apen, of cellen, of eender wat) hebben geanalyseerd dan twee of drie. Denk aan het volgende: als jij zou moeten uitzoeken wat de lengte van de gemiddelde Amerikaan is, dan zou je een hele hoop mannen moeten opmeten om tot een goed resultaat te komen. Als je maar een paar mensen zou meten, toevallig enkele basketbalspelers, dan zouden de resultaten onbetrouwbaar zijn. Let ook op verschillen tussen twee groepen, vooral tussen groepen mensen. Aspecten zoals inkomensgroep en toegang tot gezondheidszorg leggen soms de gerapporteerde resultaten beter uit dan de middeltjes die het artikel voorstelt.

Grafieken zijn uitstekende middelen om op een snelle manier complexe informatie over te brengen. Maar ze kunnen misleidend zijn. Hier zijn enkele veelgebruikte trucs.

Truc 1: plaats twee heel verschillende zaken met eenzelfde trend in één grafiek

(Bron: Businessweek)

Deze is vrij eenvoudig: correlatie is niet hetzelfde als oorzaak. Het is enigszins overdreven, maar het is een goed voorbeeld van twee zeer verschillende dingen die in één grafiek worden geplaatst. Maar dat betekent niet dat ze met elkaar te maken hebben, zelfs als het zo lijkt of als de journalist het zo suggereert.

Truc 2: toon niet alle gegevens

Originele data (links) versus aangepaste data (rechts)

In deze grafiek hebben we de laatste kolom weggelaten, zodat de andere kolommen het nu zonder context moeten stellen. Dit is een goede reden waarom je steeds op zoek moet gaan naar de originele grafiek van het oorspronkelijke artikel.

Truc 3: zoom in op de as

 

Deze twee grafieken geven dezelfde informatie weer. In de grafiek aan de rechterkant kijken we vooral naar het bovenste deel van de informatie, waarbij de verschillen tussen de kolommen groter lijken dan ze in werkelijkheid zijn. Controleer steeds de getallen op de y-as (de rode as). Een goede oefening is om de grafiek op zich te bekijken en om je af te vragen welke titel je die grafiek zou kunnen geven. Als je denkt dat je niets kan concluderen uit de grafiek, wees dan eerder skeptisch tegenover mensen die beweren dat ze het wel kunnen.

4. Plaats het verhaal in een context

Nu we weten wat de studie zegt, is het tijd om naar het hele plaatje te kijken. Zoek zeker andere artikels over het onderwerp bij elkaar en zoek ook naar uitspraken van wetenschappers die niet rechtstreeks bij het onderzoek betrokken waren. Andere labo’s en onderzoekers verschillen vaak van mening over een wetenschappelijk onderwerp, een reden trouwens waarom je de zin “wetenschappers zeggen” best met een fikse korrel zout neemt.

Als je dan nog problemen hebt met het vinden van een andere wetenschappelijke opinie, kijk dan even op de Wikipediapagina en zoek uit of het onderwerp een hoofdstukje heeft in verband met eventuele controverses of kritiek.

5. Vraag het aan een wetenschapper

Als je je na al het speurwerk en geanalyseer nog een beetje onzeker voelt, zoek dan wetenschappers die je kan vertrouwen of die eventueel bloggen en vraag het hen. Gebruik de sociale media, stuur hen een tweet. Niets is beter dan een echte discussie, zelfs via Twitter of e-mail. Met vragen kan je ook terecht op neutrale websites als Mayo Clinic (of, in de Vlaamse context, de website ikhebeenvraag.be, noot van de vertaler).

Andere nuttige bronnen

  • Google geeft tal van interessante tips over hoe je het best online kan opzoeken. Ze geven advies over het ingeven van zoektermen en het evalueren van de zoekresultaten.
  • Het tijdschrift PloS is een vrij toegankelijk tijdschrift waarin wetenschappers elkaars werk beoordelen. Alle artikels zijn gratis en de meeste zijn zeer duidelijk en helder geschreven.
  • PubMed is nog een excellent startpunt voor wetenschappelijke artikels.
  • Op deze webpagina kan je obscure technische maten omzetten in eenvoudigere woorden.
  • Een lijst van twijfelachtige magazines die zowat alles willen publiceren, zolang men maar (zwaar) betaalt voor de publicatie. De kwaliteitscontrole is onbestaande.
  • Hier vind je nog een degelijke lijst van 10 vragen om echte wetenschap van pseudowetenschap te onderscheiden.
  • Nog een goed artikel over mogelijke problemen met data-analyse.

PS

– “Vermindert flossen de kans op hartaandoeningen?” Neen. Maar het is toch ergens goed voor? Ja.
– “Veroorzaakt aluminium de ziekte van Alzheimer?” Toch niet.
– “Zou ik het paleodieet moeten volgen?” Nee, beter niet. En weet je wat, de mensen uit het paleolitische tijdperk volgden het waarschijnlijk ook niet!

Sense about Science: Publications and resources

Ik vat snel even de About-sectie van de website van Sense about Science samen, om dan een ingekorte lijst te geven van absoluut te lezen publicaties over wetenschap, wetenschapsvoorlichting en kritisch denken. Afronden doe ik met een link naar de volledige lijst.

Sense about Science is een organisatie die een elementaire kennis van, of beter, zin in en voor wetenschap wil verspreiden. Via de website publiceren de de mensen van SaS artikels en commentaren, en geven ze wetenschapsadvies. In hun databank zitten de namen van zo’n 5000 wetenschappers die hun medewerking verlenen, van Nobelprijswinnaars tot PhD-studenten. SaS werkt samen met wetenschappelijke organisaties, wetenschappelijke uitgevers, beleidsmakers, het publiek en de media. Door middel van campagnes delen ze tools om het wetenschappelijk en kritisch denken te stimuleren.

Speciaal voor de homo legens schreven de goede lieden van Sense about Science een razend interessante reeks bij elkaar die u gratis naar believen kan downloaden. Hieronder vindt u de eerste publicaties van de eerste webpagina (van drie). De volledige lijst vindt u hier.

  • Making Sense of Statistics
    This guide is not a lesson in statistics. It provides the questions to ask and identifies the pitfalls to avoid to help us get behind news stories that use statistics.
  • Making Sense of Chemical Stories
  • The guide flags up the more serious misconceptions that exist around chemicals and suggests straightforward ways to evaluate them.
  • Making Sense of Testing
    The guide presents a few insights and highlights common misconceptions about having health tests and scans.
  • Making Sense of Screening
    The guide addresses misconceptions about how screening works, its limitations and the calculation of benefits and harms to bridge the gap between the active debates of the scientific community and the concerns raised by the public.
  • Making Sense of Radiation
    Together with scientists, engineers and medical professionals we identified some of the tools that they themselves rely on to help deliver a clearer picture of what radiation is, what it does and what it can’t do.
  • Making Sense of GM
    In the guide scientists and agriculturalists explain what is the genetic modification of plants and why scientists are doing it, putting GM into the context of developing plant breeding.
  • Public Views on Scientific Evidence
    Ipsos MORI study conducted for Sense About Science.
  • Making Sense of Weather and Climate
    We worked with climate and weather scientists to review how weather and climate issues are discussed in media coverage and policy debates and address what they noticed were frequent misunderstandings.
  • I’ve Got Nothing to Lose by Trying It
    A guide to weighing up claims about cures and treatments.
  • Standing Up For Science
    A guide to the media for early career researchers.
  • Standing Up For Science II
    A guide to promoting good science and fighting misinformation.

[Ctrl-P] Steven Novella: “Alternative Engineering”: A Postmodern Parable

Voor deze copy-paste een oudere tekst van Steven Novella, neuroloog, voorzitter van New England Skeptical Society, medisch consulent voor quackwatch.com, fellow of the Committee for Skeptical Inquiry en JREF en opperhoofd van de podcast The Skeptics’ Guide to the Universe.

Novella, onthou die naam!

*  *  *

Steven Novella, M.D.: Alternative Engineering”: A Postmodern Parable (2003)

A new phenomenon is sweeping the country, gaining the attention of both consumers and manufacturers alike. Increasingly disenchanted with the cold metallic world of modern technology, people are looking closely at more natural alternatives. Collectively called Alternative Engineering (“Alt Eng”), a host of new and old methods are gaining scientific and journalistic respectability.

Alec Waterstone is one such self-styled alternative engineer. He has no degree or formal training in engineering, which, he explains, is an advantage: “My thinking is not limited by mathematics, logic, or any stodgy old mechanistic paradigm. I do not have to pay homage to the likes of Newton or other Western male pedagogues. My complete lack of training frees me to consider unique and innovative solutions to engineering problems, unfettered by the annoying constraints of “reality.”

Energy-Based Bridges

Alec’s latest project is a design for a 1200-foot non-suspension bridge. He claims the bridge will be able to span this distance without pylons or overhead suspension, and will be supported only by the ancient art of Feng Shui. “This wisdom, which is thousands of years old, is the art of channeling energy through design and form. This energy can be used to support a 1200-foot bridge, or even larger structures.” City planners are intrigued by these designs, because such bridges will cost less than half as much as conventionally designed bridges.

Alec is also quick to point out that ancient Chinese documents reveal absolutely no accounts of collapsing suspension bridges. His technique’s safety record is, he argues, unparalleled. “How else would it have survived all these years if it didn’t work?

Anthony Trellis, a professor of engineering at State-of-the Art University, claims that Alec’s designs run contrary to basic principles of physics and materials science. An exasperated Trellis commented, “A bridge based upon Waterstone’s designs simply could not stand. It would be unsafe in the extreme.”

But Alec is not perturbed by such criticism. “Of course professor Trellis does not like my designs, because they challenge his precious status quo and turn his world upside-down. But the protectionism of the old guard is starting to crumble, like one of their obsolete buildings,” he retorted at a recent symposium for progressive thinkers who agreed that those who fail to jump on the bandwagon will be left behind. His talk to a standing-room-only crowd also accused the American Society of Civil Engineers, the steel industry, and other “vested interests” of trying to suppress his views.

Skeptics have suggested that before we spend millions of taxpayer dollars on such projects, and subject American motorists to the unknown risks of driving over a Waterstone bridge, Waterstone’s basic principles should at least be tested to see whether they work. This is especially true since his designs seem to run contrary to conventional wisdom. But Waterstone responds:

I”m too busy designing bridges to jump through some skeptic’s hoops. They will never be satisfied, anyway. The American motorists should be free to decide for themselves if they wish to drive over one of my bridges. I respect their intelligence and ability to make smart decisions for themselves. They don’t need to be told by some bureaucrat, or professor in an ivory tower, which bridges are safe and which are not.

Professor Trellis and other naysayers argue that individuals should not have to be scientists or engineers in order to drive safely over our bridges. Regulations are not designed to limit freedom, but to provide a basic level of safety and protection for the public. This attitude, however, is increasingly being dismissed as overly paternalistic and protective.

Lees hier verder.

Het Denkgelag, the movie

Op 17 oktober 2013 vond Het Denkgelag Royale plaats. Daniel Dennett, Massimo Pigliucci en Lawrence Krauss lieten, in toom gehouden door Maarten Boudry en een Duvel of wat, hun licht schijnen over de grenzen van de wetenschap en het nut van de filosofie daarbij.

De heren organisatoren van Het Denkgelag hebben niet alleen een fantastische avond in elkaar getimmerd die quasi vlekkeloos verliep. Ze hebben het hele evenement ook nog eens digitaal vastgelegd voor het nageslacht. Chapeau!

Chemisch versus natuurlijk

Een zeer korte, maar heldere uitleg over het pseudo-onderscheid tussen ‘chemisch’ en ‘natuurlijk’ uit 2010. Moeilijker hoeft dat niet te zijn. Moeilijker hoeft men dat niet te maken.

[Ctrl-P] Tia Ghose: “Just a Theory”: 7 Misused Science Words

se7enWetenschap en het grote publiek (waaronder ondergetekende): we zijn nog lichtjaren verwijderd van een globale kwantumsprong voorwaarts. Het is maar een theorie, natuurlijk.

Tia Ghose, schrijfster verbonden aan de website Livescience, zette 7 termen op een rijtje die vaak door niet-wetenschappers misbruikt worden, al dan niet bewust.

*  *  *

Tia Ghose: “Just a Theory”: 7 Misused Science Words

Hypothesis. Theory. Law. These scientific words get bandied about regularly, yet the general public usually gets their meaning wrong.

Now, one scientist is arguing that people should do away with these misunderstood words altogether and replace them with the word “model.” But those aren’t the only science words that cause trouble, and simply replacing the words with others will just lead to new, widely misunderstood terms, several other scientists said.

“A word like ‘theory’ is a technical scientific term,” said Michael Fayer, a chemist at Stanford University. “The fact that many people understand its scientific meaning incorrectly does not mean we should stop using it. It means we need better scientific education.”

From “theory” to “significant,” here are seven scientific words that are often misused.

Lees hier verder.

 

Oh ja, de woorden zijn:

  1. Hypothese
  2. Theorie
  3. Model
  4. Skeptisch
  5. Nature versus nurture
  6. Significant
  7. Natuurlijk

24 november 2013: Dag van de Wetenschap

richting morgenVolgende maand, op zondag 24 november 2013 vindt een nieuwe editie van de Dag van de Wetenschap plaats. In heel Vlaanderen zijn er die dag publieksactiviteiten rond wetenschap en technologie.

Aan de hand van lezingen, opendeurdagen, workshops, … wil men jong en oud prikkelen, informeren en sensibiliseren voor het belang van wetenschappen.

Informatie over tal van activiteiten op de Dag van de Wetenschap vindt u op de volgende websites:

atoompjes te bouwen, Leuke website om zelf

atom26 ijzerVan waterstof (H, Hydrogenium) tot ununoctium (Uuo), op de webiste Build an Atom vindt u ze allemaal terug, het hele klasje van Mendeljev. Netjes geïllustreerd, met de nodige informatie over het aantal neutronen en protonen, de spinbeweging van de elektronen, de schil etc.

Bij wijze van voorbeeld heb ik links de afbeelding voor ijzer (Fe) geplakt. Elke overeenkomst met het Atomium is puur toevallig.

Verder bevat de webpagina nog een link naar een schaalmodel van een (vereenvoudigd) zuurstofatoom. De kern van het schaalmodel (het proton) van het schaalmodel heeft een doornsee van 1000 pixels, wat inhoudt dat het elektron in het model zo’n 50.000.000 pixels verder staat. Met andere woorden, met een 19-inch-scherm gaat u er niet geraken.