William Lilly en de sterrenfluisteraars

Dit verhaal speelt zich af in de marge van de gebeurtenissen voor en na de Grote Brand van Londen. Deel 1 over de Brand, “Prelude” vindt u hier, deel 2, “Robertje moet hangen” hier.

* * *

annusWaarschijnlijk kneep de christelijke bevolking hem harder naarmate het jaar 1666 dichterbij kwam. Een kwestie van zessen, weet u wel. Toen het jaar voorbij was, publiceerde de grote John Dryden opgelucht zijn gedicht “Annus Mirabilis”, het Wonderlijke Jaar (audio, tekst). In 1666 hadden de Engelse zeemacht enkele cruciale overwinningen geboekt op de Nederlanden, de toenmalige aartsvijand, en hoewel de Grote Brand van Londen 5/6 van de stad in as gelegd had, betekende het wel het einde van de Grote Pestepidemie in Londen van 1665/1666. Al bij al was Dryden opgelucht: veel erger was voorkomen.

Veel erger was dan ook voorspeld. In 1559 voorzag ene Daniel Baker de volledige vernietiging van Londen door een brand en in 1665 riep Karel II de burgemeester van de stad op het matje omtrent de brandonveiligheid van de stad. Misschien waren dit eerder waarschuwingen dan voorspellingen: eender welke Europese stad in die periode had een schamele binnenstad die grotendeels opgetrokken was uit hout en waar de meest elementaire veiligheidsvoorzieningen systematisch met de voeten werden getreden.

De 666 in 1666 haalde voorspellingen naar boven die verder gingen dan louter waarschuwingen gebaseerd op gezond verstand. Zoals elke grote stad kende Londen een duistere én bloeiende onderwereld, een Poel des Verderfs in het vakjargon van een bepaald soort Bijbeldweepers. Reden genoeg om te denken dat God de hele mik Sodom-en-Gomorra-gewijs zou vernietigen. Een boeiende inkijk in de onderbuik van 17de-eeuws Londen vindt u trouwens hier. Ook het al te liederlijke leven van de nieuwe koning zou de Wrake Gods over de stad, het land, de wereld afroepen. In 1666 maakte Engeland zich op voor een volledige an­ni­hi­latie.

Het werd Londen. Tijdens en na de brand had men in eerste instantie andere zaken aan het hoofd dan voorspellingen van deze of gene doemdenkers omtrent 666. Er moest snel een dader gevonden en vervolgens gelyncht of berecht worden. Daarover heb ik eerder geschreven in het stuk Robertje moet hangen. Van één persoon weten we evenwel dat hij zich na de Grote Brand moest komen verantwoorden voor zijn voorspellingen: William Lilly.

william-lilly-1650William Lilly, Guilielmus Lillius voor de geleerde vrienden, was de beroemdste astroloog en handelaar in almanakken van zijn tijd. Lilly werd geboren in 1602 in een bescheiden boerenfamilie in de parochie Lockington. Zijn vader was een yeoman, in die periode de benaming voor een vrije, doorgaans niet al te rijke boer. William werd op aandringen van zijn moeder naar school gestuurd. In zijn bij momenten grappige en lichtvoetige autobiografie (1681) heeft hij zelfs enige lof over voor zijn leraar Latijn en Grieks, ene Mr John Brimsley, die later zou vervolgd worden omwille van religieuze redenen.

Na de dood van zijn moeder en door de economisch zware tijden – zijn vader werd een tijdje opgesloten omdat hij zijn schulden niet meer kon betalen – zocht William zijn heil in de grote stad. Hij begon te werken als dienaar en na de dood van zijn meester, huwde Lilly diens rijke weduwe. Gewoon omdat het zo’n leuk fragment is:

[H]owever, all her talk was of husbands, and in my presence saying one day after dinner, she respected not wealth, but desired an honest man; I made answer, I thought I could fit her with such a husband; she asked me, where? I made no more ado, but presently saluted her, and told her myself was the man: she replied, I was too young; I said nay; what I had not in wealth, I would supply in love; and saluted her frequently, which she accepted lovingly; and next day at dinner made me sit down at dinner with my hat on my head, and said, she intended to make me her husband; for which I gave her many salutes, &c.

De rijkdom die hij door het huwelijk vergaarde, stelde hem in staat om zijn astrologische studies op te nemen. Hij leerde van ene Mr. Evans, een Welshman “much addicted to debauchery”, de basisprincipes van de astrologie. Al snel stak hij zijn leermeester in de sterrenwichelarij en de “Black Arts” voorbij en werd hij bekender in de wereld van de astrologen en hun veelal rijke klanten. Hij begon zelf almanakken uit geven en in de late jaren 1650 bereikten die een indrukwekkende oplage van 30.000 exemplaren.

Ostia

In 1651 publiceerde Lilly enkele zogenaamde hieroglyphick engravings die hem na de Grote Brand van Londen in 1666 volgend schrijven opleverde:

‘Monday, 22d October, 1666.

‘At the Committee appointed to enquire after the causes of the late fires:

‘ORDERED,

‘That Mr. Lilly do attend this Committee on Friday next, being the 25th of October, 1666, at two of the clock in the afternoon, in the Speaker’s chamber; to answer such questions as shall be then and there asked him.

‘ROBERT BROOKE.’

William Lilly werd vriendelijk edoch dringend uitgenodigd voor een gesprek omtrent zijn voorspellende gravures. Het gesprek, althans zoals Lilly het weergaf in zijn autobiografie, was kort en hoffelijk. Op de vraag of hij toen een jaartal op zijn voorspelling kon plakken, antwoordde hij negatief, waarop hij mocht gaan. De hele episode neemt nog geen pagina in beslag.

Dit is echter genoeg voor collega-astroloog Maurice McCann om zo’n 325 jaar later het artikel The Secret of William Lilly’s Prediction of the Fire of London te schrijven. En daarin beweert hij vreemd genoeg dat Lilly de ondervragers er kon van overtuigen dat zijn voorspelling niet correct was. Volgens McCann had Lilly de datum van de brand wél correct voorspeld, maar uit angst voor zware repercussies vond hij het wijzer te liegen. Ik slaag er niet in dit te lezen in de autobiografie van Lilly.

twin city

McCann gaat nog een stap verder: in de loop der tijden is de precieze aard van de voorspelling verloren gegaan, maar onze moderne astroloog weet trots te melden dat hij erin geslaagd is de code terug te ontcijferen. Wat volgt is een rollercoaster aan veronderstellingen en herinterpretaties. McCann breekt een veronderstelde code die een “voorspelling” zou zijn van de feiten nadat de feiten plaatsvonden. Een citaat:

There are seven people in the drawing, one for each known planet, the Sun, Moon, Mercury, Venus, Mars, Jupiter and Saturn. The two babies suspended upside down above the fire represent the sign Gemini, believed to be the traditional ruler of London. Opposite to the children at the bottom of the page are five logs burning in the fire, if turned sideways the roman letters IXV appear. As this is not a Roman numeral in this form it must be re-interpreted. It could either stand for IX.V meaning the numerals 9 and 5, the 9th month and 5th day, Lilly’s predicted date for when the fire would burn itself out, or it may more likely be an anagram for XIV, Latin for 14, for, according to Lilly, London was ruled by the 14th degree of Gemini. Finally, by suspending the two babies upside down Lilly showed that the drawing, or rightly the horoscope, should be inverted, which would time it for the early hours of the morning.

En zo gaat het nog even verder.

Het artikel van McCann werd ondertussen een ontiegelijk aantal keren gekopieerd en verspreid. Telkens wordt het opgevoerd als een (historisch) bewijs dat astrologie werkt, wat dat ook moge betekenen. Of toch tenminste uurhoekastrologie, Lilly’s specialiteit. Deze vorm van astrologie (horary astrology in het Engels) is gericht is op zeer specifieke voorspellingen waarbij het uur van de vraagstelling aan de sterrenwichelaar een cruciale en bepalende rol speelt, een detail dat nergens in de tekst van McCann duidelijk wordt gemaakt. Om de kunde en gave van Lilly verder te illustreren, spreekt McCann ook over enkele complotteurs en ex-officieren uit het leger van Cromwell die 3 september hadden gekozen op basis van Lilly’s almanakken en ook wel omwille van het feit dat Cromwell op die datum ooit enkele overwinningen behaalde.

Wat onze moderne astroloog hier vergeet te melden is het actieve politieke leven van William Lilly, zijn politieke keuzes in het woelige Engeland van het midden van de 17de eeuw, een periode van een burgeroorlog (of twee) waarin koningsgezindheid en religie de hoofdmotieven waren. In de jaren 1640-1650 begon hij zich tegen de koning te keren en onder omdat een uitgesproken royalistische collega-concurrent-astroloog hem onder vuur begon te nemen, werden ook de astrologische voorspellingen van Lilly steeds politieker getint. Net omwille van zijn antiroyalistische standpunten nam religieuze scherpslijper Oliver Cromwell het voor hem op tijdens een van de vele processen waarbij Lilly betrokken was. De bovenvermelde gravures waren dan ook gepubliceerd in een van Lilly’s spraakmakende boeken Monarchy or no monarchy (1651), wat in reeds in 1653 vertaald werd in het Nederlands als Monarchy ofte geen Monarchy in Engelant, “door Willem Lilly student in d’Astrologia”.

McCann slooft zich uit om een code te ontcijferen, maar hij doet in zijn artikel niet bepaald veel moeite om de politiek van die periode te begrijpen, of beter, uit te leggen aan zijn lezerspubliek. Lilly was al in opspraak gebracht door een samenzwering vanuit zijn politieke zijde die de datum hadden gekozen omwille van astrologische én politieke redenen, zoals boven vermeld. Onnodig te zeggen dat een eventueel geloof in astrologie er geen feitelijke waarde aan geeft. Verder was Lilly uitgesproken antiroyalist, genoot hij de steun van Cromwell, onder wiens regime Karel I een kopje kleiner werd gemaakt. Het is echt niet ondenkbaar dat deze factoren bijdroegen aan de oproepingsbrief van de onderzoekers na de Grote Brand eerder dan zijn astrologische exploten.

Trouwens, wat zijn status als sterrenfluisteraar ook was, ook tijdgenoten namen Lilly niet altijd even serieus bij het beoefenen van de astrologie en andere paranormale beroepsactiviteiten. Hij liet zich graag de Engelse Merlijn noemen, maar anderen hielden het bij magische jongleur en bedrieger. Wat hem echter zo herkenbaar en modern maakt, is de anekdote dat hij een mislukte oproeping van geesten wijt aan het denigrerend en snerend gelach van de omstaanders.

William Lilly is sowieso een boeiende man in boeiende tijden die ons een zeer levendige kijk heeft nagelaten op zijn leven en werk. Zijn autobiografie een schelmenroman noemen, is misschien te veel van het goede, maar het is niet toevallig dat het in later tijden werd heruitgegeven in de reeks Autobiography. A Collection of the Most Instructive and Amusing Lives Ever Published (1829). In die reeks werd zijn levensverhaal gebundeld met dat van David Hume en Voltaire.

* * *

Geraadpleegde bronnen

Boeken

  • Peter ACKROYD, History of Engeland. Volume III Civil War, London, Pan Books, 2015
  • Gilbert BURNET, Bishop Burnet’s history of his own time : from the restoration of King Charles II, to the conclusion of the Treaty of Peace at Utrecht, in the reign of Queen Anne, London, Printed for A. Millar, 1753
    https://archive.org/details/bishopburnetshis01burn
  • Neil HANSON, The Dreadful Judgement. The true story of the Great Fire of London, London, Transworld Publishers, 2001
  • William LILLY, Monarchy ofte geen Monarchy in Engelant, Humfrey Blunden, 1653
    https://archive.org/details/monarchyoftegee00grebgoog
  • William LILLY, William Lilly’s History of His Life and Times, from the Year 1602 to 1681, Project Gutenberg EBook, 2005
    http://www.gutenberg.org/ebooks/15835
  • Ronny MARTENS, Tim TRACHET, Astrologie, zin of onzin?, Antwerpen, Hadewijch, 1995
  • D.H. PENNINGTON, Europe in the Seventeenth Century, London, Longman, 1989

 

Online publicaties

De Grote Brand van Londen – Prelude

Dit is het tweede deel in een reeks artikelen over 17de-eeuwse complotteurs en complotdenkers. Een overzicht van de andere onderwerpen vindt u hier.

* * *

fire of londen

Some of our mayds sitting up late last night to get things ready against our feast to-day, Jane called us up about three in the morning, to tell us of a great fire they saw in the City. So I rose and slipped on my nightgowne, and went to her window, and thought it to be on the backside of Marke-lane at the farthest; but, being unused to such fires as followed, I thought it far enough off; and so went to bed again and to sleep.

Op 2 september 1666, de Dag des Heren, maakte Londenaar Samuel Pepys zich in zijn dagboek nog niet al te veel zorgen over wat op dat moment de zoveelste Londense stadsbrand leek te zijn. Later op de dag zou sir Thomas Bludworth, de burgemeester van Londen, nog gesnauwd hebben dat een vrouw het vuur zou kunnen uitpissen. Van een brandje meer of minder keek men toen niet op.

Uitslaande branden waren nochtans zowel de ergst denkbare nachtmerries voor de inwoners van elke Europese stad als schering en inslag. In Londen bestonden er wel bouwverordeningen die gekoppeld waren aan straffe boetes, maar deze werden straal genegeerd door wethouders en bewoners. Met een gemiddelde levensverwachting van 20 jaar (arm) tot 35 (rijk) is het onwaarschijnlijk dat de branden van 1630 en 1633 nog al te vers in iemands geheugen lagen. Die van 1633 en 1649 herinnerde men zich wel, die van 1663 uiteraard ook. Elk van deze calamiteiten had de geschiedenis kunnen ingaan als de Grote (of toch Redelijk Grote) Brand van Londen, mochten de autoriteiten op dezelfde kordate manier ingegrepen hebben als na die van 1666.

Pepys zou trouwens nog een belangrijke rol spelen in de dagen die daarop volgden, althans volgens zijn zeer lezenswaardige dagboeken. De burgemeester, daarentegen, gaf er na enkele zeer dubieuze beslissingen de brui aan en liet zich de rest van de week niet meer zien op het terrein.

great-fire-of-london-tuesdayVijf dagen lang woedde de Grote Brand in Londen, de kleinere nabranden niet meegerekend. 5/6 van de stad werd in as gelegd, een gebied van pakweg 2,4 km². Officieel noteerde men 6 dodelijke slachtoffers, maar rekening met slachtoffers uit de laagste klasse of de middelklasse hield men niet. Dat ene zinnetje uit The London Gazette van 3 tot 10 september 1666 klinkt er des te onheilspellender door:

It must be observed, that this fire happened in a part of the Town, where tho the Commodities were not very rich, yet there were so bulky that they could not well be removed […]

De schade wordt geschat op £10.000.000, zo’n 1,1 miljard moderne Britse ponden, aldus de uitstekende website The Great Fire of London. Meer overweldigende cijfers: 13.200 huizen werden vernietigd, 100.000 inwoners moesten de stad verlaten. Uiteindelijk zouden 80.000 mensen hun woonst verliezen.

King-charles-ii-king-charles-ii-25010100-333-400Vóór de Grote Brand circuleerden er tal van voorspellingen omtrent rampen die Londen zouden overkomen. Een Goddelijke Straf zou de stad treffen, onder andere omwille van het al te liederlijke leven van koning Karel II en zijn hofhouding, het schandelijke gedrag van tal van laffe geestelijken tijdens de Grote Plaag en eigenlijk omwille van het zondige gedrag van welke Londenaar dan ook. Astrologen lieten zich eveneens niet onbetuigd: William Lilly, Engelands meest succesrijke astroloog, mocht zich na de brand komen verantwoorden voor een vermeende voorspelling omtrent 3 september eerder dat jaar. Waarschijnlijk wist hij zelf niet goed wat hij precies voorspeld had, maar zijn geval bespreek ik in een volgend artikel.

Tijdens en direct na de Brand waren er al minder Londenaars geneigd te geloven in de Goddelijke Voorzienigheid, laat staan in een ongeluk. Tal van getroffen inwoners gingen snel op zoek naar mogelijke daders, complotteurs en brandstichters. Sommigen werden ter plaatste afgestraft en zelfs gelyncht, anderen door rechters verhoord. Verdachten waren er trouwens genoeg: de tijden waren bar en gevaarlijk.

In continentaal Europa woedden onder meer de Tachtigjarige, de Dertigjarige Oorlog en de Frans-Spaanse Oorlogen (u bent één klik verwijderd van een uitgebreider lijstje). Als religie, en meer bepaald de explosief groeiende tegenstelling katholiek versus protestant, al geen aanleiding was, dan was het er wel de brandstof voor. En andersom. Ook op de Britse Eilanden liepen religieuze en andere spanningen hoog op in deze periode. Sinds het begin van de Engelse Reformatie in de jaren 1530 vormden de Engelse katholieken een zwaar verdrukte minderheid. In één generatie verloor het katholieke establishment zijn gezag en aanzien: de vroegere machthebbers werden sociale paria’s en dat ging niet zonder strubbelingen. De ene samenzwering volgde op de andere en het is niet ondenkbaar dat verregaande achterdocht een overlevingsmechanisme werd, of reeds lange, lange tijd was.

Engelse Rooms-Katholieken hadden het in 1583 gemunt op koningin Elizabeth I in het zogenaamde Throckmorton Plot. In 1603 werden de vermeende samenzweerders van het Main Plot tegen James I terechtgesteld, samen met die van het Bye Plot. Beide samenzweringen zouden financieel gesteund zijn door het katholieke Spanje. Op 5 november 1605 werd een aanslag op de koning en de aristocratie verijdeld, bekend als het Buskruitverraad, het onderwerp van een vorige artikelenreeks. De katholieke samenzweerders, waaronder Guy Fawkes, werden terechtgesteld en op vakkundige wijze uit elkaar gedraaid en gehakt.

exec charlesTussen 1639 en 1651 gingen de Britse Eilanden door een periode van interne strijd die samengevat wordt als de Britse Burgeroorlogen of als Oliver Cromwell, een van de klassieke liedjes van Monty Python. Overwegend Anglicaanse Royalisten vochten en verloren van de puriteinse Roundheads onder leiding van Cromwell. Later nam de koning het op tegen de aanhangers van het Rompparlement, maar “the King lost again, silly thing – stupid git” (aldus MP). Zoals steeds waren de meeste oorlogsslachtoffers niet soldaten die sneefden op de velden enzovoort, maar burgers en boeren in de steden en dorpen die omkwamen door ziekten en hongersnoden.

Uiteindelijk werd in 1660 de monarchie hersteld en kon Karel II zijn eerder onthoofde vader Karel I opvolgen. De nieuwe koning trad hardhandig op onder andere tegen de Vijfde Monarchisten, een Puriteinse sekte waarvan enkele leiders medeverantwoordelijk waren voor de onthoofding van Karel I. Een vijftigtal leden werden eerst opgehangen, vervolgens van geslachtsdelen en darmen ontdaan om uiteindelijk gevierendeeld te worden. Beulen namen hun werk heel serieus. Enkele maanden voor de Grote Brand werd een groep ex-soldaten eveneens gearresteerd op verdenking van samenzwering met de Nederlanders tegen de Engelse Kroon. In 1664 tenslotte, ruim een jaar voor de Brand, werd Londen slachtoffer van wat we nu kennen als de Grote Pestepidemie, the Great Plague of London. Op een geschatte bevolking van 460.000 stierven er officieel 68.596 mensen, maar waarschijnlijk dubbel zoveel. Opnieuw, mensen uit de lagere klassen telden niet mee. Onnodig te zeggen dat ook deze epidemie aanleiding gaf tot heel wat sociale onrust, vervolgingen van vooral Joden, die bij zowat elke pestepidemie in Europa de zwarte piet toegeschoven kregen.

Wat men in 1666 al vermoedde, wordt nu algemeen aangenomen: een niet gedoofde bakkersoven in Pudding Lane, een schamele wijk in centrum Londen, had de brand veroorzaakt. Nochtans werd één persoon gearresteerd, ondervraagd én geëxecuteerd. Na bekentenissen. Eén, een akelig klein getal in alle numerieke ellende van de Grote Brand van Londen. Nog akeliger: zelfs de rechters beseften dat hij zowel onschuldig was als de perfecte zondebok. Absurditeit, evenals ellende, laat zich moeilijk kwantificeren.

Deel 2: De Grote Brand van Londen – Robertje moet hangen