Ecomoe

Dit al wat oudere artikel verscheen in Wonder en is gheen Wonder, het blad van Skepp (zomer 2016).

* * *

Wat doet een mens wanneer-ie het afgedankte Ecomamaboek. Groen en bewust leven met kids (2009) terugvindt in de uitverkoopbakken van de Gentse bibliotheek? Kopen voor een habbekrats of laten recycleren?

Het was de achterflap van het “zapboek voor de ecolicious mama van nu” die me deed beslissen om dit pareltje van alternaïef denken te redden van de papiermachéfabriek: “Ze schrijven met kennis van zaken en humor over onderwerpen die hen na aan het hart liggen”, verzekerde de flap.

Dat treft, ik ook.

De eco lifestylegids beslaat de ganse activiteitenwaaier van de moderne en dus drukbezette ecomama (m/v) waaronder shoppen, beleggen, reizen, managen en relaxen in wellnesscentra. Elk van die onderwerpen wordt rijkelijk voorzien van bakstenen en elektronische adressen. Beide auteurs raden winkels aan die hun hoge normen beantwoorden, ze verwijzen door naar grote en kleine handelszaken die ze ethisch even hoogstaand achten en geven lovende besprekingen van boetiekjes voor duurzame parafernalia allerhande.

Mij doet het een beetje denken aan Elsschots Lijmen, waarin het hoofdpersonage op zoek gaat naar adverteerders om de publicatie te financieren. Het verschil hier is dat niet de goedgelovige adverteerders met volledige oplagen aan bedrukt papier blijven zitten, wel de openbare bibliotheken.

Onderwerpen te over dus en van sommige heb ik echt geen kaas gegeten, Elsschotiaanse pun not intended. Geldzaken zijn niet mijn sterkste kant en daarom zal de skepticus in mij het vertikken om commentaar te geven op de voorgestelde geldmeditatie: “gewoon op je stoel blijven zitten en mediteren dat het geld naar je toestroomt”. De germanist in mij wil er wel op te wijzen dat “mediteren” hier niet de klassieke betekenis heeft van “in zichzelf keren om de diepste werkelijkheid te ervaren”.

Hoe dan ook, ik ga me in dit stuk concentreren op twee onderwerpen die míj “na aan het hart liggen”, namelijk voeding en gezondheid.

Voeding

“Bio staat voor biologisch”, lees ik in het eerste hoofdstuk. “Simpelweg betekent het dat als je een biologisch product koopt, je zeker weet dat het geteeld is zonder kunstmest en giftige bestrijdingsmiddelen.” Het eerste deel van het citaat klopt, bio staat inderdaad voor biologisch, dat van die kunstmest is ook waar. Vanaf dan lijkt het mij inderdaad nogal simpel én misleidend.

Biolandbouw is een vlag die een wel zeer diverse lading dekt. Men heeft de zogenaamde biodynamische landbouw, gebaseerd op de ideeën van Rudolf Steiner, waarbij een met mest gevulde koeienhoorn die een dertigtal centimeters onder de grond moet begraven worden, de hoofdrol speelt. En waarbij ik moet vermelden dat Herr Steiner een even groot pedagoog was als landbouwkundige.

Ook de zogenaamde Anastasialandbouw wordt gerekend tot de biologische landbouw. “Zaad kan naast interne informatie ook informatie uit de omgeving, bijvoorbeeld van de mens, opnemen. Dit weerspiegelt zich in de vruchten van de uit het zaad groeiende plant, die kunnen dan als heelmaker dienen,” aldus een enthousiaste Anastasiaboer in de vakliteratuur [1].

Bent u er nog?

Hoe dan ook, om discussie over de Ware BioSchot te vermijden, houd ik het bij de versie die de Europese Unie in gedachten, en Delhaize en Carrefour in de rekken hebben.

Is een bioproduct echt wel geteeld “zonder […] giftige bestrijdingsmiddelen”? Dat lijkt mij een kwestie van semantiek en dosis. De bacterie Bacillus thuringiensis (Bt) mag in de biolandbouw gebruikt worden omdat het een zogenaamd natuurlijk bestrijdingsmiddel is. Het wordt dan ook algemeen beschouwd als een zeer veilig pesticide. Voor mensen althans. Voor insecten is het schadelijk, anders was het geen bestrijdingsmiddel. Diezelfde bacterie Bacillus thuringiensis wordt ook gebruikt in de gg-maïsteelt, maar dan is het volgens tal van bio-adepten plots wél een vergif.

Anderzijds is Bordeauxse pap, een mengeling van kopersulfaat en gebluste kalk, toegestaan in de biolandbouw als preventief, schimmelwerend middel. Franse biowijnboeren gebruiken het nog steeds. Nochtans vindt Europa dat koperverbindingen “voldoen aan de criteria om als persistente en toxische stoffen te worden beschouwd.”[2] David Zaruks lijstje, “Dirty Dozen – 12 highly toxic pesticides approved for use in organic farming”[3] doet nog meer afbreuk aan de stelling dat de biologische landbouw vrij van gevaarlijke bestrijdingsmiddelen is.

Een niemendalletje in groene drukinkt voor hippe ecomama’s waarin producten én winkels aangeraden en gepromoot worden, mogen we natuurlijk niet verdenken van al te veel inzicht en nuance. Anderzijds is het tergend en weinig ethisch dat de twee auteurs hun geliefkoosde producten menen te moeten slijten met behulp van onduidelijke en zelfs ongefundeerde claims. Vergelijken we de uitspraak dat bioproducten gezonder zijn, met enkele regels uit het rapport Voedselkwaliteit, veiligheid en gezondheid van biologische producten, uit 2009[4]:

Mogelijke gezondheidseffecten die in verband worden gebracht met biologische voeding zijn: effect op het immuunsysteem, waaronder allergische klachten, vruchtbaarheid, overgewicht, en als afgeleide hiervan een lager risico op hart- en vaatziekten en kanker. Echter, het aantal studies dat gezondheidseffecten heeft onderzocht is gering. Er zijn enkele studies bij mensen uitgevoerd en daarnaast bestaan er een aantal studies met dieren of in vitro modellen. Het is daarom voorbarig om nu conclusies te trekken op het gebied van gezondheid.

Of bio groen en duurzaam is, zelfs daarover zijn de meningen verdeeld. Het rapport hierboven is een van de vele dat lovend is voor biolandbouw. Iemand als Louise Fresco, hoogleraar aan een rits universiteiten en gespecialiseerd in duurzame ontwikkeling in een internationale context, staat er dan weer iets kritischer tegenover. Zij reduceert ‘biologische’ landbouw tot een kwestie van louter juridische kaders en certificatenmolens waarbij elk voordeel (bijvoorbeeld geen kunstmest) zijn nadeel heeft (groter ruimtebeslag).

Mij lijkt het hierboven geciteerde rapport vrij evenwichtig: het staat enerzijds zeker positief ten opzichte van de biolandbouw, maar het gaat de caveats en eventuele problemen niet uit de weg. Ook Fresco is zeer genuanceerd in haar uitleg: puur praktisch is het onderscheid biologische versus niet-biologische volgens haar volstrekt overbodig. Zij pleit voor de best mogelijke landbouw, met de best mogelijke praktijken, waar die ook ontstaan zijn. U kan het rustig nalezen in de klepper Hamburgers in het Paradijs. Voedsel in tijden van schaarste en overvloed (2012).

Het is nu net dit gebrek aan nuance en kritische reflectie dat me mateloos ergert bij het lezen van eco lifestyle boekjes, dito websites, schotschriftjes van veldvertrappelende eco warriors en verklaringen van groene politieke partijen.

Gezondheid

In het deeltje ‘Schone handen en gezondheid’ loopt het pas echt goed mis; het leest als een hoofdstukje ‘Hoe blind slikgedrag aanmoedigen’. ”Veel homeopathische middelen worden biologisch verbouwd”, weten de ecomama’s. Deze zin doet mij vermoeden dat de auteurs evenwel niet weten wat homeopathie is, en dat ze alle kruidengeneeskunde en andere ‘alternatieve’ geneeswijzen op een hoopje smijten. Verder vinden zij biologische slash homeopathische middeltjes die de “weerstand opvijzelen” toppie. Nog groener natuurlijk is het om die homeopathische rommel niet te kopen: de milieukosten voor het produceren, verpakken, transporteren van fake geneesmiddelen, zijn gewoonweg veel te hoog.

Ze raden bijvoorbeeld ook salie(thee) aan tegen een verkoudheid als “natuurlijk antibioticum” (en we gaan hier zelfs niet moeilijk doen over antibioticum v.a.v. virale infecties). Ja, zowat elke warme, niet-alcoholische drank doet deugd bij een lastige verkoudheid, en nee, saliethee steekt er nu niet bepaald bovenuit. Het valt me trouwens op dat de meest groene remedie tegen de gewone verkoudheid niet vermeld wordt, namelijk rusten. Misschien denk ik nu te veel vanuit een traditioneel Westers medisch kader. Anderzijds, de eerlijkheid gebiedt me te vermelden dat de auteurs aanraden om een dokter te raadplegen wanneer het ernstig wordt.

Wat het geteem over yin en yang komt doen in een boekje over groen leven is me eveneens een raadsel. Ik bespaar u het gebruikelijke pseudo-oosters gejengel. Evenals het gehannes over ayurveda, waarmee we trouwens terug in de buurt komen van de zware metalen. Loodvergiftiging door ayurvedische middelen, hoe natuurlijk lood (Pb) ook is, is niet echt een aanrader. En een massage, dat is zelfs niet groen of altmed. Zelf zou ik behoorlijk gespannen geraken van de spirituele, esoterische uitleg over Thaise sea holistic stempelmassages, maar dat geheel terzijde.

Terwijl u zich afvraagt wat dit alles nu te maken heeft met groen en bewust leven, zwatelen de dames verder over de geestelijke gezondheid. Een van hun suggesties is floaten, drijven in een “spaceachtige, eivormige cabine… op zeer zout water”. En dat werkt ontspannend, aldus de auteurs, waarbij ze zich niet kunnen onthouden van de freudiaans geïnspireerde gedachte dat het ook een terugkeer is naar het baarmoedergevoel. Wat hébben pseudopsycholo’s toch verloren, daar in die baarmoeder?

Het hele boekje flirt met de gedachte dat trendy mama het beter weet, net en alleen omdat ze een moeder is. Het idee dat moeder het beter weet dan vader, daar kan ik inkomen. Dat ze beter op de hoogte is van epidemiologische, medische, agrarische, biotechnologische onderwerpen dan epidemiologische, medische, agrarische, biotechnologische specialisten, dat is mij een brug te ver.

De platitudes en halve waarheden die beide dames debiteren in een poging om “hip en verantwoord” te zijn, beginnen al snel tegen te steken. Ik vraag me af in welke mate er hier belangen vermengd worden. Groen leven, graag en snel een beetje, maar moet dat nu echt gepaard gaan met pseudo-spirituele, alternatief-medische en hard core esoterische nonsens? Alsof het allemaal niet zo serieus genomen moet worden en alsof groen een modieus detail is, een extra argumentje om de alternatieve kassa te laten rinkelen.

Besluit: het meest groene aan Het Ecomamaboekje is de groene inkt waarin het hele gedrocht gedrukt is.

Elma Sitzinger en Froukje Wattel, Het Ecomamaboek. Groen en bewust leven met kids, Truth&Dare, 2009

 

[1] Frens Schuring, “Anastasia en Vedische landbouw”, in: Dynamisch Perspectief, nr. 5, 2007, p.1012 http://edepot.wur.nl/116167
[2] Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408 van de Commissie van 11 maart 2015 inzake uitvoering van artikel 80, lid 7, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot vaststelling van een lijst van stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen http://eurlex.europa.eu/legalcontent/NL/TXT/?uri=uriserv%3AOJ.L_.2015.067.01.0018.01.NLD
[3] David Zaruk, “The RiskMonger’s Dirty Dozen – 12 highly toxic pesticides approved for use in organic farming”, The Risk Monger, 2015
https://riskmonger.com/2016/04/13/theriskmongersdirtydozen12highlytoxicpesticidesapprovedforuseinorganicfarming/
[4] Lucy van de Vijver, Ron Hoogenboom, Machteld Huber, Voedselkwaliteit, veiligheid en gezondheid van biologische producten Update van de literatuur, Wageningen, Institute of Food safety, 2009
http://www.louisbolk.org/downloads/2123.pdf

Spiegelbeeld

Met extra spanning heb ik uitgekeken naar het nieuwe nummer van het skeptische tijdschrift Wonder en is gheen Wonder, het eerste onder de nieuwe redacteur Bart Coenen. Hem ken ik vooral als de Redelijke Mens achter backcover.be, een online magazine voor milieu, ecologie en technologie.

De titel verwijst naar een uitspraak van Simon Stevin, de Brugse man van de prille wetenschap op de overgang van de 16de en 17de eeuw. Wat wonderlijk en verbazingwekkend lijkt, kan best wel eens een natuurlijke verklaring hebben.

De ondertitel luidt Tijdschrift voor wetenschap en rede, het colofon vermeldt SKEPP, Stichting voor Kritische Evaluatie van Pseudowetenschap en het Paranormale. Voor de taalliefhebbers: “Wonder en is gheen wonder” bevat de dubbele negatie ‘en’ en ‘gheen’.

Mijn aankoop van het magazine Spiegelbeeld was eerder een geval van serendipiteit dan van blijde verwachting. Als ondertitel voert het blad wetenschap, gezondheid, duurzaamheid – en dat klinkt goed – maar ook bewustwording, een woord als een koude douche. Ik ken het magazine al enkele jaren en mijn eerste indruk bij de vernieuwde kennismaking was dat het een beetje dikker geworden was. New Age speak verkoopt blijkbaar nog steeds.

Volledig onbevooroordeeld ben ik niet: een artikel dat op deze blog verschenen is, staat nu te pronken in Wonder, weliswaar een beetje gekortwiekt, maar toch bewaard voor de godganse eeuwigheid. Scripta manent, en zo.

Toch ga ik beide tijdschriften even naast elkaar leggen. In het voorwoord van Spiegelbeeld wordt heldere taal gesproken.

Albert De Louw, de uitgever en redacteur van het blad, spaart de grote woorden niet: De Louw weet en De Louw beseft. Zo beseft hij dat mensen soms krachtiger zijn dan ze vaak denken. “Het gaat erom wakker te zijn of te worden”. Verder weet hij bijvoorbeeld dat ons lichaam voor ruim 70% uit water bestaat en dat we ons dan “ook steeds weer opnieuw energetisch [kunnen] opladen”. Twijfel is aan Albert niet besteed.

Meer over water lezen we trouwens in het artikel “Water — een ontdekkingsreis” van Frank Silvis, ingenieur en oud-regiodirecteur van een Nederlands waterbedrijf. Het artikel krijgt de tag ‘bewustwording’ mee. Silvis houdt zich bezig met de levenskracht en vitaliteit van water. Dat zijn mededirecteuren niet echt geïnteresseerd waren in zijn onderzoek naar de vitaliteit van water verbaast me minder dan het feit dat hij in zijn vier pagina’s lange artikel niet uitlegt wat gevitaliseerd water eigenlijk is.

De effecten komen de lezers wél te weten. Het was bijzonder om te merken dat water dat door een vitaliser is beïnvloed andere belevingen geeft dan gewoon kraanwater. Gevitaliseerd water heeft een positief effect op mens, plant en dier. Sterker nog, het verhoogt je bewustzijn en maakt contact met wie je Zelf bent gemakkelijker.

Het edito van Wonder gaat een andere kant op. De redacteur speelt met de betekenissen en synoniemen van ‘sceptisch’ en komt uit bij “aarzelend, onderzoekend, gereserveerd, terughoudend, twijfelend en ongelovig”. Verder waarschuwt hij, middels het artikel van Johan Braeckman over kunstvervalsing, dat de uitmuntende kennis van experts hen kwetsbaar kan maken voor misleiding.

In de laatste paragraaf van Braeckmans artikel Hoe misleid je een kunstexpert, een recensie van het boek Kunstvervalsing door Noah Charney, lees ik:

Maar [het boek] illustreert vooral hoe ook verstandige mensen met bijzondere kennis relatief makkelijk te misleiden zijn, in het bijzonder in het eigen domein.

Terug naar Spiegelbeeld. Het artikel van onze wateringenieur wordt gescheiden van het artikel “Watervitalisering” van Ir. Gert Boontjes door reclame voor en een advertentie voor een watervitaliser. Opnieuw bekruipt mij dat gevoel van serendipiteit.

Het bedrijf dat schuil gaat achter de url oerwater.nu geeft ook aan dat artikelschrijver Ir. Boontjes verbonden is aan de adverterende firma. Hetzelfde gevoel krijg ik bij het artikel “Bloesemremedies”, geschreven door een medewerker van een webwinkel die, juist ja, bloessemremedies verkoopt. Ook de auteur van het zoveelste “Wonder elixer [sic] uit de natuur” verkoopt het “alchemistische middel APPELAZIJN” op haar website die prominent figureert op de pagina. En zo kan ik nog even doorgaan. De grens tussen artikel en reclame is zo vaag dat-ie enkel nog met een pendel gemeten kan worden.

Ook in Wonder vind ik alternatieve geneeskunde terug. Wietse Wiels, student geneeskunde, neemt de alternatieve oogheelkunde onder de loep, en meer bepaald de Batesmethode. Hij beschrijft de methode en weegt de voordelen af van de nadelen. Zijn conclusie:

Dat de ene alternatieve methode vaak een opstapje is naar een andere is voor de ervaren lezer van Wonder wellicht geen nieuws. Het mag dan ook niet verbazen dat er een bijna oneindig aantal combinaties van Batesiaanse technieken met andere alterneuterij bestaat, evenals een groot aantal scholen en schisma’s binnen de oorspronkelijke beweging. Dat daar ook minder onschuldige gedachten en technieken gepromoot kunnen worden stemt tot voorzichtigheid. Iemand die de controle van zijn suikerziekte of glaucoom verwaarloost ten gunste van een oogkwakzalver is enkele jaren later onomkeerbaar blind.

Wietse Wiels adverteert niet in het blad.

Wie evenmin reclame maakt is Tim Trachet, wandelende bibliotheek en erevoorzitter van SKEPP. Zijn bijdrage in Wonder gaat over de Marcel Petiot, Dokter Satan voor de vermoedelijk weinig overgebleven vrienden.

In het eerste deel beschrijft Trachet de exploten van deze Franse seriemoordenaar en kwakzalver. Het tweede deel gaat dan weer hoe deze moorddadige psychopaat, of beter zijn horoscoop, kritische denkers een dienst bewees. “Neiging tot orde, controle, maat … zin voor moraal, gevoeligheid voor universele liefde”, aldus een astroloog die niet wist wiens geboortegegevens hij gekregen had. Hij was trouwens niet de enige sterrenlezer die de bal kosmisch mis sloeg.

Joost van Kasteren, journalist gespecialiseerd in wetenschap, techniek en landbouw, interviewde dan weer David Zilberman, hoogleraar Landbouw- en grondstoffeneconomie aan de Universiteit van Berkeley, California. Opnieuw lees ik een artikel in Wonder waarin de pro’s tegen de cons worden gezet. Zin voor nuance is hen niet vreemd, ggo’s ≠ Monsanto. Nu ja, zoveel denkwerk komt bij dat eenvoudige inzicht niet kijken:

De denkfout die Greenpeace en anderen maken is dat ze ggo’s gelijkstellen met Monsanto en Syngenta en andere agromultinationals. Dat is niet zo: genetische modificatie is ontdekt aan de universiteiten. Het is een technologie van het volk, laten we hem dan ook gebruiken voor het volk.

In Spiegelbeeld maakt Guido Jonkers zich dan weer druk omtrent ggo’s (en veel, veel meer). Zijn cv vermeldt “studie marketing” en wanttoknow.nl, een website waar men de nieuwste complottheorieën omtrent 9/11, de aanslagen in Parijs en Brussel, de exploten van Big Pharma, de Illuminati, Skulls & Bones, de familie Rothschild kan terugvinden.

Omdat ik geen Braeckmansiaanse vloek over me wil afroepen door te impliceren dat experts steeds weten waarover ze praten, en leken nooit, laat ik graag Jonkers zelf aan het woord:

En weet je wat het zelden genoemde feit is..?
Een feit, dat in mijn ogen als een ‘waarheid-als-een-koe’ boven dit verhaal hangt. De genoemde ratten [in de beruchte studie van Séralini, zie lager] stierven als gevolg van toediening van maisvoedsel, afkomstig van met RoundUp gekweekte mais. Zogenaamd ‘genetisch gemanipuleerde’ mais (GMO), die barst van de RoundUp, want die gewassen worden er mee platgespoten. Het is namelijk mais, die zódanig is gemanipuleerd, dat ze immuun is voor RoundUp / glyfosaat. En ‘dus’ kunnen boeren lekker hun gang gaan en spuiten, spuiten en nog eens spuiten om ALLES te verdelgen, behalve het maisgewas, GMO-mais die bestand is tegen het giftige glyfosaat. En natuurlijk komt deze rotzooi vervolgens in de mais terecht, in de voedselketen en de niet-GMO-mensen. Waar de politiek is? Zegt het me maar!

Albert De Louw is een milde redacteur.

De illustratie bij dit artikel (foto links) verwijst naar de ondertussen beruchte studie van Séralini, die enkele jaren geleden teruggetrokken werd omdat onder andere de gebruikte statistische methodes te wensen overlieten. Hier vindt u een aardige analyse van de beruchte studie.

Spiegelbeeldauteur Door Frankema gaat dan weer op zoek naar de waarheid omtrent “Zika virus ziekte [sic]”:

Baby’s die geboren worden met vreselijke aandoeningen, een virus dat “om zich heen grijpt”, 3 tot 4 miljoen mensen die naar verwachting slachtoffer zullen zijn, een noodtoestand die over ons [sic] afgeroepen wordt… Kunnen zwangeren nog op vakantie naar een warm land?”

Ieder zijn prioriteiten.

Het WHO doet ze af als een horige van de farmaceutische industrie. In haar ingekorte versie van de WHO fact sheet wordt eigenaardig genoeg vrij cruciale informatie weggeknipt. De tekst die ze weergeeft is het lijstje met “key points”, aangevuld met parafrases uit de eigenlijke tekst.

Waar Frankema beweert dat het Zikavirus “jarenlang slechts sporadisch bij mensen aangetroffen is”, geeft de originele tekst “Outbreaks of Zika virus disease have been recorded in Africa, the Americas, Asia and the Pacific”. Verder vermeldt ze de milde symptomen die het WHO inderdaad geeft, maar laat ze wel “Potential complications of Zika virus disease” achterwege.

Vervolgens roept ze de hulp in van Jon Rappoport, volgens zichzelf een genie, een American loon volgens de andere. Wij houden het bij notoire complotdenker. Samen komen ze tot de conclusie dat o.a. het pesticidegebruik, bepaalde vaccins, genetisch gemanipuleerde muggen, de echte schuldigen… van wat is niet zo duidelijk, want zij beweert dat het Zikavirus “NIET in staat is om microcefalie te veroorzaken. U leest het goed, NIET”.

Ik wil hier niet benadrukken dat ongeveer alle aantijgingen van Frankema omtrent het Zikavirus ontkracht of enorm genuanceerd werden in de periode voor de publicatie van het tijdschrift. Maar mij valt op dat dit artikel en de meeste anderen weinig ruimte voor nuance, terughoudendheid of twijfel reserveren. Alle filters voor reflectie (en kennelijk ook zelfreflectie) lijken me met bruut geweld verwijderd te zijn. Het gelijk is steeds groot.

Spiegelbeeld is gelardeerd met reclameboodschappen, onder andere voor supplementen van “gefermenteerd papaja preparaat” (GMO-vrij, zo wordt me verzekerd) dat het immuunsysteem stimuleert. Er wordt niet aangegeven wat er mis is met de prepreparaatversie ofte gewone, volledige papaja. Verder lijkt er aldus de advertenties heel wat “geheald” te moeten worden, bijvoorbeeld met sieraden en via biodynamische massages. Meerdere advertenties bieden cursussen “healen” aan.

Ook mediums en paragnosten kennen de weg naar de reclamepagina’s van Spiegelbeeld, wat me eraan doet herinneren dat Wonder nog een verhelderend artikel van Jos Vanlangendonck heeft over het Amerikaanse onderzoek naar de oplichterspraktijken van helderziende Maria Duval, of beter, van de maffioze kliek die onder die naam opereert in Europa en de VS. Jan Vanlangendonck won trouwens in 2007 de Zesde Vijs voor zijn radioreeks omtrent Maria Duval.

Reclame ook in Wonder, en meer bepaald voor de laatste drie sessies van Skeptics in the Pub, gratis evenementen onder het motto ‘tomeloos denken en matig drinken’. Sebastien Valkenberg komt op 29 april, Johan Braeckman op 31 mei en Pepijn van Erp op 16 juni. De inkom is gratis, maar u kan Skeptics in the Pub wel steunen door eens langs te komen en of lid te worden van SKEPP, waarbij u zich automatisch abonneert op Wonder en is gheen Wonder.